is natuurkundige en oud-politicus.
Toen ik begin 2003 als kersvers Kamerlid mijn ervaren fractiegenoot en oud-minister Klaas de Vries probeerde te imponeren met een opgewonden relaas over wat ik die dag allemaal had gedaan, hoorde hij me minzaam aan, trok aan zijn sigaar – dat mocht toen nog in de Tweede Kamer – en zei: ‘Dat klinkt inderdaad als een mooie dag, Diederik. Heel veel beweging, heel weinig vooruitgang.’
Schijnbewegingen zijn al sinds mensenheugenis een onlosmakelijk onderdeel van de politieke besluitvorming. Je moet als politicus voor de verwachtingsvolle achterban, soms ook voor jezelf, grootsere gebaren tentoonspreiden dan je uiteindelijk zult kunnen waarmaken.
Onze compromissenpolder en de weerbarstige realiteit dulden nu eenmaal niet meer dan kleine stapjes voorwaarts. Niet getreurd, stapje voor stapje bouwden we samen een van de meest welvarende, gezonde en gelukkige samenlevingen ter wereld. Ja, er valt heus nog veel te mopperen en te verbeteren, maar gaat u gerust elders kijken of het daar allemaal beter is.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Sinds een jaar of vijf, specifieker: sinds het befaamde debat over ‘functie elders’ op 1 april 2021, is de Haagse dans van grote bewegingen en kleine stapjes echter tot stilstand gekomen. Men richt zich louter nog op de beweging, vooral de eigen beweging, niet meer op vooruitgang. Het laatste kabinet-Rutte kwam door die ongelukkige start in 2021 nooit op gang en het kabinet-Schoof strandde door ruzie en onkunde al voordat het begonnen was. De belofte van Rob Jetten om de politieke stilstand te doorbreken werd dus met opluchting verwelkomd.
Helaas zijn we nu bij de eerste begroting van dit kabinet alweer getuige van schoofiaanse chaos. Vastgelopen. Boze blikken naar oppositiefracties, maar dit valt hun toch echt niet te verwijten. Want hoezo heeft het kabinet twee onderhandelingstafels tegelijk geopend? Eén met de premier en vicepremiers. En een andere met de minister van Financiën. Wellicht was de inzet de oppositie uit elkaar te spelen, maar het resultaat is een splitsing in de coalitie. Waar de premier probeert Pro te verleiden, tracht de minister van Financiën hem met een akkoord over rechts de pas af te snijden.
Het resultaat is dat er voor Prinsjesdag geen enkel akkoord wordt bereikt. Het laat zich eenvoudig raden wat het kabinet dan gaat doen. Het zal de begroting uitkleden tot iets waar je moeilijk tegen kunt stemmen. Dus wordt de lastenverhoging voor burgers, de vrijheidsbijdrage, uitgesteld, want dat uitstel levert in 2027 precies 0,3 procent koopkrachtwinst op, die gezinnen anders in de min zouden gaan. Handig weggewerkt.
De impopulaire extra verhoging van het eigen risico gaat ook in de prullenbak. Om het de oppositiepartijen lastig te maken, wordt er dan her en der nog wat snoepgoed in de begroting geworpen. Extra armoedebestrijding, of ‘box 3-oplossingen’ wellicht. Dit alles rammelend gedekt uit incidentele meevallers en onderuitputting. En dan gaan we vervolgens allemaal zitten kijken of er alsnog genoeg oppositiepartijen bewegen voor een meerderheid. Maar of dat gebeurt is dan niet eens meer relevant. De vooruitgang is in deze maskerade sowieso al gesneuveld.
Wat er voor die vooruitgang wél nodig is, staat handzaam samengevat in twee rapporten. Het eerste is van oud-ASML-topman Peter Wennink en laat ons zien dat er tot 2035 een bedrag van ongeveer 60 miljard euro aan publieke investeringen nodig is, onder andere in digitale en energie-infrastructuur, om onze economie toekomstbestendig te maken. Het tweede rapport komt van de Rekenkamer en becijfert dat er in ongeveer dezelfde periode 34 miljard extra nodig is om onze fysieke infrastructuur, wegen en spoorlijnen, op orde te houden.
Bijna 100 miljard euro aan structurele investeringen in de samenleving. Dat is nog eens wat anders dan 0,3 procent koopkrachtverbetering. Tegelijkertijd is 100 miljard slechts één procent van wat we in de komende tien jaar bij elkaar verdienen. Dat enorme verdienvermogen hebben we gekregen dankzij grote en vaak moeilijke politieke besluiten, uit een tijd waarin dat nog mogelijk was. Zoals de Deltawerken, het Energieakkoord, toegankelijk hoger onderwijs of het Fonds Economische Structuurversterking.
Dit is geen nostalgische mijmering over een ver verleden, want die tijd ligt niet eens zo ver achter ons. Het derde kabinet-Rutte sloot nog een baanbrekend pensioenakkoord en creëerde een klimaatfonds. Het huidige kabinet kan in potentie ook soortgelijke besluiten nemen. Dat vergt dan wel meer dan amechtig zetels tellen in de hoop het eind van de maand te halen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant