De tweede helft van augustus bracht ik door in Portofino. Een waarzegger die een klein kantoor heeft op de hoek van de 39ste Straat en Lexington Avenue vertelde mij dat de mecenassen tot mij zouden komen in de nabijheid van dat dorpje.
Toegegeven, ik had de plaatsnaam zelf laten vallen, in een opwelling. Ik was er een kleine dertig jaar niet meer geweest.
Het getuigt niet van overdreven wijsheid om te stellen dat leven een aaneenschakeling is van opwellingen. Zelfs discipline is een opwelling, een die dagelijks terugkomt en vaak de gedaante aanneemt van tandenpoetsen.
Het regende in Portofino. Toen het weer opklaarde, posteerde ik mij op een terras in de haven van Portofino, waar sommige cocktails 100 euro kostten. Als niet hier, waar dan wel?
De vraag was of het oppikken van een mecenas wezenlijk anders is dan het oppikken van een geliefde. Een vriendin had gezegd: ‘Doe je voor als een arrogante Fransman.’ Lag die rol mij?
Daarnaast beschouw ik mij tot op zekere hoogte als man, maar ik vind het toch prettig dat er op mij wordt gejaagd. Als ik beweer dat de mens een vluchtdier is, komt dat ook omdat ik de jagers heb leren liefhebben.
Het was een uur of vijf in de middag, ik bestelde een cocktail van 30 euro en bestudeerde de mecenassen die aan mij voorbijparadeerden. Enkele mecenassen hadden zulke opgespoten lippen dat het angstaanjagend was.
Leven echter is ook de angst overwinnen.
Toen de kerkklokken zeven uur hadden geslagen, ging een bejaard echtpaar naast mij zitten. Ik was aangeschoten genoeg om in de eigen angst een mier te zien. Ik wendde mij tot de bejaarden met de tekst, want ik kan innemend zijn: ‘Jullie zijn een prachtig stel, mag ik jullie een Bellini aanbieden? Dat zou mij zo gelukkig maken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant