Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Naast de prullenbak op de parkeerplaats staat een lege vogelkooi. Op de bodem ligt nog wat vogelzaad. Er zit zwart tape om de kooi heen. Hier en daar zitten kleine gaatjes waar de voormalige bewoner met zijn snaveltje in geprikt moet hebben. Als ik ergens een lege, gebruikte vogelkooi achter zou willen laten, zou dat niet op een parkeerplaats bij een tankstation langs de Franse snelweg zijn.
Een vogelkooi is niet iets wat je nog per ongeluk in je auto hebt laten liggen en waarvan je pas onder Tours bedenkt: o ja, die vogelkooi. De vogelkooi is dus onderweg overbodig geworden. Dat kan twee dingen betekenen: de vogel in kwestie is doodgegaan of ontsnapt. Gezien de hitte lijkt het eerste me het meest plausibel.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Als het vogeltje een slecht vogeltje was, hoeft het niet lang te vliegen om de hel te bereiken. Altijd dacht ik dat de hel de vorm had van die ene video met beelden van een discotheek uit de jaren tachtig, waarin iedereen – mannen en vrouwen – het gezicht van Lionel Messi heeft. Maar nu ik mijn stramme benen strek bij een tankstation langs de Franse snelweg, moet ik dat idee herzien.
Hier zijn we eerder geweest, denk ik bij iedere aire de service waar we stoppen. Dat is nooit zo. Terwijl het altijd zo is. Niet alleen qua vorm, maar ook qua inhoud: overal dezelfde sloffende mensen met volgelopen benen, opgeblazen gezichten en een afwezige blik in hun ogen. Speeltuintjes waar geen kinderen spelen. 4,99 euro voor een doosje TicTac. De weeïge lucht van scheten die in kleding zijn getrokken. Iedereen waggelt, alles is duur en er zijn te veel mensen. Lowlands, alleen dan in The Upside Down.
‘Oké, je kunt kiezen: hel of eeuwig ronddwalen op een tankstation langs de Franse snelweg.’
‘Ligt eraan wat de hel is?’
‘Dat is een verrassing.’
‘En om welk tankstation gaat het precies?’
‘Om alle tankstations.’
‘O ja, natuurlijk. Maar specifiek deze, met die Nederlandse auto die met zijn caravan overdwars vijf parkeerplaatsen bezet houdt?’
‘Als dat je ding is.’
‘Nou, dat is juist niet mijn ding.’
‘Snap ik, maar dat is dus de bedoeling.’
Er zijn weinig andere plekken die er volledig op ingericht zijn om er weer zo snel mogelijk te vertrekken. Niemand hoeft er te blijven, dus het hoeft niet gezellig te zijn. Grensdorpjes hebben dat ook, evenals mijn badkamer. Men tankt, wrijft over het gezicht, strompelt naar het toilet, haalt een cappuccino met poedermelk en strompelt terug naar de auto. Een rustplaats, zo noemen ze het. Als je een vogeltje bent, misschien wel je laatste.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant