Home

Ook in het laatste deel van Reinhard Kaiser-Mühleckers trilogie over een boerenfamilie waart de kwaadaardigheid rond

In Brandende velden kiest Reinhard Kaiser-Mühlecker voor het perspectief van een afstotend personage. Daarmee legt hij de morele complexiteit van de mens nietsontziend bloot.

Een roman terugbrengen tot één brandende, existentiële vraag bevalt me matig. Een goede roman draagt immers een mysterie in zich dat je liever niet ontraadselt. Brandende velden van Reinhard Kaiser-Mühlecker (1982) is zo’n boek dat je inkapselt in zijn wereld – alsof je niet slechts een lezer bent – en een appel op je doet door je te confronteren met je eigen morele waarden en ideeën over lot, toeval, afkomst en trauma’s.

Wonderlijk is dat de grootsheid van de roman pas op de allerlaatste pagina’s echt in het oog springt. In een interview vertelde Kaiser-Mühlecker zonder vooropgezet plan te werken, maar de persoonlijkheidsstructuur van zijn hoofdpersonage Luisa Fischer te volgen: hoe zij denkt, wat haar overkomt en hoe zij handelt.

De kleine hints naar de tragedie zie je pas achteraf, misschien net als in het leven zelf; Luisa ontgaan die hints echter totaal.

Onoplosbare conflicten

Brandende velden is het derde deel van een trilogie over een boerenfamilie waarin een latente kwaadaardigheid rondwaart. De familie gaat gebukt onder de zware omstandigheden waarin ze moet boeren ten gevolge van klimaatverandering en onderlinge, onoplosbare conflicten. De dood loert overal.

Op de achtergrond schemert, net als in de andere twee delen (die je overigens los van elkaar kunt lezen), altijd het naziverleden. De samenleving brandt zowel figuurlijk – alsof ze haar essentie kwijt is – als letterlijk: maaimachines vliegen door de hitte in de fik, net als de velden. Luisa merkt de branden niet eens op, zo obsessief is ze op zichzelf gericht.

Ze wil verbinding maken met het landschap, maar bovenal zoekt ze naar versmelting met een geliefde, zodat ‘ze elkaar nader zouden zijn dan hun halsslagader’ en zij zichzelf opnieuw in de wereld kan zetten.

Daarbij gaat ze zo ver dat ze het plan opvat Anton, de zoon van haar geliefde Ferdinand Goldberger, te doden, omdat hij bij hem op de eerste plaats komt – een schril contrast met de stiefmoederlijke band met haar twee eigen kinderen, die bij hun vader in het buitenland wonen.

Monsterlijk genoeg meent ze met dat plan Ferdinand een dienst te bewijzen, dat hij deze moord zelfs van haar verlangt omdat hij zou lijden onder het autisme van zijn zoon. Haar voornemen ziet ze bekrachtigd in een boek van de Macedonische schrijver Petre M. Andrejevski dat Ferdinand opengeslagen heeft liggen (hint!): ‘Er is veel dat een mens niet wil doen en toch doet.’

Geen man kan echter haar leegte opheffen: ‘Ze voelde zich verlaten, en had iemand haar gevraagd of er iets leger was dan een zwembad in de winter, dan had ze geantwoord: Ja. Ik.’

Bizarre keuzes

Luisa wil het verleden uit zichzelf snijden (ze breekt met haar moeder), maar er tegelijkertijd zo veel mogelijk gewin uit halen; zo ruïneert ze op slinkse wijze het bedrijf van haar broer Jakob.

Soms vroeg ik mezelf af waarom ik haar wilde blijven volgen: iemand die geen ontwikkeling doormaakt, niet reflecteert en bizarre keuzes maakt, zoals de relatie die ze op latere leeftijd begint met Robert, van wie ze tot haar 15de dacht dat hij haar stiefvader was en op wie ze als kind al verliefd was. Aanvankelijk begeleidt ze hem op zijn nachtelijke rooftochten; ingegeven door zijn eigen afkomst steelt hij van mensen van wie hij denkt dat ze van het nationaal-socialisme hebben geprofiteerd, tot hij wordt gedood op het land van Ferdinand.

Al blijft in het midden wie het dodelijke schot heeft afgevuurd en ziet de omgeving het als een ongeluk, Luisa wijst Ferdinand aan als moordenaar en spuugt voor zijn blote voeten op de grond. Ze gaat zich meer en meer schamen voor dat gedrag en ‘was ook zij die man, aan wie ze steeds vaker dacht, niet dankbaar’, net zoals de omgeving? Uiteindelijk begint ze een relatie met Ferdinand, die haar al vanaf de eerste pagina’s intrigeert.

Toch is haar karakter gelaagd: doordat je ‘weet’ waar ze vandaan komt, zijn haar diepe eenzaamheid en hunkering invoelbaar, en zijn zelfs haar buitenissige keuzes geloofwaardig (dat is het knappe), al ligt haar narcisme er soms iets te dik bovenop. De spanning neemt je mee, net als de fraaie zinnen, die soms doen denken aan die van Jon Fosse .

Juist het perspectief van zo’n afstotend personage legt de morele complexiteit van de mens nietsontziend bloot. Wat maakt ons tot wie we zijn en bepaalt ons handelen? Volgens Kaiser-Mühlecker is de kern van zijn roman de vraag hoeveel we van wat we onze waarheid noemen moeten construeren (daar gaan we dan toch).

En dat maakt onze relatie tot schrijven en lezen zichtbaar. Luisa heeft, in de hoop beroemd te worden, een vurig verlangen een roman te schrijven en poneert te pas en te onpas stellingen over schrijven, zoals dit inzicht dat direct van toepassing lijkt te zijn op haar schepper zelf: ‘(…) dat het zowel bij het lezen als bij het schrijven gaat om de onzichtbare, niet te verwoorden innerlijke processen die zich in het uiterlijke – in het doen en laten – weerspiegelden.’

Uiteindelijk loopt Luisa in een val die haar terug katapulteert in de woestenij van de eenzaamheid. Je beseft dat dit patroon zich steeds zal herhalen, iets wat wordt weerspiegeld in de constructie van de roman. In de woorden van de jury die Kaiser-Mühlecker de Österreichische Buchpreis 2024 toekende: ‘Door onverwachte wendingen speelt hij niet alleen met zijn personages, maar ook met de lezers. Op deze manier construeert en deconstrueert hij deze afgrondelijke, koude en donkere wereld steeds opnieuw’.

De hel is hier niet langer de ander.

Reinhard Kaiser-Mühlecker: Brandende velden. Uit het Duits vertaald door Ari Hoste. Van Oorschot; 304 pagina’s; € 27,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next