Home

De schatkist van schrijver Jane Gardam (1928-2025) is gelukkig nog lang niet leeg

Wat heeft de vorig jaar overleden Jane Gardam nog voor ons in petto? Het nu vertaalde Kostschool aan zee, een lekkere coming-of-ageroman, doet in elk geval hopen op méér.

schrijft voor de Volkskrant over boeken, met name uit het Engelse taalgebied.

Al een kleine tien jaar trakteert uitgeverij Cossee de lezer met regelmaat op literaire juweeltjes uit de schatkist die Jane Gardam (1928-2025) heet. Inmiddels mogen we met Kostschool aan zee (Bilgewater, 1977) haar elfde Nederlandse vertaling begroeten. Het is een coming-of-ageroman zoals Gardam er meerdere schreef. Hoofdpersoon is de 17-jarige Marigold Daisey Green, maar met die bloemrijke naam spreekt niemand haar aan.

Omdat haar vader Bill heet, wordt ze eerst ‘Bill’s daughter’ en vervolgens ‘bilgewater’ genoemd, naar het viezige water in het ruim van een schip.

Met die benaming bezorgt Gardam vertaler Gerda Baardman al op de eerste pagina’s een klus, die zij alleszins acceptabel weet te klaren. ‘Bill z’n kind’ wordt ‘Bilzekind’ en vervolgens ‘Bilzekruid’: ‘een lelijke, giftige plant met een rare naam – hoe toepasselijk dat ook mag zijn.’

Zoals haar bijnaam al suggereert is Marigold een buitenbeentje en een slachtoffer van plagerijen. Dat ze zichzelf als dom en lelijk beschouwt (‘Bilzekruid de Afzichtelijke’) helpt daarbij niet. Jarenlang werd gedacht dat ze dyslectisch was en pas toen ze een bril kreeg die een afwijking in haar linkeroog corrigeerde, werd ze een lezer. Een gretige lezer, zo mogen we concluderen uit het feit dat ze, als ik-verteller, voortdurend verwijst naar boeken, toneelstukken en gedichten, van Shakespeare tot Wordsworth en van Hardy tot Dickens.

Marigolds moeder is bij haar geboorte overleden. Ze woont met haar vader, conrector, in een vleugel van de in Yorkshire gelegen St. Wilfrid’s school voor jongens, die ook een internaat omvat. Vader Green is een stille, ietwat contactgestoorde figuur (‘Bill de Zwijger’), die elke donderdagavond met een groep excentrieke, veelal oudere mannen bijeenkomt om een glaasje wijn te drinken en herinneringen op te halen aan vervlogen gebeurtenissen als de Boerenoorlog, de wereldoorlogen en de tijd van de zeppelins.

Gelukkig voor Marigold is er één figuur in haar omgeving die stevig met beide benen in de wereld staat: het uit Dorset afkomstige hoofd huishouding, Paula Rigg, een knappe dertiger die haar genegenheid en liefde verbergt achter een masker van kordaatheid. ‘Pas op voor zelfmedelijden!’, houdt ze Marigold telkens voor wanneer die in haar schulp dreigt te kruipen.

Wereldvreemd

Kostschool aan zee is zo’n roman waarin de lezer regelmatig beter doorheeft wat er gaande is dan de verteller. Marigold, zo wordt steeds meer duidelijk, is bepaald niet dom, maar wereldvreemd genoeg om zaken verkeerd te interpreteren. Als de internaatjongens haar plagen, doorziet ze niet dat dat slechts is om haar aandacht te krijgen, en het ontmaskeren van de hypocrisie van ‘deftige’ volwassenen is uiteraard niet aan haar besteed.

Een aardige proeve van Marigolds manier van denken: ‘Het verbijsterende aan Paula is dat ze eruitziet als Tess of the d’Urbervilles, klinkt als Tess of the d’Urbervilles en denkt als Tess of the d’Urbervilles, en toch totaal anders is dan Tess of the d’Urbervilles. Waarschijnlijk komt ze uit een ander deel van Dorset.’

Er volgt een omslag in Marigolds leven als Grace Gathering ten tonele verschijnt. Deze beeldschone dochter van de rector is voor de tweede maal van haar kostschool getrapt en komt nu op St Wilfrid’s rondhangen. Hoewel Marigold het zich niet herinnert, waren zij en Grace goede vriendinnen toen ze 5 waren, en Grace pikt de draad soepel weer op. Ze wordt een soort mentor voor Marigold, stuurt haar naar de kapper, leert haar zich beter te kleden en neemt haar mee naar feestjes en familiebijeenkomsten.

Grace blijft voor zowel Marigold als de lezer een ongrijpbare figuur, maar anders dan Marigold vermoedt de lezer dat Graces handelen weleens zou kunnen voortkomen uit opportunisme en manipulatiedrang.

Die twee eigenschappen vormen een rode draad in de roman, en blijken niet alleen aan Grace voorbehouden. Wanneer Marigold zich buiten de veilige wereld van Paula’s keuken en haar vaders huiskamer begeeft, komt ze daar op pijnlijke wijze achter.

Krachtige personages

Kostschool aan zee wordt bevolkt door een reeks krachtige personages, die in de verbeelding van de verteller een bijna archetypisch karakter krijgen: de viezig-enge dame in de bus, het intimiderende tandartsenechtpaar, de valse Romeo, de zwakke vader, de nepvriendin, de schijnbaar afstandelijke maar liefderijke semi-moederfiguur.

Zoals gezegd doorspekt Marigold haar gedachten en observaties rijkelijk met literaire verwijzingen. Waar die in het Engelse origineel voor Nederlandse lezers wat obscuur kunnen zijn (Old Mother Shipton, Sycorax, Queen Lear), voert de vertaler adequate alternatieven op, zoals ze in het hele boek waar nodig de Engelse cultuur voortreffelijk voor de lezer duidt.

Marigold verwijst niet alleen, maar is ook zelf stilistisch begaafd. Een telefoon gaat niet over, maar ‘schraapt zijn keel’, en als een klasgenoot haar hooghartig een vraag stelt, lezen we: ‘‘Leuke schoenen’, zei Aileen Sykes op de gang – ze hield haar rijtuig even in op weg naar Versailles. ‘Waar heb je die gekocht?’’

Mooie gedachte: de schatkamer van Jane Gardam is nog lang niet leeg.

Jane Gardam: Kostschool aan zee. Uit het Engels vertaald door Gerda Baardman. Cossee; 272 pagina’s; € 23,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next