In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan iedere zondag over wat hem opvalt. Deze week: ons watersysteem piept en kraakt door de droogte. Waterschappen plakken indrukwekkende pleisters, maar het blijven wel pleisters.
Op de Wieldijk in Heenvliet hangt een flinke dieselwalm. Met een flink kabaal sturen drie noodpompen water richting het Brielse Meer. Door de droogte dreigde die 'regenton' voor de Rotterdamse industrie en tuinders in het Westland leeg te raken.
Ook nu het weer wat heeft geregend, blijven deze pompen voorlopig hard nodig om verzilting tegen te gaan en het water op peil te houden. Drie aggregaten verstoken 3.300 liter diesel per dag om 500.000 liter water per minuut omhoog te pompen.
Dat water komt uit het Kanaal door Voorne, dat normaal de andere kant op stroomt. Om de stroming om te keren, is 9 kilometer verderop een pomp uit een gemaal getild en omgedraaid.
Een ongekende maatregel, zegt dijkgraaf Jan Bonjer van Waterschap Hollandse Delta tijdens een rondleiding langs de noodoplossing. "Dit had je niet kunnen bedenken, dat het ooit nodig zou zijn - maar ook dat het zou kunnen."
Hij is trots op de slimme vondst, maar ziet ook dat ons watersysteem piept en kraakt onder druk van de klimaatcrisis. Hoelang lukt het nog dit soort pleisters te plakken? Extreme omstandigheden blijken steeds vaker en eerder voor te komen dan we hadden voorspeld.
De Nederlandse waterbeheerders gingen zelfs in de meest pessimistische scenario's uit van een aanvoer van minstens 650 kubieke meter water per seconde via de Rijn. Maar de afgelopen weken dook dat cijfer terug tot rond de 560 kubieke meter per seconde. Dat is veel te weinig om aan alle watervraag te kunnen voldoen én verzilting vanuit de Noordzee tegen te houden.
Voor het waterschap lag er geen draaiboek meer en was het improviseren geblazen. Toevallig was in het gemaal Gorzeman vorig jaar al één pomp vernieuwd, die in theorie zou kunnen worden omgedraaid. Maar of hij dan ook daadwerkelijk zou werken, was nog maar de vraag, vertellen medewerkers van het waterschap.
Dat bleek gelukkig het geval, waardoor de afvoer naar het Haringvliet ineens een aanvoerkanaal van zoet water werd. Samen met de regen van de afgelopen dagen zorgt het voor een klein beetje verlichting voor Zuid-Hollandse watergebruikers. Tuinders in het Westland mogen weer wat oppervlaktewater gebruiken om gewassen te beregenen en de recreatievaart kon na vijf dagen wachten weer door de Voornse Sluis.
Een "geslaagde stresstest", zegt Bonjer, maar veel vragen over de toekomst van ons water blijven onbeantwoord. "We moeten toch het gesprek voeren in dit land over de verdeling van schaarste." Watergebruikers gaan er vaak nog van uit dat er altijd water beschikbaar is, ziet hij. "Wat doen we als zij niks meer van ons krijgen, of maar de helft?"
Een groot vraagstuk bevindt zich aan de andere kant van de Rotterdamse haven: de Nieuwe Waterweg. Dat diepe kanaal laat de allergrootste zeeschepen toe tot de haven, maar er moet ontzettend veel zoet water doorheen worden gespoeld om verzilting vanuit de Noordzee te voorkomen.
In droge tijden raken we zo meer dan de helft van al het zoet water dat ons land binnenkomt kwijt, schreef ik vorig weekend al. En bij droogte dreigen we de strijd tegen het zout te verliezen. Het zou kunnen helpen het kanaal te verondiepen of zelfs helemaal af te dammen, maar dat zou grote gevolgen hebben voor de haven.
Toch moeten we dringend nadenken over zulke vergaande manieren om zoet water vast te houden en verzilting te voorkomen, vindt Bonjer. Hij denkt dat de droogte dat besef zal aanwakkeren, maar het watertekort komt politiek gezien wel op een ongelukkig moment.
Volgende maand wordt op Prinsjesdag het nieuwe Deltaprogramma gepresenteerd. Daarin staat hoe Nederland de komende zes jaar wordt beschermd tegen wateroverlast, zeespiegelstijging en droogte.
Wat er precies in staat is nog geheim, maar het programma werd al opgesteld voor de extreem droge zomer. De delen over droogte en verzilting zullen daarom al direct achterhaald zijn, zegt de dijkgraaf. Met de kennis van nu was er volgens hem veel meer draagvlak geweest voor vergaande maatregelen tegen waterschaarste.
Hij wil voorkomen dat we zulke moeilijke keuzes uitstellen tot de volgende herijking van het Deltaprogramma, over nog eens zes jaar. "We zien de extremen toenemen, wat als we dit elke vier of vijf jaar gaan meemaken?", vraagt hij zich af. "We moeten de dag na Prinsjesdag dus meteen doorpakken."