Een echte Europese roman moet ongemak veroorzaken en taboes doorbreken, zegt de Italiaanse schrijver Andrea Bajani. Precies dat kreeg hij voor elkaar met Het jubileum, over het verlangen beschermd te worden door je familie, zelfs als je je er onveilig voelt.
Het was alsof er een koorts was uitgebroken in Italië. Of specifieker nog: een virus waarmee vroeg of laat iedereen besmet zou raken. ‘Het was zo raar om mee te maken’, zegt Andrea Bajani. ‘Het was echt alsof er iets in de lucht hing waardoor iedereen mijn boek moest en zou lezen. Iedereen kocht het, youtubers maakten er filmpjes over en mensen gaven het aan elkaar door terwijl ze tegen elkaar zeiden: ‘Heb je al gehoord waar het over gaat?’
De Italiaanse schrijver Andrea Bajani (50) had tot op dat moment weinig te klagen. Hij werd goed gelezen, gerespecteerd, kreeg geregeld prijzen en werd bovendien in meerdere talen vertaald. Maar wat er gebeurde na publicatie van zijn laatste boek Het jubileum had hij nog nooit meegemaakt. Dit was iets van een totaal andere orde
ZOMERSERIE: SCHRIJVER IN EUROPA
Wat bindt Europese schrijvers? Is er sprake van een Europese cultuur? En hoe zie je die terug in de literatuur? Een wekelijkse interviewserie met zes prominente schrijvers uit Zwitserland, Italië, Noorwegen, Ierland, Polen en Nederland.
‘Ik was daar uiteraard heel blij mee’, zegt hij. ‘Niet vanwege de verkopen of het geld – dat interesseert mij niets. Nee, ik was er blij mee omdat het boek blijkbaar een bepaalde culturele waarde heeft.’
Een echte Europese roman moet namelijk niet alleen vernieuwend zijn, zo stelt Bajani. Een echte Europese roman moet schuren, ongemak veroorzaken en taboes doorbreken. Het moet gesloten deuren wijd opengooien en precies dat kreeg hij voor elkaar met Het jubileum.
Die roman, die inmiddels ook werd bekroond met de belangrijkste literaire prijs van Italië, de Premio Strega, gaat over een Italiaans gezin dat wordt geterroriseerd door de repressie van de vader, zowel psychisch als fysiek. In het kleine appartement van het gezin heerst een verstikkend patriarchaat dat nog het meest wegheeft van een totalitair systeem waarin de dictator niet alleen het huishoudboekje bijhoudt en de auto bestuurt, maar ook in de gaten houdt wie wanneer met wie belt, waarover wordt gesproken en wanneer er wordt gelachen.
Op 41-jarige leeftijd besluit de zoon, die ook diep teleurgesteld is geraakt in zijn moeder, omdat zij nooit voor haar kinderen opkwam, dat het genoeg is. Hij verbreekt het contact met zijn ouders volledig – een ongekende daad in een land waar familie als het heiligste instituut van allemaal wordt beschouwd. Huiselijk geweld komt er uiteraard veelvuldig voor, maar daarover praat je niet. Niet eens zozeer uit schaamte, maar vooral uit loyaliteit.
De laatste woorden van het eerste hoofdstuk: ‘Ik ben sindsdien van telefoonnummer veranderd, van huis, van continent, ik heb een onneembare muur opgetrokken, ik heb een oceaan tussen ons in geplaatst. Het waren de beste tien jaar van mijn leven.’
En toen brak dus die koorts uit, zegt Bajani, die overigens net als zijn hoofdpersonage een aantal jaar geleden een oceaan tussen hem en zijn geboorteland in plaatste. Dat betekent overigens niet dat zijn boek autobiografisch is – misschien wel, maar misschien ook niet, zegt hij. En wat doet het er eigenlijk toe?
Feit is dat hij momenteel in Texas woont, waar hij naast zijn eigen schrijfwerk college geeft aan de Rice University. En dat hij, wanneer hij terug is in Rome voor bijvoorbeeld een publiciteitstour, vrijwel altijd hier verblijft, op de American Academy, een prachtig pand op de Gianicolo-heuvel (veruit de mooiste heuvel van Rome), bedoeld voor Amerikaanse wetenschappers en studenten die tijdelijk in Italië werken. Of andersom dus: voor Italianen die in Amerika werken, zoals Andrea Bajani.
Waarom vindt u het irrelevant om te benadrukken of dit boek autobiografisch is?
‘Ik hou niet van genres. Sterker nog: ik betwist genres, dus ik betwist autofictie, ik betwist memoires, ik betwist de roman, juist omdat ik het belangrijk vind dat alles zich zo vrij mogelijk moet voelen om zich te vernieuwen. Milan Kundera is wat dat betreft de vader van het 20ste-eeuwse idee van de roman, omdat hij het idee van de roman als geen ander in twijfel trok. Voor hem is de roman iets innovatiefs. Niet omdat het per se innovatief moet zijn, maar gewoon omdat het evolueert, net zoals elk organisme.
‘Daarom zou ik ook zelf de roman nooit als een vastomlijnd genre beschouwen. Het is iets dat altijd opnieuw gedefinieerd moet worden, omdat het continu verandert. Ik probeer dat zelf altijd te doen, maar op dit moment vind ik vooral Olga Tokarczuk en Georgi Gospodinov, die drie jaar geleden de Booker Prize won, grootheden in dat genre. Zij veranderen de roman zonder heel nadrukkelijk een experimentalist of een avant-gardist te zijn. Voor hen is heruitvinden iets instinctiefs.’
U noemt met Kundera, Gospodinov en Tokarczuk drie Europese schrijvers. Is dat toeval, of is die drang tot vernieuwing iets typisch Europees?
‘De drang om alles continu in twijfel te trekken is volgens mij iets Europees, ja. En je ziet het vooral gebeuren op momenten dat landen of gebieden identitair gezien wankelen. Het is geen toeval dat veel van de mooiste romans zijn ontstaan op het moment dat het communistische blok instortte. Dat heeft niets met het communisme te maken, maar wel met het plotsklaps in stukken vallen van een idee, een totaliteit.
‘Zo’n totaliteit heeft namelijk jarenlang de mainstream gedicteerd, en wanneer deze wegvalt ontstaat er een zeer vruchtbare bodem voor schrijvers. Die ineenstorting van zo’n monolithisch blok maakt namelijk heel veel losse fragmenten van een maatschappij zichtbaar. Dingen die opeens breken, mensen die zich opeens openstellen voor in dit geval het kapitalisme: op dat soort momenten ontstaat bij de schrijver een noodzaak de lezer te bereiken. Het is echt geen toeval dat Kundera begon te bloeien toen het communisme begon te wankelen.’
Is dat ook de reden dat u momenteel in de Verenigde Staten woont? Omdat alles daar nu ook aan het schuiven is?
‘De voornaamste reden daarvoor is dat ik ervan houd om mijzelf een buitenstaander te voelen. Een schrijver wil de complexiteit en contradicties van een mens kunnen doorgronden en dat lukt nu eenmaal het beste wanneer je een buitenstaander bent. Wanneer een vreemd lichaam op een vreemde plek is, beginnen dingen namelijk op te vallen. Daarom heb ik in Berlijn gewoond, in Amsterdam, in Parijs en nu dus in de Verenigde Staten.
‘Daar kreeg ik het idee om Het jubileum te schrijven. Tijdens een college dat ik gaf, Writing the Family, viel het mij op dat de meeste studenten zichzelf in hun familieverhalen beschreven alsof ze kleine minotaurussen waren, opgesloten in een labyrint. Veel van die verhalen zaten vol pijn, angst, verdriet en geweld, maar ze beschreven zichzelf allemaal alsof zij de ware de monsters waren, puur en alleen omdat ze probeerden een uitweg te zoeken uit die ellende. Ze beschreven het alsof je familie een lot is waaraan je niet mag ontsnappen. Alsof enkel flirten met die gedachte al een misdaad is.
‘Eén verhaal raakte mij in het bijzonder: dat van een studente wier vader een Irak-veteraan was en die vanwege de vele wapens in huis een constante dreiging vormde voor zowel zichzelf als alle anderen. In haar verhaal accepteerde die studente die constante dreiging, omdat het nu eenmaal haar familie was. Ik heb toen in de klas een oefening voorgesteld: laten we doen alsof er in dit specifieke labyrint wel degelijk een deur zit die open kan, wat zou er dan met het hoofdpersonage en de rest van het verhaal gebeuren? Met dat idee ben ik nog dezelfde dag aan mijn eigen boek begonnen, en twintig dagen later had ik mijn eerste versie klaar.’
Wist u toen al meteen dat u met een boek bezig was dat die eerdergenoemde koorts zou veroorzaken?
‘Tijdens het schrijven was ik ervan overtuigd dat ik met een klein verhaal bezig was over een Italiaans gezin. Pas toen ik de eerste reacties zag, begreep ik dat het onderwerp dat ik had aangesneden – het onvermogen om te breken met je familie – echt een gigantisch taboe was in Italië. Familiebanden zijn hier namelijk zo fundamenteel dat ze onmogelijk verbroken kunnen worden. Zelfs als er sprake is van een onveilige situatie thuis.
‘Het recht om je veilig te voelen is weliswaar een grondrecht, maar als er geweld in je familie plaatsvindt, moet je het simpelweg accepteren. De tribale wetten van het familiesysteem staan namelijk boven iedere andere wet, want in Italië komt de familie nu eenmaal voor de staat. Iedereen weet dat, iedereen voelt dat, maar vrijwel niemand benoemt het. Taboes zijn namelijk onderwerpen waarover miljoenen mensen zich zouden willen uitspreken, alleen kunnen ze het niet, zelfs niet tegenover zichzelf. En daar komt de kracht van de literatuur om de hoek kijken, want personages kunnen wel gewoon alles zeggen.
‘De koorts werd vervolgens nog groter toen ik tijdens de uitreiking van de Premio Strega een microfoon in mijn handen kreeg geduwd en zei dat de literatuur bedoeld is om de officiële versie aan te vechten. En met die officiële versie bedoelde ik de patriarchale versie: een versie die gebaseerd is op de dominantie van de man. Ik zei dat dit verhaal iedere vader, zoon en echtgenoot zou moeten aanspreken. Sindsdien is het een politiek boek geworden en is de discussie over huiselijk geweld niet meer opgehouden. Blijkbaar was Italië er, na jaren van feminisme en #MeToo, eindelijk klaar voor om dit gesprek te voeren.’
U spreekt steeds over Italië, maar uw boek is in dertig landen verschenen. Is het wel een typisch Italiaans verhaal?
‘Je hebt gelijk. Het is inderdaad veel universeler dan ik tijdens het schrijven dacht. Dat blijkt wel uit de reacties die ik krijg, ook uit niet-katholieke landen. Het bevestigt mijn vermoeden dat familie nog altijd het verreweg populairste instituut is dat onze soort heeft uitgevonden om onszelf te beschermen.
‘Wat voor familie je ook hebt en welke vorm die ook heeft aangenomen – een gezin kan de vorm hebben van een klein parlement waarin iedereen democratisch mee mag beslissen, of er juist uitzien als een totalitair systeem waar de vader de dictator is – het archaïsche verlangen om door je eigen familie beschermd te worden, bestaat bij iedereen. En precies die basale behoefte aan bescherming maakt het ook zo moeilijk om definitief met ze te breken. Zelfs als de praktijk al lang heeft aangetoond dat er geen sprake is van bescherming, maar juist van dreiging.’
U vindt het de taak van iedere vader, zoon en echtgenoot om het patriarchaat aan te vallen. Tegelijkertijd zijn er ook veel conservatieve machten in opmars, van politici tot influencers, die precies het tegenovergestelde beweren. Zij zweren juist bij traditionele rollen en verafschuwen elke andere gezinsvorm. Maakt u zich daar zorgen over?
‘Je kunt over een roman als Het jubileum natuurlijk zeggen dat het gaat over een personage dat leefde in de jaren tachtig en negentig, maar juist die koorts die het boek nu, in de jaren twintig van deze eeuw, veroorzaakt, toont aan dat het patriarchaat zeker niet behoort tot een ver verleden. Nee, het staat nog altijd aan de basis van allerlei structuren die ook het heden bepalen.
‘Het is echt niet waar dat alleen de 70- en 80-jarigen van nu geloven dat een man de baas moet zijn in een gezin. Het zijn juist de twintigers en dertigers die die richting op bewegen. Wat we daaraan moeten doen, weet ik niet. In de literatuur schrijven we geen recepten om beter te worden, we verkopen geen oplossingen. Het grootste compliment dat je als schrijver kunt krijgen, is dat je boek ongemak heeft veroorzaakt. Dat is alles.’
U zei net dat de mooiste Europese romans ontstonden toen de klassieke machtsblokken in elkaar stortten. Denkt u dat deze tijd net zo’n vruchtbaar moment zal blijken voor de Europese literatuur?
‘Misschien bevinden we ons inderdaad op net zo’n moment als in 1989 en staan we aan de vooravond van een nieuwe ineenstorting. Misschien geen letterlijke ineenstorting, maar wel een ineenstorting van ons idee van Europa. En inderdaad: op dat soort momenten zijn schrijvers van levensbelang, want zij zijn als geen ander in staat een nieuw verhaal of idee te creëren.
‘Over het algemeen kun je zeggen dat onvruchtbare tijden in de politiek voor vruchtbare tijden in de literatuur zorgen. Dat heeft veel te maken met angst. Angst voor grote sociaal-economische crises of geweld brengt historisch gezien namelijk een bepaald conservatisme met zich mee. Als er angst heerst, heeft onze soort de neiging terug te vallen op het oude en het bekende; op het traditionele gezin, het vaderland, de ooit vastgestelde grenzen.
‘Daardoor klinken de voorstellen van conservatieve politici om terug te keren naar vroeger ook zo aanlokkelijk. Maar juist daarom is literatuur op dit soort momenten zo belangrijk, want goede literatuur bezit de kracht om vooruit te kijken, ook al is dat eng. Kundera noemt dat de wijsheid van de onzekerheid, en dat is precies wat de beste literatuur ons kan bieden: ze kan ons bevrijden van dogma’s en ons leren omgaan met onzekerheid. Met het nieuwe.’
Voelt u zich een typisch Europese schrijver?
‘Het enige vaderland dat ik echt erken is het literaire vaderland en dat is kosmopolitisch. In dat land wonen naast Kundera ook V.S. Naipaul, Murakami, Roberto Bolaño, Alejandro Zambra en noem maar op. Ik voel mij thuis bij mensen die, net als ik, vinden dat literatuur het belangrijkste is, die aan iets beginnen zonder te weten waar het eindigt en bereid zijn ieder vaststaand idee te betwisten en te bevragen. En die mensen vind je gelukkig overal ter wereld.
‘Dat gezegd hebbende: ik woon nu in de Verenigde Staten, en niet zomaar in de Verenigde Staten, maar in Texas, midden in het donkere hart van de planeet. Je hebt hier de olie-industrie, de beroemde grens met Mexico. Elon Musk zit hier met Tesla en SpaceX. Dat alles interesseert mij enorm, omdat er vanuit mijn perspectief een diepe bevreemding van uitgaat.
‘Hetzelfde geldt voor de architectuur, de auto’s, de wapens, de doodstraf en de afwezigheid van nabijheid tussen mensen. Texas is het tegenovergestelde van Italië: hier in Rome is iedereen bezig om gezien te worden, terwijl Amerika juist gestoeld is op het recht ongezien te blijven. Dat maakt Texas voor mij zowel stimulerend als enorm vermoeiend. En elke keer wanneer ik in Europa kom, voel ik mij juist enorm thuis.
‘Toen ik nog in Italië woonde voelde ik mij niet per se thuis als ik in Amsterdam landde. Als ik nu vanuit Texas in Amsterdam land, denk ik meteen: ik ben weer thuis. De enige conclusie die ik daaruit kan trekken is dat de Europese cultuur ontegenzeggelijk bestaat. En dat ik daar een onderdeel van ben.’
Voelt u zich, sinds Donald Trump aan de macht is in de VS, geroepen om een brug te slaan tussen uw geboortecontinent en de plek waar u nu woont?
‘Absoluut, en dan vooral op cultureel gebied. Het grote risico van de culturele wereld in Amerika, die doorgaans erg progressief is, is namelijk dat ook die bepaalde elementen uit het Make America Great Again-gedachtegoed aan het internaliseren is. Ook zij kijken steeds minder over de grens, reizen weinig en hebben weinig contact met niet-Amerikanen.
‘Ik probeer daar via het lesgeven, mijn terrein, verandering in te brengen door mijn studenten continu te voeden met teksten uit Europa, bijvoorbeeld van Svetlana Aleksijevitsj, Enrique Vila-Matas en Emmanuel Carrère. Ik voel dat ik dat moet doen, want op de momenten dat een land de neiging heeft om zich van de rest van de wereld af te sluiten, waarin een land verkalkt in een conservatieve versie van zichzelf – iets wat momenteel voor het extreem conservatieve Amerika, maar evengoed voor Italië en een aantal andere landen geldt – zijn er, nogmaals, schrijvers nodig om al die gesloten deuren weer open te breken.’
Andrea Bajani: Het jubileum. Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits. Van Oorschot; 128 pagina’s; € 23,99.
1975 Wordt geboren in Rome, maar al op vroege leeftijd verhuist zijn gezin naar Cuneo, in Noord-Italië.
1994 Gaat moderne letterkunde studeren aan de Universiteit van Turijn. In die stad geeft hij later ook les aan de Scuola Holden, een schrijversvakschool opgericht door de gelauwerde Italiaanse auteur Alessandro Baricco.
2002 Debuteert met zijn eerste roman Morto un papa en stopt daarna nooit meer met publiceren. Naast zijn in totaal dertien romans (waarvan er inmiddels zes in het Nederlands zijn vertaald) schrijft hij ook dichtbundels, korte verhalen, essays, toneelteksten en krantenreportages.
2008 Wint met zijn roman Wie houdt dan stand? zijn eerste serieuze Italiaanse literaire prijs (waar er, eerlijk is eerlijk, ook wel erg veel van zijn). Na de Premio Super Mondello, de Recanati, Lo Straniero en de Brancati, volgen onder meer de Premi Bergamo, de Bagutta, de Settembrini en de Cielo.
2020 Na omzwervingen via onder meer Berlijn en Parijs verhuist hij met zijn gezin naar de Verenigde Staten. Hij doceert daar creative writing aan de Texaanse Rice University.
2025 Het jubileum verschijnt, zijn verreweg grootste bestseller tot nu toe. Het boek wordt onder meer gelauwerd met de belangrijkste literaire prijs van Italië, de Premio Strega.
Bajani woont met zijn vrouw en twee kinderen in Houston, Texas.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant