Home

In zijn ambitieuze derde roman laat Michiel Lieuwma zien hoe gesmoorde ambitie tot cynisme kan leiden

In De onverwachte verdwijning van ambiguïteit pluist de schrijver heel grondig uit wat er precies op het spel staat in de laat 20ste- en vroeg 21ste-eeuwse westerse cultuur.

Een titel als in beton gegoten: De onverwachte verdwijning van ambiguïteit.

Stellig, alsof er een grondig filosofisch onderzoek aan vooraf is gegaan en dit de weloverwogen conclusie was. Een titel die erom vraagt canoniek te worden, eentje die niet op zou vallen tussen De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (Milan Kundera) en De uitvinding van de eenzaamheid (Paul Auster).

Je kunt je er wel iets bij voorstellen: we leven in een wereld waarin steeds minder ruimte lijkt voor het dubbelzinnige, waarin levenskeuzes een duidelijk doel moeten dienen, iets moeten opleveren. Maar wat is daar dan onverwacht aan? Hadden we dat niet van mijlenver zien aankomen?

Misschien, zegt Michiel Lieuwma met zijn derde roman, maar het blijft ‘raadselachtig’, en daardoor aanleiding om eens heel grondig uit te pluizen wat er precies op het spel staat in de laat 20ste- en vroeg 21ste-eeuwse Westerse cultuur.

Het zegt iets over wat voor schrijver hij is. Allesbehalve ‘pretentieloos’ – dat predicaat dat vaak in positieve zin gebruikt wordt voor schrijvers die zich niet gewichtiger of diepzinniger voordoen dan ze zijn. Lieuwma, die het grote publiek vooral kent van het analytisch-satirische De snijtafel, is onbeschaamd pretentieus.

In de conventionele zin van het woord is dit boek namelijk geen roman, maar een amalgaam van cultuurkritiek, egodocument, essayistische journalistiek, close reading. En ja het is ook fictie, en dus een roman. Eentje met twee hoofdpersonages: cultfiguur Richey Edwards, de liedtekstschrijver van de Britse band Manic Street Preachers, en Lieuwma zelf. Die laatste spiegelt zijn leven in het Eindhoven en Helmond van de jaren negentig aan dat van Edwards in Cardiff (Zuid-Wales) in de jaren tachtig.

Twee jongens met een romantische inborst. Ze zuigen de popcultuur in zich op, vinden dingen van de wereld, menen dat het anders moet, gaan zich in artistieke zin uiten. Maar de wereld lijkt niet te willen horen wat ze willen zeggen. Jongens zoals zij raken daar gedeprimeerd van.

Jongens die iets willen teweegbrengen ontdekken dat hun engagement hopeloos is en worden dan maar – dit is de kern van het boek – een personage in een verhaal dat ze zelf optuigen. Want voor zulke jongens zit er niets anders op dan moreel ambigu te zijn. Enerzijds ademen ze een ‘diepe betrokkenheid en filosofische intensiteit’, anderzijds weten ze ‘dat het geen zin heeft om je al te druk te maken of de mensen in beweging te brengen’.

Cynisch, kun je misschien denken.

Maar je moet Lieuwma ruimte geven om uit te leggen wat hij daarmee precies bedoelt. Je mee laten voeren naar Helmond, waar hij zelf in bad naar muziek zat te luisteren van Manic Street Preachers, naar het troosteloze mijnwerkersplaatsje waar Edwards opgroeide. Je moet de tijd nemen voor Lieuwma’s interpretaties van Nietzsches Also sprach Zarathustra, Joan Didion, Primo Levi, Michel Houellebecq, Thomas Manns De toverberg. Om hem dat alles in verband te laten brengen met de liedteksten van Edwards. Hem die te laten analyseren tegen de achtergrond van de jaren negentig en de geschiedenis die toch niet bleek te eindigen.

Scharnierpunt

Het is 1995 en Windows 95 komt uit. Een historisch scharnierpunt: het moment waarop de gebruiksvriendelijke personal computer het dagelijks leven binnendrong. Internet Explorer bracht de belofte met zich mee de hele wereld de huiskamer binnen te halen.

Het is ook het jaar waarin Richey Edwards ineens verdwijnt. Op 27-jarige leeftijd. Toeval?

In de empirische werkelijkheid waarschijnlijk wel, maar in het symbolische universum van De onverwachte verdwijning van ambiguïteit niet.

De auto van Edwards wordt nog gevonden bij een brug waar men geregeld suïcide pleegt, maar er wordt nooit een lichaam gevonden. Zijn paspoort lag op de keukentafel. Hij schijnt nog enkele keren gespot te zijn.

Lieuwma doet een paar pogingen de mogelijke scenario’s te toetsen op waarschijnlijkheid, maar je beseft snel genoeg dat het hem daar niet om te doen is. Of hij nu suïcide pleegde of al decennia slijt in een Israëlische kibboets: de relevantie van diens verdwijning is van uiterst culturele betekenis. Het is het beeld van getormenteerde kunstenaars, romantische genieën die niet konden leven in de werkelijkheid die, naarmate de 20ste eeuw vorderde, steeds onvermijdelijker gedreven werd door kapitalistische tendensen.

Maar Lieuwma gaat in zijn interpretatie heel veel stappen verder.

De vorm die hij voor zijn boek heeft gekozen creëert daarvoor de mogelijkheden. Het boek maakt gebruik van dezelfde technieken die Miguel Cervantes inzette en waardoor zijn Don Quichot te boek is komen te staan als de eerste moderne roman.

De werkelijkheid en de verbeelding botsen namelijk voortdurend: net als Don Quichot heeft Lieuwma veel romans gelezen (en films gezien), waardoor het onmogelijk voor hem is de wereld op een ongefilterde manier waar te nemen. De verdwijning van Richey Edwards krijgt voor Lieuwma gestalte via verhalen als Less Than Zero, Fight Club, De wereld als markt en strijd: ‘verhalen van protagonisten die leiding hebben genomen voor wat in feite door alle tijden heen precies hetzelfde dilemma is geweest: hoe moet je omgaan met een wereld als die niet in beweging kan worden gebracht en je met de innerlijke verscheurdheid niet kan leven?’

Daarnaast benut Lieuwma de mogelijkheden van metafictie optimaal. Het bad in Helmond is een terugkerend decor: ‘Ik heb deze passage zo vaak opnieuw geschreven en elke keer begin ik in dat bad en beschrijf ik de beelden die ik me kan herinneren. (…) En elke keer opnieuw loop ik vast. (…) Het beeld is geen verhaal; het beeld komt niet tot leven.’

Zo schippert Lieuwma continu heen en weer tussen het geromantiseerde verhaal en de pijnlijke werkelijkheid. Het sterke daaraan is dat het zich daarmee verzet tegen ieder te makkelijk geconstrueerd zwart-witbeeld, zoals dat van de getormenteerde kunstenaar die niet kan leven in de harde werkelijkheid.

En het is – misschien paradoxaal genoeg – precies hoe Lieuwma het dichtst bij het uiterst gecultiveerde verhaal van Edwards en de jaren negentig komt.

Michiel Lieuwma: De onverwachte verdwijning van ambiguïteit. Ezo Wolf; 248 pagina’s; € 23,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next