Terwijl de een-na-grootste natuurbrand in België nog nasmeult, onderzoekt de politie in Frankrijk honderden verdachten van het aansteken van de vlammenzeeën die deze zomer grote delen van natuur in as legden. De helft van de bosbranden is expres aangestoken. Waarom?
Al lijkt het Europese bosbrandseizoen over zijn piek heen, brandweermensen kunnen zich schrap zetten voor de komende jaren. Door klimaatverandering wordt het aantal dagen waarop een bosbrand kan plaatsvinden steeds groter, publiceerden onderzoekers eind juli in Nature. Zij berekenden dat sinds 1981 in grote delen van Zuid-Europa het aantal zomerdagen met een hoger risico op bosbranden is verdubbeld.
Maar risico op brand maakt nog geen brand. Iets of iemand zorgt voor de eerste vonk. Hoe dat gebeurt is voor maar de helft van de bosbranden bekend, blijkt uit Europees onderzoek. Opvallende conclusie uit die studie: bij de branden waarvan de oorzaak wél is achterhaald, is in 95 procent van de gevallen een mens de aanstichter.
Bij meer dan de helft van de gevallen is er zelfs sprake van opzet. Wat voor mensen steken een bosbrand aan, en wat zijn hun redenen daarvoor?
Archetype
In Frankrijk, dat qua bosbranden een recordzomer meemaakt, werden sinds begin juli al honderden mensen aangehouden voor brandstichting. ‘Een noodzakelijke offensieve actie in de juridische strijd tegen de bosbranden’, aldus de officier van justitie van Bordeaux. Ook opvallend is dat veel van de verdachten minderjarig zijn.
Zo arresteerde de politie een 15-jarige jongen die tijdens de grote bosbranden in de regio Gironde struikgewas in de buurt van het tehuis waar hij sliep, in brand stak. De volgende ochtend pakten ze ook een tweetal jongemannen op die om 3 uur ’s ochtends vuurwerk hadden afgestoken in de buurt van de snelweg, de enige evacuatieroute voor de ramp.
Dat er veel minderjarigen zijn gearresteerd, komt voor onderzoeker Lydia Dalhuisen niet als een verrassing. Voor haar promotie analyseerde ze alle 607 verdachten die tot 2012 in het Pieter Baan Centrum waren onderzocht naar aanleiding van brandstichting en honderd politieprocessen-verbaal.
Van de honderd processen-verbaal voor brandstichting die ze bekeek, betrof bijna de helft dat type delinquent. ‘Het type dat bankjes in het park en vuilnisbakken in de fik steekt.’ Al die verdachten waren jongens, doorgaans uit een veilige thuissituatie. ‘Ze zijn meestal niet op schade uit, maar vooral op sensatie.’
Fascinatie voor vuur
Dalhuisen stuitte op vier andere archetypen, die in mindere mate voorkomen. Zo zijn er mensen die vanuit een stoornis, zoals een psychose, brandstichten. Er zijn ‘relationele brandstichters’, die brand gebruiken om iemand gericht aan te vallen. Ook zijn er ‘criminele brandstichters’, die met brand verzekeringsfraude plegen of bewijs willen laten verdwijnen.
En dan is er nog de groep die brandsticht vanuit een fascinatie voor vuur; daaronder vallen de klassieke pyromanen. Dichtbij Spokane, een stad in het oosten van de Amerikaanse staat Washington, leidden drie bosbranden ertoe dat de overheid 65.000 mensen moest evacueren. Twee weken geleden pakte de politie de verantwoordelijke op voor ten minste een van die branden: de 37-jarige Aaron Farinacci, die toegaf het vuur te hebben aangestoken met een aansteker en brandbaar materiaal.
Farinacci biechtte op dat hij sinds juli vorig jaar 25 bosbranden had veroorzaakt. Om de brand bij Spokane te plannen, zocht hij twee weken lang in de weerapp naar een dag met veel wind, een lage luchtvochtigheid en een hoge temperatuur, zei hij tegen de politie. ‘Hij vindt vuur krachtig en mooi en voelt dat dingen die verbranden een soort van herboren worden’, schreef sheriff van Spokane County Michael Drapeau in een verklaring.
De laatste groep komt volgens Dalhuisen maar weinig voor. ‘Bij hen zie je duidelijk een fascinatie voor vuurgerelateerde zaken: sirenes, brandweerwagens, rook.’ Een kleinere subgroep van die categorie zijn de echte pyromanen: ‘Die diagnose kan pas gesteld worden, als iemand niet ook een ander motief heeft, of onder invloed van middelen is.’
Van de 607 brandstichters in het Pieter Baan Centrum waren er maar drie echte pyromanen, ‘terwijl dat toch de plek is waar je ze zou vinden’. Dalhuisen vreest dat de media-aandacht voor branden de wil om brand te gaan stichten kan aanwakkeren bij de groep die daar al door is gefascineerd. ‘Je ziet hoe groot de impact van jouw brandstichten kan zijn. Dat is iets wat kan motiveren.’
Vuuranamnese
Hoe voorkom je dat mensen die ooit een brand hebben gesticht, dat nog een keer gaan doen? ‘De hoeksteen van de behandeling is uit te zoeken wat de betekenis is die vuur voor een dader heeft. Je maakt een soort vuuranamnese’, zegt Dalhuisen.
Zo zag zij dossiers van verdachten die vuur zien als een krachtig wapen waarmee ze macht kunnen verwerven of hun zin kunnen krijgen. Of die denken dat anderen ze stoer vinden als ze brandstichten. ‘Dat soort overtuigingen kun je bevragen en daardoor hopelijk veranderen.’
Tien jaar na haar proefschrift blijft ze brandstichting een fascinerend delict vinden, vooral omdat er een enorm verschil kan zitten tussen de intentie van de dader en de gevolgen van zijn daad. ‘Een psychotische man die een hele basisschool wil uitroken, maar dat in de zomervakantie doet, krijgt straf voor de mildste vorm van brandstichting omdat er alleen gevaar voor goederen was.’
Tegelijkertijd kunnen jonge vandalen, die vuurwerk naar binnen gooien bij een verlaten schuur waar toevallig een zwerver ligt te slapen, de hoogste straf krijgen omdat ze gevaar voor personen hebben gecreëerd. ‘Terwijl dat helemaal niet hun intentie was.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant