Waarom zijn er tegenwoordig zoveel vrouwelijke ondernemers? Frustratie, wantrouwen en fysieke en mentale kwelling door het systeem. Steeds vaker werken die als brandstof.
Het aantal vrouwelijke ondernemers is in acht jaar tijd met 46 procent gestegen, terwijl het aantal mannelijke ondernemers in diezelfde periode met slechts 33 procent steeg. Er zijn wat mij betreft twee hele duidelijke redenen hiervoor. Eén: het kan. Decennialang is er gestreden voor vrouwenrechten. Dankzij die strijd hebben vrouwen nu een bankrekening, handelingsbevoegdheid en de sociale acceptatie om te ondernemen. Op papier is alles mogelijk. En daar maken vrouwen logischerwijs gebruik van.
Twee: de spark is groter dan de zon. Wat maakt een goede ondernemer tot een goede ondernemer? Dat ze een spark hebben. Iets dat zo sterk brandt dat je er iets mee móét. En die spark komt niet zomaar uit de lucht vallen. Onderzoek naar ondernemerschap laat zien dat tegenslag, frustratie en de manier waarop mensen daarmee omgaan een belangrijke rol kunnen spelen in veerkracht en ondernemerschap. Een onderzoek uit 2026 onder vrouwelijke ondernemers laat bijvoorbeeld zien dat een sterke missie een belangrijke bron van veerkracht kan zijn: het gevoel dat je iets móét veranderen, iets móét oplossen, ergens voor móét staan.
Over de auteur
Maartje Bregman is schrijver en spreker.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Vrouwen ervaren nog steeds elke dag pijn. Puur om het feit dat ze vrouw zijn. Vaak fysiek, maar veel vaker nog mentaal. Ze worden niet serieus genomen als ze iets voorstellen, ze worden niet aan het woord gelaten in een gesprek, ze worden afgekapt als ze te veel praten. Vrouwen worden dagelijks geconfronteerd met ‘grappige’ opmerkingen dat ze te dik, te dun, te smal, te breed, te slim, te dom, te eager, te afhoudend, te assertief, te rustig, te veel of te aanwezig zijn.
Het is bijna de monoloog uit de kaskraker Barbie, maar dan niet in een bioscoopzaal. Gewoon op een doordeweekse middag.
En die pijn zit niet alleen in opmerkingen. Die zit in de non-verbale communicatie, in grote reclameleuzen – bijvoorbeeld voor een nieuw afwasmiddel of een maaltijd die door de vrouw op tafel wordt gezet terwijl de man en kinderen zitten – en in de posities waarin ze zichzelf hebben gewurmd. Misschien zit die pijn nog wel het meest in de momenten waarop iemand met een goed idee de kamer binnenloopt en eerst moet bewijzen dat diegene überhaupt serieus genomen moet worden. Als je iedere dag ergens tegenaan loopt, kun je twee dingen doen. Je kunt het als een bal proberen onder water te drukken, of je pakt de bal op en geeft hem een zwengel van hier tot Tokio.
Onderzoek naar vrouwelijke ondernemers laat precies zo’n beweging zien. Frustratie, wantrouwen en het gevoel dat een systeem niet werkt, kunnen omslaan in wat onderzoekers ‘entrepreneurial rebellion’ noemen: ondernemerschap als manier om niet alleen zelf uit een situatie te komen, maar ook iets aan die situatie te veranderen. De pijn wordt dan niet het eindpunt, maar de brandstof.
En misschien is dat wel de reden dat we zoveel vrouwelijke ondernemers zien. Niet omdat vrouwen ineens massaal hebben ontdekt hoe leuk een spreadsheet is. Niet omdat iedere vrouw status en een dikke bak wil. Wel omdat er eindelijk ruimte is én omdat er brandstof genoeg is. De ideeën, intelligentie en het organisatorisch vermogen zaten er al lang in, maar nu is de vonk zo groot dat er geen uitweg meer is.
Maar dan zijn we er nog niet. Want een vrouw die ondernemer wordt, is één ding. Een vrouw die een bedrijf bouwt, financiering aantrekt, groeit en uiteindelijk een grote speler wordt, is iets anders. En juist daar lijkt de trechter smaller te worden. Het CBS onderzocht tussen 2022 en 2024 de zoektocht naar externe financiering en vond dat, wanneer er eenmaal een financieringsbehoefte is, uiteindelijk 35 procent van de vrouwelijke ondernemers financiering weet aan te trekken, tegenover 47 procent van de mannelijke ondernemers.
Het grootste verschil zit niet eens in de uiteindelijke goedkeuring: vrouwen doen simpelweg veel minder vaak daadwerkelijk een aanvraag. 47 procent van de vrouwen met een financieringsbehoefte doet een aanvraag, tegenover 59 procent van de mannen. Omdat vrouwen niet worden gestimuleerd om de aanvraag in te dienen. Ze worden eerder bevraagd op het idee in plaats van getipt op financieringsaanvragen.
En daar zit voor mij precies de crux. Misschien moeten we stoppen met ons alleen afvragen waarom er zoveel vrouwelijke ondernemers bijkomen. Misschien moeten we ons afvragen waarom zoveel vrouwen nog steeds een extra drempel tegenkomen zodra ze groter willen denken. Want de spark is er. De ideeën zijn er. De ondernemers zijn er. De afgelopen acht jaar zijn er bijna 280 duizend vrouwelijke ondernemers bijgekomen.
Dus: ben je een vrouw? Zet je pijn om in die spark en claim je plek. Niet omdat je jezelf eerst moet bewijzen. Niet omdat je nóg harder moet werken om te laten zien dat je het waard bent. Maar omdat je er mag zijn, ook aan de tafel waar je tot nu toe niet werd uitgenodigd.
En ben je een man? Erger je niet zo aan vrouwelijke ondernemers. Dikke kans dat het door een van je eigen opmerkingen komt. Misschien heb je ooit tegen iemand gezegd dat iets niet kon, dat die niet serieus genoeg was, niet zakelijk genoeg, niet ambitieus genoeg of simpelweg ‘te veel’.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant