werkt sinds 2012 voor de Volkskrant als journalist en columnist.
Het was donderdagavond en ik moest erg nodig, dus liep ik een willekeurig openbaar toilet binnen waarvan, zo zag ik tot mijn grote vreugd, de muren volledig waren volgekalkt. Ik begon meteen gulzig te lezen, want vroeger, voordat er sociale media bestonden, waren openbare toiletten de plek bij uitstek waar men niet alleen de darmen ontlastte maar ook de onderbuik, meestal via tekeningen van piemels of het telefoonnummer van ene Miranda, maar ook geregeld via vindingrijke epigrammen over politicus A die een klootzak zou zijn, of juist over politicus B die meer stemmen verdiende.
(Vroeger stuurden dictators hun medewerkers geregeld langs openbare toiletten, omdat ze wilden weten hoe ze het deden op het ‘latrinereferendum’. En zelfs aan universiteiten heeft de zogenoemde ‘shithouse poetry’ zich inmiddels ontwikkeld tot een gerenommeerd vakgebied. Zo houdt de krabbel ‘Restituta, doe je tuniek uit en laat ons je harige edele delen zien’, gevonden in de taverne van Verecundus in Pompeii, al jaren meerdere archeologen van straat, net als het inmiddels iconisch geworden ‘Ik heb de waardin geneukt’, in de bar van Athictus, even verderop.)
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Enfin, in het toilethokje waar ik dus had plaatsgenomen, zag ik op ooghoogte een prachtige zin die sindsdien vaak door mijn hoofd spookt. ‘Denk niet aan Mona Keijzer’, stond er in grote, zwarte blokletters.
Ik vond het meteen een prachtige, gelaagde tekst die aanzet tot filosoferen, bijvoorbeeld over het begrip onmogelijkheid. Want hoe graag je ook zou willen, het is in Nederland al ruim vijftien jaar schier onmogelijk niet aan Mona Keijzer te denken. Er zijn wel mensen die het proberen; meestal mensen die enigszins triomfantelijk beweren dat ‘alles wat je aandacht geeft groeit’. Maar zelfs dat soort types weet diep van binnen dat er ook zaken bestaan die gewoon groeien zonder enige vorm van aandacht, zoals teennagels, neusharen en de populariteit van Mona Keijzer.
Het was dan ook niet verbazingwekkend dat de collega’s van NRC donderdag schreven dat Keijzer, die inmiddels te boek staat als een ware veteraan van uit de hand gelopen politieke experimenten, momenteel werkt aan de oprichting van wéér een nieuwe rechtse beweging: Project 2029. Die naam is vermoedelijk een verwijzing naar het plan dat Donald Trump aan een tweede presidentschap hielp.
Net als Trump bezit Keijzer namelijk het uitzonderlijke talent haar kiezers liegend de waarheid te vertellen. En net als Trump ziet ook Keijzer zichzelf als de ideale leider van de vooralsnog stuurloze bende aan de rechterkant van de Kamer. En omdat zij vindt dat de almaar voortwoekerende rechtse versplintering hoognodig moet stoppen, besloot ze de zoveelste rechtse splinterpartij op te richten, wat niet alleen grappig is, maar ook bij voorbaat kansloos, aangezien zelfs pure gelukszoekers als Gidi Markuszower en Wybren van Haga zich weigeren aan te sluiten.
Vooralsnog wist Keijzer alleen voormalig BBB-minister van Onderwijs Gouke Moes te overtuigen, want haar Project 2029 des te fascinerender maakt, want voor de oprispingen die periodiek vanuit Goes’ onderbuik omlaag borrelen, hebben zelfs de beste Nederlandse artsen vooralsnog geen verklaring.
En dat brengt mij terug bij dat toilethokje uit het begin van deze column, waar op de wand dus een tekst stond die wat mij betreft de slogan zou moeten zijn van het enige Project 2029 waar Nederland daadwerkelijk van op zou knappen: denk niet aan Mona Keijzer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant