Home

Opinie: Stop met waardevolle producten als afval te zien

We hebben een gebrek aan kennis, vaardigheden, tijd en middelen om producten langer te gebruiken. Daarom zouden we naast het Europese Right to Repair ook een Right to Know moeten hebben.

Met veel instemming las ik het opiniestuk van Tieme Kok en Lisa de Munnink over de dreigende grondstoffencrisis. Hun belangrijkste punt onderschrijf ik: als we de circulaire economie vooral blijven benaderen vanuit recycling, beginnen we onderaan de ladder.

Maar vanuit mijn dagelijkse praktijk in onderhoud, reparatie, dataherstel en hergebruik van computers zie ik dat het probleem nog eerder begint. We denken te snel in afval en te weinig in de waarde van producten die we al hebben.

Dagelijks krijgen we laptops binnen die drie, vijf, zeven of soms bijna tien jaar oud zijn. Ze zijn traag, de batterij is versleten, het systeem crasht, het scherm is kapot of er lijkt data verloren te zijn. Veel gebruikers denken op dat moment dat hun computer op is. In de praktijk blijkt dat regelmatig niet zo te zijn. Na onderzoek, onderhoud, reparatie of dataherstel kan een apparaat vaak weer jaren functioneren.

Dat roept een ongemakkelijke vraag op: waarom vervangen we producten waarvan we nog helemaal niet weten of ze vervangen moeten worden?

Over de auteur

Maurits Logtenberg is oprichter van Macleasy en Mac Academy, gespecialiseerd in onderhoud, dataherstel, veilig wissen en hergebruik van computers.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Probleem zit in de gebruiksfase

We praten veel over duurzaam ontwerp, grondstoffen, recycling en hergebruik. Terecht. Maar tussen productie en afval zit een misschien nog belangrijkere fase: de jaren waarin een product wordt gebruikt.

Juist daar verliezen we enorme hoeveelheden waarde, niet alleen omdat repareren soms duurder lijkt dan vervangen, maar ook omdat consumenten en organisaties vaak de kennis, vaardigheden, tijd of middelen missen om gebruiksduurverlenging serieus als optie te onderzoeken.

Een nieuwe laptop bestellen is eenvoudig. Onderzoeken waarom de bestaande laptop traag is, welk onderhoud nodig is, of reparatie rendabel is en hoeveel jaren hij daarna nog mee kan, vraagt kennis en tijd.

Ons economische systeem heeft verkoop en vervanging buitengewoon efficiënt georganiseerd. Gebruiksduurverlenging veel minder. Daar zit volgens mij een van de werkelijke systeemfouten.

Afgeschreven betekent niet waardeloos

Ook ons taalgebruik helpt niet. Een computer wordt boekhoudkundig afgeschreven en komt vervolgens al snel terecht in een categorie als overtollige ICT, e-waste of afvalstroom. Maar een afgeschreven product is niet automatisch een waardeloos product.

Er zit nog materiaalwaarde in, maar ook technische, financiële, functionele en maatschappelijke waarde. Bovendien zijn er arbeid, energie en schaarse grondstoffen gebruikt om het product überhaupt te maken.

Wanneer we een werkend of herstelbaar apparaat vroegtijdig verwerken om vervolgens een nieuw apparaat te produceren, verliezen we een groot deel van die opgebouwde waarde. Recycling is dan noodzakelijk, maar zou het sluitstuk moeten zijn, niet het vertrekpunt van ons circulaire denken.

Van Right to Repair naar Right to Know

Daarom denk ik dat we naast het Europese Right to Repair ook iets anders nodig hebben: een Right to Know. Voordat een product wordt vervangen, afgeschreven of verwerkt, zouden consumenten en organisaties eerst moeten kunnen weten wat ze daadwerkelijk in handen hebben.

Wat is de technische staat? Kan onderhoud voldoende zijn? Is reparatie financieel zinvol? Kan de data behouden of hersteld worden? Kan het apparaat intern opnieuw worden ingezet of door iemand anders worden gebruikt? En hoeveel gebruiksduur kan nog worden gewonnen? Pas daarna kun je een rationele keuze maken tussen verlengen, hergebruiken, vervangen of uiteindelijk recyclen.

Dat vraagt ook om vakmensen met andere kennis en vaardigheden: vakmensen die niet beginnen bij verkoop of verwerking, maar bij onderzoek en waardebehoud.

Een andere economische vraag

De circulaire economie vraagt daarom inderdaad om systeemverandering. Maar die begint wat mij betreft ook met een andere vraag.

Niet: hoe kunnen we ons afval beter verwerken? Maar: waarom maken we van waardevolle producten überhaupt zo snel afval?

Wie een grondstoffencrisis wil voorkomen, moet niet alleen efficiënter omgaan met nieuwe grondstoffen, maar vooral veel beter zorgen voor de miljoenen producten waarin die grondstoffen al verwerkt zijn. Onderhouden. Repareren. Herstellen. Hergebruiken. En vooral: langer gebruiken.

De meest circulaire grondstof is misschien wel de grondstof die we niet opnieuw nodig hebben, omdat het product dat we al hebben nog jaren meegaat.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next