De Inspectie treedt momenteel met waarschuwingsbrieven voor individuele journalisten en hoge boetes voor omroepen en krantenuitgevers hard op tegen journalistieke producties over obesitasmedicijnen die ‘te reclame-achtig’ zouden zijn. Volkskrant-lezers reageren.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) zag reclame voor een geneesmiddel toen de Volkskrant schreef over Ozempic en het gebruik als middel om af te vallen en de mogelijke bijwerkingen. De Geneesmiddelenwet lijkt duidelijk: reclame is ‘elke vorm van beïnvloeding met het kennelijke doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een geneesmiddel te bevorderen’ (artikel 1xx). Maar de Geneesmiddelenwet maakt het hoofdstuk over geneesmiddelenreclame niet van toepassing op ‘informatie betreffende gezondheid of ziekte’ (artikel 83d).
Dat betekent dat een journalist wel degelijk iets zou mogen schrijven over een specifiek middel. De Volkskrant heeft immers ook geschreven over COVID-vaccins van bijvoorbeeld Moderna, die gemaakt zijn op basis van mRNA. Zeker toen daar desinformatie over verscheen, werd degelijke journalistiek gewaardeerd door de overheid. Artikelen die gaan over het gebruik van de abortuspil in Amerika noemen specifiek het middel en dat is hier ook verkrijgbaar.
Er zit een dunne lijn tussen informatieve journalistiek en gesponsorde, weinig kritische stukken. De vraag is dus wanneer het beschrijven van de effectiviteit en veiligheid overgaat in het aanmoedigen van het gebruik. De IGJ zou die discussie wellicht moeten aangaan, en misschien kan er meer worden bereikt op het gebied van patiëntveiligheid als allerlei vage aanbieders via internet worden aangepakt.
Dat lijkt mij veel lager hangend fruit.
Ronald Boumans, Schiedam
Omroepen en kranten zijn beboet door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd omdat zij volgens de inspectie reclame zouden hebben gemaakt in hun berichtgeving over nieuwe afslankmiddelen (semaglutiden). Het Geneesmiddelenbulletin schrijft over geneesmiddelen, en geeft advies aan artsen en apothekers. Dat gebeurt op wetenschappelijke basis, met volstrekte onafhankelijkheid van de producenten.
Soms concluderen wij op grond van de beschikbare literatuur dat een bepaald geneesmiddel of medisch hulpmiddel een belangrijke verbetering van de behandeling kan bieden (bijvoorbeeld insulinepompjes bij de behandeling van kinderen met suikerziekte). Minstens zo vaak concluderen we dat een nieuw middel geen meerwaarde heeft, of zelfs nadelig kan zijn in het gebruik.
Aangezien nieuwe middelen vaak duurder zijn dan de bestaande, dient dit niet alleen een medisch belang, maar levert het ook besparingen op. Wij hebben ook regelmatig over GLP-1-agonisten geschreven, zowel positief als negatief, afhankelijk van de indicatie waarvoor ze worden gebruikt. Kortom, we zijn soms heel negatief, en soms heel positief.
Moeten wij nu net als de Volkskrant bezorgd zijn dat de Inspectie boetes komt uitdelen wegens reclame maken? Reclame bestaat uit betaalde uitingen met als doel de verkoop van een product te stimuleren. Berichtgeving in kranten of tijdschriften over onderzoek naar geneesmiddelen is dat niet.
Frits Rosendaal, hoofdredacteur Geneesmiddelenbulletin, Leiden
Voor iets meer begrip voor het standpunt van de IGJ dat er sprake zou kunnen zijn van reclame in artikelen over geneesmiddelen, hierbij alleen al de eerste alinea uit het betreffende artikel, maar dan met een ander onderwerp: ‘Hartaanvallen, infecties, bloedarmoede, koorts, spierpijn, cannabisverslaving, psychoses, leverkanker, alzheimer: het is slechts een greep uit de lijst met ziektes die minder vaak voorkomen bij lezers van kranten met namen als de Volkskrant en De Telegraaf’.
Ik zou alleen al na deze alinea naar een krantenverkoper rennen en twee abonnementen afsluiten.
Philip Thijssen, Utrecht
De hoogtes van deze boetes, ook aan de Volkskrant, zorgen straks voor een krant in afgeslankte vorm. Daarom zeg ik: gebruik geen obesitasmedicijnen.
Arjan de Roon, Elst
In mijn geliefde de Volkskrant las ik de reconstructie: een uitgebreid artikel met verschillende onderbouwingen, maar in mijn ogen te eenzijdig – soms bijna Trumpiaans. ‘Het artikel waarvoor wij zijn beboet, is een schoolvoorbeeld van kritische en evenwichtige journalistiek’. Zo keurt de slager zijn eigen vlees. Ook het slachtofferige ‘Dit is een aanval op de persvrijheid’, We zouden bij elk artikel een bijsluiter moeten afdrukken’ en ‘Rapporteren over geneesmiddelen is een kerntaak van de wetenschapsjournalistiek’ vormen een herhaling van zetten.
Steeds wordt dezelfde invalshoek gekozen, waardoor voorbij wordt gegaan aan het daadwerkelijke punt dat de Inspectie maakt: een geneesmiddel dat voor een kleine groep patiënten zeer effectief is, krijgt in de beeldvorming steeds meer het predicaat van een wondermiddel voor onze welvaartsziekten. Het gaat dus niet alleen om het informeren, maar ook om de beeldvorming die ontstaat door te veel nadruk te leggen op bepaalde facetten.
Doordat de reconstructie van binnenuit is opgezet, lijkt een boete totaal overdreven. Daarmee wordt het onderliggende punt echter gemist. En ja, met het geld van een boete kun je altijd iets nuttigers doen, dat is bekend, maar dat is niet het doel van een boete. Wat mij betreft is dit een gemiste kans: een veel te eenzijdige ‘reconstructie’. Er had mijns inziens ook onderzocht kunnen worden waarom er een boete is opgelegd en in hoeverre deze beeldvorming daadwerkelijk ontstaat.
Dan was het een evenwichtigere en wat mij betreft interessantere reconstructie geweest. Mogelijk lopen hier juridische aspecten en journalistiek door elkaar. Hoe dan ook, ik vind het een prettige gedachte dat er naast persvrijheid ook een overheid is die let op de langetermijnbelangen van haar burgers.
Daniel Elsenberg, Woerden
Het verslag van Hiske V. over restaurant Z. in R. was zo ontwapenend positief dat tientallen Volkskrantlezers er dat weekeinde een tafel boekten. ‘Reclame’, volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Ook de theatershow van gezelschap G. had de Volkskrant-recensent zo aangegrepen dat hij kwalificaties gebruikte als ‘dit moet u zien’. Op het grensje! En de boekenredactie had de nieuwe roman van J.K. zomaar vier sterren gegeven, wetend dat het risico bestaat dat zich nu rijen vormen voor de deur van boekhandel A.
Oei, oei, oei, Volkskrant: de messen worden geslepen, de Feldwebels hebben hun marsorders ontvangen. Bereid u voor op een nachtelijke inval en minstens een draconische boete.
Overigens mogen supermarkten van diezelfde Inspectie blijven beweren dat ze als beste uit de test komen, dat hun wasmiddel reuzenkracht heeft en dat hun fabrieksbrood gezond is.
Ton de Zeeuw, Voorburg
Wat een interessante reconstructie over de boetes voor reclame voor afslankmedicatie. Rolvast als man ging ik direct in de oplossende modus zonder eerst voldoende stil te staan bij de emoties van de journalistiek.
Want dit moet toch op te lossen zijn, minister. Journalistiek wordt in de geneesmiddelenwet niet genoemd als een aparte relevante entiteit. Waarschijnlijk omdat er voorheen niet zulke effectieve levensstijl-verbeterende medicatie was.
Maar is er misschien ook een voorlopige, of zelfs afdoende, oplossing te vinden door andere woorden te kiezen? Dus geen Ozempic maar GLP-1-medicijn; en geen afslankmedicatie, maar obesitasmedicatie. Het zal vast niet zo makkelijk zijn.
En wat nu? Er komen natuurlijk meer behandelingen aan die zowel voor de volksgezondheid als voor het levensgeluk van een grote groep mensen van belang zijn. De volgende staat al klaar: hormoonvervangende therapie voor vrouwen in de (peri)menopauze.
Ik zeg het gekscherend én gemeend, met ervaring uit eerste hand: Beste Sophie Hermans en parlement, zorg ervoor dat de journalistiek zonder angst hier, zo nodig positief, over kan schrijven. Doe het niet alleen voor de helft van dit land, maar ook voor hun eventuele partners.
Evan Gelders, Amsterdam
Het is mij nog niet helemaal duidelijk waar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd nu over valt: de (te) positieve berichtgeving over een afslankmedicijn of het noemen van de naam van producenten O., S., M. en W.
De volledige namen zijn bij de redactie bekend (Ozempic, Saxenda, Mounjaro en Wegovy).
Veel gebruiksartikelen zijn bekend geworden onder een merknaam. Neem de losse navigatiesystemen, die worden aangeduid als TomTom, maar vaak van Garmin, Wahoo, Nio of een andere leverancier zijn. De buiten-wc, de Dixi. Nee, dat is de verhuurder van het ding. Toi Toi, Portaloo en Trobolo verhuren die dingen ook.
Minder bekend, maar een goed voorbeeld is de meeneemheftruck die aan menig vrachtauto hangt. In de volksmond staat die bekend als Kooi-Aap, terwijl dat een merknaam is en het hulpmiddel ook wordt geleverd door onder andere Moffett en Terberg. Aspirine, hagelslag, Luxaflex, Pampers, de Walkman: allemaal merknamen die soortnamen werden. De mooie term voor het bovenstaande is merkverwatering.
Ik vraag mij af of de IGJ dit bedoelt. Misschien moet ik mijzelf ook maar als merk bij de Kamer van Koophandel inschrijven, dan kan mijn naam niet meer ijdel worden gebruikt (met de nadruk op ‘ijdel’; ik ken mijzelf). Dan gaat het onderschrift, mijn ‘handtekening’ er wellicht zó uitzien: BV Marcel Heinsbroek, Schiedam.
Marcel Heinsbroek, Schiedam
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant