Twintig jaar werkt Step Vaessen voor de internationale zender Al Jazeera English. Na een tijd in Indonesië en Moskou doet ze verslag in Europa. Ze kreeg te horen: ‘We laten jou denk ik niet de emir interviewen.’
is verslaggever en columnist van de Volkskrant en schrijft veel over (sociale) media en emancipatie.
Simpelveld, dáár begint het! In de categorie generieke gemeenteslogans is die van het Zuid-Limburgse Simpelveld misschien wel een van de generiekste, en toch, ja, voor de Simpelveldse Step Vaessen begon het inderdaad dáár. Het avontuur. Met weggaan uit Simpelveld, dat wel, weg van de schapenboerderij van haar ouders naar plekken die vooral níét Simpelveld waren: eerst naar Nijmegen, toen als NOS-correspondent naar Indonesië, veel later naar Moskou, en toen Berlijn – haar huidige standplaats als correspondent voor Al Jazeera English. Dus ja: Simpelveld, dáár begint het.
‘Ik wist al vroeg dat zo’n boerderij mijn roeping niet was’, zegt Vaessen (61) als ze twee punten kirsjenvloai neerzet op tafel. Als Vaessen niet in Berlijn is, zit ze vaak hier, in haar ‘vakantiehuis’: een knus, pretentieloos appartement in de Amsterdamse buurt Bos en Lommer, dat is gevuld met aandenkens aan Indonesië, zoals de onverschillige, bejaarde kat Tiger. Die vakantie was dit keer ongewoon lang, want Vaessen had zoveel overuren gemaakt dat ze twee maanden verplicht vrij kreeg.
Metal, festivals, slapen in een iglotentje: dat is voor Vaessen vakantie, maar na twee maanden slaat de werkdrift wel weer toe. Toen Marokko van Nederland won op het WK bijvoorbeeld, midden in de nacht. ‘Ik hoorde getoeter in de buurt, dan heb ik toch die natuurlijke nieuwsgierigheid. Ik wilde naar buiten stappen, maar toen dacht ik: waarom? Ik ben vrij. Als het groot was geworden, had ik het wel aangeboden bij Al Jazeera, hoor. Toen met de Maccabi-rellen werd ik ook om 4 uur ’s nachts wakker. Beroepsdeformatie, denk ik.’
Al dertig jaar lang is ze vergroeid met het nieuws. Een eindeloos aantal reportages maakte Vaessen voor de NOS en later Al Jazeera: ze zocht met overlevenden van de tsunami in 2004 naar hun geliefden, ze zocht de leden van Bataljon 745 op, die de moord op haar goede vriend Sander Thoenes op hun geweten hadden, en ging spontaan op visite bij Tommy Soeharto, zoon van de dictator en overigens óók veroordeeld voor moord – en hij bleef nog gewoon zitten ook. Altijd deed ze dat zoals Vaessen het wil: op de brand af, onbevreesd, en niet met zichzelf of het Westen als middelpunt van de wereld.
Dit interview leek haar wel een leuk opstapje naar het werkende leven, ‘om mijn hersenen weer even aan te zwengelen’.
Ik hoorde van een vriendin van je, producer Esther de Jong, dat jullie vroeger met het zeskoppige gezin één week per jaar op vakantie gingen naar Texel, en dat je vader dan op bezoek ging bij een andere schapenboer om naar zíjn schapen te kijken. Is die werklust erfelijk, of erin gedrild?
‘Ja, die arbeidsmoraal heeft hij ons bijgebracht: luiheid was ongeveer het ergste wat je kon worden verweten. Pas als je wat had gedaan, mocht je jezelf belonen, en dat gevoel heb ik nog altijd. Daar probeer ik wel vanaf te komen. Dat wij in het weekend wilden uitslapen, irriteerde hem. We mochten wel uitgaan, maar als je de beurt had om de koeien te melken, wat we met vier kinderen in het weekend om beurten deden, dan moest je toch om 6 uur op. Eerst naar de wei, honderd koeien bij elkaar drijven. En dan de installatie eraan hangen, daar was nog geen robot voor.’
Ik las dat je als 19-jarige groen haar had en een neusring nam. Punk is anti-autoritair, anti-establishment, anti-conformisme. Was het ook verzet tegen de Limburgse cultuur?
‘Ik weet niet of het tegen de Limburgse cultuur was, hoewel ik daar ook wel moeite mee had. Toen ik ging reizen, merkte ik dat die cultuur wel eh... een beetje hypocriet is. Dat stoorde mij, dat mensen alleen de waarheid achter je rug om zeiden. Punk was rebellie tegen álles waarmee ik was opgegroeid, dat behoudende, verstikkende, dogmatische. Ik liet me ook meteen uitschrijven bij de katholieke kerk, waar wij nog heen gingen. Het had er ook mee te maken dat ik niet echt een puberteit had gehad, door de verantwoordelijkheid op de boerderij en in het gezin. Mijn broer was ziek, hij is inmiddels ook overleden, en mijn moeder was ook een tijd ziek, toen heb ik als oudste dochter een beetje haar rol overgenomen. Ik ben er echt uitgebroken.’
Eruitbreken, dat maakt lawaai. Als frontvrouw van de punkband Ultimate Sabotage spoog Vaessen haar ongenoegen uit voor het Nijmeegse krakerspubliek, dat vooraf de teksten voor de duidelijkheid op een blaadje kreeg. Een eerste journalistieke uitlaatklep was haar radioprogramma De Meidenradio, voor de piratenzender Radio Rataplan. ‘Dat heb ik laatst nog teruggeluisterd. Het viel me op dat ik erg boos was op van alles, dat heb ik nu niet meer. En ik klonk enorm Limburgs.’
Zo’n romige G en van die zinnen die vragend omhoog buigen aan het eind: een drempel voor het correspondentschap waarvan ze inmiddels droomde. ‘Je vóélde: je wordt als dom gezien als je zo praat. Als ik op gelijke voet met andere journalisten wilde komen, moest ik daar wat aan doen.’ Vaessen had maar één doel, en dat was naar Azië gaan. In 1996 lukte dat: ze vertrok naar Indonesië, waar de regeerperiode van Soeharto (1966-1998) op zijn eind liep, met alle onrust van dien. Haar man André, die ze had leren kennen als gitarist van Ultimate Sabotage, ging mee. ‘Ik voelde me gelijk thuis. Ik heb nooit heimwee gehad. Andersom wel, naar Jakarta.’
Opvallend dat het meteen als thuis voelde. Je had niet veel op met de Limburgse indirectheid, maar in je boek Jihad met sambal (2011) beschrijf je ook hoe indirect de Javaanse cultuur is. Voelde dat dan toch vertrouwd?
‘Ja, tussen de regels door luisteren, dan hoor je de boodschap – dat heb ik geleerd in Limburg, en dat kwam me in Indonesië heel goed van pas. Maar in Indonesië is het wel extremer. Nadat je alle partijen spreekt, moet je nog een hele puzzel leggen: wat zit hier eigenlijk achter? Dat is dan het eigenlijke verhaal.’
Je wilde aan Nederland de minder bekende kanten van het land tonen. Wat ontbrak er aan het beeld?
‘Ik wilde laten zien wie de Indonesiërs zijn. Ik wilde tolerantie bevorderen, begrip voor andere culturen, mijn liefde voor dat land door die buis hiernaartoe stralen. Ik heb daar zo veel geleerd over gemeenschapszin, dat het geheel sterker is dan de individuele delen. Toen André en ik daar net naartoe waren verhuisd, gingen we in een klein huisje wonen in een kampong. Heel lawaaiig, om vier, vijf uur ’s nachts ging de moskee al tekeer. Er komen voortdurend mensen je huis binnen. Ik voelde: als ik probeer mijn privacy vast te houden, ga ik het niet redden hier. Toen ik dat streven liet vallen, kwam ik in een warme wereld terecht.’
Een tijdlang was het werk en leven er romantisch. Maar op 21 september 1999 werd correspondent Sander Thoenes, een collega en goede vriend van Vaessen en haar man, vermoord door het Indonesische leger toen dat zich terugtrok van Oost-Timor, dat net in een VN-referendum als onafhankelijk land was erkend. Vaessen zat in een klooster vlak in de buurt te monteren voor de NOS. ‘Gek genoeg heeft die gebeurtenis geen invloed gehad op mijn gevoel van thuis zijn’, zegt Vaessen. De wreedheden waarvan ze vaak verslag deed, kon ze van zich afzetten. Althans, tot in 2010: het jaar dat ook André overleed, door zelfdoding.
Door de dood van Sander openbaarde zich een verschil in hoe jij en André het werk zagen. Wat was het verschil?
‘We wísten eigenlijk al dat wij er heel anders in zaten. Het was mijn droom, en hij ging mee. Het is ook moeilijk: als je naar het buitenland moet voor een passie, hoe ga je dat met je partner oplossen? Er moet dan iemand bereid zijn zich op te offeren. Dat was hij, en hij heeft er alles van gemaakt wat hij kon. Hij sprak Jakarta slang, wat ik niet sprak. Hij heeft zich omgeschoold tot cameraman, omdat er veel nieuws te verslaan was, en hij heeft mooie dingen gemaakt. Een tijd was mijn droom ook zijn droom. Het was bijzonder om met je geliefde in zo’n oorlogsgebied te zitten, maar het was niet ideaal als koppel. Zeker niet met mij, geef ik ruiterlijk toe. Ik weet niet van ophouden.’
André vond het eerder mooi geweest?
‘Ja, hij zei eerder: zullen we eens wat gaan eten? Nee, geen tijd voor. Ik zag het toen niet, maar ik heb het te ver gepusht. Hij was ook niet naar Indonesië gekomen om dat werk te doen, hij zat in de horeca. Toen Sander werd vermoord, is André ook nog zijn lichaam gaan identificeren. Toen is er bij hem gewoon iets geknapt. Hij wilde het niet meer. Mijn beslissing was juist: nu moet ik doorgaan. Als het de bedoeling is journalisten de mond te snoeren, júíst nu. En je moet ook bedenken: dat correspondentschap begon voor mij pas net. Dus toen dat was gelukt, liet ik me dat niet meer afpakken.’
Eigenlijk is wat daarna kwam, verknoopt met die middag dat Sander werd vermoord. Je was op Oost-Timor al in verwachting van jullie kind. En dan komt er zo’n gebeurtenis die alle verschillen op scherp zet.
‘Ja, maar dat hebben we toen helemaal niet doorgehad. Er was ook wereldnieuws dat we probeerden te verslaan. De dood van Sander kwam daar nog bij. We moesten naar Nederland voor de begrafenis. Hoe het tussen ons zat, daar was geen plek voor.’
Hoorde gevaar voor jou altijd al bij het werk?
‘Ja, dat is een soort contract dat ik met mijzelf heb afgesloten toen ik eraan begon. Ik ben wel voorzichtig: ik ken mensen die veel verder gaan dan ik, maar ook veel mensen die minder risico’s nemen. Maar als je ervoor kiest correspondent te worden in een lastig gebied, horen daar risico’s bij, dat kan niet vanuit een kantoor in de hoofdstad. Ik ga in een gevaarlijke situatie op de automatische piloot, en pas als het voorbij is, realiseer ik me: oké, dit had ook niet goed kunnen aflopen. Dat is mijn manier om met angst om te gaan. André was altijd al iets banger. Ja, ik denk dat hij daarin realistischer was.’
Je droom is daarna wel behoorlijk op de proef gesteld, toch?
‘Na de moord op Sander was de romantiek van daar samen werken en wonen in een keer weg. We kregen een kind, hij zou thuisblijven als ik op reis was, en zou het grootste deel doen in de babyjaren. Ik ging zelf filmen en André zou thuis monteren, want de NOS ging experimenteren met ‘videojournalisten’. Niet leuk voor André natuurlijk. Het was voor hem niet leuk, alleen thuis, het was voor mij niet leuk om alleen te reizen, en het was helemaal niet leuk voor Agus om zijn moeder te missen.
‘Later schreef hij me briefjes, die lagen op mijn kussen als ik thuiskwam. Het was ook ongebruikelijk voor een vrouwelijke correspondent om een kind te hebben. Dat waren single, stoere vrouwen. Het heeft me zoveel energie gekost om de droom door te zetten in een totaal veranderde situatie. Daar heb ik veel over getwijfeld en veel verdriet van gehad. Ik heb mezelf getroost met het idee: zijn vader is thuis, we kunnen het allebei even goed. Maar André was in die periode al best wel depressief, dat had ik nog niet zo door. Ik denk dat Agus daardoor wel aandacht heeft gemist, maar dat zag ik later pas.’
Werd je ook eenzamer, omdat je nu ook het risico van je werk meer in je eentje moest dragen?
‘Ja, ik denk dat we toen langzaam een beetje uit elkaar zijn gegroeid. We zijn pas tien jaar na de dood van Sander in een scheiding terechtgekomen. Toen André zelfmoord pleegde, waren we nog niet officieel gescheiden. We hadden een verschrikkelijk jaar achter de rug. Omdat hij zijn vader zelf ook op heel jonge leeftijd verloor door een hartaanval, had ik nooit verwacht dat hij... dat zijn zoon zou aandoen, vind ik een heftig woord, maar ik dacht dat het hem ervan zou weerhouden. Maar ja: toen begreep ik eigenlijk pas wat zelfdoding is. Er zíjn geen dingen meer die je weerhouden.
‘En toch: ik ben nog steeds boos dat hij die depressie niet kon uitzitten. Er komt licht aan het eind van de tunnel, is het niet dit jaar, dan volgend jaar. Dat heeft hij niet afgewacht. Dat vind ik zo jammer, want dan had hij kunnen zien wat voor fantastische zoon we hebben. Als je met zelfmoord wordt geconfronteerd, komt er zo’n brij van emoties bij elkaar. Schuldgevoel, boosheid, onbegrip, begrip. Probeer er maar eens een conclusie aan te verbinden. Dat is me na zestien jaar nog niet gelukt.’
In 2011 kwam er pas sleet op de liefde van Vaessen voor Indonesië. ‘Toen zijn enkele leden van een islamitische sekte, de Ahmadiyya, op brute wijze vermoord en ik moest verslag doen. Voor het eerst wilde ik niet gaan, terwijl ik al de meest beestachtige dingen had gezien, tussen christenen en moslims. Ik ben uiteindelijk toch gegaan, hoor. Nadat het gebeurde met André, stond ik ook heel erg open. Ik heb me nooit méér levend gevoeld dan toen. Ik zag alles beter, hoorde alles beter, zo leek het in ieder geval. Ik heb wel snel tegen mezelf gezegd: dat schuldgevoel over zijn dood moet je uitzetten, want je hebt een kind. Ik besloot als een tijger voor mijn kind te gaan vechten. Je moet zorgen dat deze jongen van 10 het leven aan kan, weet je wel.’
Hoe doe je dat?
‘Ik heb er met familieleden over gepraat, ik heb er boekjes over gekocht, maar in Indonesië hebben we het zelf een beetje uitgezocht. We hebben veel grappige films zitten kijken, drie, vier keer achter elkaar: Ace Ventura: Pet Detective, The Hangover. Dat deed ons goed. En we hebben veel geworsteld. Gewoon op bed, ja. Ik heb de hulp van andere mensen toegelaten, die liepen daar gewoon binnen. Met mijn werk lukte het natuurlijk ook alleen maar doordat ik hulp kon inhuren. Mensen zeiden ook: moeten jullie niet terug? Ik vroeg Agus: zal ik op een kantoor gaan werken? Maar hij zei: mama, daar word je toch helemaal niet blij van? Hij wilde ook op de school blijven waar hij was. Dat Agus stevig zou opgroeien was mijn drijfveer, tot vorig jaar: toen was hij klaar met zijn studie.’
Is het project gelukt?
‘Ja. Ik ben zo trots op hem, hoe hij zichzelf erdoorheen heeft gesleept, onbeschrijflijk. Hij is een evenwichtige man, superslim. Hij is cactussen aan het kweken. Hij is bioloog en zoomt in op de wereld, laat mij dingen zien die ik niet zie. Ik ren door de wereld, een stuiterbal noemt hij mij, maar hij is kalm.’
Je bent als moeder vaak op je werk aangesproken. Voelde je je er schuldig over?
‘De hele tijd. Nu iets minder. Dat is altijd het grootste dilemma geweest: kan dit, als moeder? Maar ik vond het ook niet helemaal eerlijk. Een tijdje ging Agus naar de Nederlandse school in Jakarta, daar zeiden de moeders: jij bent er nooit. Dat hoorde ik nooit van Amerikaanse, Japanse of Indonesische vrouwen. Nederlandse vrouwen hangen meer aan een soort moedercultus, het idee dat je je carrière op pauze moet zetten of stoppen. Daardoor ontzeggen ze zichzelf een mooie loopbaan en een eigen inkomen. Maar het blijft lastig, want ik vóél me ook schuldig, dat ik hem zo vaak alleen heb gelaten. Misschien is dat mij aangepraat.’
Op een kantoor werken? Toch maar niet. Vaessen had intussen ook nog de droombaan gekregen waarbij haar vorige droombaan verbleekte. In 2006 werd ze getipt over het toen nieuwe kanaal Al Jazeera English, en Al Jazeera over haar. ‘Ik kon naar gebieden in het westen van Timor, vijf uur vliegen, acht uur in de auto. Daarvoor was bij de NOS geen budget meer. Een no-brainer, maar veel mensen vonden mijn overstap heel onverstandig: je komt bij een moslimzender terecht. We wisten ook nog niet wat dat kanaal ging worden. Maar ik dacht; in het Engels, internationaal publiek, geweldig.’
Vaessen wilde vooraf wel even het redactiestatuut zien. ‘Het idee was: een voice geven aan the voiceless. Het Zuiden en het Oosten naar het Westen brengen, zodat mensen zien wat er in de rest van de wereld speelt. Begrip kweken tussen culturen: precies wat ik altijd al wilde.’
Tegelijk is Qatar, waar Al Jazeera is opgericht, niet het eerste land waar je aan denkt bij persvrijheid. De zender is opgericht door de vader van de huidige emir van Qatar. Maakte je je geen zorgen over de onafhankelijkheid?
‘Daar heb ik natuurlijk naar gevraagd. Een vrouw uit Nieuw-Zeeland zou baas worden van de afdeling waar ik onder viel, zij had een goeie reputatie, en zei dat ik totaal onafhankelijk kon opereren. Ze zei wel: we laten jou denk ik niet de emir interviewen.’
Omdat je te kritisch zou zijn. Dus de grens is: Qatar zelf.
‘Ja, maar daar werd ik niet gestationeerd. Ik heb daar natuurlijk ook mijn bedenkingen bij, maar er zijn altijd grenzen, ook aan wat je aan koning Willem-Alexander kunt vragen. Dat je in Qatar geen vrije pers hebt, klopt. Ik neem die beperking op de koop toe. En ik hou het altijd in de gaten: hebben we nog steeds iedereen in beeld? Westerse media kijken óók met een bepaalde bril naar grote nieuwsontwikkelingen. Complete onafhankelijkheid, daar hoort complete onbevangenheid bij, dat je alles precies zo opneemt als het is, en dat bestaat niet. De bril die wij bij Al Jazeera op hebben, geeft volgens mij een breder en dieper beeld van de wereld dan je in sommige westerse media krijgt.’
Toen je terugkwam uit Moskou ben je verslag gaan doen van de covid-crisis. Wat viel je op?
‘Er werden zo weinig kritische vragen gesteld over het coronabeleid: veel journalisten gingen achter de regering staan, een soort ‘rally ’round the flag’. Terwijl dat helemaal onze taak niet is, dat speelt het ‘fake news’ idee in de hand. Je zag dit ook rondom verslaggeving over de oorlog in Oekraïne. Er ontstond op enig moment een onkritische houding naar Oekraïne: het lag bijvoorbeeld gevoelig om te vragen of daar ook corruptie is. Zodat we maar allemaal tegen Rusland konden zijn. Dat moet je als journalist niet doen, dat is niet onze taak. We moeten altijd kritisch blijven.’
Je was ook even in het Nederlandse nieuws. De ochtend na de Maccabi-rellen in november 2024, waarbij Joodse supporters van voetbalclub Maccabi waren aangevallen, zei burgemeester Femke Halsema bij een persconferentie: ‘Ik snap heel goed dat dit de herinnering aan pogroms terugbrengt’ – waarop ze later is teruggekomen. Jij vroeg of ze geen relevante context wegliet. Hoe voel je je als je zo’n vraag stelt?
‘Het zweet stond me op de rug, de wind stond totaal de andere kant op. Ik vond dat iemand het moest vragen. Ik heb het voordeel dat ik voor een niet-Nederlands medium werk. Maar eigenlijk vind ik dat ook Nederlandse media die vraag moeten stellen.
‘Het idee dat er sprake was van een jodenjacht, kwam in de nacht op vanuit Israël. Netanyahu had aangekondigd dat vliegtuigen werden gestuurd om de supporters veilig op te halen.
‘Ik was vrij, maar werd wakker en ben er ’s ochtends naartoe gefietst. Ik ben bij de hotels gaan kijken waar Israëli’s zaten, het idee was dat daar hordes mensen hen zouden bedreigen, maar die waren er niet. Intussen had ik ook een beeld van de aanloop: taxichauffeurs die waren belaagd door de Maccabi-fans, Palestijnse vlaggen die naar beneden waren gehaald, de slogans die waren geroepen: er kwamen niet uit het niets mensen die supporters in elkaar slaan. Het geweld was natuurlijk onacceptabel, maar zo kun je een verhaal niet uit elkaar trekken.
‘De burgemeester, en dat heeft ze ook wel toegegeven, heeft zich te veel laten leiden door de sentimenten die zij ’s nachts van mondige groepen in de Joodse gemeenschap te horen kreeg. Daarmee is onnodige verdeeldheid gecreëerd. Ik vind het onbegrijpelijk dat zo veel media, ook internationale media, achter elkaar aan renden en dit beeld overnamen. Het is je taak om autoriteiten op zo’n moment kritische vragen te stellen – ik voel me daar soms óók ongemakkelijk bij, hoor.’
Er zijn natuurlijk ook mensen die vonden dat jouw vraag een gekleurd perspectief verraadde, omdat er wel doelgericht naar Joden was gezocht, en jij voor een Arabisch bedrijf werkt.
‘Daar ben ik het niet mee eens. Omdat ik de verhalen die ik maak niet vanuit een Qatarees perspectief maak, of wat dan ook. Snap je? Mijn blik is internationaal. Ik vind: elke vraag mag. Er zijn geen impertinente vragen – ja, behalve iets over haar uiterlijk, of zo.’
Zo’n vraag verraadt wel íéts over jouw blik natuurlijk. Oud-Turkije correspondent Fréderike Geerdink betoogt zelfs dat alle journalistiek activisme is, omdat je altijd je eigen referentiekader meeneemt en daarmee je invalshoek bepaalt. Hoe kijk jij daarnaar?
‘Zo kijk ik niet naar de journalistiek. Mijn perspectief klinkt door in mijn vraag, maar activisme toont zich pas in de manier waarop je dat verhaal maakt. Je bevraagt iemand kritisch, of hij of zij nou aan jouw politieke kant staat of niet. Ik blijf me altijd openstellen voor alle partijen in het verhaal. Ik ben er ook erg tegen als journalisten activisten zijn: zeker rondom het onderwerp Gaza zag je veel van hen meedemonstreren. Daar sta ik niet achter, dat zul je mij ook niet zien doen.’
Heb je wel eens een verhaal verteld, en dat je achteraf moest concluderen: ik heb een beslissend deel gemist?
‘Niet dat ik me kan herinneren. Ik denk dat ik altijd heb uitgezoomd voordat ik iets ging roepen. Ik heb heus weleens dingen niet helemaal goed gedaan, maar dat je het zo mis hebt: nee.’
Mis je dan iets, als je naar de Nederlandse televisie kijkt?
‘Ja, ik vind dat het nieuws in Nederland erg is verschraald. Toen ik begon bij de NOS in 1995, was de wereld wat groter. Maar na de moord op Fortuyn keerde de blik naar binnen toe omdat we het sentiment in Nederland niet hadden aangevoeld. De rest van de wereld viel een beetje van de aardbol af. Grote rampen, aanslagen, ja graag, maar verhalen over gewone mensen, met een open blik, daarvoor kwam minder ruimte. Was er ergens een aardbeving met twee Nederlandse slachtoffers en vijfhonderd Indonesische, dan moest je op zoek naar de Nederlanders die daar toevallig waren, weet je wel?
‘Kijkers krijgen zo een beperkte blik op de wereld te zien, waardoor ze ook meer stereotype opvattingen krijgen. Er zijn goede correspondenten bij de NOS, maar ze krijgen niet genoeg de kans te laten zien wat er in hun gebieden speelt. Neem de vluchtelingencrisis. Hoe vaak zien wij verhalen over die landen van herkomst? Als je uitlegt waarom mensen vertrekken, kun je ook niet meer zo makkelijk een stereotype als ‘gelukszoekers’ gebruiken. En als je het niet aanbiedt, is de interesse er niet, in mijn ervaring. En wat je nu ziet: mensen haken af. De mainstream is langzamerhand een groot deel van het publiek kwijtgeraakt. Bijna niemand kijkt toch meer naar de televisie? Het is eigenlijk al te laat. Nieuwsconsumenten gaan allemaal in hun eigen bubbel zitten.’
Het gesprek is inmiddels verplaatst naar het terras van Birtat, een Turks tentje bij Vaessen om de hoek, waar ze op de valreep nog een plan voor een nieuw mediaplatform uit haar tas tovert. ‘Je moet eigenlijk al die bubbels met elkaar willen verbinden. Ik heb daar best nog ambitie in: ik zou wel een internationaal nieuwskanaal willen oprichten voor een Europees publiek, maar dan zonder me te beperken tot alleen het West-Europese perspectief. Een collega van mij, Mehdi Hasan, heeft een onlinenieuwskanaal opgericht, Zeteo News (2 miljoen volgers op Youtube, 1,3 miljoen op Instagram, red.). Daar kijken ook Nederlanders naar die iets anders zoeken dan alleen die westerse blik.’
Is het NOS-journaal dan ook een bubbel?
‘Je denkt misschien: op TikTok, daar staat alleen maar onzin en desinformatie. Maar als ik zie wat mijn zoon daar allemaal volgt, die weet er diepgaande informatie te vinden, omdat daar ook andere mensen zitten dan de geijkte bronnen. Ja, het NOS-journaal is ook een bubbel. Zo, dat wordt je kop.’
Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij 113 Zelfmoordpreventie. Bel 113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.
11 februari 1965 Geboren in Simpelveld (als Stephanie, sinds 1980 ‘Step’).
1983-1989 Master Sociale Psychologie, KU Nijmegen (nu Radboud Universiteit).
1984-1992 Radio Rataplan (diverse programma’s, Meidenradio, Reisgek, Muchacha).
1986-1989 Frontvrouw van Ultimate Sabotage.
1990-1993 Academie voor Journalistiek en Voorlichting Tilburg.
1992-1994 Journalist bij het Limburgs Dagblad (inmiddels opgegaan in De Limburger).
1994-1997 Verslaggever NOS journaal Hilversum.
1997-2006 Correspondent Zuidoost-Azië voor de NOS.
2005 Gouden Beeld voor haar verslaggeving van de tsunami in 2004.
2006-2019 Correspondent Zuidoost-Azië voor Al Jazeera English.
2011 Te gast bij Zomergasten.
2011 Boek Jihad met sambal.
2013 Documentaire Trail of murder: Indonesia’s Bloody Retreat, over het bataljon dat onder meer Sander Thoenes vermoordde.
2019-2022 Correspondent Rusland voor Al Jazeera English.
2019 Vijfdelige serie Aletta’s reis voor de NTR, waarin Vaessen in de voetsporen treedt van Aletta Jacobs tijdens haar wereldreis.
2021 Documentaire Women of Belarus: A Fearless Cry for Change, winnaar Bronze Telly Award.
2025 Documentaire How Israel shaped the narrative and its impact on Dutch politics, over de Maccabi-rellen.
2022-heden Correspondent Europa voor Al Jazeera English.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant