George Ashmore is 100 jaar. Hoe kijkt de Noord-Ier, die op jonge leeftijd zijn vrouw verloor, terug op zijn leven?
is correspondent Groot-Brittannië van de Volkskrant. Hij woont in Londen.
George Ashmore moet lachen bij de kennismaking met de interviewer. ‘Patrick, Paddy, zo had ik waarschijnlijk ook geheten als ik een dag later was geboren.’ Het is een verwijzing naar St. Patrick’s Day, de nationale feestdag die de Ieren op 17 maart vieren. Dat gebeurt ook in Noord-Ierland, zeker binnen de pro-Ierse gemeenschap aldaar. Op 16 maart 1926 werd Ashmore geboren in Newtownards. Dit stadje ten oosten van de hoofdstad Belfast in graafschap Down ligt in het overwegend protestantse, pro-Britse deel van Noord-Ierland, maar de eeuweling heeft zich altijd afzijdig proberen te houden van de tegenstellingen in deze verdeelde uithoek van het Verenigd Koninkrijk.
Ashmore zit op een sofa in een bejaardenopvang in Bangor. Bayview heet het, daterend uit de tijd dat het zorgcentrum nog uitkeek op de delta van de Lagan, de rivier die door Belfast stroomt. Na een verhuizing naar een goedkopere locatie kijkt Bayview nergens meer op uit. Het ligt aan de rand van het centrum waar een broodnodige opknapbeurt gaande is. Deze badplaats heeft betere dagen gezien. Ashmore is met een busje vanuit zijn woning in zijn geboorteplaats gebracht. Na een kop oploskoffie in de kantine komt hij met zijn begeleiders naar een activiteitenruimte met een goede akoestiek. ‘Neem links van hem plaats’, luidt het advies, ‘met zijn linkeroog ziet hij net iets beter.’
100 jaar in het buitenland
De serie met interviews met 100-jarigen gaat deze zomer de grens over.
In juli en augustus vertellen eeuwelingen uit de hele wereld over hun leven.
Dit is aflevering 6.
‘Over een paar weken krijg ik een nieuw gehoorapparaat’, zegt hij, ‘dan kan ik hopelijk weer een speld horen vallen. Nu moet je nog even heel luid spreken.’ Hij zegt dit met een sterk Noord-Iers accent, scherp en zangerig, makkelijk herkenbaar door de uitgesproken ‘r’-klanken. Noord-Iers staat bekend als de populairste – en sexyste – tongval van het Verenigd Koninkrijk. Net als in het Schots is ‘Yes’ ‘Aye’ en staat ‘Wee’ voor ‘small’ of ‘little’. Ashmore heeft een envelop meegenomen met twee foto’s, van zijn eerste vrouw en van zichzelf. Naar de eerste kijkt hij stilletjes, bij de tweede maakt hij een grap. ‘Kijk, daar heb ik nog haar.’
Terwijl hij zijn onafscheidelijke rollator keurig parkeert, vertelt de 100-jarige dat hij eerder deze week thuis is gevallen. ‘Gelukkig heb ik tapijt. Na een tijd op de grond te hebben gelegen, kon ik weer via de sofa opkrabbelen.’ Begeleider Darren kijkt zorgelijk. ‘George, had je je alarmapparaatje wel paraat?’ ‘O ja.’
Door zijn hardhorendheid moeten sommige vragen een paar keer worden herhaald, soms met hulp van zorgmanager Donna. Tijdens het gesprek komt George erachter dat Donna’s moeder een collega van hem was in een naaimachinefabriek. ‘Ze moet bijna even oud als ik zijn’, zegt hij. ‘Is ze nog goed van boven? Ja? Heb je haar telefoonnummer voor me?’
Ashmores lach vult de ruimte.
Hoe ziet uw dag eruit?
‘Als het een mooie dag is, pak ik mijn rollator en maak ik een wandeling door Newtownards. Om uit te rusten ga ik op het stadsplein zitten en maak dan een praatje met voorbijgangers. Een tijdje geleden sprak ik met een man die zei dat ik niet overkwam als een 100-jarige. Ik antwoordde dat hij me had moeten zien voordat ik mijn make-up op had, haha. Daarna ga ik naar de Asda-supermarkt om melk en een paar andere dingen te kopen. Via Church Street loop ik weer naar huis, onderweg eet ik een burger. Ik ben blij dat ik nog een beetje onafhankelijk ben. Ik ga geregeld naar Towerview, een zorgcentrum waar ik lichamelijke oefeningen doe. Soms speel ik snooker. Dat houdt me fit. Ik heb lol met de mensen om me heen, de verpleging en de andere bewoners. Soms weten mensen niet of ik de draak met ze steek of niet. Humor en beweging houden me gaande.’
Hoe beleefde u uw 100ste verjaardag?
‘Die vierde ik op Towerview, met taart en een doedelzakspeler.’
Hoe zagen uw jonge jaren eruit?
‘Een vol huis. Mijn vader zat in het Britse leger en kwam oorspronkelijk uit Nottingham in Engeland. Mijn moeder zorgde voor het huishouden, dat was een hele taak. Ik ben de oudste van zeven kinderen. Twee van mijn zusjes zijn nog in leven.’
Had u plezier op school?
‘Niet echt. Soms stak ik mijn hand op met het verzoek om naar de wc te mogen. Dan glipte ik de schoolpoorten uit en ging ik naar huis. Vervolgens stuurde de school enkele jongens uit de hogere klassen om me weer terug te halen. Aan wiskunde had ik een broertje dood, vooral het hoofdrekenen. Het enige vak dat ik echt leuk vond was aardrijkskunde. Ik leerde de hoofdsteden van landen uit mijn hoofd en de namen van de bergtoppen in graafschap Down, het Mourne-gebergte. Die hadden Ierse en Engelse namen.’
Tijdens uw puberjaren woedde de Tweede Wereldoorlog. Wat merkte u daarvan?
‘Nadat ik 17 was geworden, meldde ik me aan bij het leger. In Noord-Ierland werden jongeren, anders dan in de rest van het Verenigd Koninkrijk, niet verplicht opgeroepen, maar ik wilde vechten voor mijn land. Ik ging met de papieren naar huis, maar mijn vader weigerde ze te ondertekenen. ‘Je bent de oudste’, zei hij, ‘ik wil dat je thuisblijft om op het gezin te passen.’ Daar legde ik me bij neer. Wel mocht ik bij de Home Guard. We gingen op trainingskamp naar Newcastle, een plaats verderop aan de kust. Ik leerde marcheren en geweren schoonmaken. Er was geen warm water en het was heel koud. Tevens zat ik bij de kadetten voor de luchtmacht. Mijn beste herinnering was het bezoek van acteur George Formby aan de Regent-bioscoop. Hij was op een tournee om de troepen te vermaken. Ik kreeg zijn handtekening!’
Ging u veel uit?
‘Ja, dansen! Ballroom dancing was heel groot in die tijd. Na de oorlog reisden we zelfs naar Engeland om foxtrotlessen te volgen bij de grote Victor Silvester, kent u die? Op de dansvloer kwam ik ook de liefde van mijn leven tegen, Elsie. Het mooiste en meest begeerde meisje van Newtownards. De jongens stonden in de rij voor haar en ik had geen idee wat ze in mij zag. Ze kon geweldig dansen en had een verzameling schoenen. We trouwden jong, maar toen sloeg het noodlot toe. Ze kon geen kinderen krijgen en onderging een grote operatie aan haar baarmoeder. Elsie stierf een paar jaar later, 27 jaar oud. Haar hart had het begeven. Mijn wereld verging. Ik had me voorgenomen om nooit meer te trouwen, maar uiteindelijk deed ik dat toch met een vrouw uit het kerkkoor waarin we zongen. Zingen is een van mijn grote passies en heeft me veel geholpen.’
Wat voor werk deed u?
‘De meeste jongeren gingen in de textielindustrie werken, daar was werk genoeg. Een kwart eeuw lang heb ik hier in de fabriek van Debrettas gewerkt. Daar repareerde en onderhield ik naaimachines. Ik werd uiteindelijk hoofdmonteur. We deden veel werk voor het warenhuis Marks and Spencer. Toen er een nieuwe baas kwam, ging ik weg. We lagen elkaar niet. Ik ben later mijn eigen bedrijfje begonnen, in de naaimachines.’
Heeft u veel reizen gemaakt?
‘Ik reisde graag naar Wales en Schotland, prachtige naties. Mijn verste reis ooit was naar Duitsland, waar ik twee keer ben geweest, een keer voor werk en een keer op vakantie. Ik verwonderde me over de netheid van het land. Het mooiste was de vaartocht over de Rijn, met die schilderachtige huizen die heel dicht bij de oever staan. En ik kwam geregeld in Leeds, om voetbalwedstrijden te bezoeken. De meeste Noord-Ieren waren voor Manchester United, het team van George Best, de ster uit Belfast. Mijn stiefzoon was ook voor Manchester United. Als ze verloren, belde ik hem plagerig om te vragen hoe ze hadden gespeeld. Maar ze verloren niet vaak. Snooker is de andere sport waar ik veel van houd, om te spelen en te kijken.’
Noord-Ierland roept associaties op met de troubles, de burgeroorlog tussen de pro-Ierse nationalisten en de pro-Britse loyalisten. Hoe ervoer u dat?
‘In het dagelijks leven merkte je er niet zoveel van, in Newtownards. Een keer is er een bom ontploft, bij een pub. Belfast was een ander verhaal. Als je daarheen ging, moest je door controlepoortjes heen, checkpoints. Ik heb een tijdje gewerkt in Belfast en op die werkplek had ik te maken met katholieken en protestanten. Met beiden kon ik goed opschieten. Een jonge katholiek heb ik van alles geleerd over naaimachines.’
U lijkt het goede in de mens te zien…
‘Ik probeer niets slechts over mensen te zeggen. Als je niets goeds over ze kunt zeggen, zeg dan niets.’
Welke belangrijke levensinzichten heeft u opgedaan?
‘Wees bescheiden en heb gevoel voor humor. Met die twee dingen kom je een eind. Als ik terugkijk, zijn het de simpele geneugten die me het langst bij zijn gebleven. In de jaren vijftig gaf ik les op de zondagsschool van onze kerk. In de paasvakantie namen we de kinderen mee op een reis naar Newcastle, wandelen door de bossen, voetballen en dan met zijn allen patat eten. Dat maakte me gelukkig.’
Hoe kijkt u nu naar de wereld van nu?
‘Ik volg het nieuws, maar daar word je niet gelukkig van.’
Toen ik uw dochter vroeg om u te karakteriseren, zei ze onder meer dat u heel beschermend was.
‘Familie is altijd belangrijk voor me geweest. Ik ben apetrots op mijn kleindochters, maar die wonen in Engeland en Australië. Australië is een heel eind weg, veel te ver voor mij. We zien elkaar vaak op de mobiele telefoon van mijn dochter. Het is ongelooflijk dat je tegenwoordig gratis kunt bellen met Australië. Eind vorig jaar voerden we een videogesprek en toen zei ze ‘Draai je eens om.’ Ik draaide me om en daar stond ze. Ze was helemaal uit Australië gekomen voor de kerstdagen, maar niemand had me dat verteld, om me te verrassen.’
Wat zijn dingen waarvan u het jammer vindt dat ze zijn verdwenen?
‘De music halls, met ballroom dancing. Maar eerder dit jaar had mijn dochter een bijzonder verjaardagscadeau. Ze nam me mee naar een Nederlandse violist die speelde in Belfast, André Rieu. Nadat ze had verteld dat ik 100 was, mocht ik helemaal vooraan zitten. Het was fantastisch. Dansen lukt niet meer, maar ik was even helemaal terug naar mijn jonge jaren.’
Geboren: 16 maart 1926 in Newtownards
Woont: zelfstandig, in Newtownards
Familie: een dochter, een stiefzoon, twee kleinkinderen en twee achterkleinkinderen
Beroep: naaimachinemonteur
Weduwnaar (van zijn tweede echtgenote) sinds 2021
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant