is bestuurssocioloog.
De wetenschap is een vreemdsoortig werk. Het is een constante zoektocht naar de juiste woorden voor valide claims op de werkelijkheid. Maar bij het overlijden van Jason Arday schieten in de hele wetenschap vooral woorden tekort.
Bovendien heeft in die zoektocht naar waarheid niet iedereen het kompas altijd zuiver afgesteld, dat is algemeen bekend.
Zo kun je als Tilburgse hoogleraar een ‘promotiefabriek’ optuigen, meer dan een miljoen euro overmaken naar familieleden, aanblijven als decaan en wegkomen met een taakstraf. Zo kun je als Duitse minister van Defensie betrapt worden op plagiaat, maar je doctorstitel behouden. Inmiddels is die Duitse minister de voorzitter van de Europese Commissie.
En zo kun je als PVV-staatssecretaris betrapt worden op plagiaat in je masterscriptie, kan je bul worden afgenomen, vervolgens een nieuwe kans worden geboden en nu zitting nemen als Tweede Kamerlid.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In de zoektocht naar waarheid gebeuren weleens stomme dingen. Ook domme, nalatige en strafbare dingen.
Wetenschappers publiceren meer dan ooit en die toegenomen publicatiedruk zorgt ervoor dat fraude en plagiaat aan de orde van de dag zijn. Ook door verbeterde technieken komen ongeoorloofde praktijken steeds vaker aan het licht. Zo worden jaarlijks 10- tot 14 duizend wetenschappelijke publicaties teruggetrokken. Meer dan 10 procent daarvan wordt specifiek vanwege plagiaat teruggetrokken.
Met andere woorden: ongeoorloofde praktijken zijn een alledaags academisch fenomeen en kunnen iedereen overkomen. Het belangrijkste verschil is dat niet iedereen ermee wegkomt. Dat alleen sommigen echt nadelige gevolgen ondervinden. En dat het alleen voor een enkeling levensbedreigende consequenties heeft.
Socioloog Jason Arday wist dat als geen ander. Hij schreef prachtige studies over hoe racisme werkt in het hoger onderwijs: ‘more to prove and more to lose’. En zo schreef hij vijf jaar geleden al: ‘Er zijn tal van problemen binnen het hoger onderwijs die voortdurend aspecten van ongelijkheid en discriminatie in de hand werken. Deze problemen houden verband met institutioneel racistische structuren, die de academische loopbaan van gekleurde personen vormgeven, benadelen en onderdrukken.’
Het gaat er niet om dat het cv van Jason Arday inconsequenties vertoonde, of dat aan zijn dissertatie werd getwijfeld. Want vlooi mijn cv door, haal al mijn publicaties door de scanner en je zult mij ook aan de schandpaal kunnen nagelen. Geen enkele twijfel. Waar het om gaat is dat Ardays nalatigheden niet zonder consequenties bleven. Dat zijn onvolkomenheden leidden tot een internationale journalistieke hetze en dat hij niet als hoogleraar kon aanblijven. Dat valt ook onder de weinig ‘zuiverende werking’ van de wetenschap. Namelijk dat het zich niet kan zuiveren van reproducerende krachten van discriminatie en racisme in de samenleving. En waarvan de universiteit een ‘microkosmos’ is, zoals Arday wist.
De kwestie-Jason Arday is dus geen kwestie van plagiaat, maar van de vraag aan wie de verdenking van plagiaat blijft kleven. En voor wie dat onomkeerbare consequenties heeft.
De socioloog Norbert Elias wist ook hoe dat werkte. Want het beeld van buitenstaanders wordt altijd gemodelleerd naar de slechtste kenmerken van die groep, terwijl het zelfbeeld van gevestigden opgehangen wordt aan de ‘beste’ leden. Zo stelt Elias: ‘Deze vertekening in tegengestelde richtingen stelt een gevestigde groep in staat zowel voor zichzelf als voor anderen zijn gelijk te halen; er is altijd bewijsmateriaal te vinden om aan te tonen dat de eigen groep ‘goed’ en de andere ‘slecht’ is.’
Op grond daarvan wordt duidelijk waarom zoiets volstrekt alledaags als plagiaat in het ene geval beklijft en in het andere geval niet. Want alleen dankzij machtsongelijkheid kan volgens Elias ‘het etiket van collectieve schande waarvan buitenstaanders worden voorzien, zijn kleefkracht behouden’.
Kleefkracht.
Met andere woorden, in het witte bolwerk van universiteiten is het niet moeilijk dat datgene wat witte wetenschappers zonder consequenties kunnen doormaken, fatale consequenties heeft voor diegene bij wie dat wel kleefkracht heeft.
En ik kan mijn stem gebruiken om ongelijkheid aan de kaak te stellen die ik heb gezien en meegemaakt. Ik hoop dat mijn verhaal enige troost of vastberadenheid kan bieden bij het omgaan met racisme in al zijn institutionele vormen.
Troost of vastberadenheid. Want die laatste alinea is niet van mezelf, maar van Jason Arday. Print ’m uit. En hang ’m op. Of hang anders mij maar op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant