Mest dumpen in Brussel, toegangen blokkeren en ‘optoeren’ naar Den Haag: boerenprotesten met trekkers zijn niets nieuws. Al ruim een halve eeuw geleden kenden boeren de kracht van de tractor als pressiemiddel.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Boeren kennen al decennia de voordelen van tractoren bij demonstraties. Je kunt er bijvoorbeeld gemakkelijk een spandoek vol koeienletters op bevestigen. ‘Heer red ons, wij vergaan’, was in 1974 bij een trekkercolonne in het centrum van Doetinchem te lezen. ‘No farmers, no food’ is sinds de stikstofcrisis in 2019 uitbrak een veelgebruikte protestleus op landbouwvoertuigen.
Maar het grootste wapen van het – met de jaren alsmaar groeiende – gevaarte is toch vooral het intimiderende karakter. Van stikstofkaartjes tot verplichte voorschriften voor koeienvoer: onder druk van boeren in tractoren werd de afgelopen jaren menig stikstofbeleid teruggedraaid of afgezwakt.
Was enkel de aanwezigheid van de vaak honderden machines niet genoeg, dan werd het ding geregeld gebruikt als extra drukmiddel. Bijvoorbeeld door op het Binnenhof tot op de trappen van de Ridderzaal te rijden (1990) of, recenter, door de deur van het Groningse provinciehuis te forceren (2019).
Ook vaak gezien: trekkers met aanhangers vol landbouwproducten om achter te laten op de protestlocatie. Soms uien en aardappelen vanwege lage prijzen, andere keren gaan er hakselaars mee om gras als confetti mee rond te spuiten, zoals toen boze boeren voormalig landbouwminister Christianne van der Wal (VVD) in 2022 thuis opzochten.
In politiek Brussel gaat het er geregeld onsmakelijker aan toe, als er weer eens een giertank met mest op straat wordt geleegd. Iets onschuldiger was in 2017 het spuiten met melkpoeder, wat een gigantische stofwolk veroorzaakte tijdens de vergadering van Europese landbouwministers.
Deze boerenprotestacties krijgen vaak bovengemiddeld veel aandacht. Niet zo gek, zegt Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar sociale verandering en conflict aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Drie criteria leiden er volgens haar vaak toe dat protesten het achtuurjournaal halen. ‘Als de randen van de wet worden opgezocht, als er geweld wordt gebruikt en bij een (onverwacht) grote opkomst’, zegt ze. ‘Honderden tractoren op de snelweg of andere plekken waar ze niet mogen komen, vormen doorgaans de ideale mix van die drie criteria.’
Niet dat boeren zich onmiddellijk bewust waren van de demonstratiekracht van hun machines. In 1961 kwamen de Vrije Veluwse Boeren nog met de auto om bij Vaassen de Rijksweg tussen Zwolle en Apeldoorn te blokkeren. Dit gebeurde uit solidariteit met hun leider, die weigerde landbouwheffingen te betalen. Dat was niemand minder dan Hendrik Koekoek, die als Boer Koekoek naam zou maken in de politiek.
Ook zonder imposante trekkers zette de politie destijds al pantserwagens in, bedoeld om de boeren af te schrikken. Dat werkte, blijkt uit een opname van het polygoonjournaal uit die tijd. ‘Boer Koekoek en de secretaris van zijn organisatie, de heer Harmsen, zagen hun actie in elkaar klappen’, zegt de nieuwslezer. ‘Later verklaarde het tweetal geen wegen meer te zullen blokkeren nadat het duidelijk was geworden dat zij op deze wijze hun doel nooit zouden bereiken.’
Hadden ze hun doel wel bereikt als er trekkers waren ingezet? Wie zal het zeggen. Wat zeker is: in de jaren erna zou dat veelvuldig gebeuren, vaak gericht tegen het schaalvergrotingsbeleid dat de Nederlandse Eurocommissaris Sicco Mansholt voerde vanuit Brussel.
De ironie wil dat de protesten nu juist zijn gericht tegen beleid dat die schaalvergroting moet terugdraaien. Dat de trekker daarbij meer dan ooit als machtsmiddel wordt ingezet, heeft volgens hoogleraar Van Stekelenburg te maken met de sterke mate waarin demonstrerende boeren tegenwoordig in appgroepen zijn georganiseerd.
Overigens werden die al voor de stikstofcrisis aangemaakt, en met een ander doel dan mobiliseren tegen beleid. In reactie op stalinvallen door dierenactivisten werd belangenorganisatie Farmers Defence Force opgericht. Zo ontstonden in het hele land clusters boeren die konden uitrukken als een collega weer eens ongenood bezoek kreeg.
‘In zekere zin zijn de protestboeren als tegendemonstranten begonnen’, zegt Van Stekelenburg. ‘Toen met het stikstofbeleid hun identiteit werd bedreigd, bleken deze groepen uitstekende manieren om boeren te mobiliseren. En toen ze zagen dat het effect had, bleven ze de trekker pakken.’
Na wat rustiger jaren worden zij nu weer geregeld opgeroepen tot ‘optoeren’: afreizen naar een afgesproken locatie om te demonstreren. En met tegenwoordig driehonderdduizend trekkers in Nederland (CBS), laten de meeste boeren dan hun auto staan.
Source: Volkskrant