Home

Een vrije, zwarte vrouw uit de 18de eeuw, geëerd in haar gerestaureerde huis in Paramaribo

In de 18de eeuw liet Elisabeth Samson, een vrijgeboren zwarte vrouw die miljonair werd en honderden tot slaaf gemaakten bezat, een monumentaal pand bouwen in Paramaribo. Afgelopen week werd het woonhuis na jaren van restauratie heropend.

Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.

Het Elisabeth Samsonhuis, een museum en cultuurhuis, vormt de kroon op het levenswerk van de bijna 90-jarige Cynthia McLeod – Surinaams icoon, oud-lerares, schrijfster, historicus en ongeëvenaard verhalenvertelster.

McLeod reconstrueerde het levensverhaal van Samson (1715-1771), dat een blik in grijstinten werpt op het slavernijverleden van het land. Samson was van volledig Afrikaanse komaf, ze leefde in vrijheid in de hoogtijdagen van de Nederlandse slavernij in Suriname en werd rijk als plantagebezitter.

Na haar dood werd Samson afwisselend gezien als een feministisch en zwart boegbeeld, en als een verrader van haar eigen volk. McLeod maakt van haar vooral een mens van vlees en bloed. Na jarenlang onderzoek publiceerde McLeod in 1993 een historische studie over Samson. In 2000 verscheen haar roman De vrije negerin Elisabeth: gevangene van kleur. Vanaf 2013 zette McLeod zich in voor het behoud van het monument.

Het voormalige woonhuis van Samson aan de Wagenwegstraat 22 in Paramaribo stamt uit circa 1740. Het werd in 1821 gekocht door het koloniale bestuur en kende sindsdien verschillende overheidsfuncties. Van 1967 tot 2012 was het ministerie van Arbeid er gevestigd. In 2012 werd het onbruikbaar verklaard.

Fondsenwerving

De restauratie kwam tot stand via fondsenwerving, dankzij de immer over Samson vertellende McLeod, in welk gezelschap ze ook was. Zo wist ze ook De Nederlandsche Bank te overtuigen een bijdrage van 500 duizend euro te leveren, net als diverse andere Nederlandse en Surinaamse instellingen. DNB-directeur Olaf Sleijpen was afgelopen week aanwezig bij de opening van het Elisabeth Samsonhuis in Paramaribo.

Eerder liet DNB al onderzoek doen naar het historisch handelen van bestuurders van de centrale bank in de periode tussen 1814 en 1863. Oud-directeur Klaas Knot sprak voor de intensieve betrokkenheid bij slavernij van zijn historische voorgangers in 2022 zijn excuses uit.

In historische boeken over Suriname trof Cynthia McLeod Elisabeth Samson steevast aan als bijfiguur. Als liefje van een witte planter, die haar vermoedelijk op enig moment uit slavernij had vrijgekocht. McLeod, opgegroeid in een tijd waarin ‘alles wat zwart of gekleurd was als slecht, dom en minderwaardig werd gezien’, besloot zich te verdiepen in deze Elisabeth, die toch meer moest zijn geweest dan de summiere omschrijving ‘vrije neegerin’.

In vrijheid geboren

Zo ontdekte McLeod dat Elisabeth in vrijheid was geboren. Haar slaafgemaakte moeder Mariana (ook wel Nanoe) was net voor de geboorte van haar laatste en zevende kind Elisabeth vrijgekocht.

Vrijgeboren was iets heel anders dan vrijgemaakt, zegt McLeod in de documentaire De presidentsdochter en de rijkste vrijgeboren vrouw uit 2023 van Mildred Roethof. ‘Vrijgemaakten die zich misdroegen of die in armoede vervielen konden zomaar opnieuw in slavernij belanden. Wie vrijgeboren was in Suriname, kon nooit meer een slaaf worden.’

Samson ontwikkelde zich tot een succesvol ondernemer en, samen met haar zus Nanette, tot een groot koffie-exporteur. Op het hoogtepunt van haar carrière bezat ze zes plantages, twee buitenplaatsen en vijf huizen in Paramaribo. En vele honderden tot slaaf gemaakten. Een gegeven dat McLeod nuchter beziet: als vrije, zwarte vrouw in die tijd had Samson het niet anders kunnen doen.

Bij haar overlijden in 1771 liet Samson een aanzienlijk fortuin, bezittingen en slaafgemaakte mensen na aan haar witte echtgenoot, Hermanus Daniel Zobre. Deze liet het vermogen verdampen. Samsons bezittingen kwamen in handen van de witte Nederlandse handelselite.

Getrouwd met witte man

Dat Samson een witte man trouwde, was geen vanzelfsprekendheid. Hoe rijk en machtig ze ook was, ze bleef zwart en kampte haar leven lang met tegenwind en allerlei vormen van uitsluiting.

De drijfveer van Cynthia McLeod, zo vertelde ze in 2021 aan de Volkskrant, is altijd geweest de jongere generaties Surinamers te onderwijzen over hun eigen geschiedenis. Een van de wrede nawerkingen van slavernij en contractarbeid zit in de hoofden van mensen, volgens McLeod. Een volk zonder toegang tot bronnen van de eigen geschiedenis krijgt een zelfbeeld gebaseerd op mythen en stereotypen.

Zelf groeide ze, geboren in 1936, op in een tijd dat bruine en zwarte kinderen in Suriname werden gekneed tot ‘Hollandse kinderen’. En dus kon ze op haar 8ste een prachtig opstel schrijven over ‘ijspret’ zonder ooit een bevroren sloot te hebben gezien. Over slavernij of het leven van haar ouders en voorouders wist zij niets. McLeod wilde met haar boeken en verhalen ‘de Surinamers hun geschiedenis teruggeven’.

3x McLeod over Elisabeth Samson:

- Het onderzoek naar Elisabeth Samson was voor McLeod een vorm van rouwverwerking. Haar in 1991 jong overleden echtgenoot Donald werkte jarenlang in Samsons voormalige slaapkamer. Direct na zijn dood stortte McLeod zich op haar onderzoek naar Samson. McLeod was ervan overtuigd dat haar overleden man ‘de geest van die vrouw’ bij haar had gebracht.

- Om met haar witte geliefde te mogen trouwen, stuurde Samson een verzoek aan de directie van de Sociëteit van Suriname, te Amsterdam. De commissarissen achtten een gemengd huwelijk ‘repugnant’ (weerzinwekkend) en ‘schandelijk’, of het nu voortkwam uit ‘een verkeerde wellust’ of vanwege ‘een voordeel’.

- Achttien argumenten formuleerden zij tegen het huwelijk. ‘Maar ze hadden ook een argument vóór’, zegt McLeod in de documentaire van Roethof. ‘Elisabeth had geld, en zo zou haar fortuin tenminste weer in witte handen kunnen komen, na haar dood.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next