Home

Charles de Gaulle had geen naam en geen achterban, maar wel grootse ideeën voor Frankrijk

Toen niemand Charles de Gaulle nog kende, wist hij al dat zijn droom voor Frankrijk belangrijker was dan de realiteit. Hoe groeide die zonderlinge generaal uit tot zo’n mythe?

is schrijver en historicus.

Een groot man denkt na over mythevorming. De mythe moet je voorgaan, als een lange schaduw bij het ochtendgloren.

In dat opzicht is Charles de Gaulle een geweldig voorbeeld: alleen zijn naam al is een symbool voor onverzettelijkheid en grandeur, en bovendien erg Frans. Maar hoe is die mythe begonnen?

Deze zomer verscheen de film De Gaulle: Résistance, onderdeel van een tweeluik (het tweede deel, De Gaulle: Liberté, verschijnt in september in de Nederlandse bioscoop), over de rol van De Gaulle in de Tweede Wereldoorlog. De film leunt op de biografie van Julian Jackson, A Certain Idea of France (2018), die u beslist moet lezen.

In de rubriek ‘Reputaties’ kijken we hoe de betekenis van denkers en kunstwerken, van schrijvers en hun personages kantelt en evolueert.

Tijdens de blitzkrieg moet De Gaulle hebben ontdekt dat hij, Charles de Gaulle, Frankrijk is. In het voorjaar van 1940 staat Frankrijk machteloos tegenover nazi-Duitsland, de tanks rijden vliegensvlug Frankrijk binnen. De Franse regering staat machteloos: niemand wil een herhaling van de Eerste Wereldoorlog.

De stokoude oorlogsheld Pétain belichaamt die gedachte en wordt daarom aangesteld om te onderhandelen over een wapenstilstand met nazi-Duitsland. Er is consensus dat dit een goed idee is, maar één man legt zich er niet bij neer: generaal De Gaulle.

In een vliegtuigje dat te klein is om zijn koffers te vervoeren vertrekt de boomlange generaal naar Londen. Het is een sprong in de duisternis: hij is geen politicus, hij is soldaat. Niemand in Frankrijk kent hem, niemand in Londen kent hem. ‘Op de leeftijd van 49 jaar begon ik aan een avontuur’, schrijft hij erover in zijn oorlogsmemoires.

De Gaulle stond alleen

Toen ik hierover leerde op de lagere school in Frankrijk, verbaasde het me niet. Dit is wat het verzet hoort te doen, toch? Nu begrijp ik dat het uitzonderlijk is: De Gaulle handelde op eigen houtje, had geen bondgenoten en ook geen achterban. Niemand was het met hem eens. Hij stond alleen, maar hij had een idee. Het idee van Frankrijk.

Het is niet vanzelfsprekend, maar de deserterende generaal krijgt een audiëntie bij Winston Churchill. Daar weet De Gaulle de Britse premier ervan te overtuigen om hem wat zendtijd te geven op de BBC. Churchill had een voorliefde voor buitenissige ideeën, en hij moet gecharmeerd zijn geweest van deze vreemde generaal: baat het niet, dan schaadt het niet.

De volgende dag spreekt De Gaulle Frankrijk toe via de radio. Dit is de legendarisch geworden Appel du 18 juin, waarin hij oproept tot verzet: wat er ook gebeurt, de vlam van het Franse verzet mag niet doven en zal ook niet doven.

Car la France n’est pas seule! Elle n’est pas seule! Elle n’est pas seule!’

In de toespraak hamert De Gaulle op het feit dat Frankrijk niet alleen staat, waarmee hij zijn eigen eenzaamheid benadrukt. De toespraak op de radio is later gemarkeerd als een mijlpaal voor het Franse verzet, maar Julian Jackson legt in zijn biografie uit dat niet veel mensen die toespraak hebben gehoord. Er komt geen stortvloed van aanmeldingen bij De Gaulle. Hij is in een vreemde stad, in een land dat hij niet begrijpt en waar hij de taal niet spreekt.

Dat vond ik een van de hoogtepunten van de film. De Gaulle alleen in Londen, leider van een verzet zonder leden, zonder perspectief, zonder leger. De verpletterende eenzaamheid.

Voor mij is dat de magie van De Gaulle. Zijn aan donquichotterie grenzende onverzettelijkheid. Het idee van Frankrijk gaat over decorum: hoewel de feiten anders liggen, is het vanzelfsprekend dat Frankrijk een grote natie is. Daarom is het decorum zo belangrijk. Zodra dat wordt opgegeven, krijgt de realiteit de overhand op het idee.

De film laat zien hoe wanhopig De Gaulle zijn gesprekspartners kon maken door geen millimeter af te wijken van zijn positie – terwijl hij welbeschouwd niet eens een onderhandelingspositie had. Gaandeweg, als de oorlog vordert en er nieuwe hoop ontstaat, blijkt zijn idee van Frankrijk steeds belangrijker te worden.

Bewondering en afstand

In zijn voorwoord geeft Jackson een rechtvaardiging voor zijn boek: waarom nog een biografie van De Gaulle, als er al tal van Franse biografieën over de grootste Fransman zijn? Jackson gaat de belangrijkste af – die van Lacouture (3.000 pagina’s), De La Gorce (1.500 pagina’s), Roussel (1.000 pagina’s) – en constateert dat een biografie over De Gaulle in Frankrijk een politieke daad is: een Fransman moet kleur bekennen ten opzichte van De Gaulle.

Wat Jacksons biografie zo goed maakt, is de mengeling van bewondering en afstand tot het onderwerp. Soms schrijft hij licht ironisch, maar het wordt nooit spottend. Dit is een houding die een Franse biograaf nooit zou kunnen aannemen: De Gaulle is nog altijd een totem in de Franse politiek.

Daarom is het een triomf dat het filmscript is gebaseerd op de biografie van Jackson, die ook oog heeft voor de menselijke kant van De Gaulle. Zo is zijn magie behouden en inzichtelijk gemaakt. Hij is onuitstaanbaar, arrogant, koppig. Tegelijkertijd zie je ook zijn moed en de panache waarmee hij Frankrijk redt van de ondergang.

Iedere Franse president in de Vijfde Republiek staat voor een onmogelijke opgave. Hoe bewijs je dat Frankrijk nog altijd een grote natie is? Het is de erfenis van De Gaulle die het haast onmogelijk maakt om een goede president te zijn.

Of, in de woorden van De Gaulle zelf: ‘Hoe kun je een land besturen dat 258 verschillende kazen heeft?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next