Home

Minister Berendsen: Israëlische maatregel tegen medewerkers ambassade is ‘onnodig’, sancties gaan door

Minister Berendsen van Buitenlandse Zaken betreurt de Israëlische maatregel tegen twee ambassademedewerkers wegens Nederlandse ‘anti-Israëlische acties’. Hij noemt de strafmaatregel, die hij ‘niet los kan zien’ van de Israëlische verkiezingscampagne, ‘onnodig’.

is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.

De Nederlandse boycot van goederen uit de illegale nederzettingen gaat volgende maand gewoon door.

Dinsdagavond kondigde de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken, Gideon Saar, op X aan dat twee ambassademedewerkers ‘onmiddellijk’ weg moeten uit het zogeheten International Support Centre in Kiryat Gat en dat ze binnen een week het land moeten verlaten. Dat civiel-militaire coördinatiecentrum, waarin een vijftiental landen (waaronder de VS) de stabilisering en hulpverlening aan Gaza in de gaten houden, vloeit voort uit president Trumps vredesplan voor Gaza.

De twee medewerkers worden evenwel niet het land uitgestuurd, zei minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen woensdag. ‘Wij hebben begrepen dat ze hun werkzaamheden op de ambassade kunnen voortzetten.’

Wel moeten ze hun activiteiten voor het coördinatiecentrum staken en kunnen ze niet vervangen worden door ander Nederlands personeel. Israëlische bronnen bevestigden woensdag tegen de Volkskrant dat de twee medewerkers niet het land worden uitgewezen.

Reactie op Nederlands ‘anti-Israëlbeleid’

De reden die Saar geeft voor de maatregel is ‘een serie anti-Israëlmaatregelen door de Nederlandse regering’, in het bijzonder de Nederlandse boycot van goederen uit illegale nederzettingen die komende maand in werking treedt. Saar zegt dat het Nederlandse ‘anti-Israëlbeleid’ ook gepaard gaat met ‘een ongehoorde golf van antisemitisme en boycots in Nederland’.

Daarover beklaagt de Israëlische ambassadeur in Den Haag, Zvi Vapni, zich al langer. Tegen het Reformatorisch Dagblad noemde hij protesten van maatschappelijke organisaties, wijkraden en lokale partijen (Pro, Denk en Partij voor de Dieren) tegen zijn aanwezigheid onlangs bij de jaarlijkse herdenking van de deportatie van Joodse Rotterdammers ‘een poging om de staat Israël te delegitimeren’. De critici ‘zeggen in feite dat Israël geen recht heeft om te bestaan’, aldus Vapni.

Vapni noemde daarnaast een recente tekening van Volkskrant-cartoonist Peter de Wit antisemitisch. Ook verbaasde hij zich erover dat van regeringszijde geen reactie was gekomen op de uitspraken, eind juli in De Morgen, van minister van staat Frans Timmermans, die stelde dat extreemrechtse politici in Israël ‘dezelfde redenering’ hanteren ‘als de nazi’s destijds’.

Beleid blijft hetzelfde

Berendsen deed woensdagochtend omzichtig pogingen geen olie op het vuur te gooien. Hij noemde Israël ‘een bevriende staat waarmee we heel veel gemeen hebben, ook een historische band’, maar zei zich tegelijkertijd ‘grote zorgen’ te maken over de standpunten van ‘deze Israëlische regering’.

De Israëlische maatregel ‘helpt de relatie natuurlijk niet’, zei Berendsen, maar zal geen enkele invloed hebben op het Nederlandse beleid inzake de illegale nederzettingen.

‘Het sanctiebesluit wordt niet beïnvloed door wat Israël ervan vindt, maar doordat wij ons willen houden aan het internationaal recht. Het nederzettingenbeleid van Israël is daarmee niet in lijn.’ Berendsen zei ‘nog geen gedragswijziging’ te zien van de Israëlische regering, ‘terwijl we ons grote zorgen maken over Gaza en de Westelijke Jordaanoever’.

‘In de Nederlandse samenleving is dit onderwerp dusdanig giftig dat ik mijn woorden zorgvuldig kies’, zei de minister ook. ‘Ik wil er niet aan bijdragen dat ook in dit land mensen tegenover elkaar komen te staan.’

Door te verwijzen naar de aanstaande verkiezingen in Israël, suggereerde hij ook dat de Israëlische actie wellicht niet alleen een gevolg is van Nederlands handelen maar ook van de binnenlands-politieke strijd in Israël zelf.

Verdeeldheid

De Nederlandse nationale boycot van goederen uit illegale nederzettingen – die maar beperkt effect zal hebben omdat het geen algehele EU-boycot betreft – heeft een lange aanloop gehad. Verdeeldheid over deze kwestie binnen het toenmalige kabinet-Schoof was voor de NSC-ministers aanleiding om een jaar geleden uit het kabinet te stappen.

CDA en D66, destijds in de oppositie, vroegen het kabinet-Schoof om veel dwingendere sancties, maar hun actiebereidheid is verminderd vanaf het moment dat ze zelf een regeringscoalitie gingen vormen.

Nochtans kondigde het kabinet-Jetten dit voorjaar aan dat die nationale boycot van goederen uit de illegale nederzettingen er toch zou komen, na de noodzakelijke wettelijke voorbereiding. Nu is het zover en het kabinet neemt naar verwachting volgende week een ‘sanctiebesluit’.

Het kabinet waarschuwt wel dat het moeilijk uitvoerbaar zal zijn, en moeilijk te handhaven, onder meer omdat Nederland deel uitmaakt van de Europese interne markt.

Source: Volkskrant

Previous

Next