Home

Amerikaanse staatsschuld nu hoger dan 40 biljoen, en de rente loopt maar op

De Amerikaanse staatsschuld heeft de symbolische grens van 40 biljoen dollar overschreden. Met een oplopende rente op langlopende staatsobligaties brengt die schuld voor de Amerikaanse overheid steeds hogere lasten met zich mee.

is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.

Hoe problematisch de aanhoudende begrotingstekorten van de Amerikaanse overheid zijn, is onder economen al langere tijd voer voor discussie. Sommigen waarschuwen dat de groeiende schuldenlast de positie van de dollar en het vertrouwen in de economie van de Verenigde Staten kan ondermijnen. Anderen denken dat de grootste economie ter wereld de staatsschuld gemakkelijk kan dragen.

Het overschrijden van de symbolische grens van 40 biljoen dollar komt eerder dan verwacht. Begin dit jaar voorspelde het begrotingsbureau van het Amerikaanse Congres (CBO) nog dat de Amerikaanse schuldenlast eind september 39,6 biljoen dollar zou bedragen, oplopend tot bijna 64 biljoen in 2036. De huidige schuld van de federale overheid bestaat voor ruim 80 procent uit leningen van externe partijen, de rest komt van andere overheidsorganen.

Afgaand op de obligatiemarkten maken beleggers zich nu al zorgen over de staat van de Amerikaanse economie. Begin deze week steeg de rente op langlopende Amerikaanse staatsobligaties tot 5,3 procent, het hoogste niveau sinds 2007. Naast de Amerikaanse staatsschuld speelt ook de aanhoudende oorlog met Iran een rol. Ook in andere westerse landen, zoals Frankrijk en Duitsland, staan obligatierentes op het hoogste niveau in jaren.

Ook relatief gezien behoort de Amerikaanse staatsschuld tot de grootste ter wereld. Volgens de laatste cijfers van het Internationaal Monetair Fonds bedragen de Amerikaanse staatsleningen inmiddels bijna 126 procent van het bruto binnenlands product. Slechts een handjevol landen heeft een hogere staatsschuld ten opzichte van de economie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next