Jarenlang was de befaamde keirincompetitie alleen voorbehouden aan Japanners. Deze zomer mag een klein groepje internationale baanwielrenners meedoen. Onder hen meervoudig wereldkampioene Hetty van de Wouw.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Sinds Hetty van de Wouw meedoet aan de prestigieuze Japanse keirincompetitie, kan ze binnen twintig minuten haar baanfiets uit elkaar halen en weer in elkaar zetten. Ze leeft tijdelijk in een wereld waar speciale ‘manneneettafels’ zijn, met blauw aangegeven. Of juist gangen die alleen bedoeld zijn voor vrouwen, met roze tape op de grond. De meervoudig wereldkampioene vindt in Japan, de bakermat van haar sport, haar weg in een ander topsportleven.
Voor Van de Wouw (28) was de Japanse keirincompetitie jarenlang iets van voor haar tijd. Oud-ploeggenoot Theo Bos deed ooit mee. Matthijs Büchli en Laurine van Riessen waren de laatste Nederlanders die een felbegeerde uitnodiging kregen. Tot en met 2019 was jaarlijks slechts een klein groepje internationale renners welkom om mee te doen. Maar toen kwam covid en bleef de competitie voorbehouden aan Japanners. Tot dit jaar.
Dus toen Van de Wouw een jaar geleden een uitnodiging in haar mailbox zag verschijnen van de Japanse keirinfederatie, twijfelde ze niet. ‘Het is een droom om mee te doen. Zoiets bijzonders. Niet alleen omdat weinig renners zo’n kans krijgen, ook omdat hier de historie van onze sport ligt’, vertelt ze telefonisch vanuit Japan. Haar zilveren olympische plak is vermoedelijk de reden waarom de organisatie van de Japanse keirincompetitie contact opnam.
2024 was het jaar van haar doorbraak. In die zomer werd ze tweede op de keirin bij de Olympische Spelen in Parijs – haar eerste individuele medaille op het allergrootste podium. Een paar maanden later veroverde Van de Wouw drie keer zilver bij de WK, weer een jaar later mocht ze op de hoogste podiumtrede staan en werd ze op drie onderdelen wereldkampioene. Half oktober zal ze haar wereldtitels verdedigen in Shanghai, tegen die tijd is ze weer een week of zes aangesloten bij haar ploeggenoten van de Nederlandse baanselectie.
Het gaat er in Japan anders aan toe dan ze bij internationale wedstrijden zoals WK’s en Olympische Spelen gewend is. Keirin staat bekend als een spectaculair onderdeel. Zo’n zes tot negen renners worden op gang gebracht door een derny, en in de laatste drie ronden wordt gestreden om de winst.
Maar terwijl het normaal gesproken draait om medailles en de eer van het land, mag er in de Japanse keirincompetitie worden gegokt op wedstrijden. Banen zijn groter: tussen de 333 en 500 meter, tegenover de 250 meter die bij UCI-wedstrijden wordt gehanteerd. ‘Dat maakt de tactiek iets anders, je moet beter nadenken wanneer je bijvoorbeeld aanzet, in de bocht wil je bijvoorbeeld niet extra meters maken.’
Ze fietsen hun wedstrijden daarnaast in de buitenlucht, in plaats van op een overdekte wielerbaan. In de zomer trekt de competitie wekelijks van de ene baan naar de andere. En waar Van de Wouw stijve fietsen gewend is, is het materiaal nu veel slapper en fietst ze met een kleiner verzet, waardoor ze meer omwentelingen moet maken en minder makkelijk kracht kwijt kan. Dat maakt een wedstrijdtactiek ook anders.
Bij de mannencompetitie, waar Nederlander Harrie Lavreysen een van de drie internationale rijders is, mag in de strijd zelfs een beuk worden uitgedeeld. ‘Gelukkig mogen vrouwen elkaar niet aanraken tijdens een race. En ik weet dat Harrie in zijn races gewoon vroeg naar voren gaat, en zo probeert uit het gedrang te blijven.’
Voordat de competitie eind juni van start ging, moest Van de Wouw naar een keirinschool, naar een opleiding van bijna twee weken. Die werd gevolgd door een examen, waarin ze bijvoorbeeld moest bewijzen binnen twintig minuten een fiets uit elkaar te kunnen halen, om deze vervolgens weer in elkaar te zetten. ‘Ik had zestien minuten nodig.’ Ze leerde dat juichen als renner niet is toegestaan na winst. En dat ze voorafgaand aan een race haar tactiek moet aangeven; die informatie is vervolgens onderdeel van de gokprocedure voor het publiek.
Om welke gokbedragen het in haar categorie gaat, weet Van de Wouw niet. Evenmin of het voor Nederlanders toegankelijk is. ‘Familie mag sowieso niet meegokken. Ik weet dat in de hoogste keirinklasses, waar wij niet aan meedoen omdat dit niet voor internationale renners is, voor miljoenen euro’s wordt gegokt. Het gaat om grote bedragen.’
Contact met de buitenwereld is rond wedstrijden niet toegestaan vanwege het gokken. Bij aankomst moest ze elk apparaat met bluetooth, ook een e-reader of AirPods, inleveren. Vier dagen offline zijn is ook wel eens lekker, vindt ze. Met het thuisfront deelde ze een document waarin precies staat aangegeven welke dagen ze onbereikbaar is. En om de tijd tussendoor te doden, heeft ze papieren boeken mee en een Murdle, een puzzelboek waarin moordmysteries kunnen worden opgelost.
Voor Van de Wouw is meedoen aan de competitie ook een manier om de sleur van het topsportleven te doorbreken. ‘De laatste tien jaar zagen er aardig hetzelfde uit.’ Ze trainde met veelal dezelfde mensen, op dezelfde locatie: Omnisport in Apeldoorn. Altijd in dezelfde selectiekleding. Af en toe gingen ze op trainingskamp en naar wedstrijden in het buitenland. ‘Ik geniet daar erg van, hoor, maar ik denk ook dat dit een goed moment in mijn carrière is om iets nieuws te doen. Om hier maanden te wonen, en de cultuur anders mee te krijgen dan wanneer je naar Japan op vakantie gaat.’
Nu fietst ze afwisselend in een andere kleur kleding, afhankelijk van haar startpositie. ‘Er zijn hier veel Japanse media, vaak komen er een stuk of vijftien mensen om me heen staan, waarbij één persoon het woord doet en de rest meeluistert. Heel vaak gaat het alleen maar over de race, maar toen ik laatst een keer zei: ik vind het wel leuk dat ik morgen in het blauw mag, zag ik iedereen meeschrijven. Blauw hoort bij startplek vier. Ik vind het wel een mooie kleur. Wit is ook cool, dan ben je óf de thuisrijder, of degene waar ze het meest van verwachten.’
Soms moet ze gniffelen om de cultuurverschillen, zegt ze. ‘Hier is veel gepland, waar wij Nederlanders denken: komt wel goed. We hadden bijvoorbeeld een reservering in een restaurant, waarbij ons was doorgegeven om een half uur van tevoren weg te rijden. Bleek het tien minuten rijden te zijn, waren we er twintig minuten te vroeg. Of een les die maar vijftien minuten duurde, maar waar wel twee uur voor was ingepland. Er is hier behoefte aan meer structuur, maar dat is juist interessant om te ervaren, vind ik.’
Ze verblijft in een studiootje op het schiereiland Izu, onderaan een berg in het dorpje Takyó. Een bed, stoelen en een tafel waren er al. Samen met Lavreysen, haar enige landgenoot ter plekke, is ze op advies van ChatGPT naar de plaatselijke kringloopwinkel gegaan om een ligstoel te kopen. In een andere winkel vonden ze kledinghangers, borden en pannen. ‘Liepen we naar binnen, zei de eigenaar meteen: ‘Lavreysen, keirin’. Onze sport is zo groot hier.’
Niemand won ooit meer wereldtitels in het baanwielrennen dan Lavreysen, die er twintig verzamelde. Hij is daarnaast vijfvoudig olympisch kampioen. Zelf werd drievoudig wereldkampioen Van de Wouw niet herkend, dat gebeurt in Nederland ook slechts af en toe. ‘En dat vind ik ook niet erg, ik doe dit niet om bekend te zijn. En wat Harrie heeft gepresteerd is zo uitzonderlijk.’
Het is fijn dit samen met Lavreysen te doen, vindt ze. ‘Af en toe even in het Nederlands praten. Een vertrouwd persoon hier hebben.’ Hij heeft een studio in hetzelfde gebouw, net als de andere buitenlandse baanwielrenners die dit jaar meedoen aan de Japanse keirincompetitie, onder wie de Nieuw-Zeelandse meervoudig olympisch kampioen Ellesse Andrews.
Ook dat is waardevol aan deze uitnodiging, vindt Van de Wouw. Ze heeft nu meer contact met haar concurrenten dan ooit. ‘Normaal gesproken zeg je gedag, maak je hooguit een kort praatje. Nu ben ik veel goede gesprekken rijker en merk je dat zij tegen dezelfde mentale uitdagingen van topsport kunnen aanlopen.’
Ze traint in de wedstrijdloze dagen op het schema van bondscoach Hugo Haak. Veel van haar trainingen doet ze samen met Lavreysen. Ook dat gaat gepaard met andere regels dan ze gewend is. Als ze krachttraining hebben, parkeren ze hun auto voor het fitnessgebouw en zeggen: ‘tot zo’, om vervolgens allebei een andere kant op te lopen en elkaar binnen weer te treffen.
‘Vrouwen en mannen mogen niet altijd dezelfde route nemen. We hebben daar allebei een eigen ingang en dat onderscheid staat aangegeven met bijvoorbeeld roze – voor de vrouwen – of blauwe markeringen. Op de grond gebruiken ze roze of blauwe tape. En terwijl we door een gezamenlijke gang naar het eten mogen lopen, mag je niet met mannen aan tafel zitten. Er is een aparte vrouwentafel.’ Ja, dan denkt ze wel: voor de badkamer begrijp ik het nog. Maar het gaat wat ver. Tegelijkertijd kijkt ze vol interesse rond in de andere wereld van het topsportleven.
Zo’n periode in Japan maakt haar niet meteen een grotere keirinspecialist, denkt ze. Daarvoor zijn de omstandigheden te verschillend van de ‘normale’ wereld waar ze in september weer in terugkeert. ‘Maar ik denk wel dat je jezelf nog iets beter leert kennen. Ik ben hier niet alleen, maar toch ben ik in mijn eentje aan de andere kant van de wereld. Tijdens wedstrijden spreek ik normaal met mijn coach. Nu mag ik geen contact hebben en maak ik mijn eigen plan. Ik denk dat ik dus wat zelfstandiger word.’
En het is ook weleens lekker om zonder druk wedstrijden te rijden, vindt ze. Al won ze in Japan direct de eerste keirinwedstrijd die ze reed, winst is minder belangrijk dan anders. ‘Bij de WK in oktober zal er misschien wel meer van me verwacht worden dan het jaar daarvoor.’ Maar dat is toekomstmuziek. Net als de Nederlandse boterham waar ze de laatste tijd steeds vaker zin in krijgt. ‘Ik heb mijn pot pindakaas mee, maar het echt goede brood kun je hier niet vinden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant