Rotterdammer Robby werd het slachtoffer van ‘koekoekswonen’. Een drugsdealer nam zijn woning over voor illegale activiteiten. Waarom werd zowel Robby als de dader gestraft?
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Licht zwalkend loopt Robby op een vrijdagochtend eind mei de Schoonoordstraat in Rotterdam-Noord in. Een goedkope fles witte vermout steekt uit zijn jas. Voor het huis waar hij tot vorig jaar nog woonde, blijft de 58-jarige Arubaan even staan. De woning is met staal afgerasterd.
‘Dit pand is gesloten door de burgemeester’, luidt de tekst op een plakkaat op het ijzerwerk. ‘Verboden toegang voor onbevoegden.’ Robby – grote zilveren ketting, een sigaretje in zijn hand – vloekt binnensmonds als zijn blik op het verwilderde plantenperk valt. Sigarettenpeuken steken uit de aarde, tussen het onkruid ligt hondenpoep. ‘Ik werkte bij de groenvoorziening van de gemeente’, zegt hij. ‘Ik hield dit altijd netjes bij.’
In het Oude Noorden is Robert Alexander Romney, zoals Robby voluit heet – een naam als van een Amerikaanse president – geliefd. Vroeger zette hij geregeld een stoeltje voor zijn huis om, met een flesje bier in zijn hand, met buurtgenoten te kletsen. Buurtbewoners noemen hem ook wel ‘de burgemeester’ en omschrijven hem als aardig en sociaal.
Dat verandert soms als hij crack heeft gebruikt. Dan wordt zijn blik donkerder en kan hij wat al te nadrukkelijk om een tientje vragen. Hoewel hij dat de volgende dag dan vrijwel altijd weer goedmaakt, maken buren zich zorgen. Ze zien hem op straat de laatste maanden zichtbaar achteruitgaan.
Robby raakte zijn huis afgelopen december kwijt nadat drugsdealers uit de wijk zijn woning langzaam hadden overgenomen om er drugs te stallen en van daaruit te verhandelen. Sinds Robby’s woning op last van de burgemeester werd gesloten, leeft hij op straat.
Overdag zwerft hij door de wijk, ’s nachts slaapt hij op een bankje of ergens langs het water. Buurtbewoners zien met lede ogen toe hoe opnieuw iemand op straat is beland. En dat in een stad die met alleen al bijna driehonderd buitenslapers zucht onder dakloosheid.
Toch heeft Robby aan behulpzame buren geen gebrek. Zo onderhoudt Tom Berdowski (36) voor hem het contact met zijn advocaten en reclasseringsmedewerker. Michiel van Rij (63) schreef de burgemeester over Robby’s situatie en benaderde later de Volkskrant.
Daarop besloot de krant om Robby de afgelopen maanden op straat te volgen. Hij stelde zijn juridische dossier beschikbaar, dat bestaat uit gemeentelijke besluiten, politierapportages en processen-verbaal. Daarnaast woonde de krant een rechtszaak bij en werd gesproken met buurtbewoners, hulpverleners, experts, advocaten en vertegenwoordigers van de gemeente.
Robby’s neergang begint volgens hemzelf met een lange aanloop in 2024 als hij voor zijn huis zit en er een dealer uit de buurt langsloopt. De twee kennen elkaar al van de straat – Robby is verslaafd aan crack – en raken aan de praat. Robby stemt in om samen bij hem binnen te gaan chillen.
‘Ik was allang blij om wat gezelschap in huis te hebben’, vertelt Robby, die zich soms eenzaam voelt en graag mensen om zich heen heeft. ‘Dat was achteraf niet slim van mij. Misschien wilde hij toen al de lay-out van mijn huis bekijken.’ De dealer biedt hem crack aan, zegt Robby. ‘Als iemand een grammetje voor mijn neus legt, dan ben ik superzwak op zo’n moment.’
Van het een komt het ander. De dealer komt steeds vaker bij Robby over de vloer en neemt ook vrienden mee. Het zijn forsgebouwde Rotterdammers. ‘Ze zeiden: ‘Luister eens, wij willen komen chillen en een jonko roken.’ Ze gaven me drugs en dan gingen we gebruiken.’ Volgens Robby kwamen er geleidelijk ‘steeds meer mensen’, tot hij er geen controle meer over had.
Wie de mannen precies zijn, daarover wil Robby niets zeggen. ‘Dat is omerta, dat doe je niet.’ Hij legt de schuld vooral bij zichzelf. ‘Ik heb ze binnengelaten, dus ík moet op de blaren zitten.’
Op een dag ontdekt Robby dat er een sleutel is verdwenen. Hij merkt steeds vaker dat er mensen in zijn huis zijn geweest als hij er niet was. Dan treft hij ineens een volle asbak aan, of een basepijp. Ook verschijnen er dozen en andere spullen in zijn huis. Drugs en materialen om drugs te versnijden, vermoedt Robby, maar hij zegt er naar eigen zeggen niks van.
‘Ik kreeg gratis drugs van ze, snap je? Dus dat is ook heerlijk.’ Dagelijks doet een van de mannen volgens hem een grammetje crack door de brievenbus. ‘Zodat ik makkelijker beïnvloedbaar word’, vermoedt Robby.
Voor de buren wordt het ondertussen duidelijk dat er iets niet klopt. Zij zien louche figuren rond de woning hangen en naar binnen gaan. Bij de politie komen steeds vaker meldingen binnen van overlast. Uiteindelijk besluit de politie de woning te observeren. Uit een van de politierapporten blijkt dat ‘een bekende actieve handelaar in verdovende middelen’ de woning betreedt met een eigen sleutel. Observerende agenten zien zelfs dat de dealers Robby’s eigen deur voor hem openen.
Uiteindelijk valt de politie de woning binnen. De eerste keer treffen ze een revolver aan, twee grote keukenmessen en 219 gram mannitol, een versnijdingsmiddel voor drugs, blijkt uit het politiedossier. Nadat Robby uit de gevangenis is gekomen, gaat het opnieuw mis. Bij een tweede inval vinden agenten 166 gram MDMA, 1,3 gram heroïne, gripzakjes, twee zware hydraulische krikken en microweegschalen.
Robby wordt uiteindelijk tweemaal veroordeeld tot een gevangenisstraf: eerst, in juli 2025, voor verboden wapenbezit (en bedreiging, daarover later meer) tot 182 dagen cel, waarvan 75 dagen voorwaardelijk. Begin augustus 2026 volgt een tweede veroordeling, tot 270 dagen, waarvan 235 dagen voorwaardelijk, voor het drugsbezit en voorbereidingshandelingen voor drugshandel. Die laatste straf moet hij nog uitzitten.
De vonnissen schuren met hoe hulpverleners en rechters Robby’s positie elders in de dossiers beschrijven. De reclassering noemt hem een ‘slachtoffer van criminele uitbuiting’, dat ‘afhankelijk, geïntimideerd en onder druk gezet’ is. De kantonrechter die over zijn uithuisplaatsing oordeelt, ziet eveneens dat Robby zich in een ‘verzwakte positie’ bevindt en dat zijn woning door dealers wordt gebruikt voor ‘drugshandel en drugsgebruik’. Toch oordeelt ook deze rechter niet licht: Robby is ‘zelf verantwoordelijk’ voor wat er in zijn woning gebeurt en krijgt zijn woning niet terug.
In geen van de zaken wordt iemand anders veroordeeld, blijkt uit navraag bij Robby’s advocaten en het Openbaar Ministerie Rotterdam. Volgens het OM heeft de politie wel onderzoek gedaan naar de andere betrokkenen, maar waren er ‘onvoldoende aanknopingspunten’ om hen te identificeren en voor de rechter te brengen. De dealers gaan vrijuit, maar Robby raakt zijn huis kwijt, komt op straat terecht en belandt achter de tralies.
Iedere instantie zag een deel van Robby’s situatie. De reclassering zag een slachtoffer van criminele uitbuiting, de strafrechter een man die strafbare feiten pleegde en de gemeente een huurder die verantwoordelijk was voor wat er in zijn woning gebeurde. Maar hadden ze ook zicht op het gehele beeld?
Het fenomeen waar Robby mee te maken kreeg, heeft in het Verenigd Koninkrijk een naam: cuckooing, in Nederland ook wel koekoekswonen genoemd. Het is een vorm van uitbuiting waarbij criminelen de woning van een kwetsbaar persoon overnemen en deze gebruiken als uitvalsbasis voor hun illegale activiteiten.
In het Verenigd Koninkrijk is koekoekswonen een erkend en wijdverbreid probleem. The Metropolitan Police in Londen registreerde tussen mei 2025 en april 2026 1.539 incidenten van cuckooing, maar schat dat dit slechts een fractie is van het totale aantal slachtoffers. Volgens Britse onderzoekers melden slachtoffers zich maar zelden bij de politie. Ze vrezen represailles van de daders, maar ook dat ze zelf strafrechtelijk worden vervolgd voor overtredingen die in hun woning plaatsvinden.
Hoe vaak koekoekswonen in Nederland voorkomt, is niet bekend. Wel noemt de politie het in een bestuurlijke rapportage aan de Rotterdamse burgemeester een ‘bekende modus operandi’ en zegt het OM Rotterdam desgevraagd dat het ‘steeds vaker’ ziet dat kwetsbare mensen, zoals drugsverslaafden, ‘onder druk worden gezet om hun woning ter beschikking te stellen’. Ook elders is koekoekswonen gesignaleerd.
Onderzoeksplatform Pointer berichtte vorige maand over een verslaafd echtpaar in Den Helder dat de controle over hun woning verloor aan drugsdealers. In Nijmegen kreeg in 2020 een veertiger 6 jaar cel omdat hij het huis had overgenomen van een verstandelijk beperkt echtpaar, dat hij mishandelde en voor hem liet werken. En in Groningen bestreed de politie rond 2011 met het project Noorderslag een fenomeen dat doet denken aan koekoekswonen. Slachtoffers die wel erg veel drugsgebruikers op bezoek kregen, gaven hun huissleutel vrijwillig aan de buurtagent, zodat die kon ingrijpen voordat de boel finaal uit de hand liep.
Jack Spicer, een Britse criminoloog aan de Universiteit van Bath en een vooraanstaande onderzoeker naar het fenomeen, vermoedt dat huidige maatschappelijke problemen een toename van koekoekswonen kunnen hebben veroorzaakt: ‘Het inkorten van sociale voorzieningen, de verschraling van de verslavingszorg en krapte op de woningmarkt.’ Het zijn ontwikkelingen die niet alleen in het Verenigd Koninkrijk maar ook in Nederland spelen.
De slachtoffers van koekoekswonen zijn vaak kwetsbaar. Drugsdealers kunnen verslaafde mensen afhankelijk van hen maken door ze af en toe gratis drugs te verstrekken. Maar ook eenzaamheid, een verstandelijke of lichamelijke beperking, psychische problemen en schulden kunnen iemand vatbaar maken voor uitbuiting.
Eenmaal binnen gebruiken de daders de woning doorgaans om drugs op te slaan, te verpakken of te verhandelen. Soms vinden er ook andere illegale activiteiten plaats, zoals prostitutie, legt Spicer uit. ‘In ernstige gevallen raakt de bewoner de controle over zijn eigen huis grotendeels kwijt of wordt hij gedwongen zich in één kamer terug te trekken.’ Intimidatie, bedreiging en geweld kunnen daarbij onderdeel worden van het patroon.
Tegelijkertijd is de grens tussen slachtoffer en dader niet altijd scherp. Dat is ook in Robby’s zaak zichtbaar. Hij zweert met klem dat het vuurwapen dat bij hem thuis werd gevonden niet van hem is. Toch is hij voor het bezit ervan veroordeeld.
Dat heeft hij ook aan zichzelf te wijten. Vlak voordat de politie het vuurwapen vond, had Robby naar eigen zeggen telefonisch ruzie gehad met de drugsdealers. Met te veel port op ging hij naar buiten en zag daar een man staan. Door de alcohol en de adrenaline trok hij de verkeerde conclusie.
‘Hij stond daar te kijken en ik dacht dat hij er iets mee te maken had. Ik was er op dat moment helemaal klaar mee. Ik nam het vuurwapen in het tasje mee naar buiten.’
Robby trok het pistool niet, maar volgens de verklaring die het slachtoffer bij de politie aflegde, voelde de man aan de vorm van het tasje de loop van het wapen. ‘Het was echt een heel domme move van mij’, zegt Robby.
Later stond de politie voor de deur. Robby liet de agenten binnen, waarna zij het vuurwapen aantroffen.
Ook zijn rol bij de drugs die later in zijn woning werden gevonden, is niet eenduidig. De officier van justitie wees tijdens de rechtszaak op Robby’s eigen aandeel en zag op zijn telefoon aanwijzingen voor een klein handeltje in lachgas. Ook stelde hij dat Robby voordeel had van de situatie. ‘Hij kreeg er wat voor terug’, zei hij: ‘een beetje drugs en een fles port.’
Toch laten juist ook die woorden zien dat Robby’s rol niet groot was. Robby zegt zelf dat hij de mannen binnenliet om zijn eigen gebruik te kunnen bekostigen. ‘Maar meer ook niet.’ Hij geeft toe dat hij ‘een paar keer’ tanks lachgas heeft rondgebracht, maar zegt dat hij dit in opdracht van de dealers deed, in ruil voor drugs. Alle buren die met de Volkskrant wilden praten, geloven ook niet dat Robby een volwaardige rol had in de drugshandel. ‘Robby zit altijd zonder geld’, zegt buurman Michiel van Rij. ‘Ik geloof er helemaal niets van dat hij succesvol in drugs handelde.’
Een bericht dat Robby aan een van de dealers stuurde, geeft een inkijkje in hun verhouding. Zijn advocaat Zakaria Badrane laat het zien: ‘Bro je ziet me als een junk waar je alles mee kan doen toch? (...) ik zeg je eerlijk ik voel me misbruik (sic).’
In Robby’s strafzaken kwam het concept koekoekswonen niet aan bod. Zijn advocaat Badrane zegt er onbekend mee te zijn; hij bracht het in de verdediging niet expliciet naar voren. Het OM zegt wel rekening te hebben gehouden met Robby’s kwetsbare positie, die volgens het OM ook is meegewogen in de strafeis. Tegelijkertijd zegt het OM niet voorbij te kunnen gaan aan de hoeveelheid drugs en versnijdingsmiddelen in de woning van Robby.
De vraag blijft of er in de strafrechtketen voldoende oog is voor mensen die niet uitsluitend dader, maar ook slachtoffer van koekoekswonen zijn. Wie immers zelf strafbare feiten pleegt, loopt het risico dat politie en justitie vooral naar die rol kijken, terwijl de uitbuiting naar de achtergrond verdwijnt.
‘De slachtoffers van cuckooing zijn vaak niet de ideale slachtoffers’, legt Spicer uit. ‘Het zijn geregeld mensen die zelf een strafblad hebben of eerder met de politie in aanraking zijn gekomen. Dat maakt het optreden van justitie in dit soort zaken ingewikkeld.’
Met hangende schouders gaat Robby begin juni op een bankje aan het Lisplein bij de vijver zitten. ‘Hier kom ik elke dag wel een paar keer’, zegt hij. Hij steekt een sigaret op. ‘Soms sport ik hier ook wat. Push-ups vooral.’ Hij doet zijn shirt omhoog om zijn gespierde lijf te laten zien. ‘I rest my case’, klinkt het trots. Maar zijn lichaam zit vol met littekens.
Robby vertelt over zijn jeugd en de verslavingen die zijn leven mede hebben bepaald. Soms lijkt het een opluchting om alles hardop uit te spreken, maar het kost hem ook zichtbaar moeite. Hij zoekt naar woorden, valt stil en veegt af en toe een traan weg.
Robby groeide op Aruba op en bracht een deel van zijn jeugd door in de Amerikaanse staat Connecticut, waar zijn vader woonde. Zijn vader was 18, zijn moeder 16 toen hij werd geboren. ‘Ik ben een ongewenst kind.’
Zijn moeder sprak de woorden nooit letterlijk uit. ‘Maar daden spreken soms luider dan woorden. Ik leerde mezelf al vroeg: misschien ben ik het foutje dat zij heeft gemaakt. Waarom denk je dat ik zo sociaal ben?’, zegt hij zacht. ‘Acceptatie. Daar ben ik mijn hele leven naar op zoek.’
In 1995 verhuisde Robby vanuit Aruba naar Spijkenisse, voor zijn toenmalige vrouw Esmeralda. Nederland blijkt wennen. ‘Ik kwam in een cultuur terecht die anders was dan de mijne. Ik was een beetje in shock. Als er dan iets vervelends gebeurt, grijp je terug naar wat je kent.’ Dat bekende terrein is alcohol en crack. Zijn vader gaf hem op 6-jarige leeftijd al bier en appelwijn. En als 14-jarige kwam hij in Aruba al in aanraking met crack.
Na ongeveer vijf jaar strandde de relatie, mede door zijn stiekeme middelengebruik. Daarna raakte hij voor het eerst dakloos. Van de ruim dertig jaar dat hij in Nederland is, heeft hij ongeveer achttien jaar rondgezworven.
In 2019 leek het tij te keren. Na een ongeluk met veel te veel drank op belandde Robby in het ziekenhuis met een gebroken arm. Hij besefte: ‘Ik had mijn nek kunnen breken. Ik had in een rolstoel kunnen zitten.’
Hij besloot af te kicken. In een kliniek werkte hij aan zijn herstel en van de gemeente kreeg hij een woning via het (Z)onderdak-project. Dat project is bedoeld voor mensen met psychiatrische problemen of een drugsverslaving die dakloos zijn of dat dreigen te worden.
Daarna leek Robby’s leven eindelijk een andere richting op te gaan. Bij een re-integratieproject zette hij zich zo hard in dat hij binnen zes maanden een vast contract kreeg bij de plantsoendienst van de gemeente Rotterdam. ‘Ik weet het nog zo goed’, zegt hij. ‘Ik kreeg een mail.’ Hij wordt even stil, en zegt dan: ‘Een contract voor onbepaalde tijd.’
Ook privé lijkt zijn leven op de rails te komen. Hij krijgt een relatie met Bianca, die een pitbull heeft, Faya. De hond wordt belangrijk voor hen. ‘Die hond was eigenlijk de lijm in onze relatie’, zegt Robby. ‘Als Bianca en ik ruzie hadden, sprong ze ertussen. Dan stopten we.’
Op 19 oktober 2023 overleed Faya aan een auto-immuunziekte. Het blijkt een ommekeer. Op de zaterdag na haar dood ging hij alleen naar buiten. ‘Normaal ging ik met Faya op pad, een balletje gooien.’ Maar die zaterdag liep hij naar het Pijnackerplein en zag daar een jongen crack roken. ‘Ik dacht: weet je wat? Fuck it, ik ga ook roken.’ Hij pauzeert even en zegt dan: ‘Foutje, na zes jaar.’
Vanaf dat moment glijdt Robby opnieuw af. Zijn terugval maakt hem uiteindelijk kwetsbaar voor de dealers die zich in zijn woning nestelen.
Een woning sluiten kan de directe overlast beëindigen, maar daarmee verdwijnt de criminaliteit niet vanzelf. Criminoloog Jack Spicer noemt dat het ‘mep-de-mol-effect’: de politie slaat koekoekswonen op één plek neer, waarna het probleem elders weer opduikt. ‘Soms wordt dan een nieuw, kwetsbaarder slachtoffer gevonden’, aldus Spicer.
De oorspronkelijke bewoner blijft ondertussen achter met de gevolgen: een veroordeling, een woningsluiting of dakloosheid. Of de dealers die Robby’s woning gedeeltelijk overnamen inmiddels een nieuw adres hebben gevonden, is niet bekend.
Spicer vindt dat koekoekswonen nooit tot dakloosheid zou mogen leiden. ‘Het is wrang dat het huis van mensen wordt overgenomen en ze in een verschrikkelijke situatie belanden, waarna de reactie van de staat is om ze met een woningsluiting ook nog eens formeel dakloos te maken.’
Burgemeester Carola Schouten wil niet reageren op vragen van de Volkskrant over de zaak, omdat zij niet ingaat op individuele gevallen. Volgens haar woordvoerder zijn bewoners van wie de woning wordt gesloten in principe ‘zelf verantwoordelijk’ voor alternatieve huisvesting.
Alleen in ‘uitzonderlijke gevallen’ biedt de gemeente zelf alternatieve huisvesting aan. Juist bij kwetsbare mensen zouden gemeenten daar volgens experts als Spicer nog eens naar moeten kijken, als zij willen voorkomen dat een woningsluiting leidt tot dakloosheid en alle maatschappelijke problemen die daarbij komen kijken.
De vraag is hoe koekoekswonen wél kan worden aangepakt. In het Verenigd Koninkrijk is cuckooing sinds dit jaar als zelfstandig strafbaar feit opgenomen in de wet. De initiatiefnemers verwachten dat daardoor beter zichtbaar wordt hoe vaak het voorkomt en dat daders eenvoudiger kunnen worden vervolgd. Spicer verwacht niet dat een nieuwe strafbepaling het probleem oplost, maar denkt wel dat die kan helpen om in zaken als die van Robby duidelijker onderscheid te maken tussen dader en slachtoffer.
Michel Vols, hoogleraar openbare-orderecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt het ‘interessant’ om te volgen wat die nieuwe wet oplevert. Bestaande strafbare feiten, zoals huisvredebreuk, bieden volgens hem vaak geen uitkomst. ‘Want die mensen hebben de daders vaak zelf binnengelaten. Dat is strafrechtelijk natuurlijk een moeilijk te verdedigen zaak.’
Spicer denkt dat de oplossing uiteindelijk niet alleen in het strafrecht ligt. De overheid zou volgens hem moeten investeren in betaalbare huisvesting, verslavingszorg en sociale voorzieningen. ‘Anders kan een woning wel worden gesloten, maar blijft de vraag bestaan waar het probleem daarna naartoe gaat.’
Op de Bergselaan graait Robby halverwege juni in de bosjes en haalt een plastic tas tevoorschijn. Daarin zitten een kussen en een laken, zodat hij ’s nachts wat comfortabeler kan slapen. En als het regent, en de tas doorweekt raakt? ‘Dan heb ik pech’, antwoordt Robby.
Hij heeft de slaapspullen gekregen van buurvrouw Isabelle Cimbri (22), die hij even later tegenkomt op de Bergweg. ‘Heel heftig dat de gemeente je zo uit huis kan gooien’, zegt zij over Robby. ‘Hij is zelf vast geen heilige, maar ik vind ook dat de gemeente een zorgplicht heeft. Ze moet de inwoners ook beschermen, zeker als blijkt dat iemands huis wordt overgenomen.’
‘Dank je wel, buurvrouw, dat je altijd lief voor mij bent’, zegt Robby.
Robby weet dat hem een zware periode wacht. Binnenkort moet hij nog ruim een maand een gevangenisstraf uitzetten. ‘Al zie ik daar niet tegenop’, zegt Robby. ‘Misschien brengt het me structuur en kan ik afkicken.’
Daarna wacht opnieuw onzekerheid. Woningcorporatie Havensteder heeft zijn huurcontract inmiddels opgezegd. Zodra de gemeente de woning weer vrijgeeft, kan hij er niet terugkeren, al probeert Robby dat juridisch nog aan te vechten.
Voorlopig is een leven op straat zijn perspectief. De dealers die hem mede in deze situatie brachten, komt hij nog geregeld tegen. ‘Sommigen doen alsof ze mij niet kennen’, zegt hij. Liever zoekt hij de mensen op die hem vooruithelpen. In het Liskwartier onderhoudt hij een openbaar kruidentuintje, een initiatief van buurtbewoners, waar iedereen groenten mag plukken.
Met zijn gespierde armen zet Robby de schoffel in de grond. ‘Deze mensen kunnen me motiveren. Die mensen van de straat halen me alleen maar naar beneden.’
Tom Berdowski en Michiel van Rij, twee buurmannen die Robby goed kennen en ondersteunen, hebben de volledige conceptversie van dit artikel gelezen. Robby koos ervoor het artikel niet zelf volledig te lezen, omdat hij dat te emotioneel vond, maar vertrouwde op hun oordeel. Enkele gevoelige passages zijn wel aan hem voorgelezen en met hem besproken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant