Home

In de nieuwste thriller van John Banville spat het plezier ervan af

Als John Banville klaar is met het zwaardere literaire werk, gaat hij thrillers schrijven ter vermaak. In het vernuftige Venetiaanse vespers loopt een huwelijksreis uit op een nachtmerrie.

schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

Van de Ierse Booker Prize-winnaar John Banville (80) is bekend dat hij werkt volgens een strak dagschema. De ochtenden zijn voor het zwaardere literaire werk, maar na de lunch – als hij hoofdpijn krijgt van zijn eigen hersenspinsels – is het tijd voor vermaak.

Dan laat hij zijn imaginaire speurneusduo Quirke en Strafford over de drempel van zijn werkkamer stappen en schrijven ze samen aan nieuwe episodes. Van die misdaadreeks zijn inmiddels twaalf deeltjes verschenen. Ander leuk detail: de romans schrijft Banville met een deftige vulpen, de thrillers ramt hij er gewoon uit op zijn toetsenbord.

Soms introduceert hij na de lunch ook een geheel nieuw personage, zoals Evelyn Dolman in het zojuist vertaalde Venetiaanse vespers. Het wordt snel duidelijk dat deze thriller met aangename gothic boventonen niet met de vulpen is geschreven, maar desondanks zit-ie weer vernuftig in elkaar.

Britse broodschrijver

Van Evelyn Dolman moet je weten dat hij onlangs ver boven zijn stand is getrouwd. Deze Britse broodschrijver van stukjes in de marge, een enkele reisgids en een afgewezen roman heeft tot zijn eigen verbazing de aanzienlijk jongere Laura aan de haak geslagen. Zij is de bemiddelde dochter van een Amerikaanse tycoon, en op de laatste dag van de eeuw – 31 december 1899 – vertrekken ze vanuit Londen op huwelijksreis naar Venetië.

Evelyn heeft daar eerlijk gezegd weinig trek in. Hij voorziet narigheid in die mistige oude stad op het water, door Laura zo liefdevol La Serenissima genoemd. Evelyns voorgevoelens bedriegen hem niet. De trip pakt uit als een hellevaart, niet in de laatste plaats door de hoogmoed én naïviteit van de vrij potsierlijke hoofdpersoon zelf. En dat terwijl hij zich graag mag presenteren als stoïcijnse Engelsman, inclusief bolhoed, vlinderdas, mosterdgele ruitjes, slobkousen en sigaartjes.

Een pretentieuze praatjesmaker, kort gezegd, maar zo veel verwarrende hallucinaties en doorwaakte nachtmerries als Dolman in Venetiaanse vespers te verstouwen krijgt, gun je zelfs je ergste vijand niet.

Klassieke antiheld

Tot het punt dat je als lezer denkt: wacht eens even… dit zou mij ook kunnen overkomen. En zo tovert Banville die sukkel van een Dolman om tot een klassieke antiheld.

Het verhaal draait om de plotselinge verdwijning van Laura in de spookstad Venetië, maar het zou jammer zijn om alle plotwendingen hier te verklappen. Ga er maar van uit dat de gecompliceerde zaak tot tien pagina’s voor het einde nog steeds niet is opgelost; dat gebeurt pas op het nippertje. Ondertussen legt Banville een schaakspel vol schijnbewegingen neer, het plezier spat ervan af. Hij kan je van alles op de mouw spelden, zelfs het idee dat Dolman in zijn aanzwellende paranoia misschien wel een seriemoordenaar is.

Dat is niet zo, maar dat hij geen leuke tijd heeft gehad in Venetië, staat vast. Terugblikkend in de uitgesponnen monologue intérieur waaruit het boek voornamelijk is opgebouwd: ‘Had ik er ook maar het flauwste vermoeden van dat ik verloren was? Nee, we stommelen zonder er erg in te hebben, gretig als kinderen, onze ergste misrekeningen in, onze rampzaligste vergissingen.’

John Banville: Venetiaanse vespers. Uit het Engels vertaald door Arie Storm. Querido; 358 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next