De ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo is na drie maanden nog lang niet onder controle. Het virus grijpt in recordtempo om zich heen. Vijf signalen die erop duiden dat de huidige epidemie de grootste ooit kan worden.
De Democratische Republiek Congo (DRC) registreerde deze week de vijfduizendste ebolabesmetting. De zeldzame Bundibugyo-variant van het virus treft steeds meer mensen en steekt op steeds meer plekken de kop op. Zo waart het virus nu rond in zeker vijf van de 69 overbevolkte vluchtelingenkampen die er zijn in de provincie Ituri, het epicentrum van de uitbraak.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en betrokken hulporganisaties slaan alarm dat het helemaal de verkeerde kant opgaat. ‘De huidige ebola-uitbraak in de Democratische Republiek Congo dreigt de dodelijkste uitbraak van de ziekte te gaan overschaduwen’, aldus WHO-directeur Tedros Adhanom Ghebreyesus, verwijzend naar de grote uitbraak in Guinee, Sierra Leone en Liberia die tussen 2014 en 2016 minstens 11 duizend levens eiste.
De uitbraak in West-Afrika toonde de wereld dat het ebolavirus veel gevaarlijker was dan ooit was gedacht. Tot dat moment waren uitbraken beperkt gebleven tot enkele honderden besmettingen in afgelegen plattelandsregio’s. Vijf alarmsignalen wijzen erop dat de huidige epidemie nog veel groter kan worden dan die beruchte uitbraak.
Het ebola-virus verspreidde zich nooit eerder in zo’n hoog tempo. Het gaat zo snel dat de Africa Centres for Disease Control and Prevention (Africa CDC, het volksgezondheidsinstituut van de Afrikaanse Unie) wil onderzoeken of het virus aan het muteren is. In de drie maanden tussen het officieel uitroepen van de uitbraak (en de internationale noodsituatie) op 15 mei en 15 augustus zijn er in Congo 4.945 ebola besmettingen vastgesteld. En ruim de helft daarvan, zo’n 2.800, in de laatste maand.
Bij eerdere grote uitbraken (Guinee, Liberia en Sierra Leone in 2014, en de DRC in 2018) lag het aantal gedetecteerde besmettingen na drie maanden nog onder de vijfhonderd, dus tien keer zo laag. Zelfs als de cijfers van de drie West-Afrikaanse landen bij elkaar worden opgeteld, komt het bij lange na niet in de buurt van de huidige uitbraak.
De WHO vermoedt dat het virus al vier maanden onder de radar rondging voordat de uitbraak werd bevestigd. Daardoor was de bestrijding van meet af aan een inhaalrace. Maar dat gold ook voor de West-Afrikaanse uitbraak. Toen kon ebola drie maanden om zich heen grijpen voordat de uitbraak werd herkend, waarna het nog vijf maanden duurde voordat de WHO een internationale noodsituatie uitriep en de internationale reactie op gang kwam.
Misschien wel het meest verontrustend: verreweg de meeste nieuwe besmettingen hebben geen link met eerder bevestigde ziektegevallen. In juli stond ruim 80 procent van de nieuwe patiënten niet eens op de contactlijsten van de autoriteiten. ‘Dit wijst erop dat er infectieketens (de route die het virus aflegt, red.) zijn waar we niets van weten, en zolang we niet alle infectieketens kennen – en doorbreken – zullen we de uitbraak niet stoppen’, zei WHO-directeur Ghebreyesus vorige week.
‘We weten hoe je een ebola-uitbraak moet stoppen: met bron- en contactonderzoek’, zegt epidemioloog en microbioloog Amrish Baidjoe van Artsen zonder Grenzen. De bedoeling is dat iedereen die in contact is geweest met een patiënt binnen 24 uur wordt benaderd, en 21 dagen onder controle blijft. ‘We moeten alle besmettingen in beeld krijgen, zodat we mensen in isolatie kunnen plaatsen en zo kunnen voorkomen dat zij opnieuw mensen aansteken.’
Er wordt wel degelijk bron- en contactonderzoek gedaan. Volgens reportages van het Congolese ministerie van Volksgezondheid wordt op dit moment 82,7 procent van de geïdentificeerde contacten bereikt, een stuk meer dan de circa 70 procent in juni. Daar moet echter een belangrijke kanttekening bij worden gemaakt: de contactlijsten zijn te kort.
Volgens Africa CDC worden in sommige regio’s maar tien contacten per patiënt geïdentificeerd, veel te weinig om de uitbraak te stoppen. ‘Gemiddeld gaat het nu om zo’n twintig contacten per patiënt, terwijl je op basis van vorige uitbraken zou verwachten dat het op veertig moet liggen’, zegt Baidjoe. ‘Het is niet zoals bij covid, waarbij alle beetjes helpen. Ebola is typisch een ziekte waarbij je echt elk potentieel besmettingsgeval moet meepakken.’
Ebola verspreidt zich via lichaamsvloeistoffen, zoals bloed en braaksel, maar kan ook worden opgelopen door het aanraken van besmette oppervlakken en materialen, zoals beddengoed en kleding. Enkele virusdeeltjes kunnen al voldoende zijn. Baidjoe: ‘Veel verspreiding vindt thuis plaats, maar onderweg naar een kliniek komen besmette mensen mogelijk ook in contact met allerlei personen in het openbaar vervoer.’
Om voor elke patiënt veertig contacten in kaart te brengen én die nauwgezet te volgen, is heel veel mankracht nodig. Alleen al de provincie Ituri is in oppervlakte bijna twee keer zo groot als Nederland en de wegen zijn zeer slecht. Het werk wordt verder bemoeilijkt door slepende conflicten en onveiligheid en doordat er op veel plekken weinig klinieken en gezondheidsmedewerkers zijn die kunnen helpen.
Volgens WHO-chef Ghebreyesus zijn alle betrokken partijen het ermee eens ‘dat we onze inspanningen dringend enorm moeten opschalen’. Maar de WHO en de Congolese autoriteiten hebben gewoonweg te weinig geld. Er is veel minder aandacht voor de uitbraak dan in 2014. Dat jaar stond ebola in de top 3 van termen waarnaar wereldwijd op Google het meest werd gezocht.
Wie overzichtskaarten van het begin van de uitbraak en van nu naast elkaar legt, ziet meteen dat het virus zich over een veel groter deel van het noordoosten van Congo heeft verspreid. Op 21 mei waren er besmettingen in tien Congolese gezondheidsregio’s verspreid over twee provincies, op 12 augustus ging het om 55 gezondheidsregio’s in vijf verschillende provincies. ‘Het is een heel grote geografische spreiding, groter dan bij eerdere uitbraken in Congo’, zegt Baidjoe.
Vorige week maakte Africa CDC bekend dat een man in de provincie Bas-Uele aan ebola is overleden, waarmee de uitbraak de zesde provincie heeft bereikt. Africa CDC-chef Jean Kaseya waarschuwde dat het risico dat het virus naar andere landen overspringt steeds groter wordt. Eerder verspreidde het virus zich al naar Oeganda, dat de uitbraak snel onder controle kreeg, maar er zijn grote zorgen dat ebola het door oorlog en humanitaire crises verscheurde buurland Zuid-Soedan kan treffen.
Tegelijkertijd valt op dat het virus nog doorraast op de plekken waar het in eerste instantie werd gevonden. Zo rapporteerde het Congolese gezondheidsministerie op 10 augustus: ‘Ituri blijft het epicentrum van de epidemie, met 85,7 procent van alle bevestigde gevallen en 77,9 procent van de nieuwe gevallen die in de afgelopen 24 uur zijn gemeld.’ In Bunia en Mongbwalu, de eerste hotspots, worden nog dagelijks nieuwe besmettingen aangetroffen.
‘Het lukt niet meteen om in elk gebied boven op de uitbraak te zitten, zeker niet in een complexe context als hier’, zegt Baidjoe. ‘Maar ik had wel gehoopt dat de uitbraak inmiddels niet meer zou doorlopen op de plekken waar we als eerste met de bestrijding zijn begonnen. Het laat zien dat de respons zelfs daar onvoldoende is.’
Er zijn nu al meer mensen overleden dan tijdens de vorige grote Congolese uitbraak van 2018. Die uitbraak eiste 2.299 levens in twee jaar tijd. Nu gaat het om 2.325 sterfgevallen in drie maanden, op een totaal van 4.945 besmettingen. Dat wijst op een zeer hoge mortaliteit, van 47 procent.
‘We weten bijvoorbeeld dat het toedienen van vocht in een zo vroeg mogelijke fase heel belangrijk is, maar het duurt vaak lang voordat mensen een kliniek bereiken’, zegt Baidjoe. ‘De eerste symptomen als koorts en pijn lijken op malaria en andere ziekten. Daardoor gaan veel mensen pas op zoek naar zorg als ze ernstige symptomen krijgen. Soms zijn ze zo ziek dat ze de reis niet meer kunnen maken.’
Het gevolg is dat de meeste patiënten thuis sterven of pas in een behandelcentrum komen als ze al heel ziek zijn, waardoor ook daar veel patiënten overlijden. ‘Wat doet dat met de perceptie van mensen?’, zegt Baidjoe. ‘Ze zien een familielid naar een kliniek gaan en er niet meer levend uitkomen.’ Goede samenwerking met lokale gemeenschappen en actief op zoek gaan naar patiënten zijn daarom volgens Baidjoe van levensbelang.
De Verenigde Naties waarschuwen dat er ook veel ‘indirecte doden’ vallen. In de provincie Ituri is de moedersterfte verdubbeld. In de mijnstad Mongbwalu, een van de eerste hotspots, is het percentage kinderen dat hun eerste mazelenvaccinatie krijgt met 69 procent gedaald. Er zijn minder medewerkers voor de reguliere gezondheidszorg beschikbaar en de angst om besmet te raken weerhoudt mensen ervan naar een kliniek te gaan.
Er zijn vier vaccins tegen de Bundibugyo-variant in ontwikkeling, waarvan het eerste al op mensen wordt getest. Epidemioloog Baidjoe benadrukt echter dat het, als de resultaten positief zijn, nog maanden zal duren voordat zo’n vaccin is goedgekeurd en op grote schaal kan worden ingezet. ‘Bovendien kost het ook veel tijd, geld en mankracht om de vaccins vervolgens op de juiste plek te krijgen.’
Alle signalen wijzen erop dat de respons veel te klein is voor een uitbraak van deze schaal. De WHO hoopt dat het lukt om de verspreiding van het virus binnen drie maanden onder controle te krijgen, waarna het aantal nieuwe besmettingen langzaam zal afnemen. Maar zelfs in dat optimistische scenario zal het nog lang duren voordat de uitbraak echt voorbij is.
Toch is er ook hoop. ‘We hebben veel meer kennis dan in 2014’, zegt Baidjoe. ‘Bijna iedereen die toen in de bestrijding ging werken, had nooit eerder met ebola gewerkt. De wereldgemeenschap moest bijvoorbeeld nog leren hoe belangrijk het is om met de lokale bevolking samen te werken. We hebben het nu over cijfers, maar het zijn allemaal mensen.’
Met medewerking van Stefan Pullen en Uma Kagenaar
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant