Home

Toen roeisters in Nederland op sierlijkheid werden beoordeeld en snelheid taboe was

Bij de WK roeien in Amsterdam worden komende week van de snelle Nederlandse vrouwen veel medailles verwacht. Een eeuw geleden mochten roeisters in ons land alleen deelnemen aan wedstrijden in ‘stijlroeien’, waar snelheid er niets toe deed.

schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.

Uitgeput kwam skiffeuse Lize van Olst over de finish. De roeister van de Amsterdamse studentenroeivereniging Nereus was op 6 juni 1914 de eerste winnares van een grote landelijke roeiwedstrijd. Op de Hollandia had ze, tot ontsteltenis van het publiek, flink moeten aanzetten om haar concurrenten voor te blijven.

Toeschouwers spraken er schande van. Spit zou ‘bekaf en verkreukeld’ zijn geweest. Het waren ‘onverkwikkelijke taferelen’ die het roeifestijn ‘ontsierden’, meende de organisatie. Vrouwen behoorden niet te roeien, besloten mannelijke roeiers.

Op de WK roeien, die vandaag op De Bosbaan beginnen, zijn Nederlandse roeisters serieuze medaillekandidaten, maar na de Hollandia van 1914 werd het vrouwen jarenlang verboden om snelheidswedstrijden te roeien. Als alternatief ontstond een schoonheidsvariant, het zogeheten ‘stijlroeien’, waarbij de vrouwen, decent gekleed in lange rokken, hun boot zo sierlijk mogelijk moesten voortbewegen. Inspanning was daarbij streng verboden.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

Nederlandse roeiverenigingen waren traditioneel mannenbolwerken. Rond 1900 begonnen de clubs mondjesmaat vrouwen toe te laten en daarmee ontstond onvermijdelijk ook de roep om wedstrijden voor vrouwen. Dat botste met heersende opvattingen over vrouwelijkheid. Bij het ideaalbeeld van een vrouw uit de hogere middenklasse hoorden kenmerken als ‘beschaafd’ en ‘gracieus’, niet ‘krachtig’ of ‘zelfstandig’.

Venijnige observatie

Een verslaggever van tijdschrift De Watersport vatte die blik na de Hollandia van 1914 samen in een venijnige observatie: ‘Wil men absoluut damesraces zien, laat het bestuur dan maar enige militante suffragettes uit Engeland laten overkomen, mits zorgdragend voor een sterk politiecordon rondom het botenpark.’

Stijlroeien leek een bruikbaar compromis. De sport, waarbij roeisters jurypunten kregen voor onder meer techniek, souplesse en gelijkheid in de boot, kwam overgewaaid vanuit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. In aanloop naar de Hollandia van 1914 hadden roeisters de organisatie overgehaald om, naast het nummer in de éénpersoonsskiff, ook stijlwedstrijden uit te schrijven. Het schoonroeien oogstte na afloop wél (mannelijke) goedkeuring. Snelheidswedstrijden verdwenen na 1914 decennialang van de agenda, maar dankzij het stijlroeien bleef de deur voor vrouwelijke sporters op een klein kiertje.

Dat kleine kiertje wisten de roeisters, stukje bij beetje, te gebruiken. Nederlandse vrouwenploegen reisden naar het buitenland om daar te roeien op snelheid. Dat leidde soms tot pijnlijke situaties. Bij een wedstrijd in 1929 in Parijs wilde de organisatie roeisters van de Leidse vrouwelijke studentenroeivereniging De Vliet aanmerken als de nationale ploeg. Dat kon niet, vond de Nederlandse roeibond. Vrouwenroeien bestond in Nederland niet.

Ondertussen bleven de roeisters aandringen om óók in Nederland snelheidswedstrijden te houden, maar bij een rondvraag bleek 70 procent van de verenigingsbestuurders tegenstander van dergelijke wedstrijden. Een coach bij Nereus, gynaecoloog van beroep, meende dat raceroeien leidde tot ‘aantasting van de vrouwelijke voortplantingsorganen’ en schade die het gevolg zou zijn van ‘het zoozeer en periodiek wisselende weerstandsvermogen der vrouw’.

Niet té snel

Desondanks werd vanaf 1930 ook snelheid toegevoegd als beoordelingscriterium bij de stijlwedstrijden. Roeisters kregen vanaf dat moment punten voor stijl, gezamenlijkheid én tijd. Maar het mocht ook weer niet té snel gaan. Ploegen die bij de finish zichtbaar vermoeid waren, werden onverbiddelijk gediskwalificeerd.

Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam een voorzichtige omslag. In 1946 werden de eerste Nederlandse kampioenschappen uitgeschreven voor vrouwen. De eerste Europese kampioenschappen voor vrouwen volgden in 1954, op de Amsterdamse Bosbaan. Het stijlroeien verloor ondertussen snel aan populariteit. De laatste competitie, voor meisjes tot 16 jaar, werd gehouden in 1970.

Het betekende niet dat roeidende mannen en vrouwen gelijk waren. Roeien werd voor vrouwen pas in 1976 een olympische sport, maar bij de eerste edities roeiden de vrouwen de halve afstand van hun mannelijke collega’s: 1.000 meter. In de woorden van toenmalig olympisch roeister Greet Hellemans (zilver en brons in 1984): ‘In feite één lange sprint.’ Pas sinds de Spelen van 1988 in Seoul roeien vrouwen de volle 2.000 meter.

Source: Volkskrant

Previous

Next