Raadsleden, wethouders en provinciale bestuurders krijgen steeds vaker met bedreigingen te maken. Dat heeft grote impact op hun werk en vormt zo een gevaar voor de democratie. Nederlandse burgers moeten daarom niet toekijken, maar zich openlijk uitspreken tegen intimidatie en bedreiging.
Overal in Nederland zitten elke avond raadsleden aan de keukentafel te werken. De een schrapt een agendapunt van het lijstje voor de volgende vergadering. De ander zet een opinie toch maar niet online. Niet omdat het onderwerp er niet toe doet, maar omdat ze weten wat erop volgt: scheldpartijen, dreigementen, misschien een auto die die avond een paar keer te vaak door de straat rijdt. Ze denken aan hun kinderen. En ze kiezen voor stilte.
Die stilte is een signaal. Zoals de kanarie in de kolenmijn stopt met kwetteren bij giftige gassen, geeft deze stilte aan dat er iets goed fout gaat in onze democratie.
Het zijn geen incidenten. Bijna de helft van de mensen die zich lokaal en provinciaal politiek inzet (45 procent) kreeg het afgelopen jaar te maken met agressie of intimidatie. Het geldt voor zes van de tien wethouders en zeven van de tien burgemeesters.
Helaas heeft het ook echt effect. Driekwart van de burgemeesters die iets meemaakten, zegt dat het gevolgen heeft: minder werkplezier, terughoudendheid op sociale media, een onderwerp dat wordt vermeden. Het beeld is al jaren hetzelfde en het verbetert niet.
Over de auteurs
Klaas Dijkhoff is bestuurslid bij Voor Ons Nederland. Carlijn van Donselaar is hoofd strategie en communicatie bij Voor Ons Nederland.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Kijk naar wie de afgelopen jaren opstond om een belaagde beroepsgroep te verdedigen. De spelers van het Nederlands elftal werden verdedigd door Ruud Gullit. Agenten door hun korpschef. Medewerkers in het openbaar vervoer door hun eigen directies. En bedreigde politici? Die worden vooral verdedigd door andere politici, zoals Emile Roemer, die een streep trok toen het in Limburg misging.
Dat is precies het patroon dat we willen doorbreken. Zolang vooral mensen uít de beroepsgroep zelf de aanklacht voeren, blijft bedreiging een privékwestie van wie het overkomt. Iets tussen het raadslid en de bedreiger. In plaats van wat het werkelijk is: een zaak van ons allemaal.
Daarom begint Stichting Voor Ons Nederland (VON) dinsdag een landelijke campagne voor de milde meerderheid: de grote groep Nederlanders die bedreiging hartgrondig afkeurt, maar dat zelden hardop zegt. In een film van een minuut laten we niet alleen de politici zien, maar ook de mensen om hen heen – niet om medelijden op te wekken, maar om duidelijk te maken hoeveel levens één snel verstuurd bericht zijn sporen nalaat.
Een bedreiging galmt lang na, zeker als de afkeuring ervan vooral in stilte gebeurt. We willen mensen aansporen die stilte te doorbreken. De buurvrouw die het raadslid uit haar straat straks wél dat aardige appje stuurt, de kroegbaas die het de volgende keer wél hardop opneemt voor de wethouder die net bedolven is onder de haatberichten. Als we onze democratie liefhebben, dan moeten we die stille afkeuring, die we allemaal voelen, omzetten in zichtbare steun.
Want er verschijnen inmiddels zoveel berichten in de media over bedreigde lokale politici dat we het bijna normaal gaan vinden. Gaan denken ‘dat het er nou eenmaal bij hoort’ en onze schouders ophalen. Maar toeschouwer zijn is in een democratie geen houdbare rol. Wie in een vrij land wil blijven wonen, zal daar zelf iets voor moeten doen. Doe je dat niet, dan gebeurt wat je nu om je heen ziet: normalisering van bedreiging en afbrokkeling van onze democratische waarden.
Bij die waarden horen dat elke mening mag worden geuit en dat iedereen zich verkiesbaar mag stellen. Als dat juridisch mag, maar ondertussen sommigen worden wegbedreigd, dan is dat recht in de praktijk aangetast. Wie een jong gezin heeft, wie zich kwetsbaar voelt op een gevoelig dossier, wie geen beveiliging of dikke huid heeft, haakt eerder af of vermijdt het onderwerp.
Een gezonde omgang met mensen die een totaal andere mening hebben, maar zich net zo hartstochtelijk inzetten voor de samenleving, wordt moeilijker. Polarisatie neemt toe, het eigen gelijk echoot tot het absoluut is en wie absoluut gelijk heeft, hoeft niet meer naar anderen te luisteren en krijgt de neiging dat absolute gelijk doordrukken.
Dat gebeurt juist bij de dossiers waar de druk het grootst is: een azc, een windmolenpark of de uitbreiding van een bedrijventerrein. Onderwerpen die juist vragen om er samen uit te komen, om lastige keuzes en om rekening te houden met mensen die er anders naar kijken dan jijzelf.
Bedreigde raadsleden zijn daarom de kanarie in de kolenmijn: een vroeg signaal dat iets fundamentelers onder druk staat dan het welzijn van één persoon. Bedreiging hoort niet bij het politieke debat, hoe fel dat debat ook mag zijn. Je mag het faliekant oneens zijn met een raadslid, wethouder of burgemeester. Bedreigen is geen ‘felle vorm van meningsuiting’ of ‘bewijs van grote zorgen’.
Het is het moment waarop dat meningsverschil ophoudt te bestaan, omdat de ander wordt wegbedreigd. Als we daaraan wennen, houden we straks slechter bestuur over, waarbij de uitkomst wordt gedicteerd door wie het hardst dreigt in plaats van door het besluit dat de meesten van ons kunnen dragen. Dat is de prijs van normalisering. En die betalen we allemaal.
We roepen u dus op om mee te doen. Spreek u uit als u bedreigingen, intimidatie of onlinehaat voorbij ziet komen. Laat politici, ook als u het met hen oneens bent, ook eens weten dat u hun inzet waardeert. In een democratie is het belangrijkste ambt dat van u: burger. Wij staan dus zélf aan de lat om bedreigingen een halt toe te roepen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant