Naald en draad zijn de wapens die met name vrouwen inzetten als protestvorm, voor vrede en rechtvaardigheid in Gaza bijvoorbeeld of tegen de massale deportaties in de VS. Terwijl de media inzoomen op spierballenprotesten met tractoren, verdient dit handwerkactivisme veel meer aandacht.
Terugdenkend aan de boerenacties van vorige week zie ik een kloof tussen sommige manieren van demonstreren die gek genoeg voornamelijk mannelijk zijn en andere die typisch vrouwelijk schijnen te zijn. Het is duidelijk dat de overgrote meerderheid van de tractoren bezittende demonstranten (jonge) mannen zijn. Al meer dan een halve eeuw, sinds 1974, gebruiken boeren met enige regelmaat de trekker-op-de-snelweg als machtsmiddel: voor meer inkomen, tegen Brusselse inmenging en ander divers onwelgevallig landbouwbeleid.
En als intimidatiepoging, zoals bij de jongste Nederlandse variant waardoor politici, Openbaar Ministerie en politie zelf ook rollebollend over straat gaan, omdat niemand durft te handhaven. Succesvol dus? Nee, deze vorm van demonstratie op de snelweg is eendimensionaal en eindigt in een doodlopende weg, omdat iedereen het recht-van-de-sterkste-kunstje nu wel kent. Bovendien zijn er doden gevallen.
Ondanks de afkeer reageert ons land als een konijn voor de koplampen. De acties worden zonder uitzondering voorpaginanieuws en gesprek van de dag bij de koffieautomaten; we zijn gefascineerd door macht en buigen ervoor.
Over de auteur
Tineke Bennema is historicus en journalist en enthousiast borduurster.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Maar er speelt nog iets mee: dat typisch macho-element in deze vorm van protest en de aandacht ervoor, terwijl er juist zoveel verschillende vormen van protest zijn. Want wie heeft het bijvoorbeeld over Breien voor het Klimaat?
Over ‘Steken tegen geweld’, de oproep van Dolle Mina’s om op een bepaalde dag te gaan breien in het openbaar vervoer om te laten zien dat geweld tegen vrouwen een halt moet worden toegeroepen.
Of verder weg, over de Knitters against Fascists in de VS? Over het internationale verschijnsel van yarn bombs?
Over het geestige Tiny Pricks Project van de Amerikaanse Diana Weymar gestart nadat Trump over zichzelf had gezegd dat hij een ‘stable genius’ was?
Ze borduurde het citaat op een truttig oud zakdoekje en riep vrouwen over de hele wereld op hetzelfde te doen met de domste uitspraken van mannen met macht. Over vrouwen die zichzelf ‘craftivists’ noemen en bijvoorbeeld protesteren tegen immigratiepolitie ICE en hun ‘massavernietigingswapens’ inzetten voor een betere wereld, te weten de (brei-, haak- en borduur)naald en draad? Ze posteren zich op campingstoeltjes met hun handwerk en protestborden voor het kantoor van ICE en vergaren op sociale media een enorm publiek van voornamelijk vrouwelijke sympathisanten.
In het Verenigd Koninkrijk voeren vrouwen het blanket-protest uit: demonstreren met één immens deken, bestaande uit lapjes gehaakte vierkantjes; elk vierkantje staat voor de herdenking van een gedode Palestijn. ‘Stitch their names together’ is een Iers project onder leiding van Mary Evers, waar vrouwen gezamenlijk de namen en leeftijden van Palestijnen borduren. ‘Iedere draad wordt een levenslijn, die ons verbindt met het verleden en ons protest verankert in het heden.’
#wijhakenderodelijn startte met als doel de 4.444 kilometer van Leuven naar Palestina te overbruggen; de teller staat inmiddels op bijna 40 duizend kilometer (de omtrek van de aarde) en ze haken door tot de Internationale Dag van de Mensenrechten (deelnemers van 4 tot 99 jaar).
Het zijn uitermate subtiele show-don’t-tell-voorbeelden met groot uitdrukkingsvermogen, schoonheid, originaliteit en vaak humor, en met een trage, intensieve uitvoering. En hoofdzakelijk een vrouwenaangelegenheid. Is dat de reden dat handwerkprotesten onderbelicht zijn? Omdat ze mentaliteitsverandering en educatie voorstaan in plaats van disruptie? De protesterende vrouwen gebruiken om te shockeren en hun boodschap over te brengen het truttige imago van het kuise, als minderwaardig beschouwde ambacht van handwerk en verheffen het tot een verrassend protestmiddel dat ook nog kunstzinnig is. Ja, zij vinden het kunst, maar mannen slechts kunstnijverheid. Verf en kwast gaan kennelijk boven naald en draad.
Het mooie van craftivists is dat zij juist aan kunst iets toevoegen, het is geen l’art pour l’art, het heeft een boodschap, een collectieve, een uitnodiging om mee te doen en om na te denken. Dat is het voordeel van handwerk boven de tractor: het past in je tas, je neemt het overal mee naartoe en je valt niemand lastig om je punt te maken. Onbekend is dat dit een traditie is die voortborduurt op handwerkverzet, van bijvoorbeeld de Engelse suffragettes die banners naaiden en bourgeois parasols versierden om zo de onderdrukking van de vrouw op een nette manier aan de kaak te stellen en te parodiëren.
Dan vraag ik mij af waarom bijvoorbeeld de yarn bombs, de gezamenlijk gecreëerde inpakjas van voorwerpen in de openbare ruimte, zoals tegen oorlog (een tank in Dresden), nauwelijks aandacht krijgen, terwijl, als Christo zijn zoveelste kunst genoemde inpaktruc uithaalt, iedereen met open mond staat te kijken.
Ooit was handwerk kunst en seksloos: in de Middeleeuwen maakten vooral mannengilden gobelins, ze werkten op weefgetouwen voor kerken en kastelen. Nadat handwerk steeds meer werd geïndustrialiseerd, bleef er niet meer veel over dan een kuis werkje voor de aristocratische vrouw, die met gebogen hoofd, neergeslagen ogen, gedwee in een hoekje zat te prutsen.
Toch wint handwerken met name sinds corona enorm aan populariteit. Vrouwen zoeken elkaar online op voor scholing en communities, voor decoratie en voor activisme. Wie zich in de wereld van handwerkprotest verdiept, vindt juist hoe rijk zij is. Alleen, waar blijven de mannen? Het werk zit nog steeds in een verdomhoekje. Een zoontje van een kennis borduurde schattige computerfiguurtjes, maar is er abrupt mee gestopt toen hij naar de middelbare school ging, uit schaamte voor dit meisjesgefröbel.
Als het klimaat er niet onder had geleden en er geen doden waren gevallen bij het boerenprotest, zou je toch eigenlijk hartelijk moeten lachen om de vertoning van meer dan vijftig jaar lang telkens diezelfde gespierde, fantasieloze voorstelling. De mogelijkheden van protest van vrouwen met handwerk zijn daarentegen eindeloos, intrigerend, verrassend, uitnodigend en geestig, en overtuigen doordat ze een lust voor het oog en de geest zijn. Ze passen in een lange traditie van vrouwelijke vindingrijkheid die mannen te slim af is. Denk aan Ariadne die haar geliefde een bol wol meegaf in het labyrint en zo de terugtocht vergemakkelijkte en Penelope natuurlijk, die ’s nachts haar weefwerk uithaalde (en de mannen merkten dat niet op?).
Ik pleit daarom voor meer aandacht voor handwerkactivisme in de openbare ruimte en minder voor spierballenprotesten. Politici, mannelijke verslaggevers, mensen bij de koffieautomaat, zoek eens de vrouwen op die deze trage, schone kunst met veel toewijding maken voor een betere wereld. En mannen, sluit je aan, jullie konden het in het verleden, jullie kunnen het nu. Aan de boer heb ik één advies: richt een andersoortige club op. Ga boerduurzamen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant