Home

Opinie: PTSS kent geen beroepsgrenzen. In ons land wel

Het erkennen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) – die aantoonbaar door het werk is ontstaan – als beroepsziekte mag niet afhangen van de werkgever of de beroepsgroep waartoe iemand toevallig behoort.

Op 10 oktober, de Dag van de Geestelijke Gezondheid, praten we over mentale gezondheid, preventie en tijdige hulp. Terecht. Maar laten we het ook eens hebben over mensen die juist door hun werk psychische schade oplopen. Want wie in Nederland door het werk PTSS ontwikkelt, ontdekt iets vreemds: voor de erkenning ervan maakt het nogal uit welk beroep je hebt. Voor politie, brandweer en defensie bestaan structurele voorzieningen rond beroepsgerelateerde PTSS.

Voor professionals in zorg en welzijn ontbreekt een vergelijkbaar landelijk kader. Waarom eigenlijk?

Over de auteurs

Caroline Koetsenruijter is onderzoeker agressie tegen werkenden en de-escalatie, met een focus op werkgeversverantwoordelijkheid; Cecile de Roos is arbeids- en organisatiedeskundige en grondlegger van de dynamische RI&E; Rogier van der Wal is lector ethisch werken bij Fontys; Nienke van Osch is veiligheidsregisseur bij BrandMR en bestuurslid van de Stichting Collectief Veilige Werkplek.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Agressie

Bedreigd, bespuugd, mishandeld of gewurgd worden. Geconfronteerd worden met suïcide, reanimaties en ernstig letsel. Verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders en ggz-professionals kunnen er tijdens hun werk mee worden geconfronteerd. Dat maakt agressie en traumatische gebeurtenissen tot serieuze beroepsrisico’s – en niet tot iets wat we dan maar als ‘onderdeel van het werk’ moeten accepteren.

De gevolgen kunnen groot zijn. Een meta-analyse uit 2022 laat zien dat verpleegkundigen die geweld op het werk meemaken ruim twee keer zo vaak PTSS-symptomen rapporteren. Recent Duits onderzoek onder zorgprofessionals vond eveneens een sterke samenhang tussen geweld op het werk en vermoedelijke PTSS.

En toch is voor een zorgprofessional die PTSS ontwikkelt veel minder structureel geregeld dan voor bijvoorbeeld een politieagent of militair. Dat verschil valt moeilijk uit te leggen. Een verwurging wordt niet minder traumatisch omdat die plaatsvindt in een ggz-instelling. Een ernstige bedreiging wordt niet minder bedreigend omdat iemand in de zorg werkt. Waarom zou hetzelfde psychische letsel dan niet dezelfde mogelijkheid tot erkenning verdienen wanneer het aantoonbaar door het werk is ontstaan?

Zorgplicht

Natuurlijk hebben werkgevers een zorgplicht. Zij moeten agressie en geweld zo veel mogelijk voorkomen en medewerkers na ernstige incidenten goed opvangen. Maar juist daar gaat het in de praktijk geregeld mis. Het tv-programma Zembla liet dit voorjaar zien hoe verpleegkundigen na wurgingen en gijzelingen niet alleen met ernstige psychische klachten achterbleven, maar zich vervolgens ook door hun werkgever in de steek gelaten voelden. Goede opvang en ondersteuning bleken soms afhankelijk van de werkgever of zelfs van de individuele leidinggevende.

Dat is ernstig genoeg. Maar de kwestie die nu op tafel ligt, gaat nog een stap verder: wie bepaalt wanneer PTSS als beroepsziekte wordt erkend?

Juist daarom wringt de reactie van minister Sophie Hermans van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op Kamervragen na de Zembla-uitzending. Zij erkent dat het problematisch is wanneer zorgverleners zich na een incident onvoldoende gesteund voelen, maar laat de vraag of uniforme afspraken nodig zijn aan werkgevers en brancheorganisaties.

Principiële kwestie

Daarmee blijft de principiële kwestie liggen. Een probleem dat zich kenmerkt door grote verschillen tussen werkgevers los je niet op door diezelfde werkgevers samen te laten bepalen hoeveel uniformiteit nodig is. En de erkenning van een beroepsziekte is bovendien geen kwestie die we per werkgever zouden moeten regelen.

Hier zijn de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en VWS aan zet. Zorg voor een landelijke regeling voor beroepsgerelateerde PTSS in zorg en welzijn, met heldere en toetsbare criteria voor beoordeling en erkenning. Sluit aan bij bestaande voorzieningen voor andere hoogrisicoberoepen waar dat kan; ontwikkel een gelijkwaardige regeling waar dat nodig is.

Werkgevers houden vanzelfsprekend hun verantwoordelijkheid voor preventie, veilige arbeidsomstandigheden en goede opvang. Maar of PTSS die aantoonbaar door het werk is ontstaan als beroepsziekte wordt erkend, mag niet afhangen van de werkgever of beroepsgroep waarin iemand toevallig werkt.

Dat betekent niet dat ieder ernstig incident tot PTSS leidt, of dat iedere PTSS door het werk is veroorzaakt. Juist daarom zijn onafhankelijke professionele beoordelingen en heldere criteria nodig. Niet om automatisch een diagnose aan een incident te koppelen, maar om mensen bij wie het werk aantoonbaar tot PTSS heeft geleid op eenzelfde manier te beoordelen en te erkennen.

Uitzonderlijk hoog

En het probleem reikt verder dan de zorg. De European Working Conditions Survey 2024 laat zien dat werknemers met veel direct contact met klanten, patiënten en leerlingen vaker worden blootgesteld aan verbale agressie, bedreiging en fysiek geweld. Nederland springt er pijnlijk uit in de Europese cijfers: de blootstelling aan agressie en ander ongewenst gedrag op het werk ligt hier al jarenlang uitzonderlijk hoog. Ook voor andere beroepsgroepen moeten we daarom oog hebben voor psychische aandoeningen die door het werk ontstaan en voor de erkenning daarvan.

Maar laten we die bredere opgave niet gebruiken om de concrete ongelijkheid in zorg en welzijn nog langer te laten voortbestaan. Als PTSS door het werk een beroepsziekte kan zijn, mag niet je functietitel bepalen op hoeveel erkenning je kunt rekenen.

Wie van zorgprofessionals verwacht dat zij klaarstaan wanneer anderen in crisis verkeren, moet ook voor hen klaarstaan wanneer juist dat werk hen beschadigt. PTSS kent geen beroepsgrenzen. Onze steun zou die evenmin moeten kennen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next