Home

Bestsellerschrijver Leïla Slimani blijft hangen in gemeenplaatsen

De Frans-Marokkaanse Leïla Slimani breekt een lans voor de kracht van verhalen en literatuur in haar essay De woorden van de ander – maar wat zegt ze nu helemaal?

recenseert Franse literatuur voor de Volkskrant.

Het is nu tien jaar geleden dat Leïla Slimani met haar tweede roman, Chanson douce, de Prix Goncourt won. Sindsdien werd ze zo’n beetje de meest geïnterviewde Franse schrijver.

Intussen is ze ook blijven schrijven. Romans, maar ook non-fictie en opiniestukken. Altijd kiest ze partij voor de onderdrukten, tegen de onderdrukkers. Haar bundel interviews met Marokkaanse vrouwen over hun seksleven, Seks en leugens, is baanbrekend.

Genoeg redenen om uit te kijken naar een nieuwe tekst van Slimani. Assaut contre la frontière, nu mooi vertaald als De woorden van de ander, schreef ze om voor te lezen tijdens het theaterfestival van Avignon in 2025. Nu wordt de tekst als literair essay gepresenteerd.

Gemeenplaatsen

Maar Slimani laat hier een kans liggen. Ze schrijft, als altijd, helder en precies, daar ligt het niet aan. Maar deze tekst, waarin ze haar eigen ‘meervoudige identiteit’ als leidraad neemt om te schrijven over het belang van literatuur, komt niet veel verder dan gemeenplaatsen. Dat taal een grens is, die mensen uitsluit. Dat zij, door het Franse onderwijs dat ze in Rabat heeft genoten, een voorsprong heeft wanneer ze in Parijs komt studeren. Dat ze desondanks als ‘anders’ wordt gezien. ‘Voor het eerst drong het tot me door dat ik een Arabier was.’

Dat totalitaire regimes taal gebruiken om mensen klein te houden. Dat de literatuur een antwoord biedt. Omdat we nu eenmaal meer met elkaar gemeen hebben dan dat we van elkaar verschillen. En dat het niet uitmaakt of je nu een Chinese, Russische of Tunesische schrijver leest: menselijkheid is overal hetzelfde. Literatuur is een vrijplaats waar je je van je sociale identiteit kunt ontdoen.

Op pagina 43 schrijft ze: ‘Soms heb ik er genoeg van om een Noord-Afrikaanse schrijver te zijn.’ Wat volgt zijn voorbeelden van tenenkrommende opmerkingen van lezers en journalisten, die allemaal te maken hebben met haar Marokkaanse afkomst.

Schrijven over afkomst

‘Zullen we ooit ontsnappen aan de exotiserende interpretatie van ons werk?’, verzucht ze. Maar hiermee haalt ze haar eigen verhaal onderuit. Want doet ze met haar tekst niet precies wat er van de Noord-Afrikaanse schrijver wordt verwacht? Ze schrijft over haar afkomst. En over de moeilijkheden die je tegenkomt als migrant. En over literatuur, wat misschien een schamel middel is tegenover ronkende tirannen en hun grensmuren, maar evengoed nog steeds het beste tegengif is tegen uitsluiting. Een verhaal dat we inmiddels kennen, niet alleen doordat we Slimani’s recente romantrilogie, Het land van de anderen, hebben gelezen, maar ook door talloze andere verhalen en romans uit de wereldliteratuur.

Vier jaar geleden verhuisde Slimani naar Lissabon. Ze herkent de gezichten, de koude wind die ’s avonds opsteekt, de taal. Het Marokkaanse woord voor sinaasappel is bourtoukal, genoemd naar Portugal. De fado doet haar denken aan gezang in de steegjes van de medina’s. Het is misschien wel de mooiste passage uit het essay. Het is jammer dat ze deze reis, deze emigratie naar een nieuw, zelfgekozen thuisland, niet als uitgangspunt voor haar tekst heeft gekozen. Dat had waarschijnlijk een frisser en krachtiger verhaal opgeleverd.

Leïla Slimani: De woorden van de ander – Een pleidooi voor verbinding. Uit het Frans vertaald door Gertrud Maes. Wereldbibliotheek; 80 pagina’s; € 9,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next