De Viking beleeft een wonderlijke nieuwe bloeiperiode: van de Noorse voetbaltribune tot in de sportschool (‘train als een Viking’), overal duikt de blondgelokte krijger op als inspirerend voorbeeld. Daar zit wel een heikel randje aan, zeggen critici.
Arwen Kreekel (36) is deze donderdag ruim een eeuw ouder dan haar moeder. Ze draagt een paarse tuniek met zilveren broches, in de stijl van de Merovingen, een volk dat in de 7de eeuw in Noord-Frankrijk leefde. Haar moeder, Rona Kreekel (60), zit naast haar op een rijkelijk versierde houten zetel; achter haar steunt een rond schild tegen een bed waarop een dierenvacht ligt. Zij is gekleed als Viking, om precies te zijn een Viking uit de Zweedse handelsstad Birka rond het jaar 800. Dat neemt ze serieus: ze heeft haar bril de komende dagen zo min mogelijk op.
Vorige week overnachtten ruim tweehonderd re-enactors – mensen die het verleden zo nauwkeurig mogelijk uitbeelden – in tenten in het openluchtmuseum Archeon in Alphen aan den Rijn. Ze waren hier voor het Internationaal Viking Festival, waarvan Arwen Kreekel de organisator is. Ook niet-Vikingen, zoals zij, zijn welkom. ‘Maar we noemen het voor het gemak de Vikingweek’, legt ze uit. ‘We hebben het ook een keer de Vroege Middeleeuwenweek genoemd, maar dat sloeg niet aan. En er moeten wel mensen op afkomen.’
Jammer dus voor de Friezen, Franken en Saksen, maar geen vroegmiddeleeuws volk spreekt nou eenmaal zo tot de verbeelding als de Vikingen – de Scandinavische zeevaarders die van pakweg 750 tot 1050 de kusten van Europa en zelfs Noord-Amerika aandeden om handel te drijven, hun leefgebied uit te breiden en te plunderen. In het Archeon trekken ze deze week duizenden bezoekers. Waar komt die fascinatie vandaan?
De aantrekkingskracht van de Vikingen is niet nieuw. In de vorige eeuw waren ze al goed vertegenwoordigd in de populaire cultuur, voornamelijk als kluchtige barbaren zoals in de tekenfilmserie Wickie de Viking en de strip Hagar de Verschrikkelijke.
Maar de afgelopen vijftien jaar is een ander soort Viking steeds nadrukkelijker aanwezig: de imposante strijder, meestal met blonde lokken, een baard en een forse bijl, te zien in series als Vikings (2013-2020), speelfilms als The Northman (2022) van Robert Eggers en videospellen als Assassin’s Creed Valhalla (2020).
Opvallend is dat deze Viking – krachtig, onverschrokken, agressief, maar ook nobel en verbonden met de natuur – niet alleen geliefd is als fictief personage, maar ook dient als inspiratiebron. Op internet zijn talloze Viking-work-outs te vinden, vaak met veel roeibewegingen en afgetopt met een ijsbad.
Ook bestaan er retraites waarbij je een paar dagen gaat leven als een Viking in de Noorse wildernis, om zo je ‘warrior spirit’ aan te wakkeren. En voor een paar tientjes kun je laten testen of er, zoals een aanbieder het verwoordt, ‘whispers of the North’ in je DNA zitten, door te laten ‘meten’ hoeveel procent Vikingbloed er door je aderen stroomt.
Deze zomer bereikte de Vikinghype een nieuw hoogtepunt, op het allergrootste podium. Voorafgaand aan het wereldkampioenschap voetbal poseerde de Noorse selectie voor een fjord met vikingschepen, gehuld in dierenhuiden en lederen tunieken, met schilden en bijlen in de handen. Ook de tenues van het team – met runenachtige rugnummers – waren volgens de voetbalbond een verwijzing naar de ‘onbevreesde Vikingmentaliteit’.
Het hoorngeschal vond weerklank bij de Noorse supporters, die in groten getale helmen opzetten. Bovendien bedachten zij een van de meest memorabele fenomenen van het toernooi: de ‘ro’, Noors voor ‘roei’. Na de overwinning tegen Brazilië maakte een hele tribune roeibewegingen op het ritme dat topscorer Erling Haaland, toen nog met lange blonde lokken, vanaf het veld sloeg op een grote trom.
Het was een begrijpelijke uitbarsting van vaderlandsliefde van een volk dat 28 jaar op een WK-deelname had gewacht. Geef die Noren eens ongelijk dat ze bij zo’n overwinning teruggrijpen naar zo’n prikkelend én wereldberoemd stukje geschiedenis.
Toch ontstond er onder de Noren voorafgaand aan het WK ook enig ongemak over deze Vikingenopleving. En niet alleen vanwege het gewelddadige imago dat de Vikingen al eeuwenlang aankleeft. De aanval op het Engelse klooster Lindisfarne in 793 geldt vaak als het begin van de Vikingtijd; de plundering maakte diepe indruk in christelijk Europa en droeg bij aan het beeld van de Vikingen als bloeddorstige indringers.
Er is nog een reden waarom de symboliek een beladen geschiedenis heeft. Vikingen waren bijzonder populair bij de nazi’s, die in de vroeg-Scandinavische cultuur een puur Arische – en daarmee superieure – beschaving meenden te herkennen. Ze prijkten regelmatig op propagandaposters, en een beruchte divisie van de Waffen-SS heette ‘Wiking’.
Veel hedendaagse extreemrechtse groeperingen zetten deze toe-eigening voort. Ze zien zichzelf graag als erfgenamen van de Vikingen, in hun ogen stoere en vooral witte krijgers – ook al wijst modern onderzoek uit dat de Vikingwereld door alle migratiestromen van destijds behoorlijk gemengd was.
Aan het begin van deze eeuw was in Noorwegen de neonazistische sekte Vigrid actief, geleid door een man die zichzelf presenteerde als een profeet van de noordse oppergod Odin. En voordat Brenton Tarrant in 2019 vijftig mensen doodschoot in een moskee in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, sloot hij zijn afscheidsboodschap op het forum 8chan af met ‘See you in Valhalla!’ – het hiernamaals voor Vikingen die zijn omgekomen in de strijd.
Dat betekent natuurlijk niet dat iedere verwijzing naar Vikingen en noordse mythologie van extreemrechts komt. Maar in Noorwegen zorgt het wel voor enige huiver rondom het gebruik van Vikingsymbolen, al helemaal die met een nadruk op strijdbaarheid in de nationalistische context van een sporttoernooi.
Voor de Olympische Winterspelen van 2018 ontstond bijvoorbeeld ophef toen op de officiële trui van de Noorse alpineskiërs een ‘týr-rune’ bleek te staan, naar de noordse oorlogsgod Týr. Dat teken was het symbool van de Scandinavische neonazistische groepering Nordic Resistance Movement. De truien werden van de markt gehaald.
Ook de naar Vikingen verwijzende Noorse tenues voor het WK voetbal deden stof opwaaien. De Noorse hoogleraar religiewetenschappen Jane Skjoldli, die een onderzoek naar de moderne omgang met het Vikingverleden heeft geleid, sprak in de krant Klassekampen bijvoorbeeld haar bedenkingen uit.
‘Ik ga ervan uit dat het niet zo was bedoeld, maar ik wilde waarschuwen dat dit shirt kon worden geïnterpreteerd alsof Noren zich niet bewust zijn van het extreemrechtse gebruik van deze symbolen, of zelfs alsof we sympathiseren met extreemrechtse groepen of een hypermasculien ideaalbeeld’, zegt ze via een videoverbinding. ‘Het is belangrijk om dat soort dingen te blijven bespreken, zodat we niemand buitensluiten.’
De kanttekeningen vielen niet bij iedereen in goede aarde. Mímir Kristjánsson, parlementariër voor de socialistische partij Rødt, sprak zich in de Noorse media hard uit tegen critici zoals Skjoldli. ‘Natuurlijk begrijp ik waarom Vikingsymboliek een slechte reputatie heeft’, zegt hij vanuit zijn woning in Stavanger. ‘Maar de Vikingen waren zelf niet extreemrechts. Kijk, ze hebben misdaden gepleegd. Maar de Mexicanen droegen ook shirts met verwijzingen naar de Azteken, de Japanners noemen zichzelf de ‘Blue Samurai’; dat waren ook geen lieverdjes. Bovendien ligt in Noorwegen de nadruk niet op het geweld van de Vikingen. Voor ons staan ze eerder symbool voor het overleven in de ijzige kou en voor onze band met de zee.’
‘Ik denk dat het een grote fout is om alles wat met de Vikingen te maken heeft te verwerpen omdat de nazi’s dat ooit van ons hebben afgepakt’, vervolgt hij. ‘We moeten juist vechten om het terug te krijgen. Ons Vikingerfgoed is zo krachtig, het kan mensen samenbrengen. In mijn ogen kan elke Noor een Viking zijn, ongeacht zijn afkomst. Dat heeft het WK bewezen; ik heb van verschillende mensen met een migratieachtergrond gehoord dat ze zich nog nooit zo Noors hebben gevoeld. Ik heb zelfs een filmpje gezien van kinderen in Gaza die deden alsof ze samen aan het roeien waren.’
Skjoldli benadrukte eerder in een blogpost al dat zij nooit heeft beweerd dat Vikingsymboliek per definitie extreemrechts is, maar dat ze alleen wilde wijzen op het risico van het gebruik ervan. Ze is er blij mee, zegt ze, dat haar zorg geen werkelijkheid is geworden en dat het WK vooral tot verbinding bleek te leiden.
‘Er waren wel incidenten; een filmpje van een groep roeiende vrouwen met hoofddoeken kreeg online veel racistische reacties’, zegt ze. ‘Maar over het algemeen is de ‘ro’ een inclusieve praktijk gebleken. En het Noorse voetbalteam heeft daaraan bijgedragen door het belang van saamhorigheid te benadrukken. Het helpt dat een sterspeler als Haaland niet alleen past binnen het archetype van de onverschrokken krijger, maar dat hij ook warm, grappig en benaderbaar is.’
Toch is het volgens haar te simpel om te stellen dat de Vikingen na dit WK zijn ‘terugveroverd’ van extreemrechts, zoals Kristjánsson beweert. ‘Het zou fijn zijn als het concept politiek neutraal kan worden. Maar de geschiedenis ervan blijft bestaan. Als wetenschapper zou ik dus eerder stellen dat er deze zomer een nieuwe interpretatielaag aan het hedendaagse concept ‘Viking’ is toegevoegd. Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen historische Noorse culturen en de voorstellingen die wij nu daarvan hebben.’
Want het mag duidelijk zijn: iedereen heeft zo zijn eigen Viking. Voor de een is het een stoere krijger, voor de ander een zeevaarder. Volgens de rechts-extremist is het een superieur ras, voor de meeste Noorse voetbalsupporters een inclusief nationaal symbool. Maar wie waren de Vikingen dan echt?
Hoogleraar scandinavistiek Roland Scheel, die aan de Universiteit van Münster onderzoek doet naar de geschiedenis van het begrip ‘Viking’, heeft een verrassend antwoord op die vraag: ‘De Vikingen zijn een mythe, die stamt uit de 19de eeuw.’ Daarmee bedoelt hij niet dat er nooit Scandinavische volkeren over zee trokken, handel dreven en nederzettingen plunderden. Maar wel dat het idee van ‘de Vikingen’ als een bevolkingsgroep met bepaalde eigenschappen pas relatief kort geleden is ontstaan.
De term ‘Viking’ bestaat al langer. Uit enkele Scandinavische runeninscripties valt op te maken dat víkingr waarschijnlijk verwees naar iemand die op zeereis gaat. Een vergelijkbaar woord duikt al op in een Oudengelse woordenlijst uit ongeveer het jaar 700, waarin wicing iets als ‘piraat’ betekent. ‘Lange tijd was het in de meeste talen een verzamelnaam voor slechteriken, met allerlei etniciteiten’, zegt Scheel. ‘In latere Scandinavische boeken worden zelfs islamitische piraten rond de Straat van Gibraltar als Vikingen omschreven.’
Het volk dat wij nu zien als Vikingen, noemde zichzelf dus niet zo, zegt Scheel. De vroeg-Scandinavische culturen verschilden zelfs te veel van elkaar om ze als één volk te beschouwen. Pas in de 19de eeuw kreeg het etiket ‘Vikingen’ zijn huidige betekenis. Het was de tijd van het romantisch nationalisme, toen Europeanen hun verleden gebruikten om een nationale identiteit in het heden vorm te geven.
De Zweedse historicus Erik Gustaf Geijer speelde daarin een belangrijke rol. In 1811 schreef hij het gedicht De Viking, over een heldhaftige zeevaarder die de onverschrokkenheid van zijn landgenoten belichaamde. Daarmee droeg hij bij aan het beeld dat wij nog altijd van de Vikingen hebben. Maar Geijer en andere romantici konden nauwelijks putten uit geschreven bronnen uit de Vikingtijd zelf; daaruit zijn alleen korte runeninscripties overgebleven. Ze waren vooral aangewezen op de IJslandse sagen van eeuwen later. Daarin vonden ze een glorieuze, heidense Noorse oudheid, vol legendarische koningen, grootse reizen en epische gevechten.
Scheel: ‘Dat werd in de 19de eeuw verder uitgewerkt als historisch fundament van heel Scandinavië. Al ging waarschijnlijk slechts een half procent van die bevolkingen daadwerkelijk op zeereizen om te plunderen. De meeste mensen waren ambachtslieden en boeren.’
Zo’n bijna mythisch verleden is volgens Scheel ‘zo kneedbaar als was’. Daardoor kan het voor allerlei doeleinden worden gebruikt. De Vikingen kunnen fungeren als inspirerende strijders voor extreemrechts, maar ook als voorbeeld voor new age-hippies vanwege hun spirituele relatie met de natuur.
Ook kunnen de Vikingen dienen als toonbeeld van sterke, traditionele mannelijkheid én als protofeministen. ‘Want we weten dat vrouwen voor de bekering tot het christendom een belangrijke spirituele rol hadden bij die volkeren’, zegt Scheel. ‘Tegelijk bestaat het vermoeden dat vrouwen pas na de kerstening meer rechten in hun gemeenschap kregen. We weten het gewoon niet precies.’
Een andere behoefte die de Vikingen volgens Scheel vervullen is die aan westerse voorouders waarop je trots op kunt zijn zonder de nare bijsmaak van kolonialisme. ‘Terwijl de Vikingen ook slavendrijvers waren. Maar daarop ligt zelden de nadruk.’
De manieren waarop wij naar de Vikingen kijken, zeggen volgens Scheel dan ook meer over ons dan over de Vikingen zelf. Zo vermoedt hij dat de huidige fascinatie voor vechtende Vikingen iets te maken heeft met de geopolitieke spanningen van nu. Ook wordt de term Vikingen volgens hem steeds vaker – ten onrechte – gebruikt voor Scandinaviërs als etnische groep. ‘Beelden van het verleden zijn altijd een spiegel van het heden’, concludeert hij.
Ook de re-enactors op het Internationaal Viking Festival ontkomen daar niet aan. Wel proberen ze de historische werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen, door eindeloos veel over het onderwerp te lezen en de nieuwste archeologische en antropologische inzichten te volgen.
‘Zo kunnen we de Hollywoodmythes tot op de centimeter ontkrachten’, zegt Rona Kreekel. Dat de Vikingen geen helmen met hoorns droegen, een beeld dat bekend werd door de opera Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner, weten de meeste bezoekers inmiddels wel. ‘Maar we laten mensen ook altijd de wapenuitrustingen optillen, om te voelen hoe zwaar ze zijn’, vervolgt ze. ‘Daardoor begrijpen ze dat veel gevechten in films niet kloppen. Je kunt niet anderhalf uur staan hakken met 40 kilo aan je lijf. Het verbaast ook veel mensen hoe verfijnd de geweven stoffen zijn die ik draag. Misschien omdat ze de Vikingen vooral als woeste barbaren zien.’
Een eind verderop zit Jacqueline Eman (63) bij een smeulende vuurkorf. Ze is voorvrouw en spiritueel leider van haar re-enactmentgroep The Blood Axes. Haar vader nam haar al mee naar dit soort evenementen. Elf jaar geleden pakte ze het weer op omdat ze haar kinderen ‘iets anders dan tv-kijken’ wilde meegeven. ‘Hier ontwikkel je zelfredzaamheid: als je honger hebt, moet je beginnen met een vuurtje maken.’
Het beeld van de Viking als onverschrokken krijger vindt ze te beperkt. ‘Uiteindelijk waren het gewoon mensen: vrouwen, vaders, moeders, dochters en zonen.’ Voor Eman draait het Viking-zijn om gemeenschapszin, waarvan onze individualistische tijd volgens haar wel wat meer kan gebruiken.
In de ‘echte’ wereld werkt ze met dak- en thuisloze jongeren. Ook aan hen probeert ze die waarden mee te geven: een steentje willen bijdragen, maar ook op anderen durven vertrouwen. Iedereen die zo leeft, kan wat haar betreft een Viking zijn, ongeacht zijn of haar afkomst. ‘Het is meer dan bloed, het is een drive, een wens om ergens deel van uit te maken.’
Projecteert ze haar eigen idealen dan niet te veel op de Vikingtijd? ‘Wat maakt dat uit?’, kaatst ze terug. ‘Dat zullen we toch nooit zeker weten. Mij gaat het erom dat we er iets waardevols van kunnen leren.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant