Home

Het gevecht tegen racisme kan niet zonder stevige dosis zelfreflectie

Antiracisme Twee toonaangevende antiracistische denkers publiceerden nieuwe boeken. Ibram X. Kendi tekent voor een ambitieus boek over de ‘omvolkingstheorie’, terwijl Kimberlé Williams Crenshaw een memoir schreef. Maar lopen de academici met hun radicale eisen niet te ver voor de troepen uit?

Het standbeeld van de Zuidelijke generaals Stonewall Jackson en Robert E. Lee in Baltimore, Maryland (VS) werd verwijderd in augustus 2017. Het voetstuk staat er nog steeds.

Je zou het bijna vergeten, omdat Donald Trump zo alomtegenwoordig is, zeker sinds hij in 2025 aan zijn tweede termijn als Amerikaanse president is begonnen. Maar in de Verenigde Staten zijn er nog steeds uitgesproken linkse, antiracistische, feministische intellectuelen, die een paar jaar geleden konden rekenen op (academische) meewind. Die wind liet zich ook buiten de universitaire gemeenschap gelden, in het overheidsbeleid, de zakenwereld en het onderwijs, onder de naam Diversity, Equity and Inclusion (Diversiteit, Gelijkwaardigheid en Inclusie, afgekort DEI).

Kimberlé Williams Crenshaw: Backtalker. An American Memoir. Simon & Schuster, 377 blz. € 25,13

Inmiddels is er van die federale emancipatieprogramma’s weinig meer over, Trump heeft er na zijn tweede verkiezing meteen het mes in gezet, fors en zonder enige scrupules, want dat is zijn handelsmerk. Maar ten tijde van de dood van George Floyd – in mei 2020 in Minneapolis, door toedoen van meerdere agenten – was die inclusieve . beweging wereldwijd op haar hoogtepunt. Black Lives Matter trad op de voorgrond, het begrip ‘woke’ spookte alweer een tijdje rond, eerst werd het in de mond genomen door voorstanders, later vooral door tegenstanders. Inmiddels is de term vooral een scheldwoord geworden, maar de invloedrijke Amerikaanse academica en activist Kimberlé Williams Crenshaw laat in haar memoir Backtalker zien hoe het vroeger in Afro-Amerikaanse kring bedoeld moet zijn.

Ibram X. Kendi: Chain of Ideas, Great Replacement Theory and the Origins of Our Authoritarian Age. Bodley Head, 592 blz. € 27,39

 Zij groeit op als kind in een zwart middenklassengezin, in Ohio, de jaren zestig: zij beschrijft haar ouders als echte ‘race people’, bewust van hun Afrikaans-Amerikaanse komaf, alert op de ongelijkheid die dat in de dagelijkse Amerikaans praktijk met zich meebracht. Haar moeder prentte de jonge Kimberlé al vroeg in, als het ging om gelijke behandeling: „Be aware, and be prepared”. In al zijn beknoptheid was dat ‘wokeness’ voor de zwarte, Amerikaanse gemeenschap in de jaren zestig en zeventig. Kimberlé Crenshaw werd later als jurist, activist en academica de belichaming van de woorden die haar moeder haar zo vroeg had bijgebracht.

Zo is zij de vrouw die in 1989 de theorie van de intersectionaliteit muntte, ook wel het ‘kruispuntdenken’ genoemd, dat stelt dat discriminatie en ongelijkheid voortkomen uit elkaar kruisende identiteitsfactoren zoals klasse, gender, etniciteit, seksualiteit en leeftijd. Daarnaast geldt Crenshaw als een van de grondleggers van de Critical Race Theory, nog maar kort geleden ruimhartig vertegenwoordigd in de Amerikaanse, academische wereld. Uitgangspunt is dat racisme geen individuele ervaring of handeling is, maar altijd structureel van aard: institutioneel en juridisch geworteld, voortkomend uit de slavernij- en segregatiegeschiedenis van de Verenigde Staten. In dat verband spreekt Crenshaw over de ‘de mythe van de onbevlekte Ontvangenis van onze natie’, die geboren zou zijn zonder zonde, zonder slavernij en uitroeiing van de daar wonende, inheemse volkeren. In die vergelijking staat het Noord-Amerikaanse grondgebied dus gelijk aan Maria, en niet aan de koloniale geschiedenis van het land, lijkt Crenshaw te suggereren.

Laatste woord

De titel Backtalker is wel gelukkig gekozen, zo iemand praat letterlijk ‘terug’, maar vooral ook heeft de ‘Backtalker’ een grote mond tegenover autoriteiten, en wil altijd het laatste woord hebben. Probleem is enigszins, dat Crenshaw dankzij haar eigen verdiensten zelf een autoriteit werd voor radicaal-links Amerika – en zij is een stuk radicaler dan onze nieuwe, Nederlandse partij Pro. De gezaghebbende Crenshaw wil zelf van geen kritiek weten, ook niet van kritische kleurgenoten, die haar hekelen om haar rotsvaste definities van ‘black’ en ‘white’, als waren ze in steen gehouwen, en niet juist het product van diezelfde koloniale geschiedenis, die Crenshaw probeert te ontmantelen.

Zoals in het marxisme de arbeidersklasse en de bourgeoisie uiteindelijk onverenigbaar zijn, als een binair stelsel van 0 en 1, hanteert Crenshaw een vergelijkbaar idee: het zijn de ‘machthebbers’ versus de ‘gemarginaliseerden’ – die laatste groep moet weer uitgesplitst worden naar gender, etniciteit, leeftijd, validiteit et cetera. Dat is weliswaar anders dan in marxistische theorieën, maar het is eerder een aanvulling dan een fundamentele kritiek.

Je kan je voorstellen dat Crenshaw, als een van de oermoeders van de zogenaamde ‘woke’ beweging, een van de favoriete doelwitten is van de Trump-regering: het verbannen van boeken op scholen en universiteiten, van woorden als ‘inclusie’ en ‘diversiteit’, van hele academische programma’s als de Critical Race Theory – haar levenswerk wordt in korte tijd zowat tenietgedaan. Dat is eerst en vooral te wijten aan de obsessief-dictatoriale Trump-regering, die academische censuur actief promoot.

Censuur is altijd een ultiem zwaktebod, omdat het aan de academische wereld zelf is kritiek en tegen-kritiek te organiseren. In die zin heeft Crenshaw gelijk als ze spreekt van een ‘war on woke’ onder de twee Trump-termijnen. Maar iets geeft mij in, dat juist die tweede, massale overwinning van Trump aanleiding had moeten zijn voor zelfreflectie en zelfkritiek voor Crenshaw en haar gevolg. Liepen zij als academici niet te ver voor de troepen uit, waren hun radicale ideeën en eisen nog enigszins verbonden met een substantieel deel van Amerika?

Het verraste me dat Crenshaw lovende woorden heeft voor president Lyndon B. Johnson (1963-1969) die de Voting Rights Act invoerde, de federale wet die rassendiscriminatie bij verkiezingen verbood (1965). „This story is America at its best”, zegt Crenshaw daarover. Over Barack Obama is zij veel zuiniger, waarschijnlijk omdat ze van hem, als man van kleur, meer verwachtte. Maar de clou van de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging was dat die diepgeworteld raakte in de Amerikaanse samenleving, iets wat je van die ‘Critical Race Theory’ onmogelijk kan volhouden.

De tweede verkiezing van Trump wijt Crenshaw vooral aan het institutionele racisme van de Verenigde Staten, maar minstens zozeer aan ‘bondgenoten’, die haar niet volgden in haar rigoureuze stappen. Dat is geen zelfonderzoek, dat blijft een zelffelicitatie. En dat is voor een politieke theoretica, gezien de Amerikaanse ontwikkelingen, werkelijk ontoereikend.

Ambitieuze greep

Historicus Ibram X. Kendi richt zich in zijn nieuwste boek niet alleen op de Verenigde Staten, maar onderzoekt in Chain of Ideas hoe de zogeheten ‘omvolkingstheorie’ (‘Great Replacement Theory’) wereldwijd voet aan de grond kreeg. Ibram X. Kendi werd in 1982 geboren als Ibram Henry Rogers in een intellectueel gezin waar de zwarte bevrijdingstheologie voorop stond. Hij veranderde zijn naam om zijn band „met Afrika te herstellen” en brak als schrijver door met zijn bestseller How to be an Antiracist, waarin hij betoogt dat er politiek gesproken niet zoiets bestaat als een ‘neutrale zone’, maar dat politiek altijd racistisch is of antiracistisch. Want „raciale ongelijkheden zijn altijd het gevolg van discriminatoire politiek.” Non-raciale politiek, is Kendi’s conclusie, bestaat niet.

 In zijn nieuwste werk, Chain of Ideas, onderzoekt hij de aanwas van ‘omvolkings- of vervangingstheorieën’ tussen 2008 en 2025, waarin hij „Brexit, de Europese migratiecrisis in 2015, de verkiezing van Obama als Amerikaanse president (2008), (…) de Covid-epidemie (…) en de Russische invasie van Oekraïne” betrekt. Dat is heel veel tegelijkertijd, maar volgens Kendi zijn al die verschillende gebeurtenissen debet aan het succes van de ‘Great Replacement Theory’ (GRT) in onze huidige wereld. Een grote greep, een ambitieuze greep.

Kendi laat zijn speurtocht beginnen in 1996, een jaartal dat strikt gezien buiten die aanwasjaren van GRT valt. Maar in dat jaar brengt de Franse schrijver en romancier Renaud Camus, die eerder bekendheid genoot als gay activist, actief lid van de Parti Socialiste en winnaar van Franse literaire prijzen, een bezoek aan de Hérault, „ het Florida van Frankrijk” zoals Kendi het Zuidfranse departement beschrijft rond de hoofdstad Montpellier.

Renaud Camus komt daar en dan tot de schokkende ontdekking dat „hij de indruk krijgt van werelden te zijn veranderd zonder de oude wereld te hebben verlaten”, omdat hij in de nauwe stegen van de dorpjes vooral moslims ziet: Noord-Afrikanen, Algerijnen, zwarte en gekleurde mensen. „Frankrijk was bezig van bevolking te wisselen: we zien er één, we doen een middagdutje, en daarna zien we er weer één, en dan heel veel meer”. In 2011 publiceert Renaud Camus (allang PS-lid af) Le Grand Remplacement, als aanklacht tegen de „invasie, kolonisatie en vervanging van een volk” door immigranten.

Het boek is het startschot voor de succesvolle opmars van GRT-ideeën, in Frankrijk en de rest van Europa (Orban, Wilders, Farange, Meloni, Poetin) als ook in de Verenigde Straten (Trump). Berucht is de demonstratie in het Amerikaanse Charlottesville, op 11 augustus 2017, tegen het voornemen van de gemeente om het standbeeld van de Zuidelijke generaal Robert E. Lee te verwijderen: honderden mannen met fakkels schreeuwden: „Jews will not replace us. White lives matter. You will not replace us.” President Trump maakte het er niet beter op met de opmerking dat onder voor- en tegenstanders van Lee ‘very fine people’ te vinden waren, in beide kampen dus. Alsof het om het even was.

Maar de oorsprong van de ‘keten van ideeën’, waarvan het resultaat zo duidelijk te horen was in Charlottesville, laat Kendi veel eerder beginnen, bij de Franse Verlichtingsfilosoof Joseph M.A. Servan. Deze schreef in 1767: „Een domme despoot kan slaven ketenen met ijzeren kettingen, maar een waarachtig politicus verbindt burgers veel sterker door de keten van hun eigen ideeën.”

Kendi bespreekt er tien, door de eeuwen heen, die op verschillende plaatsen en tijden hun opwachting maakten, zoals „witte mensen verliezen wanneer gekleurde mensen winnen” of „anti-wit racisme is bezig met een opmars”, „witte christenen belichamen de oorspronkelijke bevolking van de natie.”

Al die ideeën deden en doen volgens Kendi nog steeds opgeld in de Verenigde Staten, in Zuid-Afrika, in Chili onder Pinochet, in het voor- en naoorlogse Europa (Frankrijk, Duitsland, Nederland), en zelfs in Canada. Want daar is de voormalige leider van de Conservatieve partij, Pierre Poilievre, die inmiddels zijn zetel heeft verloren, maar in het verleden contact had met een lid van de Europese fractie van de Duitse AfD. Dat is wat mager, als je Hitleriaanse vergelijkingen wilt maken. En dat doet Kendi.

Grote verschillen

De verschillen in zijn ‘keten van ideeën’ zijn groter dan de overeenkomsten, je moet die almaar doorlopende ideologische, xenofobe lijn echt willen zien, van de 18de tot de 21ste eeuw, want als je eraan twijfelt, breekt meteen ook de ruggengraat van het boek. Kendi is in die zin, filosofisch gesproken, een pure ‘idealist’: het zijn de globale ideeën die er uiteindelijk toe doen, niet het praktische politieke handwerk, geopolitieke verhoudingen of de sociaal-economische omstandigheden waarin een land verkeert.

Ook Nederland komt in zijn boek voorbij, in de gedaante van Geert Wilders en zijn PVV, die in de verkiezingen van 22 november 2023 de enorme winst boekte van vijfendertig zetels. Hij wordt geciteerd: „De kiezer heeft gezegd: we zijn er klaar mee (…) we willen er zeker van zijn dat de Nederlander weer als eerste komt”. Dat is in zichzelf niet racistisch, want die Nederlander kan heel goed van Marokkaanse komaf zijn en islamitisch. De intentie van Wilders is ongetwijfeld xenofoob, als een zogenaamd ‘hondenfluitje’. Die PVV-winst was alarmerend genoeg, maar een slogan als „Jews wil not replace us” zal niet snel uit Wilders’ mond komen. Voor de echte, bikkelharde ‘vervangingstheorie’ had Kendi beter bij FvD kunnen kijken.

 Door alles, rijp en groen, op een hoop te gooien en te brandmerken als ‘gemaskeerd nazisme’, of ‘de grote renovatie van het huis van Hitler’ wordt dit ambitieuze project van Kendi een zichzelf verklarende zaak. Dat doet geen recht aan het al te reële gevaar van vervangingstheorieën, die overal opduiken, tot aan het huidige Zuid-Afrika onder het ANC aan toe – dat laatste wordt niet behandeld door Kendi.

De antidemocratische en xenofobe tendensen wereldwijd verdienen een nauwere focus en een preciezere blik. Het is niet geloofwaardig ze voor te stellen als een en dezelfde historische kettingbotsing, die zichzelf almaar herhaalt – zelfs in een tijd dat er nog geen auto’s waren.

Discriminatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next