De Zitting De heerlijkheden Sinoutskerke en Baarsdorp werden al erkend als immaterieel erfgoed. Nu eisen de erfgenamen dat hun heraldische wapen ook officieel wordt geregistreerd. Gaat het om bescherming van identiteit of speelt ook een zeker materieel belang?
De eeuwenoude cultuur en folklore van Zuid-Beveland: daar gaat het vandaag om. Of is het eigenlijk meer een prestigekwestie? Over afkomst, familie en voormalig grondbezit? Tot de verbeelding spreken ze sowieso, het recht van grasetting (om vee te laten grazen langs wegen en dijken), van kerkgestoelte (een eigen herenbank in de kerk), van schapendrift (om vee te drijven), van palingvisserij en plantrecht (op andermans berm). Niet dat die oude rechten betwist worden. Ze zijn in de ogen van de eigenaar alleen onvoldoende beschermd.
Bij de Raad van State eisen de erfgenamen van de heerlijkheden – gebieden waar een heer bepaalde bestuurlijke en juridische rechten had – Sinoutskerke en Baarsdorp dat hun heraldische wapen officieel wordt geregistreerd. De minister van Binnenlandse Zaken weigerde dat, in 2023, op deskundig advies. De staat stuurt vandaag vijf man naar rechtszaal 2 aan de Haagse Kneuterdijk om dat te onderstrepen: drie van BZK en twee van de Hoge Raad van Adel, een uitvoerings- (en advies)orgaan. De heerlijkheid kwam alleen, in de persoon van de zoon van de ambachtsvrouwe van de heerlijkheid, Dries van Huijkelom van de Pas, tevens jurist. Die dus namens z’n moeder procedeert.
Argument van de minister: in 2013 is de staat om goede redenen gestopt met deze wapens erkennen en registreren. Dat gebeurt alleen nog indien ze bij een publiekrechtelijke taak horen. En deze Zeeuwse stichting is van een familie: privé en jammer dus.
Maar voor de familie is zo’n wapen levende geschiedenis, regionale cultuur en vooral Zeeuwse identiteit. Rechtstreeks verbonden met de negenhonderd hectare van de heerlijkheid die nu in de gemeente Borsele ligt. De heerlijkheid is onlangs erkend in de inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Erkenning van het wapen moest de bezegeling daarvan door de staat vormen.
Speelt ook een materieel belang, zoals eigenlijk altijd bij de hoogste bestuursrechter? Loopt iets of iemand iets mis indien de registratie niet doorgaat? Nee, zegt Dries van Huijkelom na de zitting: ‘identiteit’ is hier écht het kernbegrip. Behoud van iets waar in de 21ste eeuw voortdurend aan wordt geknabbeld, meent hij. Met een bedrijventerrein hier, een ruimtelijke ontwikkeling daar – en dan nu die weigering van de Hoge Raad van Adel.
Baarsdorp heeft een erkend symbool nodig, vindt Van Huijkelom van de Pas: een merk. En van oudsher is dat het heraldische wapen. Zie de drie kruizen van Amsterdam en de wapens van gemeenten, provincies, waterschappen. Beschouw het maar als een vorm van intellectueel eigendom, eventueel van merkenrecht, zegt hij.
Tegelijk zou namens de heerlijkheid Sinoutskerke en Baarsdorp nooit geprobeerd worden een plaatselijke middenstander te verbieden pakpapier met het wapen te gebruiken. Nee, dit is alleen een institutioneel conflict, met de Hoge Raad van Adel en het kabinet, over de interpretatie van een Koninklijk Besluit uit 1814, eentje uit 1919 en vooral over die vermaledijde beleidsregels uit 2013. Daaruit concludeerde de minister onder meer dat het wel klaar was met die folklore van al dan niet adellijke stichtingen en gegoede burgers met hun historische aanspraken op titels of wapens.
De kwestie heerlijkheid Baarsdorp is dus ook juristenfolklore, waar de rechters van de Raad van State zich deze ochtend met animo in verdiepen. Wat was het beleid van de Hoge Raad van Adel van oudsher? Kan dat besluit uit 1814 niet nog steeds gelden, evenals dat uit 1919? En kun je met 21ste-eeuwse beleidsregels, toch ‘lager recht’, daar wel een einde aan maken? Kan een bevoegdheid uit 1814 zomaar verdwijnen, door het criterium ‘publieke taak’ eraan toe te voegen? Destijds werden publieke taken óók door private partijen uitgeoefend.
Zo sijpelt de historie van droogmakerijen, boezems (stelsels van wateren), corporaties en andere stokoude hybride publiek-private constructies de zittingszaal binnen. In totaal zouden na 1919 aan 36 van dergelijke privaatrechtelijke rechtsvormen, waaronder zeven heerlijkheden, wapens worden toegekend. Terwijl die bevoegdheid volgens de minister van nu al lang zou zijn vervallen. En komt heerlijkheid Baarsdorp dan niet een beroep op het vertrouwensbeginsel toe? Wat de vertegenwoordiger van de minister juist bestrijdt: dat waren destijds, strikt genomen, 36 onjuiste beslissingen. De laatste onterechte wapenregistratie van een heerlijkheid was in 2007, sindsdien gelden ‘duidelijke’ regels. Eerder was de rechtbank Oost-Brabant het nog eens met die redenering.
De Raad van State neemt tien weken de tijd voor een uitspraak van nauwelijks drie alinea’s. De minister krijgt gelijk, ook omdat de heerlijkheid vrijwel dezelfde argumenten aanvoerde als bij de lagere bestuursrechter. En die zag het al goed: „Heerlijkheden [hebben] met de grondwetswijziging van 1848 hun publiekrechtelijke status verloren.”
Uit een Koninklijk Besluit van 1919 volgt bovendien dat de minister „alleen bevoegd is om wapens ter bevestiging voor te dragen voor zover deze afkomstig zijn van publiekrechtelijke lichamen of instellingen.” En dat is hier niet zo. Alle historie ten spijt.
In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.