Home

Hoe gaat het op de Veluwe sinds de komst van de wolven? ‘Ze horen hier thuis’

Alle problemen die de Nederlandse natuur raken komen samen in de Veluwe, ziet Caspar Janssen. Wat voor gevolgen heeft de aanwezigheid van wolven voor de andere dieren? En hoe gaat het met het ecoherstel op De Hoge Veluwe?

schrijft voor de Volkskrant over natuur, biodiversiteit en landschap.

Puffen onder de beuken. Met Frank Theunissen, boswachter van Natuurmonumenten, loop ik een stukje Planken Wambuis op, door een van de lanen in het natuurgebied op de Zuidwest-Veluwe. Typisch Veluws landschap, Planken Wambuis, kun je zeggen: heide, stuifzand, oud hakhoutbos en – nog altijd – veel dennenbos. En de nodige sporen van vroegere menselijke activiteit.

Nu is het extreem rustig, weinig mensen zijn zo gek om hier te gaan wandelen: het is bijna half augustus, 35 graden, de eerste regen sinds lange tijd zal pas over een paar dagen vallen. Een graasweide is geel, net als een akkertje met biologische granen, op een plek waar in vroeger tijden ook graan werd geteeld. Nu dienen de akkers een ander doel: ze zijn er voornamelijk voor de akkerflora en voor de vogels, die er in de winter nog voedsel kunnen vinden.

Om de graanakker staat een wolfwerend hek, 1,30 meter hoog, naar de laatste inzichten over sprongkracht van de wolf. En daarmee is het beestje bij de naam genoemd. Zeven roedels leven er inmiddels op de Veluwe, nadat de eerste wolven zich in 2018 hebben gevestigd.

De Veluwe staat op vele manieren onder druk. In een drieluik bezoekt Caspar Janssen een aantal parels in het natuurgebied en onderzoekt hij hoe de Veluwe ook in de toekomst kan floreren.
Lees hier deel één: de droogte, de beken en de bomen.

Bij Natuurmonumenten was er aanvankelijk terughoudendheid bij het geven van veel ruchtbaarheid aan de aanwezigheid van de wolf op de Zuidwest-Veluwe. Frank Theunissen: ‘We hadden de eerste wolvensporen gezien. En ik vond dat geweldig. Een toppredator in ons gebied, de ontbrekende bovenste schakel in de voedselketen.’

In beeld

Hij mocht twee cameravallen plaatsen, op strategische plekken. En al snel verschenen er wolven in beeld. ‘Maar we deden niets met die beelden, we hielden ze voor ons. Ik heb toen gezegd: ‘Het enige wat mensen nu zien zijn wolven met kooloogjes in de nacht met een schaap in de bek. We moeten ook die andere wolf laten zien.’’

Uiteindelijk kreeg hij toestemming om de beelden te verspreiden. Met enige regelmaat plaatst Theunissen sinds een jaar of drie korte filmpjes op sociale media waarin we wolven zien die door edelherten worden afgeschud in een poel, wilde zwijnen die zich verdedigen tegen een groep wolven, edelherten op de vlucht voor wolven in het open veld, een roedel wandelende wolven met spelende welpen, et cetera.

Met leuke ‘bijvangsten’, zoals een zwarte ooievaar of een zeearend bij de poel. De filmpjes zijn populair. ‘Ik geef er ook altijd uitleg bij, over wat er gebeurt, over welke rol de wolf speelt in het ecosysteem op de Veluwe, wat er verandert aan het gedrag van andere dieren, dat soort dingen.’

Het treft dat hij zelf redelijk nuchter is, en bestand tegen de reacties. ‘Ik doe dit voor mensen die geïnformeerd willen worden, die genieten van de beelden en geïnteresseerd zijn in de dynamiek. Dat zijn er gelukkig heel veel. Ik heb geen geduld met mensen die roepen dat ze alle wolven moeten doodschieten, die weigeren nuance aan te brengen, die blok ik gewoon.’

Waar hij ook wel klaar mee is, zegt hij, is ‘het gezwets’ over dat Nederland te klein is voor wolven. ‘Wolven horen hier thuis en ze gaan als een tierelier. Hier op de Veluwe staat de wolf tot in zijn nek in het eten. En dan heb ik het alleen over wild, niet over schapen.’

Weer prooidier geworden

De vraag is wat de aanwezigheid van de wolven teweegbrengt in de Veluwse natuur. ‘Heel veel’, durft Theunissen wel te zeggen, nu hij het inmiddels acht jaar op de voet volgt. Vaststaat is dat het gedrag van edelherten, wilde zwijnen en reeën enorm is veranderd. ‘Ze zijn weer prooidier geworden, een rol die ze honderd jaar niet gehad hebben. Je zou kunnen zeggen dat ze een veel natuurlijker gedrag vertonen.

‘Weerloos zijn ze zeker niet. Ik verbaas me elke keer weer over wat ze nu weer hebben verzonnen. Hoe ze zich weten te verstoppen, hoe ze zich weten te verdedigen, hoe ze toch jongen groot weten te krijgen. Dat is een continu proces, er zijn steeds weer nieuwe ontwikkelingen. We zien nu bijvoorbeeld dat wilde zwijnen in veel grotere groepen zijn gaan lopen. Vroeger telden die rotten misschien twintig dieren, nu lopen ze in groepen van soms wel vijftig. Zo zijn ze dus veiliger. Ik vind dit soort veranderingen fascinerend.’

De invloed van de wolf op het terreingebruik van de hoefdieren is evident, aldus Theunissen. ‘Voordat de wolf er was gingen edelherten de hele nacht staan vreten op een plek waar ze overdag niet konden komen omdat daar mensen liepen. Als de eerste mensen kwamen, trokken ze zich weer terug en gingen rusten.

‘Die tijd is voorbij. De edelherten moeten nu 24 uur per dag opletten, want die wolven lopen met ze mee. Met als gevolg dat edelherten het hele terrein gebruiken, en sommige delen van het terrein langer ongemoeid laten. Daardoor krijgt bosverjonging weer een kans. Dat heeft dus niet alleen te maken met de aantallen grazers, maar ook met de benutting van het terrein.’

En de wolf heeft ook een gunstige invloed op de gezondheid van de prooidierpopulatie, aldus Theunissen. ‘De wolf pakt de zwakste exemplaren. Dat kunnen wij met het geweer lang niet zo goed.’

Maar toch, de veronderstelling dat de wolf alle problemen wel zal oplossen, blijkt ook niet helemaal juist, vooralsnog althans. Natuurmonumenten besloot in 2021 om te stoppen met het beheren door afschot van wilde zwijnen en edelherten in de leefgebieden van de wolf.

‘We wilden zien wat er ging gebeuren, of de wolf het alleen afkon. En in 2022 stierven wilde zwijnen massaal wegens voedselgebrek, het was een extreem slecht eikeljaar. In dit hele leefgebied waren minder dan vijftig wilde zwijnen over. Ik was toen zo optimistisch om te denken dat de wolven het daarna wel alleen zouden kunnen onderhouden. Maar nu hangen de wilde zwijnen er weer met de benen uit.’

Soortenrijkdom

Ook de populatie edelherten op Planken Wambuis wordt, ondanks de predatie, weer iets groter. Dat botst met andere doelstellingen, zoals bosverjonging en het ‘verloofen’ van het bos. En het streven naar meer soortenrijkdom in het bos. Want edelherten blijven wel van snel opkomende dennen af, maar de jonge eikjes zijn niet te versmaden voor de hoefdieren.

En wilde zwijnen dragen weliswaar bij aan biodiversiteit, maar bij grote aantallen verkeert dat effect in het tegendeel, meent Theunissen, bijvoorbeeld omdat de zwijnen dan alle beestjes uit de strooisellaag opeten. Dit jaar zal er daarom voor het eerst ook weer met het geweer worden beheerd. Frank Theunissen: ‘Dat wordt niet altijd begrepen, maar bosverjonging lukt alleen als je een lage wildstand hebt.’

Zelf heeft Frank Theunissen inmiddels al vaak oog in oog gestaan met de wolf. Zeker een intense ervaring, zegt hij, maar niet vanwege het gevaar. ‘Een wild zwijn tegenkomen, een zeug die haar jongen beschermt, dat kan wel gevaarlijk zijn.’

Hij beschouwt zichzelf zeker niet als ‘wolvenknuffelaar’. ‘Als er probleemwolven zijn, dan moet je die afschieten. Maar het beheren van wolven, zoals sommige politici voorstellen, is geroep voor de bühne. Op het moment dat je hier een wolf doodschiet is er vanuit Oost-Duitsland al een nieuwe onderweg. De wolf reguleert zichzelf, er zit zeker een maximum aan het aantal roedels dat hier kan leven.’

Bescherming

Uiteindelijk zal het besef doordringen dat de wolf hier zal blijven, denkt hij. ‘Er zijn al steeds meer schaapskuddes op de Veluwe waar ze bewakingshonden gebruiken om wolven uit de buurt te houden. En dat werkt. In het dorp waar ik woon, zit een schapenhouder. Hij heeft direct toen de eerste wolf op de Veluwe was goede hekken geplaatst. Hij zei: ‘Frank, ik hou van mijn dieren, dus bescherm ik ze.’

‘Zo hoort het dus. Overal ter wereld beschermen boeren hun vee. En daartoe zijn ze ook verplicht. Schapenhouders krijgen hier nota bene subsidie om hekken te plaatsen. Als ze dat niet doen, dan komt dat vaak omdat ze de wolf niet in Nederland willen. En ze komen ermee weg omdat de overheid ze niet beboet.’

Er zijn weer wolvenwelpen in het gebied. Dit jaar iets meer verborgen dan andere jaren, tot opluchting van de boswachter. Vorig jaar waren de welpen te zien vanaf een weg en trokken ze honderden natuurfotografen. ‘Die fotografen kwamen veel te dichtbij, sommigen gingen zelfs meerennen met de wolven om hun plaatje maar te schieten.

‘Op een gegeven moment kwamen ze ook uit Duitsland. Die Duitse fotografen gingen die welpen lokken met voer. Zo verpest je alles. Je moet wolven vooral niet leren dat er bij mensen iets te halen valt. Wij stonden tamelijk machteloos. We konden ze niet wegsturen, want het was een openbare weg. Luisteren naar ons deden ze ook niet. Voor mij was dat wel weer een bevestiging: als er al een probleem is met de wolf, dan komt dat omdat mensen het dier niet met rust kunnen laten.’

Nationale Park De Hoge Veluwe

Naar de buren dan. Puffen op de hei en op het stuifzand, in het Nationale Park De Hoge Veluwe. Er was het nodige te doen over het ecoduct dat Planken Wambuis en het park verbindt. Het park, dat in particulier eigendom is, plaatste in 2022 hekken om edelherten, wilde zwijnen, maar vooral de wolf te weren. De wolf, omdat die zich vergreep aan weerloze moeflons, iconen van het park.

Het hek, dat haaks staat op het doel van een ecoduct, verbinding, is inmiddels verlaagd. De overgebleven moeflons, een schapensoort die in het wild voorkomt op Corsica en Sardinië, zijn nu zelf achter wolfwerende hekken op het terrein van het park geplaatst.

De Hoge Veluwe neemt een nogal aparte positie in op de Veluwe, vanwege een beleid dat in sommige opzichten afwijkt van dat van alle buren. Een doorn in het oog van iedereen die de Veluwe graag als een geheel ziet. Maar soms klinkt er ook bewondering door in de commentaren. Zo lukt het met de bosverjonging op De Hoge Veluwe bijvoorbeeld wel, tot op zekere hoogte, omdat het aantal edelherten consequent laag wordt gehouden.

Heide opkalefateren

En het park probeert al tientallen jaren op alle mogelijke manieren de heide op te kalefateren. Om die heide gaat het me vandaag. Op de befaamde witte fietsen van het park fiets ik met ecoloog Joost Vogels vanaf de zuidelijke ingang bij Schaarsbergen het park in. Vogels doet al jaren onderzoek naar heideherstel namens de Stichting Bargerveen, die zich vooral richt op het herstel van ecosystemen.

Het is niet zijn liefhebberij, zegt hij, om de strijd aan te gaan met de ontkenners van het stikstofprobleem, al kan hij het soms niet laten om ‘de grootste onzin’ op sociale media te weerleggen. Liever legt hij gewoon uit wat er aan de hand is met de heide, en welke noodgrepen – want dat zijn het – de schade kunnen herstellen. Al zegt hij dan weer wel: ‘Die maatregelen zijn alleen echt zinvol als je de deken van stikstof eruit haalt.’

We staan al snel bij een eerste onderzoeksplotje, nota bene binnen in het nieuwe, omheinde moeflongebied. Even verderop op het Reemsterveld zien we een lappendeken, waar precies te zien is waar de heide ooit is afgeplagd (de bovenste grondlaag weghalen) en waar niet. Op de ooit afgeplagde stukken – tot voor dertig jaar terug de methode om heide te herstellen – bloeit paarse struikheide. Op de andere stukken overheerst het pijpenstrootje, daar is de heide vergrast.

Ecologisch waardevol heideveld

Maar heide is veel meer dan struikheide. Een ecologisch waardevol heideveld is ook bloemrijk, er bloeien tientallen soorten plantjes, het wemelt er van de vlinders, bijen en andere insecten, waarvan weer tientallen vogelsoorten profiteren. Die heide bleek niet terug te komen door het afplaggen. Eerder onderzoek van Vogels en anderen toonde aan waarom niet: omdat met het afplaggen van de door zwavel en stikstof verzuurde heide ook de broodnodige elementen in de ondergrond – calcium, kalium, maar vooral fosfor – werden afgegraven.

In het plotje waar we nu staan deed Vogels vergelijkend onderzoek. En al is het door de droogte moeilijk te zien – het is vooral een goede dag om de stapeling van problemen te zien – het onderzoeksvak waar na het plaggen fosfor werd toegevoegd bleek de hoogste biodiversiteit op te leveren en de hoogste voedingswaarde voor karakteristieke insecten, zoals krekels. Het toevoegen van kalk had echter een gemengd resultaat: beter voor de diversiteit van planten, maar de voedselkwaliteit van insecten nam er juist door af.

Een technisch verhaal, en om het toch maar even grof samen te vatten: de zandgronden in Nederland zijn van nature arm aan mineralen. Die mineralen vormen een buffer tegen verzuring, maar zijn niet bestand tegen de mate van verzuring door zwavel en stikstof, die neerslaat. Het zwavelprobleem – de zure regen – is in Europa in de jaren negentig voortvarend teruggedrongen, onder meer door het weren van zwavelhoudende brandstoffen.

Maar de stikstofdepositie is onvoldoende teruggedrongen. Vogels: ‘Stikstof is ook een voedingsstof, die door planten wordt opgenomen en dat proces draagt nog eens bij aan extra verzuring. Die bodems kunnen dat niet meer bijbenen.’ Het gevolg is dat eigenlijk alle planten die van nature voorkomen in heischrale landschappen het afleggen.

En niet alleen dat. Het gebrek aan elementen en de toename van stikstof leidt er ook toe dat de voedselkwaliteit van die planten afneemt en er dus ook minder insecten rondvliegen. Meer indruk maakte onderzoek waaruit bleek dat koolmezen te weinig kalkrijk voedsel vinden op de Veluwe, waardoor eierschalen te dun zijn en vroegtijdig breken, en dat jonge koolmeesjes hun pootjes breken.

Aangerichte schade

Een hopeloze situatie, zou je zeggen. Zelfs al zou de stikstofdepositie nu volledig stoppen, de schade is al aangericht, beaamt Vogels, en het kan nog tientallen jaren duren voordat de natuur zich herstelt. Toch wil hij er geen al te dramatisch verhaal van maken. Dus staan we even later bij stukjes stuifzand waarop het uitstrooien van steenmeel, fijngemalen gesteente, goede effecten heeft gehad.

Een kenmerk van steenmeel, afkomstig uit de bergen, is dat het een veelvoud aan benodigde mineralen, traag en subtiel afgeeft. Dat heeft hier bijvoorbeeld tot effect gehad dat het grijs kronkelsteeltje, een mossoort die het stuifzand vastlegt en weinig ruimte laat voor andere plantensoorten, is teruggedrongen. Bloeiende kruiden keerden terug, de insectenstand verdrievoudigde en in het voorjaar meldden zich weer vogels, zoals de boomleeuwerik en de tapuit, vanwege die insecten.

Ook op de heide werkt steenmeel, maar het effect is vooralsnog minder spectaculair. Vogels: ‘Je moet bij dit soort maatregelen erg opletten met de dosering, met de reactiviteit van het product en rekening houden met de ondergrond, het bodemtype, die varieert op de Veluwe ook nog. Als je te rigoureus ingrijpt bestaat het gevaar dat de balans te ver doorslaat of zelfs dat er een averechts effect is.’

Even later parkeren we de fietsen bij een stuifzandvlakte, De Pollen, door het park zo’n dertig jaar geleden in ere hersteld. Vogels: ‘Mensen denken vaak: wat levert stuifzand nu op. Maar in dat stuivende zand zitten toch nog wat mineralen. En juist aan de randen van die gebieden, waar dat zand neerslaat, zie je dan toch weer kruiden groeien en vlinders vliegen.’

Nog een inzichtelijker plaatje, even later, bij een oude opstelplaats van vliegtuigen, uit de tijd dat de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog een deel van het park gebruikten als landingsbaan. Hier, op een soort driehoek, waar tot na de oorlog asfalt lag, is in juni nog een stukje bloemrijke heide te zien zoals ze ooit op veel meer plekken voorkwamen.

‘Op dit stukje bloeien wel veertig soorten planten’, zegt Vogels. Door de droogte nu lastig te zien, al staan er nog wel zandblauwtjes en grasklokjes in bloei, en Vogels ontwaart zelfs het zeldzaam geworden heidezegge. Waarom hier wel? Vanwege de resten van al dat steen, weet Vogels. ‘Die mineralen daarin, die nog altijd niet helemaal zijn verweerd, leveren hier nog voldoende elementen en buffering tegen de verzuring.’

Heide behouden

Op de weg terug naar de ingang stel ik vraag dan uiteindelijk toch maar. Loont het nog wel de moeite, is de strijd niet verloren, waarom is het zo belangrijk om die heide te behouden? Een vraag in de categorie: wat heeft het leven voor zin, vindt Vogels. ‘Je kunt ook vragen: waarom hebben we in Nederland zo veel meer landbouwdieren dan mensen?’

Maar goed, dan komt er toch een antwoord: ‘Nederland is samen met Denemarken het heideland van Europa geweest. We hebben nog maar 20 procent van die heide over. De rest is ontgonnen geraakt, sinds de uitvinding van de kunstmest, het zijn nu vooral maisakkers.

‘Los van de biodiversiteit die je wilt behouden geeft de heide ook een doorkijkje naar waar we vandaan komen, naar hoe de landbouw vroeger was, naar hoe het landschap er toen uitzag. We gaan met z’n allen naar de bergen om die prachtig mooie berglandschappen te zien, met al die geweldige plantjes die er groeien. En heidelandschappen hebben opvallend veel gemeen met berglandschappen.

‘Heel veel van de soorten die hier voorkomen, alle zeldzame soorten van het heischrale grasland, komen van nature ook in de bergen voor. Met andere woorden: het zou hier net zo mooi en biodivers kunnen zijn als in de Alpen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next