Klaus-Michael Kühne werkte zich op tot een van de grootste en rijkste naoorlogse ondernemers van Duitsland. Kühne ontkende tot zijn dood dat hij die rijkdom deels te danken had aan het gifzwarte naziverleden van het familiebedrijf Kühne+Nagel.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De verslaggever van Der Spiegel die vorig jaar bij de grootondernemer Klaus-Michaël Kühne over de vloer kwam, wond er geen doekjes om. De miljoenen die Kühne had gedoneerd aan goede doelen hadden hem niet populairder gemaakt, zei de journalist. ‘U bent als een rijke oom, die geschenken uitdeelt maar toch door velen niet wordt geliefd. Probeert u liefde te kopen?’
‘Publiek geliefd worden, dat is niet mijn ambitie’, luidde het antwoord van Kühne.
Kühne overleed maandag op 89-jarige leeftijd. Hij was naar sommige maatstaven de rijkste Duitser, met een vermogen van ruim 36 miljard euro. Hij stond aan het hoofd van een van Duitslands succesvolste ondernemingen, het internationale expeditiebedrijf Kühne+Nagel.
Kühne doneerde een fikse som aan de familiestichting die 135 miljoen Zwitserse frank (144 miljoen euro) te besteden heeft aan liefdadigheid. Hij stak ook jarenlang miljoenen in voetbalclub Hamburger SV.
Desondanks was hij bij het grote publiek niet geliefd. De eerste reden was dat hij weinig op had met vakbonden. Daarnaast noemde Kühne zich een Hamburger en bezat de hij Duitse nationaliteit, maar woonde hij in Schindellegi, een dorp van ruim 3.700 zielen in Zwitserland. Officieel was dat omdat Kühne+Nagel daar sinds 1975 zijn hoofdkantoor heeft. Het kwam de ondernemer fiscaal goed uit: Kühne betaalde in Zwitserland geen cent belasting over zijn vermogen.
Wat het publieke beeld van Kühne vooral bepaalde, was echter het gitzwarte oorlogsverleden van Kühne+Nagel en de weigering van de miljardair om te erkennen dat hij daaraan een deel van zijn rijkdom te danken had.
Zijn opa August richtte in 1890 in Bremen samen met Friedrich Nagel een zeevrachtexpeditiebedrijf op. In de oorlogsjaren verdiende het veel geld met het vervoer van goederen die de nazi’s van Joden hadden afgepakt. Kühne+Nagel speelde een sleutelrol in de ‘M-Aktion’. Met die operatie verscheepten de nazi’s vanaf 1942 goederen uit ruim 65 duizend ‘verlaten Joodse woningen’ in België, Frankrijk, Luxemburg en Nederland. Dat gebeurde zogenaamd om de Duitse slachtoffers van de geallieerde bombardementen te compenseren.
Vooral het vervoer van roofbuit uit Nederland is goed geboekstaafd. Het eerste vrachtschip van de firma dat in 1942 met geroofde goederen uit Amsterdam in Bremen aankwam, bevatte 220 leunstoelen, 105 bedden, 363 tafels, 598 eetkamerstoelen, 126 kasten, 35 banken, 307 kisten met glaswerk, 110 spiegels, 158 lampen, 32 klokken, een grammofoon en twee kinderwagens, tekende Die Welt in 2015 op.
Die rooftransporten kwamen Kühne+Nagel niet zomaar in de schoot vallen: het bedrijf had er actief voor geijverd. Toen August Kühne in 1932 overleed, namen zijn zoons Alfred, de vader van Klaus-Michael, en Werner de leiding over. Een jaar later kwam Adolf Hitler aan de macht en begonnen de nazi’s aan de vervolging van de Joden. Alfred en Werner traden in mei 1933 toe tot Hitlers Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP).
De laatste hindernis voor hun volledige bekering tot het nazidom hadden de Kühne-broeders een maand eerder genomen. Ze werkten hun zakenpartner Arnold Maass het bedrijf uit, een Joodse ondernemer die met een belang van 45 procent de grootste aandeelhouder was. Maass kreeg geen afkoopsom en werd begin 1945 vermoord in het concentratiekamp Auschwitz. Na de oorlog wilde Kühne+Nagel niets weten van compensatie aan Maass of andere beroofde Joden.
‘Ik was 7 jaar oud toen de oorlog eindigde’, luidde het verweer van Klaus-Michael Kühne telkens als het verleden van Kühne+Nagel aan de orde kwam. Over het puissante vermogen dat hij opbouwde nadat hij in 1958 tot het bedrijf was toegetreden en de onderneming had uitgebreid, zei Kühne dat dat de verdienste van hem en zijn opvolgers was geweest.
Inderdaad maakte Kühne+Nagel zijn grote internationale sprong in de jaren zestig, met kantoren in de Verenigde Staten, Mexico, Zuid-Amerika, Azië en Afrika, en ging het zich ook toeleggen op het vrachtverkeer door de lucht. Dat was volgens historici evenwel moeilijker geweest als Kühne+Nagel in de oorlogsjaren niet al een springplank had kunnen bouwen.
Klaus-Michael Kühne had aan die boodschap een broertje dood. Hij zei dat zijn vader hem nooit had verteld over de rooftransporten en altijd in gunstige zin over Arnold Maass had gesproken. Toen in 2015 ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan werd besloten een boek uit te brengen, vond de miljardair het niet nodig dat er veel woorden werden verspild aan het oorlogsverleden, laat staan dat de firma zich zou verontschuldigen.
Uiteindelijk kwamen die woorden er toch, maar ze klonken net als de excuses niet erg gemeend. ‘Net als andere bedrijven die al voor 1945 bestonden, werd Kühne+Nagel opgenomen in de oorlogseconomie en moest het zich in donkere en moeilijke tijden staande houden.’ Daarmee was de kous wel af, constateerde Kühne in Der Spiegel. ‘Voor mij is dit een gesloten hoofdstuk. Je kunt het niet ongedaan maken.’ Die opvatting neemt hij mee zijn graf in.
3 X KLAUS-MICHAEL KÜHNE
In 2008 baarde Kühne opzien toen hij zich tijdens een forumdiscussie uitsprak tegen een mogelijke fusie van het Duitse vervoersbedrijf Hapag-Lloyd met concurrent Maersk uit Denemarken. Het was volgens hem zaak om Hapag-Lloyd zo ‘raszuiver mogelijk Duits te houden’. Joodse organisaties noemden de uitspraak ‘schandalig’.
Van de politiek hield Kühne zich liever afzijdig. Toch toonde hij in 2019 in een interview sympathie voor de Groenen en in het bijzonder voor de Groenen-politicus Robert Habeck. ‘Over het algemeen heeft de heer Habeck verstandige ideeën.’ Maar het was de christendemocratische CDU aan wie hij tussen 2021 en 2024 ruim 2 ton schonk.
In 2022 kwam Kühne in opspraak toen hij voorstelde om in Hamburg een nieuwe opera te bouwen in plaats van de Staatsoper, een beschermd monument. Hij wilde de bouw voorfinanciëren met 400 miljoen euro en daarna het theater aan de stad leasen. Het Staatsoper, uit de jaren vijftig, moest tegen de vlakte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant