Home

Wat mogen (en doen) Nederlandse media met AI? ‘Iets wat je niet zelf formuleert, bedenk je ook niet zelf’

Wat mogen (en doen) Nederlandse media met AI? Wie ziet toe op de naleving van richtlijnen en wat zijn de sancties als iemand die aan zijn laars lapt? Een rondgang langs tv- en krantenredacties: ‘André Hazes schreef zijn liedteksten met behulp van het Prisma Rijmwoordenboek. Was zijn lied over de eenzame kerst daarmee niet van hem?’

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Dit gaat onze wereld veranderen, dacht manager innovatie Lars Anderson van DPG Media toen het AI-bedrijf OpenAI op 30 november 2022 zijn gloednieuwe taalmodel ChatGPT lanceerde. Het begrip ‘GPT’ was hem als AI-geïnteresseerde niet onbekend, in 2019 had hij voor het interne DPG-blad al geschreven over deze Generative Pre-trained Transformer, een AI-taalmodel dat je maar een paar woorden hoefde te voeren om hele alinea’s terug te krijgen. Bij de Britse krant The Guardian hadden ze geprobeerd het ding een column te laten schrijven en die was waardeloos, dus niemand maakte zich druk.

Maar ChatGPT was anders. Dit grote taalmodel (vaak aangeduid als LLM, Large Language Model) was niet alleen zo laagdrempelig dat iedereen ermee kon werken, het leverde ook prima teksten op. Anderson: ‘Ik ging het meteen uittesten: met dat ding kletsen, rare vragen stellen. Ik stond ervan te kijken wat hij allemaal kon.’ Met een paar collega's stelde Anderson richtlijnen op voor de medewerkers van DPG Media, eigenaar van Nederlandse en Vlaamse kranten (de Volkskrant, AD, De Morgen, HLN), bladen (Margriet, Libelle, Flair), televisiebedrijven (RTL Nederland) en de nieuwswebsite NU.nl.

Enthousiasme en argwaan

Ze begonnen met een aanmoediging: leef je uit, experimenteer. Daarna volgden ‘zes do’s en don’ts’. Een van de do’s: wees transparant, laat duidelijk weten wanneer je teksten, beelden of video’s gebruikt die letterlijk zijn gegenereerd door AI. Een don’t: stuur geen interne, vertrouwelijke gegevens, data of code naar AI-diensten op het web. Anderson: ‘Er was binnen ons AI-team veel enthousiasme. Ook flink wat argwaan, we dachten: als alle journalisten onze content in die machine gaan gooien, verliezen we in no time onze intellectual property. Maar enthousiasme overheerste.’

Bijna vier jaar later is het speelstadium voorbij. ChatGPT heeft gezelschap gekregen van concurrerende taalmodellen als Claude (van Anthropic) en Gemini (Google), die hun inhalige AI-botjes (crawlers) elke seconde van de dag over het internet laten grazen (scrapen) om zich te voeden met data waar ze soms netjes voor betalen, maar veel vaker niet. Op basis van die grotendeels gestolen informatie hangen deze taalmodellen vervolgens de wijsneus uit die niet alleen in gelikte volzinnen antwoord geeft op alle denkbare vragen, maar ook teksten samenvat, verbetert of schrijft. Ze worden overal ter wereld professioneel ingezet.

Ook in de journalistiek, een bedrijfstak die draait om het overbrengen van informatie in tekst en beeld – precies wat AI-taalmodellen doen. Deze zomer zette Stichting Democratie en Media samen met Nu.nl en De Argumentenfabriek Het Grote Mediadebat op poten. De Nederlandse Vereniging van Journalisten publiceerde intussen de resultaten van een onderzoek waaruit bleek dat de meeste journalisten AI in hun werk gebruiken, ook omdat ze denken dat hun werkgever dat graag ziet, maar dat de helft van hen zich daar ongemakkelijk bij voelt.

Wat mogen (en doen) Nederlandse media met AI? Wie ziet toe op de naleving van richtlijnen en wat zijn de sancties als iemand die aan zijn laars lapt?

Bij een AI-inventarisatie die journalistenvakblad Villamedia in 2023 langs Belgische en Nederlandse mediaorganisaties maakte, kwam de Volkskrant als strengste uit de bus. In het protocol staat ook nu nog dat de redactie geen journalistiek werk publiceert dat is gegenereerd door kunstmatige intelligentie. ‘Kwaliteit, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid zijn ons grootste goed, daar verdienen we ook ons geld mee’, zegt adjunct-hoofdredacteur Annieke Kranenberg. ‘En dat gaan we in deze tijden van AI alleen nog maar méér uitventen: de Volkskrant wordt gemaakt door echte mensen met expertise, die al die waarden hoog in het vaandel hebben. Je kunt AI gebruiken bij research, dataonderzoek en bij eindredactie, niet bij het schrijven.’

Mens-machine-mens

Bij DPG Media ligt de verantwoordelijkheid voor het gebruik van AI bij de afzonderlijke redacties. Van de Nederlandse kranten is het AD het actiefst, denkt Lars Anderson: ‘Een brainstormbot helpt AD-journalisten met ideeën. Ze hebben ook een AI-tool die ‘de eerste lezer’ heet. Je gooit er een artikel in en dan geeft hij feedback; hij komt echt met leuke dingen terug. En ze hebben de berichtendienst, waarvoor ze lokale persberichten verwerken met behulp van AI. Maar een redacteur maakt de uiteindelijke keuze van wat er wordt gepubliceerd, het is altijd mens-machine-mens.’

Ook voor hem staat vast dat AI journalisten kan helpen bij data- en onderzoeksjournalistiek. Ingewikkelder vindt hij het inzetten van AI bij het maken van beeld en het schrijven van teksten. ‘De garantie van waarachtigheid wordt de belangrijkste reden waarom mensen nog betalen voor nieuws. Maar er is een groot grijs gebied. Ik ken best veel journalisten die hun verhalen door AI gooien om ze beter te krijgen: mag dat? Tijdens de Tweede Wereldoorlog belden reporters feiten door naar hun redacties, waar hun collega’s ze verwerkten tot een bericht. Nu kunnen journalisten daarvoor terecht bij een machine. Heel eerlijk: ik zie daar geen bezwaar in. Maar de meer menselijke verhalen moeten altijd door mensen worden geschreven, AI kan geen gevoel overbrengen. Dat is de belofte die je doet aan je lezer.’

Alleen: DPG controleert niet of individuele journalisten zich netjes aan die belofte houden. Ook Annieke Kranenberg kan niet garanderen dat geen enkele zin in de Volkskrant door AI is gegenereerd. ‘Nu herkennen we die typische AI-stijl nog wel zo’n beetje, maar naarmate AI beter wordt, zal dat lastiger zijn. Als er vermoedens zijn, worden die uitgesproken, dat is ook al een paar keer gebeurd.’ Ze kan niet zeggen welke sancties er zijn als iemand (delen van) teksten door AI laat schrijven. ‘Het heeft zich gelukkig nog niet voorgedaan. Maar we hebben wel een zerotolerancebeleid.’

Een structurele vorm van toezicht is er niet. Kranenberg: ‘Los van dat het niet kan, wíllen we dat ook niet. We werken op basis van vertrouwen. We gaan ervan uit dat iedereen die voor ons schrijft de richtlijnen kent en zich eraan houdt.’ Maar ook dan zijn er glijdende schalen, erkent ze: ‘Ik weet dat iemand die veel passieve zinnen gebruikt in de begintijd van AI een tool gebruikte om zijn zinnen actiever te maken. Mag dat? Ik vind het een grensgeval. Je kunt denken: als AI een stuk beter maakt, waarom zou je er dan geen gebruik van maken? Maar het doet natuurlijk wel iets met het denkvermogen van auteurs, je bewerkstelligt toch een achteruitgang.’

Motiveren

Bij Mediahuis, uitgever van onder meer De Telegraaf, NRC en een aantal regionale dagbladen, wordt ongeveer hetzelfde tegen AI aangekeken als bij DPG Media. ‘We zijn iedereen aan het motiveren om het te leren kennen, om te testen’, zei NRC-uitgever Dominic Stas een paar weken geleden in de Media Innovatie Podcast. ‘Tegelijkertijd zeggen we: kijk uit’.

Hoe belangrijk dat laatste is, bleek in maart dit jaar, toen NRC ontdekte dat zijn voormalige hoofdredacteur Peter Vandermeersch in de nieuwsbrieven die hij als ‘Fellow Journalism & Society’ bij Mediahuis schreef, citaten had opgenomen die niet bestaan. Ze waren bij elkaar gefabuleerd door de taalmodellen waarover hij zo enthousiast schreef. Vandermeersch werd geschorst en wil liever niet meewerken aan dit stuk: ‘Ik heb me, na mijn uitglijder, voorgenomen om een tijdlang niet te communiceren over journalistiek en AI.’ Zijn casus laat zien dat je óók als je AI uitsluitend gebruikt voor je research, behoorlijk de mist kan ingaan.

Bij De Telegraaf experimenteren ze intussen rustig door, zegt hoofdredacteur Kamran Ullah. Voor zijn eigen wekelijkse rubriek Week van de hoofdredacteur maakt hij overigens geen gebruik van AI. ‘Nu je het vraagt, dat is wel grappig. We wijzen onze medewerkers steeds op de mogelijkheden, maar zelf doe ik niks, ik haal hem niet eens door een eindredactietool. Maar dat heeft ook met het type stuk te maken, denk ik: het is een persoonlijke column over wat ik heb meegemaakt. Zoiets laat je niet door AI schrijven.’

Dat wil niet zeggen dat columnisten van de Telegraaf geen AI mogen gebruiken, zegt Ullah. ‘Wij zien AI niet alleen als een gevaar, maar ook als een kans en als hulpmiddel, voor onderzoek of om je tekst te verbeteren. En het maakt ons niet uit welke hulpmiddelen iemand gebruikt. Vergelijk het maar met André Hazes, die schreef zijn liedteksten met behulp van het Prisma Rijmwoordenboek. Was zijn lied over de eenzame kerst daarmee niet van hem? Tuurlijk wel, het was hem uit het hart gegrepen.’

AI-protocol

De Telegraaf heeft al tweeënhalf jaar een AI-protocol. ‘Maar ik geloof eerlijk gezegd niet zo erg in dat soort protocollen’, zegt Ullah. ‘Ik denk dat de meeste hoofdredacties nog geen fractie weten van wat hun mensen doen, protocollen of niet. Volgens mij hebben we veel meer aan de journalistieke basisregels die we hanteren. Als je je aan die regels houdt, dan ligt daar in negen van de tien gevallen ook het antwoord op wat er met AI kan en mag. In het tiende geval overleggen we.’

Een alinea door AI laten schrijven, mag dat? Of een heel stuk laten herschrijven? Ullah: ‘Ons uitgangspunt is: hoe zat het toen AI nog niet bestond? Toen waren er ook allerlei mogelijkheden, je kon bij wijze van spreken aan je partner vragen of die even twee alinea’s voor je wilde tikken. Of neem Wikipedia: dat kun je prima raadplegen, maar je kunt het nooit klakkeloos overschrijven of als enige bron gebruiken. Zo is het met AI ook. Uiteindelijk gaat het erom dat je stuk jóúw stuk is, dat je alle checks hebt gedaan, dat de feiten kloppen, dat je transparant bent.’

De vraag of je AI überhaupt wel moet gebruiken, is achterhaald, zegt Ullah. ‘De generatie journalisten die nu van de opleiding komt, weet niet beter. Die heeft die hele opleiding lang AI-tools kunnen gebruiken. Er zijn opleidingen waar niet eens meer wordt gecheckt of iemand ChatGPT heeft gebruikt, sterker: sommige docenten moedigen dat gebruik juist aan.’

Bewust bekwaam

Je houdt het niet tegen, is ook de opvatting bij de NOS, de publieke omroep die verantwoordelijk is voor nieuws, sport en evenementen. ‘AI is overal in de maatschappij en in ons leven’, zegt adjunct-hoofdredacteur Karina ter Horst. ‘Je kunt beter proberen met vereende krachten zo wijs mogelijk te opereren. Medewerkers handvatten geven. Je wilt uiteindelijk naar een organisatie die, zoals dat zo mooi heet, ‘bewust bekwaam’ is. Met mensen die snappen wat AI is, die weten hoe ze AI-gegenereerd beeld kunnen herkennen, maar ook hoe AI je kan helpen.’

Bij de NOS vormden medewerkers uit verschillende afdelingen ruim twee jaar geleden een AI Stuurgroep die sindsdien eens in de paar weken bij elkaar komt. Ter Horst: ‘Onze kernwaarden zijn authenticiteit en betrouwbaarheid, en die zijn leidend bij alles wat we doen. Dat verandert niet door AI of welke technologie ook.’

Naarmate het voor het publiek moeilijker wordt om te bepalen wat echt en oorspronkelijk is, bijvoorbeeld door de groeiende hoeveelheid nepnieuws en misleidende content die via sociale media worden verspreid, wordt het voor de NOS belangrijker om heel duidelijk een grens te trekken, zegt ze. ‘Door die tsunami of crap wordt het bewaken van echt en betrouwbaar nieuws alleen maar belangrijker. Wat wij als nieuws presenteren is gebaseerd op onze eigen waarneming, op bronnen en feiten; op mensenwerk.’

Dat wil niet zeggen dat de NOS niets met AI doet. Ter Horst: ‘Er zit voor ons een interessante spanning tussen het bewaken van onze journalistieke norm en de wens om te innoveren en experimenteren. We hebben een redactiesysteem, INOS, waar verschillende functionaliteiten zijn ingebouwd. Als je drie keer een moeilijk woord gebruikt krijg je een tip: je zou dit woord kunnen vervangen door dat woord. We zijn ook bezig met lange zinnen en hoe je die kunt opknippen. Ook spellingscontrole zit erin.’

En koppen? ‘Mensen kunnen AI als sparringpartner gebruiken, bijvoorbeeld om een kop wat korter of puntiger te maken. De eindredacteur bedenkt hem, dat werk geef je niet uit handen. Journalistiek is ook een spier, die moeten we blijven trainen.’

Vooral zelf schrijven

Begin deze maand stond in The New York Times een vlammend pleidooi van columnist Bret Stephens. ‘Ik smeek je: schrijf nooit met AI’, luidde de kop boven zijn column waarin hij lezers en collegajournalisten opriep het kleinste mailtje en elke alinea in alle stukken toch vooral zelf te schrijven. Het massale gebruik van AI ondermijnt het collectieve vermogen van een samenleving om te redeneren, schreef Stephens.

Hoofdredacteur Xandra Schutte van weekblad De Groene Amsterdammer las de column met grote instemming. ‘Schrijven is toch de scherpste manier van nadenken. Iets wat je niet zelf formuleert, bedenk je ook niet zelf. Als we dat massaal uitbesteden worden we met elkaar alleen maar dommer. En we weten ook hoeveel fouten AI maakt, met verzonnen citaten, onjuiste beweringen en fake verwijzingen in wetenschappelijke papers.’

AI-gegenereerde teksten komen er bij De Groene Amsterdammer dus niet in. Althans: niet voor zover de hoofdredactie weet. Schutte: ‘Dit is een beetje een schaamtevolle bekentenis: we hebben helemaal geen AI-protocol. We schrijven er veel over, drie weken geleden nog, en toen zei ik: we moeten het toch een keer hebben over hoe wij zelf met AI omgaan. Dat dat er nog niet van is gekomen komt omdat het voor mij, en ik denk voor iedereen die voor ons schrijft, volkomen duidelijk is: natúúrlijk schrijf je niet met AI.’

Voor het onderzoeken van grote bestanden mag AI worden ingezet, zegt Schutte. ‘Wij doen veel aan datajournalistiek, en voor het doorzoeken van hele grote bestanden moet je sowieso een programma schrijven. Dat doet AI veel sneller dan een journalist. Maar dat is het dan ook. Wij willen een auteursblad zijn, dus dat betekent dat je werkt met journalisten, critici en essayisten die een eigen stijl hebben. Die schrijvend nadenken. Ik ga er echt van uit dat het gebruik van AI hun eer te na is. Die column van Stephens was me echt uit het hart gegrepen.’

Schaamteloze diefstal

Begin deze zomer, op 1 juni, was The New York Times ook al tekeer gegaan tegen de taalmodellen van AI. In zijn openingsrede voor het World News Media Congress in Marseille hekelde NYT-uitgever A.G. Sulzberger de ‘schaamteloze diefstal van intellectueel eigendom, op ongekende schaal’ die ten grondslag ligt aan de AI-producten waarmee machtige techbedrijven zich verrijken. Zijn krant heeft Open AI, Microsoft en Perplexity voor de rechter gedaagd; de zaak duurt al tweeënhalf jaar en kostte tot dusver meer dan 20 miljoen dollar.

Zou het pure feit dat de grote techbedrijven het merendeel van de spullen voor hun taalmodellen bij elkaar stelen voor elk fatsoenlijk journalistiek bedrijf niet een afdoende reden moeten zijn om hun werknemers een volledig verbod op het gebruik van AI-taalmodellen op te leggen?

‘Natuurlijk’, zegt Schutte. ‘Het is schandalig wat die bedrijven doen. Wij hebben twee jaar geleden onderzoek gedaan naar de bronnen van de Nederlandse AI, en ook hier worden kwaliteitsmedia leeggetrokken zonder dat ervoor betaald is. Ze proberen daar nu muren tegen op te werpen, maar je ziet bij de NYT hoe ontzettend moeilijk het is om big tech aan te pakken.’

Er is nog een principiële reden om geen AI-taalmodellen te gebruiken, zegt Schutte, en dan bedoelt ze niet eens de enorme aanslag die AI pleegt op energiebronnen. ‘Dat is er ook een. Maar de grote taalmodellen zijn gebouwd op wat door media is geschreven. Op het moment dat diezelfde media AI gaan gebruiken en de resultaten daarvan weer in die modellen terechtkomen, krijg je een gigantische feedbackloop. Dan komt er niets nieuws meer bij. Moeten media echt meehelpen met het creëren van iets dat vanwege die feedbackloop niets meer waard is?’

Nieuw taalmodel

Komend najaar ziet in Nederland een nieuw taalmodel het licht, ontwikkeld door onderzoeksinstituut TNO. De werknaam is ‘GPT-NL’. Het is bedoeld voor universiteiten, onderzoekers én journalisten en er komt geen diefstal aan te pas: alle data waarmee GPT-NL komt (van kranten, maar ook van bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek) zijn op verantwoorde wijze verkregen.

Een goed initiatief, vindt Kamran Ullah van De Telegraaf. ‘Vooral vanwege de eensgezindheid die erachter ligt. Er zijn meer van dat soort goede initiatieven; brancheorganisatie NDP Media kijkt samen met de publieke omroep op welke manier we richting big tech kunnen optreden. We kunnen best een vuist maken. Maar ja, GPT-NL zal nooit een concurrent kunnen zijn voor de grote partijen. En als wij heel principieel geen gebruik van die grote partijen maken, concurreren we onszelf weg. Want de rest van de wereld maakt er wel gebruik van.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next