is de ombudsvrouw van de Volkskrant.
Van de kritiek op zijn cartoon heeft striptekenaar Peter de Wit weinig meegekregen. Hij ontving één mailtje van een vrouw die hem op de tekening aansprak. ‘Ik zit niet op sociale media’, zegt hij met de benijdenswaardige rust van mensen die weinig op sociale media zitten.
Dat was bij de Volkskrant wel anders, en zo hoort het ook, want de krant is verantwoordelijk voor de publicatie. Meer dan veertig mails kwamen in de diverse inboxen binnen over de Sigmund-cartoon in de krant van vorige week zaterdag, waarin ‘blije Israëliërs’ werden afgebeeld. De hoofdredacteur, die het niet eens was met de kritiek, nam de tijd om de mails persoonlijk te beantwoorden. Sommige van die reacties werden op X gedeeld, wat weer tot nieuwe mails leidde.
Cartoons uitleggen is, voor zowel tekenaar als krant, een hachelijke taak. Idealiter spreekt de tekening voor zich. Mensen kunnen erom lachen, woedend worden, maar ze zien grotendeels hetzelfde.
Dat was hier niet het geval. De interpretaties liepen uiteen, ook onder de collega’s die ik er deze week over sprak, bij de koffieautomaat of vanwege hun expertise op het onderwerp. En die interpretaties bepalen of de cartoon scherp, schurend, stigmatiserend of erger is.
Logisch beginpunt: de uitleg van de striptekenaar zelf. Peter de Wit is met Sigmund al ruim dertig jaar aan de Volkskrant verbonden. Dagelijks staat de strip in V, voor de zaterdagkrant maakt De Wit een cartoon.
Sigmund becommentarieert het gedrag en de psyche van de mens, maar reageert ook op de actualiteit. Logischerwijs komen ook de onderwerpen aan bod waarover De Wit zich persoonlijk veel zorgen maakt. Zoals het Israëlische geweld tegen de Palestijnen in Gaza en op de bezette Westelijke Jordaanoever. Vorig jaar won hij de Inktspotprijs voor zijn cartoon Gaza Beach 2030.
Cartoons uitsluitend maken vanuit verontwaardiging werkt niet, zegt De Wit. ‘Er moet toch iets grappigs in zitten, relativering. Bij dit onderwerp, maar ook bij Oekraïne, is het soms even zoeken. Je moet er wat lucht inblazen om je punt te maken. De blije mensen zijn hier de crux: ze lijken vrolijk, maar zeggen verschrikkelijke dingen.’
‘Deze week in de serie blije mensen: Israël’, staat onderaan de tekening (overigens geen serie). Er zijn vijf figuurtjes te zien. Het eerste is herkenbaar als een kolonist uit de illegale nederzettingen. ‘Ik knuppel Palestijnen uit hun huis en pik hun land in’, staat erbij. Dat was ook het startpunt van de cartoon, vertelt De Wit: de nieuwsberichten over de omsingeling van de huizen van Palestijnse families en het geweld dat daarmee gepaard gaat.
Figuur twee en drie representeren het Israëlische leger. ‘Ik heb een licence to kill’, zegt een soldaat. ‘Ik mag op elk land bommen gooien’, zegt iemand uit de hogere regionen. Figuur vier is een vrouw met een verrekijker in de handen: ‘Ik zie op veilige afstand hoe de Gazanen creperen.’ Het laatste poppetje is herkenbaar als een ultraorthodoxe jood, met pijpenkrullen en een hoge zwarte hoed. ‘Ik weet dat God aan mijn kant staat’, zegt de man. ‘Goed zo, God!’
De mails gingen vooral over de laatste twee figuren. De klachten waren overigens niet allemaal afkomstig van vaste lezers, zeker niet. Hier en daar viel een vergelijking met de nazikrant Der Stürmer en werd de Volkskrant een spoedig einde toegewenst (‘Ik zal er geen traan om laten’).
De cartoon ging flink rond op X. De pro-Israëlische organisatie StandWithUs Nederland, die ook educatie geeft over antisemitisme en de Holocaust, verspreidde online een flyer met redenen waarom de cartoon antisemitisch zou zijn. Veel mails haalden dezelfde punten aan en gebruikten soms dezelfde bewoordingen. Maar ook dan kan de kritiek legitiem zijn.
Die spitste zich toe op twee punten: in de cartoon zou de hele Israëlische bevolking worden neergezet als wreed en bloeddorstig. En met de laatste tekening, die van de ultraorthodoxe jood, zou het jodendom worden verbonden met het geweld. ‘Dit grijpt rechtstreeks terug op een eeuwenoude Europese beeldtaal van Jodenhaat’, schreef iemand. Ook Joden in Nederland worden hier onveiliger door, schreven sommigen.
Het klopt niet dat in de cartoon de hele Israëlische bevolking wordt neergezet, benadrukt De Wit. ‘Er zijn ook Israëliërs die fel tegen het beleid van Netanyahu zijn en demonstreren. In de tekening gaat het alleen om de groepen die het allemaal prima vinden.’
Toch begrijp ik de andere interpretatie wel. Het gaat om vijf verschillende personages, waarmee de indruk van volledigheid kan ontstaan. De vrouw met de verrekijker representeert volgens De Wit de mensen die vanaf de uitkijkpost bij Sderot naar de vernietiging van Noord-Gaza kijken, maar ze zou ook zomaar symbool kunnen staan voor Israëlische burgers in het algemeen, als omstanders. Ik denk dat de cartoonist er goed aan had gedaan om duidelijker te maken, op welke manier dan ook, dat de cartoon niet over de hele Israëlische bevolking gaat.
De laatste figuur is een ultraorthodoxe jood ín Israël, zegt De Wit. ‘Hij staat niet symbool voor het Joodse volk. In mijn cartoons gaat het om Israël, niet om Joden waar dan ook. Het is ook geen karikatuur, zoals we die kennen uit de geschiedenis, maar een vrolijk poppetje.’
Inderdaad: uit niets blijkt dat de cartoonist zich hier op Joden in het algemeen richt. Er staat ook duidelijk ‘Israël’ in het onderschrift. De ultraorthodoxen zijn een steeds belangrijkere groep in het land, met groeiende invloed op de politiek en het dagelijks leven. Een legitiem onderwerp dus voor een cartoonist, al moet in de context van deze tekening wel worden opgemerkt dat het een zeer diverse groep is die ook overhoop ligt met de regering-Netanyahu, bijvoorbeeld over de dienstplicht.
Ik begrijp wel waar de gevoeligheid vandaan komt. Want het poppetje is niet alleen een Israëliër, maar ook herkenbaar als een zeer religieuze joodse man, zoals die ook in Amsterdam, Antwerpen en New York leeft. Hij merkt op dat God aan zijn kant staat, waarin is niet duidelijk, maar de rest van de cartoon gaat over geweld. Door de eeuwen heen is het jodendom neergezet als wreed en gewelddadig, een antisemitisch stereotype. Al snel glad ijs dus. Voor de duidelijkheid: die associatie werpt De Wit verre van zich. ‘Daar gaat mijn cartoon niet over.’
Cartoonisten en columnisten hebben een enorme vrijheid. De grenzen worden bewaakt door de hoofdredactie. Die vindt dat de cartoon niet ingetrokken moet worden. Daar ben ik het mee eens: wie de tekening letterlijk neemt, ziet vijf groepen in Israël, niet de hele bevolking en al helemaal niet Joden in het algemeen. Die interpretatie strookt ook met de uitleg van de cartoonist, en hij kan het weten.
De cartoon kan ook anders geïnterpreteerd worden. Dat is altijd het geval, maar hier gaat het om een zeer beladen onderwerp, waarbij weinig ruimte zou moeten zijn voor dubbelzinnigheid. Dat besef was er onvoldoende, bij zowel de cartoonist als de redactie. Bij gevoelige kwesties dient de hoofdredactie mee te kijken, maar dat is hier niet gebeurd. Alleen een eindredacteur heeft er een snelle blik op geworpen en die sloeg er niet op aan.
Was de cartoon anders geweest als er wel overleg was geweest? Dat is aan de cartoonist en de hoofdredactie. In ieder geval was er iets langer stilgestaan bij een uitermate gevoelig onderwerp. Dat is altijd goed, ook bij cartoons.
Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant