Waar hebben we de Eerste Kamer nog voor nodig, nu er zo weinig wetsvoorstellen zijn? Laat senatoren niet minder reflecteren, maar eerder en publieker, en wel op politieke richtingen die nog verbeeld moeten worden. Zoals het thema van de vergrijzing.
Wat doet een senator nu precies? Dat klinkt lulliger dan ik het bedoel, want de vraag is serieus. We noemen de Eerste Kamer onze chambre de réflexion. Je ziet 75 wijze mensen voor je die kauwen op sigaren en peinzen of wetten het landsbelang dienen. Maar reflecteren doe je ergens óp. En traditioneel was dat op een gestage stroom wetten.
Wat weinig mensen doorhebben: die stroom is voor een groot deel opgedroogd. Het gaat tegenwoordig eerder om een straaltje. Tien jaar geleden behandelde de Eerste Kamer nog 139 wetsvoorstellen, begrotingen niet meegerekend. Dit jaar worden het er naar verwachting 52. In tien jaar is bijna twee derde van de wetgevingsstroom verdampt.
Over de auteur
Toine Donk is oprichter van uitgeverij Das Mag. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat roept vanzelf de vraag op: waar moet onze chambre de réflexion op reflecteren als er nog zo weinig wetsvoorstellen langskomen?
De afnemende wetgevingsstroom brengt een oude discussie aan de oppervlakte: wat de Eerste Kamer met zichzelf moet. Neem een legendarische NRC-reportage uit 2001, met mooie uitspraken als:
‘Als je iets geheim wilt houden, moet je het hardop in de Eerste Kamer roepen.’
‘Er komt nooit een hond op af en journalisten mijden (Eerste Kamerleden, TD) als een besmettelijke ziekte.’
‘De Jellinek-kliniek voor aan lager wal geraakte politiek verslaafden.’
U denkt misschien: zure observaties van mensen die er van buitenaf tegenaan schoppen. Maar het geestige is dat ze allemaal uit de monden kwamen van de beste experts: senatoren zelf. Mijn favoriet is die van een inmiddels overleden CDA-senator, Alfons Dölle: ‘Ik praat positief over de Eerste Kamer. Hopelijk doe ik dat niet om de zinloosheid van mijn bestaan te ontkennen.’
Een kwart eeuw later vindt de senaat haar meest zichtbare rol steeds vaker in het politieke spel, in het functioneren als een tweede Tweede Kamer. Onlangs, bij de behandeling van de asielwetten van Marjolein Faber, was het politiek razend spannend in de senaat. Er ontspon zich een machtsspel waarbij een gemiddelde stemronde van Expeditie Robinson kneuterig afsteekt. Partijen hielden hun kaarten tegen de borst, liepen over naar een ander bondje en de PVV stemde uiteindelijk tegen een wet die ze ervoor nog als haar grote overwinning had gevierd.
Zo zie je: zodra de politieke omstandigheden veranderen, verandert de senaat mee. En dat toont ook iets anders, namelijk hoe kneedbaar onze democratische instituties zijn. Omdat de democratie in onze samenleving een haast religieuze status heeft, vergeten we hoe vaak haar vermeende dogma’s al zijn veranderd. Dat de Tweede Kamer zelf de regie voert over de kabinetsformatie vinden we nu vanzelfsprekend, maar tot 2012 deed de koning het.
Dat een kabinet opstapt als het vertrouwen van de Tweede Kamer weg is, werd pas na een conflict met Willem III vaste praktijk. Het staat nergens in de wet. En politieke partijen, die tegenwoordig het hele parlementaire spel bepalen, bestonden vroeger nauwelijks. Ze worden nog altijd niet in de Grondwet genoemd.
Wat nu voelt als de natuurlijke democratische orde der dingen, is dat helemaal niet.
Als het op de Eerste Kamer aankomt, is er amper sprake van een natuurlijke orde. De Grondwet is vrij summier over haar en is bovendien meermaals herzien. De senaat wordt indirect gekozen, voor vier jaar en mag wetsvoorstellen alleen aannemen of verwerpen. Ook kan ze de regering bevragen en onderzoek doen.
Maar dat zijn slechts spelregels, geen taakomschrijving. Welke functie de Eerste Kamer in onze democratie dient, hebben we zelf bepaald. Thorbecke noemde haar zelfs ‘zonder grond en doel’. Zijn collega Dirk Donker Curtius wilde de senaat behouden en zag zijn taak ‘niet in het stichten van het goede, maar in het voorkomen van het kwade’ – waken tegen de waan van de dag.
De Eerste Kamer is die taak hoofdzakelijk gaan invullen als het toetsen van wetgeving op ‘rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid’. Maar de Grondwet zegt slechts dat de senaat een voorstel ‘overweegt’, en in dat ene woord is de functie geschoven die we inmiddels als haar raison d’être beschouwen.
Juist nu de stroom wetsvoorstellen opdroogt, wordt de vraag naar de functie van de Eerste Kamer urgenter. Minder wetgeving hoeft niet te betekenen dat de Eerste Kamer minder te doen heeft. Het geeft haar juist de kans om opnieuw te bepalen wat ‘reflectie’ kan betekenen en vooral: wat onze maatschappij nodig heeft.
Ook de senaat zelf lijkt al langer te voelen dat een nauwe taakopvatting te weinig oplevert. Niet voor niets zei toenmalig voorzitter Jan Anthonie Bruijn in 2023 dat de senaat zijn bijnaam chambre de réflexion inmiddels op verschillende manieren invult. Een parlementair onderzoek naar privatisering. Beleidsdebatten over de langetermijnaanpak van Covid. Een werkgroep over grip op algoritmes bij de overheid.
Geweldig dat de senaat deze ruimte heeft genomen. Democratische instituties zijn geen heilige bouwwerken die we alleen mogen onderhouden; ze zijn gemaakt om een samenleving te dienen. Hun vorm is altijd veranderd. De vraag is dus niet óf we ze mogen kneden, maar waartoe we ze vandaag nodig hebben.
En waartoe we de senaat nodig hebben, lijkt me kristalhelder. Kijk, de Tweede Kamer wordt vrijwel volledig opgeslokt door de politieke dagkoers. Het volgende debat, de volgende peiling, het volgende mediarelletje. Grote problemen waarvan we al decennialang weten dat ze onze maatschappij zullen ontwrichten, schuift kabinet na kabinet voor zich uit. Onze maatschappij schreeuwt om reflectie, alleen anders dan de senaat nu doet.
Ik zou die vorm buitenparlementaire verbeelding willen noemen: reflectie die eerder begint en verder reikt dan het parlement zelf.
Echte politiek begint immers vaak voordat er überhaupt een wetsvoorstel ligt. Welk probleem vinden we belangrijk? Hoe begrijpen we het? Welke offers accepteren we daarvoor?
En reflecteren moet niet alleen naar voren, het moet ook naar buiten. Jürgen Habermas liet zien dat democratie niet alleen ontstaat in parlementen en ministeries, maar juist ook in de publieke sfeer daaromheen, waar ideeën circuleren en botsen. Dat betekent dat reflectie niet mag vernauwen tot een plenair debat of een commissierapport.
Senatoren willen die publieke sfeer maar al te graag bereiken; de geringe zichtbaarheid van de Eerste Kamer is al jaren een punt van frustratie. Dat maakt ook begrijpelijk waarom het politieke spel zo aanlokkelijk is. ‘Alleen het tumult is kennelijk nieuwswaardig,’ zei senator Annelien Bredenoord (D66) een paar jaar geleden. Maar als de senaat zijn zichtbaarheid zoekt via traditionele media, wordt ze alleen interessant op de momenten dat ze het meest op de Tweede Kamer lijkt: wanneer een kabinet in problemen komt of een enkele stem opeens beslissend blijkt. De oplossing is niet méér politieke spanning produceren om de krant te halen.
En ook niet dat ‘de Eerste Kamer’ ineens een publieksprogramma begint. De hedendaagse publieke sfeer is nu eenmaal sterk gepersonaliseerd: aandacht hecht zich aan herkenbare stemmen, niet aan commissies of instituties. Buitenparlementaire verbeelding begint bij senatoren die zelf met eigen onderwerpen en ideeën naar buiten treden.
De publieke ruimte voor dat soort denkwerk bestaat allang. Podcasts, essays, Substack en YouTube-kanalen zijn al jaren biotopen voor politieke ideeënvorming. Dat zijn geen marginale internetniches meer: zelfs De Groene Amsterdammer signaleert inmiddels hoe individuele denkers op Substack tienduizenden lezers om zich heen verzamelen. Daar hoeft niet steeds een winnaar te worden aangewezen. Daar is er ruimte om een vraag langer open te houden dan de politieke dagkoers toestaat, om een probleem eerst in zijn geheel te bekijken.
Ter illustratie: een typisch voorbeeld van zo’n groot probleem is de vergrijzing. Al decennialang weten we dat die ons voor enorme uitdagingen zal stellen. Toch reageert elk kabinet vooral met losse ingrepen: hier drie maanden erbij voor de AOW-leeftijd, daar minder toegang tot verzorgingshuizen. En zo vechten we steeds weer over een maatregel, terwijl het grotere gesprek uitblijft: wat doet een ouder wordende bevolking met werk, zorg, wonen en solidariteit?
Precies op die schaal kunnen senatoren iets toevoegen wat elders in de politiek ontbreekt. We doen alsof democratische instituties een natuurlijke vorm kennen, maar ook de chambre de réflexion is ooit bedacht en meermaals opnieuw geïnterpreteerd. Waarom zou dat proces nu plotseling zijn voltooid? Als de stroom wetten afneemt, laat senatoren dan niet minder reflecteren, maar eerder en publieker – op politieke richtingen die nog verbeeld moeten worden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant