Schrijver Marijke Schermer krijgt de huissleutel en het vertrouwen van iemand die ze niet kent. Op basis van wat ze ziet, vormt ze zich een beeld van de bewoner. Wie doemt er op uit de onbekende wereld die zij aantreft? Deze week: Anna.
Anna woont in een stenen huis met een enorme schitterende klimroos tegen de gevel, aan de rand van een stadspark. Ik haal de sleutel een paar deuren verderop. Ze is zelf de afgelopen week niet thuis geweest omdat ze naar Ameland was om haar vakantiehuisje te verkopen. Pijn in haar hart ervan, ook in haar lijf, ze heeft het huisje al dertig jaar, een onverwachte erfenis leverde het haar op en ze heeft er al die jaren enorm van gehouden. Maar haar fitheid, haar leeftijd, Anna is 84, dwingen haar van dingen afscheid te nemen. Ik richt me op dit huis hier in de stad, een plek waar ze niet weg wil. Een plek ook waar ze al heel lang woont, vijfenveertig jaar. Ik kom binnen via een soort halletje en dan in een halfopen keuken. Hoog plafond. Een grote houten tafel met lekkere stoelen, een mooi ijl zeegezicht erboven aan de muur. Ameland ook hier?
Achter de keuken, rechts, staat een piano tegen de muur, bladmuziek erop: Bach en Scarlatti, een piano waarop wordt gespeeld. Erboven een schilderij van een vrouw. Nadat ik later foto’s heb gezien, weet ik dat Anna die vrouw is. Aan de achterkant van het huis links is de zitkamer, anderhalve meter hoger dan de keuken, met een trap ga je erheen, een grote vierkanten doorkijk, waar je in kunt zitten, en vanwaar je op de tafel kijkt, in een wand ervan een kast voor cd’s en boeken. Vanuit die kamer – comfortabele wegzakbank, lekkere stoelen, boekenkast, antieke kast, gashaard – loop je naar buiten in een kleine fijne tuin.
Er liggen aantekeningen voor een gesprek met de dokter, dingen die ze moet vragen, een heup, een rug, pijn, een haperend apparaat, beperkingen, mogelijkheden. Ze schreef het al in haar briefje aan mij: oud worden is bepaald niet leuk.
Boven, de trap leidt langs meer boekenplanken, een slaapkamer aan de achterkant. Een badkamer, een grote L-vormige werkkamer, met ruim bureau, boekenkasten, archief, strijkplank een logeerbed. Uitzicht op het tegenoverliggende park.
Anna werd geboren in 1942 in Twente, als tweede kind in een vrijzinnig protestants gezin. Verder wel vrij streng: het geld ging in de kerkzak, opgeven kwam in het woordenboek van de familie niet voor, gevoelens waren al snel aanstellerij. Anna was bereslim, haalde goede cijfers. In haar groeide al vroeg het verlangen naar een ander soort leven, ontwikkeling, vrijheid.
Toen ze 15 was, zag ze haar eerste twee films. Mierzoete schmalz met Rudolf Schock, en Wilde aardbeien van Ingmar Bergman. De ervaring van meegevoerd worden in een romantische bevestigende toekomstdroom en de ervaring opgetild te worden uit je eigen bestaan en het mysterie van het leven aan te raken. Dat was een inzicht, al kon ze dat pas later formuleren. Op dit kruispunt was wel duidelijk welk van de wegen haar het meeste trok.
Ze was au pair in Londen en was daar doodongelukkig, toen ging ze naar Parijs. Daar was ze ’s ochtends au pair voor twee kinderen, ging ze ’s middags naar school en ’s avonds naar het theater. En daar wist ze meteen dat die ochtend, een huisvrouwenbestaan, niet haar interesse had. De rest van de dag was een voorproef voor de rest van haar leven. Ze auditeerde voor een beroemde theateropleiding maar werd afgewezen met de kritiek dat alles wat ze deed te veel door het hoofd werd aangestuurd: te cerebraal voor het theater. Ze besloot naar de sociale academie te gaan, in Groningen, want christelijk, de laatste sturing van haar ouders. In de introductiedagen ontmoette ze Evie, en zij is tot op de dag van vandaag haar hartsvriendin. Ze verplaatste haar studie later naar Driebergen, en trok midden jaren zeventig alsnog naar Parijs om daar toneel te studeren.
Het lukt me tijdens de zoektocht in haar kasten, boeken en papieren niet helemaal de loopbaan van Anna te reconstrueren, maar wat ik weet, is dat het theater haar in zijn greep kreeg en dat ze het zowel als speler beoefende als in ander werk inzette. Theater heeft haar ook tot verdere studie gebracht. Ze volgde een aantal opleidingen op het vlak van expressie en psychomotorische therapie in Amsterdam. Ze schreef een boek over non-verbale communicatie. Ze ging lesgeven aan een toneelopleiding. Aan het begin van deze eeuw stopte ze daar en begon ze haar eigen praktijk.
Behalve studie, theater en literatuur heeft het feminisme haar gevormd en werd ze in haar leven steeds door haar onafhankelijke aard gedreven. Ze is geen volger en vaart op een sterk eigen kompas. Ze maakt ruzie als ze vindt dat anderen ongelijk hebben of maar wat zeggen. En het wordt ook weer goedgemaakt.
Wat betreft de liefde zijn er in elk geval drie betekenisvolle relaties geweest. In haar jonge jaren had ze een mannelijke geliefde die in the end toch nicht zu haben was, daarna was ze een tijdlang samen met een vrouw, en nu heeft ze al lang verkering met Leo. Ansichtkaarten zijn aan hen beiden gericht, maar ze wonen niet samen. In huis is hij nauwelijks te vinden. In de badkamer geen tweede tandenborstel, geen scheergerei, in de klerenkast geen mannenkleren. Ik realiseer me dat het weinig zegt.
Ook in mijn eigen appartement zijn geen sporen te vinden van een liefdespartner. Het zal wel betekenen dat ze de huishoudelijke kant van het leven gescheiden houden – een goed recept voor de liefde, denk ik – of dat ze meestal bij hem is als ze samen thuis zijn. In de kast staat wel werk van zijn hand, ook hij schreef boeken. En in diezelfde kast staan foto’s van hem, zij staat ernaast, maar in haar eigen lijstje: ook in de foto-uitstalling wordt ge-lat.
Anna is eerst en vooral een vrouw van vriendschappen. Daar is ze aanwezig, trouw en toegewijd. De eerdergenoemde Evie die ze in het begin van haar volwassenheid ontmoet heeft, is 65 jaar later nog steeds haar hartsvriendin. Ook met Evies kinderen heeft ze een sterke band. In een boekje heeft ze die vele jaren geboekstaafd en de vriendschap geëerd. In dit werk leer ik Anna goed kennen. Zowel door veel autobiografische details, als door de manier van denken en schrijven. Er staan bespiegelingen in over vriendschap, ze is daarvoor te rade gegaan bij tal van schrijvers, van Aristoteles tot Montaigne en van Khaddari tot Stine Jensen. Er staan herinneringen in, waarmee ze ook haar rol als het extern geheugen voor haar vriendin uitserveert. Ze schetst zichzelf, haar vriendin en de rest van de mensen in hun beider levens met heldere penvoering. Er blijkt een sterke en onbevreesde geest uit alles wat ze schrijft.
Wat ze in het briefje aan mij schreef en waar ik door de vele hart-onder-de-riem-ansichtkaartjes in de keuken, ook wat specifieker inzicht in krijg is haar worsteling met ouder worden en de bijbehorende gebreken. Je kunt het niet leren, want het voltrekt zich vanzelf aan je. Maar het is niet leuk, het is moeilijk, eenzaam, beperkend. Misschien dat ze daar nog eens over schrijft, een intelligent en eerlijk essay. Ik hoop het. Zij kan het.
Marijke Schermer liet haar roman In het oog achter. ‘Ik stuur haar Zoals zij het ziet van Alba de Céspedes, gewoon omdat ik denk dat ze het net zo mooi zal vinden als ik het vond.’
Reactie van Anna: ‘Niet alles klopt, maar de essentie heeft Marijke goed getroffen. ‘Een sterke en onbevreesde geest’ bevalt me, maar of dat standhoudt in de ouderdom?’
Meer magazine
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant