Home

‘Er is toch nooit wat gebeurd?!’ De bijzondere band van voetbaltrainer Albert met zijn jongens

Wie je het ook vraagt, iedereen heeft warme herinneringen aan meneer Albert, een geliefde trainer van de voetbalclub waar journalist Paul Teunissen als kind speelde. Maar zijn innige omgang met de jeugd zou nu alle alarmbellen doen afgaan. ‘Wat klets je nou over dat douchen? Dat was in die tijd heel normaal.’

Wie je het ook vraagt, iedereen heeft warme herinneringen aan meneer Albert, een geliefde trainer van de voetbalclub waar journalist Paul Teunissen als kind speelde. Maar zijn innige omgang met de jeugd zou nu alle alarmbellen doen afgaan. ‘Wat klets je nou over dat douchen? Dat was in die tijd heel normaal.’

Als je bij meneer Albert aanbelde, deed de hospita open en begeleidde je de trap op. De eettafel lag vol met stapels kranten en voetbalbladen, voornamelijk Engels. In het midden stond een typemachine. Soms zat hij nog een brief te tikken, terwijl een paar jongens op de bank naar een wedstrijd keken.

Meneer Albert zag er een beetje onverzorgd uit met zijn half afgezakte broek, het overhemd dat eruit hing, een gat in zijn sok.

Nieuwe tenues

In de hoek stonden een paar dozen opeengestapeld. Vol met nieuwe tenues van clubs als Manchester United en Liverpool. Hier waren die niet te krijgen. Als je je ouders begin jaren tachtig al zo gek kreeg dat ze er geld aan wilden uitgeven.

Meneer Albert was net terug uit Engeland.

Een jaar eerder waren ze met het hele team geweest. Meneer Albert had ze meegenomen naar het Wembley Stadium en naar de grootste sportzaak die ze ooit hadden gezien, zes verdiepingen hoog, op Piccadilly Circus. Én natuurlijk naar een wedstrijd van Chelsea, waar meneer Albert kind aan huis was.

Als je zo’n tenue wilde, moest je de aandacht van meneer Albert zien te krijgen. Hij stond vaak langs de lijn te kijken. Hij hield van lange passes van de ene kant naar de andere kant van het veld, zoals de backs in Engeland dat konden. Ook van goede dribbelaars, maar ze moesten niet té zelfzuchtig zijn. Het meest hield hij van jongens die niet per se het grootste talent hadden, maar die de longen uit hun lijf liepen voor het team. Die gaven de ploeg een ziel, vond-ie.

Hij kon je vragen om eens langs te komen, een shirtje passen.

**

Gijs, keeper van de C1, begon op zijn 12de post van meneer Albert te krijgen. Enveloppen waarop handgeschreven stond: ‘Direct openen. Urgent!’

Hij kreeg anders nooit post. Zijn oudere broers maakten er grappen over.

Brieven met wedstrijdverslagen uit de Engelse competitie, vetgedrukte krantenkoppen. Maar ook met teksten als:

Doe je best op school. Je studie staat op nummer 1, maar op nummer 2 tot en met 10 hoort voetbal te staan. Bij 11 mag je aan andere dingen gaan denken.

Meneer Albert schreef dat Gijs minstens negenenhalf uur diende te slapen en dat hij de dag voor de wedstrijd geen rare bewegingen moest maken die tot een spierverrekking konden leiden.

Er stond een foto in afgedrukt van de duikende Peter Shilton, keeper van het Engelse elftal.

Dit ben jij over vijf jaar, Gijs!

’s Avonds kwam meneer Albert die brieven rondbrengen bij alle jongens. Bij sommigen belde hij aan, schoof hij aan tafel en zat hij al snel honderduit over voetbal te praten met de ouders.

Als hij vond dat hun zoon in zijn groeispurt wat extra voeding kon gebruiken, bracht hij een biefstukje voor hem mee.

**

Meer dan drie decennia later hebben veel jongens ze nog altijd, de brieven die ze kregen van meneer Albert, bewaard in een oude doos. Gerrit ook. Hij woont op een steenworp afstand van de voetbalclub, waar hij nog jeugdtoernooien organiseert en naar de wedstrijden van het eerste gaat. Ik heb hem gevraagd of hij over meneer Albert wil praten.

Roeptoeter

We speelden samen in het team van meneer Albert. We halen herinneringen op. Hoe meneer Albert het clubblad soms als roeptoeter gebruikte om de rechtsbuiten aan de overkant van het veld te zeggen wat beter zijn best te doen.

Over het pompende remmen als hij achter het stuur zat, zodat je wagenziek bij het voetbalveld van de tegenstander aankwam.

Elke maandagavond speelden we een oefenwedstrijd. Op donderdag was er training. Vaak wilde meneer Albert op vrijdagavond met een paar jongens afronden op de goal.

Soms sprong hij na afloop met ons onder de douche. Ik herinner me zijn lichaam vrij precies. Hij was een stuk ouder dan mijn vader. Ik had nog nooit het naakte lijf van een man van halverwege de 50 gezien.

Uit een klein voetbaltasje viste meneer Albert een spons. Als hij zichzelf ermee had gewassen, begon hij spelenderwijs een van ons in te zepen. We vonden het een beetje smerig als hij die spons in je gezicht drukte.

Ik vraag Gerrit of hij het zich herinnert. Hij kijkt me wat vragend aan, alsof hij niet begrijpt welke kant ik op wil.

Ik wil onze bijzondere band met meneer Albert beschrijven, zeg ik. In al zijn facetten.

**

Meneer Albert is ruim vijftien jaar geleden overleden. Te zijner ere heeft de club, samen met de oud-voetballers, een boek gemaakt. Gerrit heeft het me gegeven, zodat ik kan nalezen wat een bijzondere man het was.

Op de eerste pagina een foto van de eremedaille van de KNVB die meneer Albert opgespeld krijgt, voor bewezen diensten.

Er staan interviews in: met De Gelderlander, met het voormalige voetbalblad Johan, met een Engels voetbalblad: ‘Jongens van die leeftijd hebben een sterk verlangen naar avontuur, willen naar onbekende werelden, nieuwe mensen ontmoeten.’

Eigenlijk was er aan hem een goede leraar verloren gegaan, dacht meneer Albert weleens. Er was niets mooiers dan de omgang met jonge knullen die zo hunkerden naar het echte leven.

Eigen agenda

Hij was gemeentesecretaris geworden, een verantwoordelijke baan die hem de vrijheid gaf zijn eigen agenda in te vullen.

Veel tijd ging naar zijn jongens. Een collega viel het op dat de to-dostapel van zijn administratieve werk altijd een stuk kleiner was dan de to-dostapel van de voetbalclub.

Hij nam zijn jongens mee naar voetbaltoernooien in Schotland, Denemarken, Noorwegen, Italië. Via het voetbal had hij ze de wereld laten zien.

Vooraf ging hij langs bij hun ouders, om hen ervan te overtuigen dat ze hun zoon in vertrouwen konden meegeven. Als meneer Albert merkte dat de ouders wel wilden, maar er het geld niet voor hadden, zei hij dat hij wel een oplossing zou vinden. Wat betekende dat hij een deel van het bedrag uit eigen zak betaalde.

‘Na een week in een dorp in Denemarken, waar we sliepen bij gastgezinnen, vertrokken we met onze bus naar Noorwegen. Het halve dorp stond ons uit te zwaaien’, herinneren de jongens zich. Meneer Albert opende het dakluik en begon hun gloednieuwe Mitre-ballen richting de zwaaiende meute te gooien.

Was hij gek geworden?

Onze oude ballen waren prut. Na een paar keer op een nat veld, begonnen de naden uit te rekken en zag je de oranje binnenbal er al doorheen.

‘Die mensen hebben jullie een week lang als hun eigen zoons behandeld’, zei meneer Albert lachend.

Met zijn jongens in Londen, vroeg hij de bus al ver voor Stamford Bridge te stoppen. Liet hij ze aansluiten in de lange stoet in het blauw gehulde supporters. Vaders, moeders, kinderen, die zingend richting het stadion liepen. De liefde voor de club ging daar veel verder dan bij ons. Hij keek naar zijn jongens. ‘En? Wat vinden jullie ervan?’

Als de stadionspeaker in de gaten kreeg dat meneer Albert er was, riep die om dat ‘the Dutch Chelsea-fan just arrived’. Toeschouwer nummer 40.003. Hij was weleens met voorzitter Ken Bates gaan eten.

‘Dicht bij me blijven’, zei hij tegen de jongens. Liepen ze in ganzenpas kriskras door de catacomben. Meneer Albert sprak met de mannen bij de deuren en de gesloten hekken. Stonden ze even later in de kleedkamer met Ruud Gullit en Gianluca Vialli.

Het memoriam bevat de rede bij de uitvaart van meneer Albert. Twee brieven van zijn broers. Verder veel herinneringen van zijn oud-pupillen. In één zin samengevat: meneer Albert, u was naast mijn ouders, de persoon die mijn jeugd het meest heeft verrijkt.

Volle overgave

Ze hadden van hem geleerd dat, als je besloot ergens van te gaan houden, voetbal bijvoorbeeld, je dit met volle overgave moest doen. Dan zou je iets moois beleven.

Een paar van zijn jongens hadden het tot profvoetballer geschopt bij FC Wageningen en De Graafschap. Anderen waren trainer geworden.

**

Een week later spreek ik Gerrit opnieuw. Op de club heeft hij de jongens van vroeger gesproken. Ze gevraagd of ze nog weten dat meneer Albert met ons mee douchte en zo. En wat ze ervan vonden.

‘Wat klets je nou over dat douchen? Dat was in die tijd heel normaal’, zeiden ze. ‘Niemand deed er moeilijk over. En er is toch nooit wat gebeurd?!’

Gerrit was nogal geschrokken van de felle reacties.

‘Ik snap het ook wel’, zegt hij nu. ‘Die jongens hebben gewoon de mooiste tijd van hun leven gehad. Die denken: ‘Waarom moet je nu in die geschiedenis gaan zitten poeren?’’

Ja, die voetballers uit het naburige dorp maakten nare opmerkingen over meneer Albert en zijn lieverdjes, zegt Gerrit. Die waren jaloers, konden er niet tegen dat zijn jongens aantraden in het gloednieuwe gele uittenue van Leeds United, terwijl zij hun shirts zelf hadden moeten kopen. Katoenen dingen, die na een paar keer wassen van kleur verschoten, zodat het na de winterstop leek of ze tien verschillende shirtjes droegen.

Meneer Albert was coach van het hoogste jeugdelftal. Dat speelde interregionaal, tegen Vitesse en Go Ahead Eagles. Als hij niet met zijn jongens op het veld stond, niet bij de KNVB zat om nieuwe spelregels te bespreken die het voetbal aantrekkelijker zouden maken – buiten de zestien meter niet meer terugspelen – geen buitenlandse toernooien aan het regelen was of op het gemeentehuis de brieven voor zijn jongens aan het stencilen, zat hij ergens interviews met beroemde trainers te lezen.

**

Die nacht schrik ik wakker.

Ik stond in de voetbalkantine tegenover een tiental mannen die ooit onderdeel waren van mijn dagelijks leven. Waar ik als jongen tegenop keek, wier loopje ik probeerde te imiteren, omdat dit zo zelfverzekerd overkwam. Wier lichamen ik bewonderde omdat ze zo gespierd waren, al zo harig, terwijl het mijne maar niet groter wilde groeien. Met 16 was ik zo wanhopig dat ik dacht dat ik mijn leven lang een onvolgroeide jongen zou blijven, zoals Peter Pan.

Meneer Albert verlangde er juist naar om in de omgekeerde richting te bewegen, weer jongen onder de jongens te zijn. Soms nam hij me in de houdgreep en kietelde me net zo lang tot ik het uitgilde. Dan keek ik naar de andere jongens in de kleedkamer en zag ik de twinkeling in hun ogen.

Vochtige ogen

Hoe kan ik dit verhaal willen schrijven over die man die zoveel heeft betekend voor honderden jongens, mannen nu van ruim in de 50 die, als zijn naam wordt genoemd, weer vochtige ogen krijgen?

Ik wil juist beschrijven hoe bijzonder onze omgang met hem was. Dat hij om wie hij was, zoveel voor ons deed en dat we daar enorm van hebben genoten.

Dat het tussen coaches en hun pupillen niet zo verkrampt hoeft te zijn zoals dat nu vaak het geval is.

**

Bekenden met wie ik over het onderwerp spreek, beginnen meteen over die Richard of Anton van wie ze vroeger dachten dat het een heel warme en betrokken vrijwilliger was, maar die uiteindelijk van de club werd verwijderd.

Een vriendin die als vertrouwenspersoon sporters en coaches bijstaat, vertelt over de gespannen situatie die de laatste jaren is ontstaan door alle incidenten in de amateur- en topsport die naar buiten zijn gekomen.

Coaches en trainers letten volgens haar heel erg op hun tellen. Zelfs in het heetst van de strijd tijdens een wedstrijd weten ze soms niet of het gepast is om iemand te troosten of na een doelpunt te omhelzen.

Er is veel misgegaan. Misbruik dat heeft plaatsgevonden, is te lang niet gezien. Er lopen veel tuchtzaken bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR). ‘Niet altijd leidt het tot een veroordeling, maar als de buurt er lucht van heeft gekregen, kan diegene maar beter verhuizen, want die heeft geen leven meer.’

Persoonlijke brieven

Als ik dingen noem die meneer Albert met ons deed – het douchen, de huisbezoeken, de persoonlijke brieven, shirtjes passen, stoeien – begint de vriendin met grote ogen haar hoofd te schudden. Zulk gedrag zou nu alle alarmbellen doen afgaan.

Maar juist omdat hij dat allemaal deed waren we zo dol op hem, zeg ik.

‘Trainers en coaches dienen zich zo min mogelijk in het privéleven van hun sporters te begeven’, zegt ze.

**

Het was een andere tijd, zeggen velen. De gymleraar kwam de kleedkamer in om te controleren of de meisjes wel echt stonden te douchen. Een homoseksueel stel deelde de badkuip met het 8-jarige zoontje van hun vrienden. Op voetbalkamp speelde je strippoker met je 40-jarige coach.

Kinderen werden meer aan hun lot overgelaten. Ouders vertrouwden erop dat het goed kwam.

Als je vandaag als coach een kennismakingsavond houdt, krijg je honderden vragen op je afgevuurd van tientallen overbezorgde ouders. ‘Waarom mogen de jongens altijd op kunstgras en moeten de meisjes op gras?’ ‘Houden jullie er wel rekening mee dat meisjes andere blessures hebben dan jongens?’ ‘Het is selectie, maar alle kinderen krijgen toch wel evenveel speeltijd?!’

**

Juist nu ik hiermee bezig ben, vertelt mijn 17-jarige dochter over het eindfeest van het seizoen op de voetbalclub. Toen ze buiten stond met een teamgenootje en een jonge trainer erbij kwam staan, vroeg die of ze naaktfoto’s van zichzelf had en of ze hem er een paar wilde appen.

Mijn dochter had hem vreemd aangekeken. Haar teamgenootje had gezegd dat hij even normaal moest doen.

Hij had er meer meisjes om gevraagd, zei mijn dochter. Hij had ze dickpics gestuurd. Toen die meisjes daar niet van waren gediend, had hij om het goed te maken, sigaretten voor ze gekocht.

‘Heb je het gemeld?! Wat doet de club eraan?’, vraag ik.

Ze zei dat die jongen al anderhalf jaar trainingen gaf en dat de meeste meisjes wel wisten dat hij dit deed. Een paar hadden het tegen hun coach gezegd, maar ze hadden nog niets van de club gehoord, zegt mijn dochter nonchalant.

‘Wat? Nou, verdomme, dit kan toch niet?’

**

Gijs moest een keeperstenue voor het nieuwe seizoen hebben. Meneer Albert was in zijn jeugd ook keeper geweest. Misschien dat hij daarom wat extra aandacht voor hem had.

Komen passen

Meneer Albert nodigde hem uit om het tenue te komen passen. Gijs zei het niet tegen zijn ouders. Wel tegen een paar jongens uit zijn team.

‘Zo, dus jij gaat een shirtje passen bij meneer Albert?’

Hij mocht meneer Albert graag. Het was een oplettende man. Toen de spelersbus een keer te vol zat, was Gijs vrijwillig uitgestapt, zodat de rest kon vertrekken. Later had meneer Albert hem ervoor bedankt.

Als meneer Albert zag dat na de training een paar jongens naar de kleedkamer renden zonder een poot uit te steken, gaf hij ze op hun donder. Hij vroeg zijn jongens hun sokken weer binnenstebuiten te doen, zodat de wasvrouw geen extra werk had.

Gijs herinnert het zich precies, hoe hij de trap op ging, in de rommelige kamer stond, hoe hij zijn shirt en broek uittrok om het nieuwe keeperstenue dat meneer Albert voor hem had klaargelegd, aan te trekken. Hoe meneer Albert even wilde voelen of het wel goed paste. Of het niet te ruim was en goed om zijn middel sloot.

Een beetje ongemakkelijk was het, die handen van meneer Albert op zijn lichaam. Waarom moest hij hem zo lang aanraken?

Thuis zei hij er niets over. Hij wilde niet dat ze nare dingen zouden gaan denken over meneer Albert.

**

Hoe dachten de ouders over meneer Albert, de vrijgezel die al zijn beschikbare tijd besteedde aan het voetbal van hun zoons?

Gerrit vroeg het zijn 90-jarige moeder. Die zei dat ze wel een vermoeden had, het een beetje vreemd vond, die meneer Albert met zijn jongens. Maar ze had er destijds niet met haar man over gesproken en ook niet met haar zoon.

Pims broer was eens tegen hun vader begonnen over dat douchen. ‘Trek je er maar niets van aan’, had die geantwoord.

Ik vroeg het mijn 88-jarige buurvrouw, een vriendin van mijn overleden moeder.

Mijn moeder en zij wisten wel dat meneer Albert anders was, zei ze, maar hij was een goede man en ze vertrouwden erop dat hij zich zou gedragen.

**

Als Gijs, Edwin en Geert net hebben verteld over die keer dat ze alleen met meneer Albert waren en ik hen vraag of ze denken dat meneer Albert van jongens hield, zeggen ze ja.

Voetbalreizen

Als ze me vertellen over de voetbalreizen en de brieven die hij wekelijks in de bus deed, komen ze ervan terug.

‘Het was gewoon een hele enthousiaste man die gek was van voetbal.’

**

Meneer Albert kwam de trap op, naar mijn zolderkamer. Hij had gehoord dat ik met migraine op bed lag. We waren net terug van onze voetbalreis naar Engeland. Ook daar had ik een paar dagen met migraine op bed gelegen, bij een gastgezin. Meneer Albert had gevraagd van welke club ik supporter was. ‘Southampton’, zei ik. Ze hadden schitterende roodwit gestreepte shirts met zwarte broekjes, van Admiral.

Op mijn bed lag een sprei met afbeeldingen van voetballers, die ik eerder van hem had gekregen.

Nu gaf hij me een tas met daarin het hele tenue van Southampton. Ik kwam uit bed om het te passen. Toen ik het aan had, stond ik tegenover hem en bedankte hem.

Meneer Albert boog zich naar me toe en gaf me een kus op mijn mond. Een natte klapzoen. Hij glimlachte naar me.

Daarna draaide hij zich om en klom de trap weer af, naar beneden, waar mijn moeder met de koffie op hem wachtte.

Het is niet erg, dacht ik. Het is een teken van genegenheid.

Naschrift: de trainer op de club van mijn dochter is korte tijd later geschorst.

Journalist Paul Teunissen benaderde voor dit verhaal oud-team- en clubgenoten om hen te vragen wat zij zich nog herinnerden van hun trainer Albert en de omgang met hem. Albert, die jaren geleden is overleden, is niet zijn echte voornaam. De andere bronnen worden wel met hun echte voornaam genoemd, maar zonder achternaam. De voetbalclub en de plaats worden niet bij naam genoemd. Volgens de huidige voorzitter, die al veertig jaar actief is bij de club en Albert goed heeft gekend, is er nooit een ernstige klacht of melding over Albert bij de club binnengekomen.

Dit is een verhaal uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next