Home

Hoe maak je je tuin bestand tegen het grillige weer?

Van gortdroge perioden tot hevige regenval: Nederlandse tuinen krijgen deze jaren een hoop te verduren. Na een extreem droge zomer maken we de balans op. Hoe creëer je een weerbestendige droomtuin?

Het ergste lijkt voorlopig voorbij, maar een week of twee geleden stond Anne Wieggers, expert duurzaam tuinieren, nog „als een malloot” met een dompelpompje het badwater van haar dochter over haar tuin te sproeien. „Heel de straat rook naar Weleda”, zegt Wieggers.

De tuinliefhebber zet in tijden van droogte alles in om de tuin van de dorst te redden. Op het toppunt van de droogteperiode voelde het voor Wieggers bijna „apocalyptisch” aan, die dorre, „knisperige” tuin. „Ik heb een handpompje in de tuin dat grondwater oppompt – daar kwam op een gegeven moment geen druppel meer uit.” 

Het veranderende klimaat vergt aanpassingen in de tuin. Nu we wat afgekoeld zijn, maken we samen met twee tuinexperts de balans op. Hoe kunnen we dit soort paniekperiodes zoveel mogelijk voor zijn? 

1Beplanting 

Van gortdroge perioden tot hevige regenval: dat Nederland de komende jaren te maken krijgt met extremer weer, betekent volgens Wieggers en hovenier Jurgen Smit dat onze tuinen er anders uit moeten gaan zien. Zeker tegen lange perioden van droogte zijn veel planten en bomen in Nederland niet bestand.

„Ooievaarsbek, rozen, pioenen, daar had je er altijd veel van in Nederland, maar die redden het nu eigenlijk niet”, zegt Wieggers. „Petuniaatjes zijn hartstikke leuk”, zegt Smit. „Maar dan moet je zo gedisciplineerd zijn, je mag ze echt niet een keer vergeten. Dan raken ze in de stress. Als ze eenmaal lelijk zijn geworden, is het heel veel werk om ze weer op de rit te krijgen.” 

Een tuin met veel planten die kunnen bloeien levert de meeste voordelen op: die is merkbaar koeler en houdt meer water vast. Wieggers: „Eigenlijk vind ik dat mensen met een bloeiende tuin een beloning zouden moeten krijgen van de gemeente. Het werkt namelijk door: als jij een groene tuin hebt, is de tuin van de buren ook koeler.” 

Superplanten 

In de warme droogte van de afgelopen maanden deden de mediterrane planten het heel goed. „Vakantieplanten”, noemt Wieggers die. „Die kennen we uit Griekenland en Italië. Salie, oregano en rozemarijn zijn met heel weinig water tevreden.” Smit: „Alle grijsbladige planten, zoals lavendel en olijfboom, gebruiken relatief weinig water. Voor siergrassen geldt hetzelfde. Lampenpoetsergras bijvoorbeeld, dat zou iedereen in de tuin moeten hebben.” 

Toch kunnen we niet helemaal veilig overgaan op een tuin vol mediterrane planten. Die kunnen namelijk niet goed tegen natte wortels. Wieggers: „Dit jaar hadden we extreme droogte, maar we hebben de afgelopen jaren ook koele, natte jaren gehad. Dan heb je een soort superplanten nodig om dat allemaal aan te kunnen.” Het goede nieuws: die bestaan – zie de inzetjes voor de favorieten van de experts.

Wieggers: „En ik tip vaak dat je bij die mediterrane planten een beetje grind in de bodem moet verwerken om de drainage te verbeteren. Het mag ook scherp zand zijn, of schelpgruis. Dan kunnen die zich ook redden in periodes van zware regenval.” 

De superplanten van hovenier Jurgen Smit

De superplanten van expert duurzaam tuinieren Anne Wieggers

Wolfsmelk en siergras

2Bodemleven 

Of planten verschillende weersomstandigheden overleven heeft ook alles te maken met de bodem van je tuin.   

Bij oudere bebouwing hebben de tuinen meestal de grondsoort die van nature in dat gebied voorkomt, vertelt hovenier Smit. Zandgrond, dat een groot deel van Nederland beslaat, is makkelijker te bewerken dan de zware kleigrond die veel voorkomt aan de kust en langs rivieren, maar houdt minder vocht en voedingsstoffen vast.

In nieuwbouwgebieden vind je juist veel gemaakte grond, zegt Smit. „Met een laag opgespoten zand, of andere lagen die wij hoveniers ‘storende lagen’ noemen. In eerste instantie doen die tuinen het best goed, maar na een aantal jaar zie je heel veel verschraling en verdroging.”

Die gemaakte grond kent namelijk weinig bodemcomplexiteit, die natuurlijke grond wel heeft. Daarom is kunstmest gebruiken volgens Smit „het verschrikkelijkste wat je kan doen”. In kunstmest zitten de zogenaamde NPK’s: stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Stoffen die de bodem nodig heeft, maar de balans is belangrijk, want een overschot aan deze stoffen is ook schadelijk. De zoutgehaltes in kunstmest zijn volgens de hovenier te hoog om op de lange termijn gezond te zijn voor de tuin. 

Voed je bodem 

Smits advies: voed je hele tuin eens per jaar met compost of tuinvoeding. „Of twee keer zelfs, als de tuin er echt erg aan toe is. In dat geval ook en-en: compost plús tuinvoeding.” 

Smit kan aanstekelijk vertellen over de schoonheid van een gezond bodemleven. Hoe gezonde grond wormen aantrekt, die de grond luchtiger maken, wat de wortels van planten ruimte geeft. Half maart tot eind september is de beste periode om de tuin te voeden, zegt Smit, dus je kan het nu nog gaan doen.

Heb wel geduld: „Het kan een jaar of twee, drie duren voordat je bodem hersteld is. Maar daarná.” Hij wordt enthousiast. „Bijna geen schimmels meer, geen luizen meer. Sterke gezonde planten zijn niet vatbaar voor schimmel en luis. Het is net als bij een mens: als jij slecht eet en er waart een virusje rond, ben je direct verkouden.” 

Duurzaam tuinexpert Wieggers tipt de oldschool techniek van mulchen: het aanbrengen van een extra laag organisch materiaal op de bodem. Het houdt de grond vochtig, verrijkt deze en onderdrukt onkruid. Compost, stro, bladaarde, er is van alles te gebruiken. „Die extra laag zorgt ervoor dat de zon nooit recht op de aarde schijnt, waardoor deze beter bestand is tegen droogte.” 

Vlinderstruik, agapanthus en olijfboom

3Bewateren 

Op het toppunt van de droge periode waren er verhitte discussies in de volkstuinappgroep van Wieggers. „We twijfelden: moeten we dan alles laten verdorren?”, zegt Wieggers. Uit het meertje vlak naast de volkstuinen pompen, zoals de volkstuinhouders normaal gesproken deden, „voelde al een tijdje niet meer goed”. „Op het laatst stond dat bijna droog.”

Na de regenbuien van de afgelopen weken kunnen tuiniers momenteel even opgelucht ademhalen, maar dit soort droogteperiodes zullen er voortaan bij horen. Hoe meer regenwater je kan opvangen in waterrijke tijden, hoe beter – een regenton hoort bij de basiselementen van de tuin. 

Volgens Wiegers maken Nederlanders „veel te weinig gebruik van grauw water”. Grijs of grauw water is water dat in huis gebruikt is, bijvoorbeeld bij het douchen of in de keuken – zoals dat badwater met Weleda. Dat spoelt nu weg naarhet riool, terwijl dat prima voor de tuin gebruikt zou kunnen worden. „Van mijn collega’s in België hoor ik dat ze allemaal een grote put met een inhoud van tienduizenden liters onder hun huis hebben waarin ze dat grauwe water en regenwater opvangen. Terwijl wij heel lief allemaal onze regenpijp afkoppelen naar een regentonnetje.”

Sproeischaamte

Terwijl de boten in de rivieren bijna de bodem schampten, werd er door menig buur misprijzend gekeken naar een buurman die stond te sproeien in een nog weelderig groene tuin. Die sproeischaamte vindt Smit niet helemaal terecht. „Ik snap dat mensen het zonde vinden om met drinkwater te sproeien. Maar weet wel: als een plant geen water krijgt, stopt ‘ie met groeien. En juist in de zomer maken veel planten bloemknoppen aan voor het volgende jaar. Neem een rododendron, die bloeit dan volgend jaar niet.”

Voor Smit is de keuze dan snel gemaakt. „Als zo’n plant staat te strijden moet je die gewoon hélpen. Douche desnoods een keertje minder, dan geef je dat water aan die plant.” 

Maar niet aan het gras. Het stralend groene gazon is volgens Wieggers „het eerste wat je op moet geven” als je duurzaam wil omspringen met je tuin. „Gras kan je rustig laten vergelen. Dat komt altijd terug, want het is oersterk. Het is veel belangrijker om bloeiende planten in leven te houden.” 

Wieggers krijgt wel eens vragen over irrigatiesystemen, maar die zijn duur en niet per se nodig. „Timing is het belangrijkst tijdens droogte: alleen ’s avonds of ’s ochtendsvroeg bewateren.” Bij bloeiende planten tipt ze om heel precies bij de plant water te geven. „En dan lekker lang, zodat het water diep in de grond zinkt. Als je vaak maar oppervlakkig bewatert, creëer je luie planten met korte wortels. Je wilt ze trainen om diep te reiken voor hun water.”

Kogeldistel en salie

4Strijd tegen de tegel 

Volgens een recente analyse bestaat het oppervlak de gemiddelde Nederlandse tuin voor bijna de helft uit steen, bij bijna één op de vijf woningen is dat zelfs meer dan driekwart. Is de tegel echt tuinvijand nummer één?

Een tegeltuin klinkt „lekker onderhoudsarm”, zegt Wieggers, maar houdt enorm veel warmte vast, wat doorwerkt in de directe omgeving. „Je maakt de tuin van je buren er ook warmer mee. En planten koelen elkaar af. Dus in een tuin met veel tegels en een paar planten, kwakkelen die planten veel meer dan in een groenere tuin.” 

Is gras dan beter? „Zeker beter dan tegels”, zegt Wieggers. „Ik heb ook een stukje gras in mijn tuin, wat ik in tijden van droogte gewoon een beetje laat vergelen. Maar het liefst vervang je tegels door bloeiende planten. Ja of een boom hè? Daar hoef je niets aan te doen. Zálig. Haal er tien tegels uit, plaats een flinke boom, daar koel je de hele straat mee.” 

Hovenier Smit heeft „geen medelijden” met tegeltuinbezitters. „Als je je tuin helemaal dichttegelt, moet je niet gek opkijken als je wegbrandt in je tuin. Wie niet luisteren wil moet maar voelen.” Ook hij zou graag meer schaduw zien, zeker in zwaar betegeld stedelijk gebied.

Smit snapt dat er ook mensen zijn die graag zonnen in hun tuin. „Prima als je een opening laat voor de zon, maar zorg dat je daar waar het midden op de dag het heetst wordt, schaduw creëert. Mensen doen dat nu vaak met een parasol of een overkapping. Maar weer zo’n hard element plaatsen is eigenlijk zonde. Plant een struik, of een paar bamboes – dat is zoveel mooier.”

Steenraket

5Toekomstkijken 

Voor echt toekomstkijken is het weer te onvoorspelbaar, zeggen de experts. Het enige wat zeker lijkt, is dat het weer grilliger wordt. Dat betekent dat een tuinier niet op één soort klimaat zou moeten inzetten, maar elk jaar opnieuw zo goed mogelijk moet inspelen op wat het weer doet. „Het helemaal omgooien is de goden verzoeken”, zegt Wieggers. „Ik ken mensen die hun hele tuin in hadden gericht op lange droogteperiodes, en toen volgde een kletsnat jaar met enorm veel slakken.”

Diversiteit in de tuin helpt, zegt Smit. Als je maar een of twee soorten plant en die blijken het niet goed te redden, kan je als tuinier weer opnieuw beginnen. „Terwijl, als je dertigsoorten aanplant en er zijn er twee die niet overleven in een gegeven jaar, heb je er nog 28 over.”

Tuiniers moeten hun planten ook niet onderschatten, vindt de hovenier. Planten hebben „een enorm aanpassingsvermogen” – mits het ze niet té moeilijk wordt gemaakt. „Als de droogte al vroeg in het jaar valt, zie je dat een plant veel kleiner blad aanmaakt. En in de recente droogteperiode lieten planten hun blad al vroeg vallen zodat ze minder water verdampen, puur uit zelfbehoud. Ik vind dat mooi om te zien.”

Hij ziet ook veel „snoeiangst” bij zijn klanten, maar dat is onterecht. „Gewoon knippen, je kan het bijna niet fout doen. Planten zijn veel sterker dan je denkt.”

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next