Het hersengebied dat taal verwerkt, veroudert nauwelijks. Uit nieuw Amerikaans onderzoek blijkt dat de hersenen van ouderen taal op vrijwel dezelfde manier verwerken als jongere hersenen doen. ‘Een hoopvolle bevinding.’
Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.
Ouder worden gaat gepaard met achteruitgang. Maar niet op alle vlakken. Waar de meeste ouderen, ook als ze gezond zijn, informatie langzamer gaan verwerken en hun kortetermijngeheugen minder goed wordt, blijft hun taalvaardigheid op peil en kan die zelfs verbeteren.
Scans laten zien dat de hersenen van ouderen taal op vrijwel dezelfde manier verwerken als jongere hersenen doen. Daarentegen zijn er duidelijke verschillen tussen jongeren en ouderen in het netwerk van hersengebieden dat mentale inspanning, probleemoplossend vermogen, aandacht of kortetermijngeheugen regelt. Dat blijkt uit een studie van Amerikaanse onderzoekers die maandag is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications.
Volgens de onderzoekers wijzen de resultaten erop dat sterk gespecialiseerde delen van de hersenen minder snel verouderen dan wat zij het ‘multiple demand’ netwerk noemen; het grotere netwerk, dat voor verschillende cognitieve taken wordt gebruikt en flexibeler moet zijn.
Om de werking van dat netwerk te bekijken moesten oudere en jongere proefpersonen een geheugentestje doen waarbij ze de plaats moesten onthouden van vierkantjes in een raster. De oudere proefpersonen deden dat minder goed dan de jongere. Bij de ouderen zagen de onderzoekers een minder krachtige en minder uitgebreide hersenactiviteit en minder samenwerking tussen hersengebieden. Als de taak moeilijker werd – de deelnemers moesten meer vierkantjes onthouden – lukte het ouderen minder goed dan jongeren om zich daaraan aan te passen.
Maar als het om taal ging, was het beeld anders. Om te beginnen antwoordden de ouderen (dit werd in de jongere groep niet getest) begripsvragen over voorgelezen teksten bijna allemaal correct. Daarnaast reageerde het brein van jongeren en ouderen nagenoeg hetzelfde, ook op ongewone woorden of afwijkende grammaticale constructies, die meer mentale inspanning vereisen.
Het was zelfs zo dat ouderen een wat sterkere respons lieten zien bij het lezen van betekenisvolle zinnen dan jongeren. De onderzoekers verklaren dat doordat woordenschat en leesvaardigheid kunnen toenemen naarmate je meer woorden hoort en meer gelezen hebt.
De onderzoekers zagen duidelijk dat het multiple demand netwerk bij de ouderen niet mee ging doen met het hersengebied dat de taal regelt. ‘Dat is op zichzelf een hoopvolle bevinding’, zegt neuropsycholoog Erik Scherder van de Vrije Universiteit Amsterdam, die op verzoek de studie bekeek. ‘De linkerhersenhelft, waar de taal geregeld wordt, blijft van dezelfde kwaliteit. De andere hersenhelft hoeft dus niet te worden ingezet.’
Het brein flexibel houden kan ervoor zorgen dat de ene hersenhelft taken overneemt van de andere, wat ouderen kan helpen te blijven functioneren. Maar in het geval van taal lijkt dat dus niet nodig.
De oudere groep in het onderzoek was gemiddeld bijna 60 jaar, de jongere groep bijna 24. Dat lijkt jong, maar Scherder waarschuwt: ‘Je ziet cognitieve functies al afnemen vanaf het 25ste jaar als je niet uitkijkt.’ Hij is een groot pleitbezorger van maatregelen om het brein gezond te houden, zoals bewegen en goed eten en drinken.
Dat ouderen soms niet op woorden komen, kan deze studie niet verklaren. De onderzoekers hebben alleen gekeken naar passief taalgebruik: zinnen horen en lezen, en niet naar andere aspecten van taal, zoals schrijven en spreken.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant