Khristina | combat medic in Oekraïne De Nederlandse Khristina werkt sinds 2023 als hospik aan het front in Oekraïne en zag hoe de oorlog veranderde, wreder werd en omvormde tot een hoogtechnologische krachtmeting. „Af en toe zit je hopeloos en machteloos toe te kijken via een drone.”
De Nederlandse Khristina begon in 2023 na zes maanden training als hospik aan het front in Oekraïne.
Of ze de oorlog wilde zien. Dat vroeg een Oekraïense militair toen Khristina (38) in 2022 het land bezocht na de invasie. Ze had de pijn, angst en verwarring onder de bevolking al gezien, maar hij nam haar mee naar een militair kampement in de regio Tsjernihiv. Achter de tenten was een gat gegraven. „In dat gat lagen lichamen”, vertelt Khristina. „Ik zag een trouwring. Deze man heeft een vrouw, dacht ik. Hij heeft een vader, een moeder, misschien een kind.”
Er was geen tijd om de doden te begraven, hoorde ze, de lichamen bleven maar binnenkomen. „Toen had ik een keuze: teruggaan naar mijn goede leven. Of proberen om het leven voor deze mensen iets beter te maken.” Ze besloot: geen mens verdient het om zo in een gat te eindigen, en bleef.
Khristina werd geboren in Bulgarije, groeide op in Nederland en studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was zich aan het bezinnen op een PhD-onderwerp toen ze besloot Oekraïne te bezoeken met twee Oekraïense kennissen, „om te zien wat oorlog met mensen en het leven doet”. Nu is ze in Nederland op uitnodiging van de hulporganisatie Protect Ukraine, die onder meer grondrobots leverde voor haar brigade en die NRC verwelkomt in hun verlaten kas, die dient als opslagruimte voor spullen voor Oekraïne.
Khristina is senior medic bij de 92ste brigade van de Oekraïense landmacht en dient aan het zuidoost-front in Oekraïne. Omdat Khristina dient in het Oekraïense leger publiceert en weet NRC haar achternaam niet. Traceerbaarheid kan militairen chantabel of een doelwit maken.
In het leger heeft Khristina de bijnaam ‘Ice Queen’: „Omdat ik tijdens mijn werk als hospik mijn emoties zoals verdriet, shock of angst moet uitschakelen om alleen op rationaliteit gebaseerde beslissingen te kunnen nemen. Voor veel mensen is dit erg moeilijk, maar ik heb het geleerd.”
Haar drang om ‘iets’ te doen, werd niet in Oekraïne geboren. In coronatijd was ze ook vrijwilliger bij het Rode Kruis. Ze volgde cursussen bij de GGD en hielp op de intensive care. In Oekraïne hielp ze eerst bij het evacueren van vrouwen en kinderen, daarna met het rekruteren van buitenlandse soldaten. Na zes maanden training belandde ze begin 2023 als hospik aan het front.
„Mijn medische vader is de Amerikaanse David Brymer, een veteraan uit de Afghanistan-oorlog. Hij zei altijd: je geeft niet op. Hij maakte het heel moeilijk voor me. Tijdens een training schreeuwde hij vaak tegen me om mijn stress te verhogen. Of gooide hij ergens een granaat. Of draaide ineens heel hard muziek. Hij wilde me overal op voorbereiden.
„De eerste keer wilde ik geen infuuscanule zetten. Ik was bang. Mijn handen trilde. Hij bracht zijn gezicht dicht bij dat van mij en riep ‘DOE HET’. Dat werkte. Het is een geweldige man.”
Haar tweede stationering was bij de Oost-Oekraïense stad Bachmoet. „Terugkijkend was dat in het begin voor ons medics een goede tijd. Je kon nog gewoon je werk doen. Levens redden. Je had controle over de situatie. Er waren hele zware gevechten, maar als medic was je er gewoon bij in de loopgraaf. Wij stonden een paar honderd meter achter de gevechtshandelingen. Een ambulance kon dichtbij komen en zonder probleem evacueren.”
Na een aantal missies werden de medics in de eenheid van Khristina naar achter gedrongen. „We werden bij een groep buitenlanders geplaatst. Toen zij bij de drop-point waren, hoorden we op de radio: ‘Jullie blijven daar.’ Ik zei: ‘Waarom?’ Ze zeiden: ‘Blijf in de eerste trench.’ Ik bleef vragen waarom. Toen zei mijn commandant: ‘Je loopt hier op lichamen.’ Ik zei: hoe bedoel je? Hij zei: ‘Khristina, je snapt het niet. Jij kan hier niet tegen, jij gaat proberen te kijken of iemand nog leeft en die proberen te redden, jij gaat proberen eigendommen veilig te stellen voor de familieleden. Dat kan niet.’”
Als ze tijdens het werk langs een lichaam kwam, knipte ze altijd een haarlok af of nam ze een object mee waarop iemands naam stond, zodat nabestaanden bevestiging hadden dat iemand was overleden. Maar het werd te onveilig voor medisch personeel in de loopgraven. Het zou voor Khristina’s team de laatste missie in de linies zijn.
De situatie verslechterde. Hoewel formeel beschermd als niet-strijders onder de Geneefse Conventies, werden combat medics steeds vaker expliciet doelwit in Oekraïne. Honderden werden gedood aan het front. Ze stopten met het dragen van het rode kruisje op hun uniform. Het medisch personeel werd overal langs het front steeds verder naar achter gehaald.
Khristina op een locatie van hulporganisatie Protect Ukraine, die onder meer grondrobots leverde voor haar brigade.
In de eerste helft van 2023 raakte Khristina zelf gewond. Ze wil omwille van de veiligheid niet delen waar en wanneer het precies was. Er was een explosie. Ze vloog door de lucht. Haar rug beukte gevaarlijk op haar rugzak bij het neerkomen. Botschade. Brandwonden op haar benen. Tegen het eind van het jaar was ze weer aan het werk, maar helemaal herstelde ze niet. Ze kan geen rugzak meer dragen en was door de oorlog onherkenbaar veranderd.
Nu is ze coördinator van het medisch bataljon. Ze traint militairen om zichzelf te behandelen. Vanuit een commandocentrum kijkt ze mee naar het slagveld en als iemand gewond raakt, geeft ze instructies via een drone.
Soms duurt het twee of drie maanden voor iemand geëvacueerd kan worden. Als senior medic besluit ze over het leveren van medicijnen via drones. „Bijvoorbeeld adrenaline, ketamine, fentanyl – heel gevaarlijke medicijnen, die iemand kunnen vermoorden bij de verkeerde dosering.” Aan het front levert ze ook bloeddrukmedicatie, elektrolyten, antibiotica, sterilisatiemiddelen, materiaal om de wormen van verwondingen te houden en warmte-packs tegen de kou.
Via een drone probeert ze uit te vinden hoe snel iemand ademhaalt – wat een teken kan zijn van shock of verwonding aan de luchtwegen. „Ik help militairen via een drone om goed op verwondingen te controleren. Ik moet kijken hoe we de evacuatie gaan doen, welke robot we zullen sturen. Ik bel de luchtafweer voor ondersteuning.”
Ten opzichte van 2023 hebben de medische afdelingen nu veel mogelijkheden, maar is het werk ingewikkelder geworden. De afstand tussen de gewonde en de medici is enorm. „Nu zit je af en toe hopeloos en machteloos toe te kijken via een drone. Dan is iemand zwaargewond en kun je er niet naartoe.”
Toch is de evacuatie-statistiek van haar brigade op dit moment goed: „In de afgelopen maanden hebben wij 98 procent van de gewonden levend terug naar huis gehaald. Dat is het hoogste aantal ooit. In de tijd van Bachmoet was dat andersom: 98 procent van de gewonden kon je niet bijtijds evacueren. Nou is het ook zomer, en is er meer dekking door de bladeren. Maar het hoge percentage komt echt door de inzet van grondrobots.”
Na dat gat vol lichamen in Tsjernihiv, waarvan ze dacht dat dit niemand meer zou moeten overkomen, zag Khristina nog „zeker 150” mensen sterven aan het front. Bekenden. Een paar weken geleden stierf een vriend, Clayton ‘Gingy’ Moore, een Amerikaanse militair die ze zelf tot hospik opleidde. „Hij was gewonde soldaten aan het behandelen toen ze hem zagen, waarna hij werd vermoord. Ik kan er nog steeds niet bij dat hij weg is. Ik heb vierenhalf jaar met hem gewerkt. Het was heel zwaar om zijn lichaam te zien.”
Links: David Brymer en de overleden Clayton Moore in de auto met Khristina. Rechts: Khristina met haar oud-commandant, Vladimir Mahoenin.
Ook het sneuvelen van haar oud-commandant Vladimir Manoehin kan ze niet vergeten. „We hebben hele zware missies gedaan. Bestormingen, evacuaties, alles. Met Protect Ukraine hebben we hem geholpen met spullen om een nieuwe eenheid op te zetten. Voordat hij op missie ging zei hij: ‘Ik heb een cadeau voor je, kun je het ophalen?’ Maar ik kon niet weg. Toen kwam hij naar de frontlinie en is hij vermoord. Er is niets van zijn lichaam overgebleven. Ik weet eigenlijk niet hoe ik dat moet accepteren. Ik voel me schuldig dat ik zijn cadeautje niet heb opgehaald.”
Stoppen kan ze niet. Ze is inmiddels getrouwd met een Oekraïense man die ook in het leger dient. „Als ik zou stoppen, zou ik me de hele tijd schuldig voelen. Ik zou alleen maar denken dat ik nog iets kan doen. Dat ik nog mensenlevens kan redden.
„Aan het begin van de oorlog zag je nog een soort moreel kompas. Maar nu zie je dingen die je voor een horrorfilm nog niet kan bedenken. In plaats van dat iemand snel wordt vermoord, gaan ze naast hem vliegen, angst aanjagen en achtervolgen. De militair wordt zwaar verwond zodat hij langzaam sterft. Ik zie het op de dronebeelden. Ik blijf hopen op een wonder. Dat iemand toch dekking kan vinden, dat de dronepiloot slecht is en mist. Ik blijf kijken tot het eind. Als het gebeurt word ik altijd heel kwaad. Maar ik heb niet lang om na te denken, want dan komt de volgende evacuatie al binnen.”