Home

Nieuw onderzoek: bomen kunnen minder goed tegen droogte dan gedacht

Bomen zijn minder goed in staat zich aan te passen aan droogte dan wetenschappers tot nu toe dachten. Dat concluderen Chinese onderzoekers na experimenten op veertig plekken over de hele wereld, waarbij ze bomen langere tijd water onthielden.

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

Het onderzoek is belangrijk om de veerkracht van bossen te kunnen voorspellen. Die hangt volgens de wetenschappelijke inzichten af van de vraag in hoeverre bomen zich fysiologisch weten aan te passen aan droogte.

Ongeveer een derde van het landoppervlak op aarde bestaat uit bos. Wereldwijd hebben bossen steeds vaker te maken met periodes van extreme droogte en hitte. Het lot van bomen hangt dan af van hun vermogen om essentiële functies als watertransport en fotosynthese in stand te houden.

De onderzoekers, die hun bevindingen maandag publiceerden in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS, hebben geen aanwijzingen gevonden dat bomen die vermogens wisten aan te passen als reactie op droogte. Wel constateerden zij dat droogte leidde tot een daling in het waterpotentiaal van weefsels in bladeren, een maat voor de fysiologische droogte, en dat ze dit niet kunnen compenseren met een hogere droogteresistentie van de takken.

Daardoor nemen ‘hydraulische veiligheidsmarges’ af, een soort buffers waarmee bomen in staat zijn zich enigszins te wapenen tegen droogte, en stijgt het risico op ‘hydraulisch falen’.

Lucht in plaats van water

In de stam en takken neemt lucht dan de plaats van water in. Door dergelijke ‘embolie’ kan een boom geen water meer van de wortels naar de bladeren transporteren. Het gevolg is vervroegde bladval, wat kan leiden tot het afsterven van takken of de gehele boom.

Bomen met de laagste ‘veiligheidsmarges’ lopen de hoogste risico’s. Dit zou een van de redenen kunnen zijn voor de wereldwijde toename van boomsterfte in de afgelopen decennia, en voor de rol die droogte en hitte daarbij spelen.

Frank Sterck, hoogleraar bosecologie en bosbeheer aan de Wageningen University & Research (WUR), noemt dit een ‘belangrijk onderzoek’. ‘Niet alleen vanwege de omvang van de experimenten en de wereldwijde spreiding daarvan, maar ook omdat het erop lijkt dat bomen beperkter zijn in hun mate van aanpassing op veranderend klimaat dan we hoopten.’

Sterck: ‘Wij wetenschappers gaan ervan uit dat bomen een groot aanpassingsvermogen hebben bij snel veranderende omstandigheden als droogte en hitte. Dat lijkt nu dus niet op te gaan voor een belangrijk fysiologisch mechanisme. In hoeverre dit de wereldwijde toename van boomsterfte kan verklaren moet overigens nog aangetoond worden.’

Onvoldoende aanpassen

Het onderzoek laat volgens Sterck ook zien dat opwarming van de aarde, veranderde neerslagpatronen en vooral de snelle afwisseling van weersextremen gevolgen hebben voor bomen en bossen. ‘Bomen leven lang en kunnen normaal gesproken ‘dealen’ met onverwachte omstandigheden op een bepaalde plek. Nu verandert er in korte tijd echter wel heel veel; als bomen zich onvoldoende kunnen aanpassen aan de nieuwe extremen, zoals langdurige droogte, is dat alarmerend’.

Tegelijk wijst Sterck erop dat de onderzochte ‘veiligheidsmarges’ van bomen slechts één factor zijn. ‘Het functioneren van bomen is complex, en het is mogelijk dat bomen met andere aanpassingen de effecten van droogte kunnen compenseren. Dat hebben de wetenschappers niet onderzocht, dus er is nog veel niet duidelijk.’

Op Nederlandse bodem ziet Sterck een gemengd beeld van de actuele toestand van het bos deze zomer. ‘Sommige bossen lijken er nog prima bij te staan, met bomen vol groen blad. Maar de lokale verschillen zijn groot: in de duinstreek zie je bijvoorbeeld veel esdoorns, berken, beuken, meidoorns en lokaal ook eiken met verschrompeld blad. Sommige coniferen hebben verkleuring van naalden. Er zijn lokale verschillen, afhankelijk van bijvoorbeeld de bodemsoort of de aanwezigheid van zeewind, maar dat er iets aan de hand is, is mij wel duidelijk.’

Toekomst bossen

Het Chinese onderzoek bevestigt volgens Sterck de noodzaak na te denken over de toekomst van bossen. ‘Het lijkt erop dat sommige soorten zich niet kunnen handhaven, omdat het te warm en droog wordt. Een bos heeft zo’n honderd jaar nodig om zich te ontwikkelen, dus moet je nu al goed nadenken over wat te doen met onze bossen.’

Van bosecologen en natuurbeheerders worden volgens Sterck snelle antwoorden verwacht, maar de vragen zijn complex. ‘De gedachte nu is dat het goed is om bossen gemengder, met meer boomsoorten samen te stellen. Zo doe je aan risicospreiding. Maar welke soorten de beste kansen maken, en in welke combinatie en op welke bodem, is nog grotendeels onduidelijk. Er blijven dus veel vragen over hoe we het bosbeheer moeten inrichten om bossen klimaatbestendig te krijgen bij de voortschrijdende klimaatsverandering. Dat zijn heel ingewikkelde vraagstukken, die vragen tijd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next