Home

Opinie: Waarom boerenprotesten op de snelweg niet zomaar zullen verdwijnen

De aankondiging van het OM dat boeren vervolgd zullen worden voor hun protest op de weg, is een lege huls. De demonstranten hebben de Grondwet en internationale verdragen aan hun zijde.

Het Openbaar Ministerie (OM) kondigde vorige week aan dat boeren die met trekkers op de snelweg demonstreren strafrechtelijk worden vervolgd wegens ‘gevaarzettend gedrag’. Betekent dat het einde van boerenprotesten op de snelweg? Men zou het bijna gaan denken. Op grond van de geschiedenis en de bescherming van de demonstratievrijheid is dat echter geenszins te verwachten. De aankondiging van het OM is in wezen nietszeggend en laat alle ruimte aan de beleidsmatige tolerantie die het demonstratierecht verlangt.

Gesteld kan worden dat het blokkeren van een weg van oudsher een typische boerentraditie is. In 1961 blokkeerden boeren, onder leiding van boer Koekoek, de rijksweg bij Nunspeet tegen heffingen van het toenmalige Landbouwschap. De massaal uitgerukte pers gaf hun vervolgens een podium om hun ongenoegen landelijk te uiten. We weten ook dat sinds de jaren negentig de Franse autowegen met enige regelmaat door boeren worden geblokkeerd.

Wie denkt dat er tegenwoordig anders wordt gedemonstreerd dan vroeger, zou het Reformatorisch Dagblad uit 1975 er eens op moeten naslaan. Een ronkend voorpaginacommentaar keerde zich tegen wetsovertredingen en ‘buitenparlementaire pressie’ door groepen ‘die het niet eens zijn met de gang van zaken’ en ‘het recht in eigen hand nemen’. Een van de daarbij genoemde voorbeelden: wegblokkades door boeren.

Over de auteur

Willem Jebbink is advocaat in Amsterdam.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Verboden zijn ze wel

Betekent dit dat wegprotesten van boeren moeten worden toegelaten? Dat ligt genuanceerd: verboden zijn ze wel, maar of er ruimte is voor toepassing van het strafrecht, is telkens de vraag. Zoals het OM in zijn persbericht terecht stelt, is zowel het langzaam rijden met een trekker op de snelweg als het blokkeren van de snelweg strafbaar. Maar als deze feiten plaatsvinden in de vorm van een vreedzame betoging, moeten de autoriteiten, te beginnen met politie en OM, afwegen of het demonstratierecht zwaarder weegt dan een vervolging en bestraffing. Het recht tot betoging wordt namelijk beschermd door de Grondwet en internationale mensenrechtenverdragen en is daarmee een hoger en zwaarder wegend recht. Daarom kan dit het toepassen van de strafwet ‘overrulen’.

Over wegblokkades zegt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat deze beschermd worden door de demonstratievrijheid, ook als die niet vooraf zijn aangemeld. De ‘disruption of traffic’ die daarbij ontstaat, moet door de autoriteiten worden getolereerd. Dat neemt volgens het EHRM niet weg dat er een noodzaak kan zijn om in te grijpen. Maar wanneer en hoe? Dat kan in abstracto niet worden gezegd, omdat de ene demonstratie op de weg de andere niet is. Iedere demonstratie moet op eigen merites worden beoordeeld, waardoor de grenzen telkens anders liggen.

Duur en mate van overlast

Factoren die bij de beoordeling een rol spelen, zijn de duur van de overlast, de mate van overlast en de vraag of de demonstranten voldoende tijd is geboden om hun mening naar voren te brengen. Zo verlangt een wegblokkade bij een afrit – het bekende recept van Extinction Rebellion op de A12 bij Den Haag – meer tolerantie dan een volledige blokkade die tientallen kilometers lange files veroorzaakt.

De demonstratievrijheid wordt door het EHRM een van de fundamenten van onze democratische samenleving genoemd, waardoor het belang daarvan amper kan worden overschat. In tijden waarin burgers elkaar rijkelijk met elkaars mening bestoken op sociale media, is het fascinerend dat dit recht springlevend is. Werkelijke aandacht genereert men nog steeds, net als in 1961, door met z’n allen de straat op te gaan. De oorzaak van deze vitaliteit is ongetwijfeld dat een X-bericht of een opiniestuk zoals dit zelden viraal gaat.

De internationale rechtspraak erkent dan ook het streven naar de grootst mogelijke impact van zijn of haar boodschap als een basisrecht van iedere demonstrant. Toen klimaatactivisten begin deze eeuw de Brennerpas dertig uur blokkeerden, woog het Hof van Justitie van de EU het belang van de betogers om de aandacht van de publieke opinie te willen vestigen op de doelstellingen van hun actie zwaar mee. In dit geval zou minder dan dertig uur, of slechts aan de kant van de weg blijven, een buitensporige beperking betekenen waardoor de betoging een wezenlijk deel van haar betekenis zou worden ontnomen, aldus de hoogste EU-rechter.

Grootste terughoudendheid

Tegen deze achtergrond valt goed te begrijpen dat het strafrecht slechts met de grootste terughoudendheid op vreedzame demonstranten mag worden losgelaten. Het bevordert de burgerparticipatie en het maatschappelijk debat niet als demonstranten worden gecriminaliseerd, ook niet voor ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ – door openlijk de wet te overtreden voor (nóg meer) aandacht.

Grote kans is dan immers dat deze bezorgde burgers afhaken. Als het strafrecht al wordt ingezet, bijvoorbeeld door het arresteren van een demonstrant, is het de vraag of strafrechtelijke vervolgstappen toelaatbaar zijn: mag de demonstrant lang worden vastgehouden in het politiebureau? Moet hij of zij daarna strafrechtelijk worden vervolgd? Moet een sanctie worden opgelegd? Hoe hoog mag die zijn?

Begrijpelijk is dus dat het bericht van het OM van 19 augustus 2026 bol staat van nuances: ‘in beginsel’ is strafrechtelijke vervolging mogelijk, met een trekker rijden op een snelweg is ‘doorgaans’ gevaarzettend, ‘uitgangspunt is’ dat geen strafvervolging wordt ingesteld voor een enkelvoudige overtreding van de Wet openbare manifestaties. Daarmee wordt recht gedaan aan de vereiste tolerantie.

Twee jaar geleden publiceerde het VN-Mensenrechtencomité een ‘Model Protocol, dat ambtenaren moet helpen bij hun plicht om de demonstratievrijheid te beschermen. De nadruk daarin ligt op het zo goed mogelijk faciliteren van het demonstratierecht, bijvoorbeeld door verplichte trainingen van politieagenten. Maar bovenal bepalen de internationale verdragen dat ‘public safety’ een grond is voor het nemen van maatregelen bij demonstraties. Op grond daarvan zijn de autoriteiten verplicht preventieve veiligheidsmaatregelen te nemen.

Het is precies daar waar het op 14 augustus 2026 op de A59 misging. De politie hield het met trekkers over de snelweg rijden niet tegen, kortom tolereerde dit. Dat besluit schiep de harde verplichting het publiek te beschermen tegen onveiligheid. Geluiden dat hier geen sprake was van een demonstratie omdat de stoet op weg was naar een protest bij het provinciehuis in 's-Hertogenbosch, zijn doorzichtig – dan immers waren de boeren minder opzichtig naar het protest getogen – maar bovendien schaart het internationaal recht ook het zich naar en van een demonstratie bewegen onder de rechten en plichten die het protestrecht meebrengt.

Dat de overheid hier pijnlijk verzaakte, maakt de kritiek van de premier, die de getolereerde demonstratie laconiek als ‘zeer gevaarlijk’ afwentelde op de vreedzame boerendemonstranten, niet alleen ongepast – het is de wereld op zijn kop. De demonstranten hadden de Grondwet en internationale verdragen aan hun zijde. Bezorgde en boze boeren kunnen dus met recht stellen dat zij ook op 14 augustus door de overheid in de steek werden gelaten, met een trap na van hun premier.

In deze sfeer is eerder een toename dan een afname van protesten op de weg door boeren te verwachten. Of zij daarbij eerlijk worden behandeld, zal blijken uit de tolerantie die politie en OM ook dan moeten opbrengen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next