is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant.
Vorige week was ik mee op een konvooi naar Oekraïne met Protect Ukraine, de organisatie die door schrijvers Jaap Scholten en Tommy Wieringa is grootgemaakt. Samen met mijn vader reed ik een door ons aangeschafte ambulance naar het Oosten om deze aan de Oekraïners te doneren, samen met nog een stel. Het werd een chaotische en intense reis, waarbij de intensiteit meer van de konvooideelnemers dan van de Oekraïners zelf kwam.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Je hoort weleens dat Oekraïners échte Europeanen zijn, in tegenstelling tot de Russen. Er wordt dan vaak verwezen naar de terrascultuur in de grote steden, waar het inderdaad net voelt alsof je in Bratislava of Ljubljana bent. Mij viel hun Europeaan-zijn vooral op toen ik tijdens een diner naast een locoburgemeester van een middelgrote stad zat. Toen ik wat vragen stelde over de politieke situatie in Oekraïne, bleek hij behoorlijk kritisch te zijn. Net als bij ons, en heel anders dan in Rusland.
Ik was blij om van de Oekraïners te horen hoe goed Nederland erop staat. Nederland hoort bij de Europese koplopers als het gaat om de financiële steun aan het land en dat is iets om trots op te zijn voor een landje dat soms meer bezig lijkt met navelstaren dan de buitenwereld. Die steun is bovendien zeer breed en apolitiek; van Urk tot Bloemendaal, overal in Nederland zijn er mensen die kleine en grote initiatieven steunen en de handen uit de mouwen steken.
Des te teleurstellender was de discussie die bij thuiskomst bleek te woeden over een interview van Tim Hofman met Joris Luyendijk. Laatstgenoemde wekte bij sommigen ergernis op; Luyendijk is oprecht en bevlogen, en was voor mij de reden om een konvooi te willen organiseren, maar is soms ook wat monomaan. Dat mag, maar de vraag is hoezeer de Oekraïense zaak daarbij geholpen is. Volgens mij is het helemaal niet nodig om je leven radicaal om te gooien om Oekraïne te helpen. Net zoals het ook niet nodig is om je leven radicaal om te gooien om tegen Big Tech te vechten, om maar wat te noemen. Die suggestie zal mensen eerder afschrikken dan overtuigen.
Zeker wanneer Luyendijk zijn pijlen richt op links, en de aandacht voor Oekraïne gaat vergelijken met die voor Palestina, vliegt hij uit de bocht. Het klopt dat er wél meer dan honderdduizend mensen een Rode Lijn trokken voor Palestina, en niet voor Oekraïne. Maar dat is omdat onze regeringen het met betrekking tot Palestina al jaren laten afweten, terwijl men Oekraïne volop steunt. Anders dan elders in Europa, krijgt het russofiele pseudopacifisme hier juist nauwelijks voet aan de grond bij links. Pro-Russische geluiden komen in Nederland van het fascistische Forum voor Democratie en de online Dukosphere.
Wat me wél lijkt te kloppen is dat (de steun aan) Oekraïne weinig media-aandacht krijgt. En bovendien een mannending is. Misschien vuren de algoritmes meer beelden van Palestijnse kinderen dan Oekraïense kinderen op vrouwen af. Of wellicht zorgt de ‘onmacht van de man tegenover de vrouw’ ervoor dat vooral mannen ‘rode konen krijgen van de oorlog’, zoals het decadente grachtengordeldier Daniela Hooghiemstra in EW schreef. Hoe dan ook; op enkele dappere artsen na zijn het vooral mannen die de kar trekken bij de Nederlandse hulp aan Oekraïne.
Dat gebrek aan aandacht lijkt me in deze tijd overigens ook voordelen hebben: de steun aan Oekraïne gedijt prima in de luwte, in de handen van doeners. Bovendien: aandacht staat in deze tijd gelijk aan polarisatie, en dat kunnen de dappere Oekraïners missen als kiespijn.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant