Op het circuit van Zandvoort sloeg al de weemoed toe tijdens de laatste Formule 1-race. Gehoopt werd op een zege van Max Verstappen als fraaie afsluiting voor de Nederlandse fans. Dat pakte toch wat anders uit.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Vaak genoeg klonken er de afgelopen zes jaar ‘ooooh’s’ en ‘aaaah’s’ vanaf de tribunes in Zandvoort. Bijna altijd was dat een blijk van bewondering voor Max Verstappen. Uitgerekend in de voorlopig laatste GP van Nederland golfde de luidste en langste ‘ooooh’ door de duinen.
En nu was het als uiting van schrik en ontzetting, voor het eerst in al die jaren. Van verrassing ook, want hoe was het mogelijk dat de laatste thuisrace van de viervoudig wereldkampioen al in de eerste ronde eindigde?
Al meer dan 384 keer eerder was in die zes jaar Verstappen met een rotgang door de steile Arie Luyendijkbocht gereden. Al die keren was het goed gegaan, maar bij de 385ste keer gleed hij weg van de witte lijn onderin de baan, die op sommige plekken nog nat was omdat het net had geregend. Hij verloor de controle over zijn Red Bull en zwiepte naar de andere kant van de baan, waar hij keihard tegen de muur reed.
‘Dat was het’, zegt hij daarna gelaten over de boordradio, waarna hij ook nog zijn verontschuldigingen aanbiedt. ‘Sorry.’
Zandvoort hoopte er na zes jaar weliswaar met een knaller uit te gaan, maar een crash van het nationale idool was uiteraard het laatste waaraan werd gedacht. De organisatie wilde naar eigen zeggen wel stoppen op ‘het hoogtepunt’, met volle tribunes dus. De eerste jaren was er een stormloop op de kaarten, maar daarna koelde de ‘Max-mania’ af. Om een mogelijke dip, en miljoenenverliezen, voor te zijn, trok Zandvoort zelf de stekker eruit.
Maar bij de ‘laatste ronde’ blijkt juist dat het racevuur weliswaar bij velen door Verstappen is aangewakkerd, maar dat het ook zonder hem nog wel even blijft branden. ‘Nu we in de sport zijn gerold, vind ik het ook leuk om anderen te volgen’, zegt race-fan Pim de Bruijn.
Zijn broer Rogier kijkt dit seizoen bijvoorbeeld met bewondering naar de bij Ferrari opgeleefde Lewis Hamilton. ‘Een paar jaar geleden vond ik hem wat minder, toen het nog hard tegen hard ging met Max, maar het is echt mooi om te zien hoe hij nu weer de weg omhoog heeft gevonden.’
De in oranje gestoken vijftigers staan zaterdag even bij te praten op een relatief rustig plekje, een van de weinige op het circuit. Normaal gesproken zitten ze tijdens grands prix met elkaar te appen vanaf hun zitbanken in hun woonplaatsen Leiden en Helmond. Belangstelling voor racen hadden ze altijd al wel, maar met de opkomst van Verstappen sinds 2015 nam dat flink toe.
‘Dat chauvinistische heeft wel geholpen’, zegt Pim, die net als Rogier voor het eerst in Zandvoort is. De kaarten waren dit jaar weer sneller uitverkocht dan vorig jaar, omdat veel fans de laatste editie niet wilden missen. Dat gaf ook bij de broers het laatste zetje.
‘Ik vind het prachtig dat we in Nederland zo’n groot evenement kunnen organiseren’, zegt Pim. ‘We zijn vanochtend door de duinen hierheen gefietst. Dan haken er steeds meer mensen aan en uiteindelijk rij je in een oranje peloton hiernaartoe. Alleen dat was al mooi om mee te maken.’
Dat de grote aanjager Verstappen dit jaar moeizaam presteert, doet nauwelijks af aan de pret. ‘Dat is ook verwachtingsmanagement’, legt Rogier uit. Vanaf zijn bank ziet hij de Nederlander het hele seizoen al kwakkelen, maar als sportliefhebber weet hij dat verliezen louterend kan werken. ‘Bij voetbal wint mijn club ook niet alles’, zegt de Ajax-fan.
Achter de broers lopen mensen om de plassen heen, want bij het ‘ultieme racefestival’ loopt het aantal stappen flink op. Van de tribunes gaat het voortdurend op en neer naar de fanzone. Daar treden de dj’s en artiesten op, wordt er veel gegeten en nog meer gedronken. ‘Box, box, box... naar de bar’, staat er achterop de shirts van een groep mannen. Hoe later op de dag, hoe meer fans zich even vasthouden aan een reling of een racevriend en met hun voeten voorzichtig zoeken naar nieuw evenwicht.
Voor de mannen die het onderweg niet meer op kunnen houden, zijn er plaskruizen geplaatst. Een vrouw kan haar ogen er niet van afhouden en staat er – op gepaste afstand – zeker een minuut lang bij te lachen.
Hier en daar lopen de rijen flink op tijdens het driedaagse evenement. Snollebollekes is vrijdagochtend al van links naar rechts aan het gaan, als het stokt voor de ingang. ‘Ze hadden het beter in Assen kunnen organiseren’, moppert iemand met een duidelijk noordelijke tongval. Zijn liefde voor Drenthe blijkt zich niet tot het TT-circuit te beperken. ‘Het is sowieso een betere provincie. Je kunt er nog een huis kopen met een oprit.’
Het zijn vooral Nederlanders die klagen, buitenlanders hebben er wel begrip voor dat het op sommige plekken op het kleine circuit even vastloopt. Zandvoort is nog altijd een Max-feestje, oranje en het blauw van zijn Red Bull-team domineren, maar de Dutch Grand Prix is de laatste jaren ook uitgegroeid tot een geliefd internationaal race-uitje. Zo’n kwart van de fans komt van buiten Nederland, het percentage is in de loop der jaren gestaag gestegen.
‘We wisten helemaal niet dat dit de laatste editie was’, zegt de Engelse Paul, die het raceweekend als verjaarscadeau kreeg van zijn vriendin Jenna. Aan de kaartjes alleen al was zij zo’n 700 euro kwijt. ‘Maar Silverstone kost minstens het dubbele’, zegt ze over het beroemde Britse circuit. ‘En dan zijn we ook 3,5 uur onderweg, met het vliegtuig zijn we hier nog sneller.’
Paul is helemaal in het oranje van McLaren, hij is fan van wereldkampioen Lando Norris. Hamilton-supporter Jenna draagt Ferrari-rood, met het nummer 44 van haar idool op haar borst. Fans van verschillende teams en coureurs gaan sowieso allemaal uiterst vriendschappelijk met elkaar om.
Met de man met wie het allemaal is begonnen, gaat het ondertussen ruim voor de crash al niet best en niet alleen omdat hij grieperig is. Zonder het succes van Verstappen zou Zandvoort nooit zijn teruggekeerd op de Formule 1-kalender. En de eerste drie edities na de comeback won hij ook nog en daarna werd hij twee keer tweede. Dit jaar blijkt al snel dat het podium halen moeilijk wordt.
De balans van zijn auto is niet goed, legt hij na de kwalificatie op zaterdag uit. Hij is blijven steken op de zevende plek, ver verwijderd van de polepositie. Het podium halen lijkt onmogelijk, omdat inhalen op het krappe circuit lastig is. Maar kan Zandvoort niet nog voor wat magie zorgen?
‘Dit seizoen zijn we sowieso wat langzamer dan de afgelopen seizoenen’, tempert hij met een zachte, grieperige stem de verwachtingen. ‘Het is niet zo dat als je dan in Zandvoort aankomt, je opeens een halve seconde per ronde wint.’
De Nederlandse Grand Prix heeft hem al veel mooie momenten gegeven, zegt hij dan al. En die koestert hij sowieso. En ook nu nog steeds kan hij genieten van alle fans op de tribune. ‘Maar op dit moment kijk ik er ook gewoon erg naar uit om te gaan slapen.’
Zondag ziet hij er een stuk frisser uit, opgewekt loopt hij in de uren voor de race over het circuit. Hij neemt uitgebreid de tijd voor de gelukkige fans die een laatste selfie bij zijn laatste thuisrace kunnen maken. Niemand weet dan dat hij een uur later tegen de muur zal klappen.
‘I’m okay’, zegt hij meteen na zijn crash. Na een uitgebreide medische check vertelt hij kalmpjes dat het ‘een behoorlijke klap’ was. ‘Maar ik heb erger meegemaakt.’ Achter hem is op schermen te zien hoe de andere coureurs de laatste rondjes rijden van de race, die uiteindelijk wordt gewonnen door Lando Norris.
Verstappen had het uiteraard anders willen zien. Als coureur worden hem soms bovenmenselijke gaven toegedicht, daarom zijn al die honderdduizenden in al die jaren ook naar Zandvoort gekomen. Zeker ook in natte omstandigheden. Maar bij zijn laatste ronde aan de Noordzeekust blijkt hij toch ook echt iemand die fouten kan maken, die iets verkeerd kan inschatten.
‘Ik liet me verrassen. Het was nog behoorlijk nat in die bocht en zodra ik het droge stuk zag naderen, dacht ik: nu kun je gas geven. Maar dat werkte duidelijk niet.’
Sorry dus. Geen succes in zijn laatste thuisrace. Al er zullen er weinig zijn die hem dat kwalijk nemen.
‘Natuurlijk hoop ik nog steeds dat hij weer gaat winnen, want ik ben een Nederlander’, zegt Matthijs Ruijsch al ver voor de crash. De vrachtwagenchauffeur is even op een van de racedagen neergeploft voor het station van Zandvoort, vergeefs wachtend tot de rij wat afneemt. Hij draagt een oranje Max-shirt, maar een eenkennige fan is hij zeker niet. Op zijn hoofd zit een McLaren-pet van wereldkampioen Norris.
‘Op de baan doe je er als sporter alles aan’, weet hij. ‘Nu lukt dat met Max even niet, maar ik zie gewoon dat hij er nog steeds alles uit probeert te halen. We hebben al zo vaak voor hem kunnen juichen, en misschien komt dat wel weer terug, maar ik hou vooral van het racen. En ik kan ook genieten als iemand anders wint.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant