Waarschuwingsbrieven voor individuele journalisten, hoge boetes voor omroepen en krantenuitgevers. De Inspectie treedt momenteel hard op tegen journalistieke producties over obesitasmedicijnen die ‘te reclame-achtig’ zouden zijn. Een terechte tik op de vingers of een aanval op de persvrijheid?
Tonie Mudde is chef van de wetenschapsredactie, Aimée Kiene is cultuur- en mediaverslaggever.
Die boze stem in haar hoofd: waarom lukt het je nou niet om af te vallen? Al 35 jaar worstelde journalist Antoinnette Scheulderman met het kunnen genieten van eten en toch op gewicht blijven. Duizenden euro’s gaf ze uit aan dieetclubs, niks hielp blijvend. Tot haar huisarts een geneesmiddel voorschrijft dat de afgelopen jaren een nieuw hoofdstuk heeft ingeluid in de strijd tegen overgewicht. In het item wordt het middel met naam genoemd. In dit artikel houden we het om juridische redenen bij middel O., waarover later meer.
In drie maanden tijd viel Scheulderman 10 kilo af. ‘Dat zijn tien pakken melk die je niet elke dag met je meedraagt’, vertelde ze bij de talkshow van Eva Jinek in mei 2025. Ze voelt zich lichter, fitter, beter. En ook in haar hoofd is het rustig geworden, vertelt ze. Het stemmetje in haar hoofd dat door Oprah Winfrey ‘food noise’ wordt genoemd is verdwenen.
Na afloop van de uitzending wordt Scheulderman bedolven onder reacties. Het onderwerp leeft enorm: meer dan de helft van de Nederlandse volwassenen heeft overgewicht. 57 procent heeft volgens het CBS een poging gedaan om af te vallen. Meestal lukt dit niet, blijkt uit diverse wetenschappelijke studies: mensen jojo-en weer terug naar hun oude gewicht of worden zelfs zwaarder.
Kijkers herkennen zich in Scheuldermans verhaal en waarderen dat ze zo open praat over haar strijd tegen de kilo’s en haar ervaringen met het geneesmiddel.
Maar in Utrecht, op het kantoor van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, valt het talkshowitem minder in de smaak. Een senior inspecteur laat Scheulderman per brief weten dat ze de geneesmiddelenwet heeft overtreden. De inspecteur citeert een aantal uitspraken die de journaliste deed op televisie.
‘Ik wil niet teveel een O.-evangelie gaan prediken hier, maar ik vind het echt een wondermiddel.’
‘Het is ongelofelijk’ [over het effect van O.]
‘Mensen die erover twijfelen: als je je het kan permitteren of je arts stelt het voor, doe het. Ik ben er echt ontzettend blij mee.’
Met die uitspraken zou Scheulderman, in de ogen van de Inspectie, reclame hebben gemaakt voor het bewuste geneesmiddel. En dat is verboden volgens de geneesmiddelenwet. De Inspectie schrijft: ‘Bij herhaalde constatering door de Inspectie van de overtreding binnen twee jaar na de verzenddatum van deze schriftelijke waarschuwing, kan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een bestuurlijke boete opleggen.’
Scheulderman is ‘verbijsterd’ en belt met de Inspectie om uit te leggen dat ze een onafhankelijk journalist is, geen enkele financiële relatie met een fabrikant van afslankmedicijnen heeft, en dat hetzelfde geldt voor de talkshow van Eva Jinek. ‘Ik was van plan een boek te maken over afslankmedicijnen, maar na dat gesprek werd me wel duidelijk dat ik dan een groot risico liep op enorme boetes als ik positief zou schrijven over mijn ervaringen of die van andere gebruikers. Geen boek dus.’
De hoofdredacteur van Jinek, Marnix van Egmond, krijgt ook een brief over het item. Geen waarschuwing, maar een boete voor de AvroTros van 51 duizend euro. ‘Ik had nog nooit van deze instantie gehoord’, zegt Van Egmond. ‘Bij televisie houden we rekening met het Commissariaat voor de Media, die gaat over sluikreclame. Daarom hield ik bewust geen logo’s in beeld en noemde geen merknamen in de titel. ‘Afslank wondermiddel?’ stond er op het scherm, met een vraagteken. Bovendien zorgde een dokter aan tafel voor medische duiding.’
Die dokter, Arianne van Bon, internist in het Rijnstate-ziekenhuis, beaamt in de talkshow na een vraag van Eva Jinek dat er sprake is van een medische revolutie, maar benadrukt ook dat leefstijl het belangrijkste is. Dat je dit soort middelen alleen onder deskundige begeleiding moet gebruiken en dat er mogelijke bijwerkingen zijn zoals spierverlies. Van Egmond: ‘Zo geef je het onderwerp context, zoals het hoort in de journalistiek. Natuurlijk kun je dan nog discussiëren of het item in balans was, maar waarschuwingsbrieven en boetes? Dat gaat me te ver en ervaar ik als enorm beknottend.’
AvroTros haalde het item offline, uit vrees voor verdere boetes. De omroep is niet de enige die post kreeg van de Inspectie. Van het tijdschrift Flair tot het Algemeen Dagblad, van de Volkskrant tot NRC: allemaal moesten ze vele tienduizenden euro’s aan boetes betalen voor publicaties over medicijnen als O., W., en M die artsen kunnen voorschrijven bij ernstig overgewicht. Bij de Volkskrant en NRC vielen de boetes op artikelen in de wetenschapsbijlage. Het gaat om publicaties naar aanleiding van nieuwe studies in wetenschappelijke tijdschriften, waarbij de journalisten en niet bij de nieuwe studies betrokken onderzoekers nuances plaatsen en onzekerheden benoemen.
‘Het artikel dat bij ons is beboet is een schoolvoorbeeld van kritische en evenwichtige journalistiek’, zegt Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant. ‘Als dit wordt beboet, dan wordt het moeilijk om überhaupt over belangrijke ontwikkelingen op het gebied van geneesmiddelen te schrijven.’
‘Rapporteren over de effectiviteit van geneesmiddelen vind ik een kerntaak voor de wetenschapsjournalistiek’, zegt Lucas Brouwers, adjunct-hoofdredacteur bij NRC. ‘Het is echt heel belangrijk dat wij daar als media verslag van kunnen doen.’
Twee artikelen van NRC overtreden volgens de Inspectie de regels, onder meer wegens het noemen van drie merknamen van medicijnen en het verwijzen naar ‘wervende uitspraken van artsen en naar positieve uitkomsten uit wetenschappelijke onderzoeken’. De Inspectie licht er één zin uit: ‘En wat nooit eerder is gezien: er was niemand bij wie de behandeling géén effect had.’ Het zou daardoor volgens de inspectie bij de lezer een geneesmiddel kunnen lijken ‘dat bij iedereen werkt en effectiever is dan de andere al bekende middelen’.
Brouwers: ‘Die zin verwijst expliciet naar de studie, waar we ook naar linken. Sinds wanneer mogen we wetenschappelijke studies niet meer citeren en in context plaatsen?’
Ook Thomas Bruning, algemeen secretaris van journalistenvakbond NVJ, hekelt de boetes. ‘Dit is een aanval op de persvrijheid. Dergelijke hoge en onterechte boetes zorgen voor zelfcensuur bij integere journalisten, die op basis van gedegen onderzoek proberen zo goed mogelijk het publiek te informeren. De Inspectie zou zich moeten richten op desinformatie en misstanden die op social media via AI verspreid worden, in plaats van te jagen op journalisten.’
Het eerste grote conflict tussen journalisten en de inspectie over obesitasmedicijnen laaide op bij de documentaire De afvalprik: een schande of een zegen? van omroep Powned uit mei 2024.
Presentator Filemon Wesselink spoot zichzelf in met het diabetesmiddel om de effecten te tonen op zijn postuur. Ook onthulden de makers met de verborgen camera hoe makkelijk sommige klinieken het voorschreven aan mensen die daarvoor niet in aanmerking kwamen. Toen de trailer van de documentaire online verscheen, kregen de makers tot hun verbazing direct een brief van de Inspectie.
Wesselink: ‘De Inspectie kwam af op de promo’s die we voor ons programma hadden gemaakt en wilde met ons in gesprek.’ Uit dat gesprek maakten de makers van Powned op dat hun een boete van minimaal 150 duizend euro boven het hoofd hing. ‘Een gigantisch bedrag voor ons als kleine omroep. De Inspectie wilde de reportage niet van tevoren zien en wilde ons ook niet vertellen wat dan illegaal is en wat wel geoorloofd is, dat maakte het heel bedreigend.’
Uiteindelijk verscheen de documentaire wél, voorafgegaan door een disclaimer dat de medicijnen bijwerkingen hebben en alleen onder begeleiding van een arts dienen te worden ingenomen. De merknaam werd weggepiept en ook hielden de makers met een plaatje van een paarse opblaaskrokodil delen van het beeld uit zicht die mogelijk verboden waren, zoals merknamen en injectiepennen.
Ook het programma Kassa maakte items over websites waar mensen makkelijk obesitasmedicijnen kunnen bestellen, zonder dat de Nederlandse arts die het middel voorschrijft de patiënt überhaupt heeft gezien. De journalisten onthulden mei dit jaar dat dit soort afslanksites adverteren voor de bewuste middelen terwijl dit in strijd is met de Geneesmiddelenwet, die reclame verbiedt voor geneesmiddelen die alleen op recept verkrijgbaar zijn bij een arts. De Inspectie kondigde een onderzoek aan naar de websites, maar wil niet zeggen wat daar de status van is.
Terwijl de bewuste afslankwebsites die Kassa met naam noemt nog in de lucht zijn, ontdekken steeds meer journalisten dat de Inspectie zich niet alleen richt op dubieuze webwinkels. Ook media zélf zijn in het vizier van de inspectie, omdat ze ongeoorloofde reclame zouden maken voor medicijnen.
Maar wat is dan precies reclame voor een geneesmiddel? Volgens de geneesmiddelenwet is dat ‘elke vorm van beïnvloeding met het kennelijk doel het voorschrijven, ter hand stellen of gebruiken van een geneesmiddel te bevorderen, dan wel het geven van de opdracht daartoe’.
Redacties redeneren: ons doel is het publiek betrouwbaar informeren, wij zijn onafhankelijk en hebben er geen belang bij om mensen te beïnvloeden of een bepaald middel te laten gebruiken. Journalisten verwijzen bovendien naar de persvrijheid die is verankerd in de grondwet: ‘De overheid mag zich in Nederland niet bemoeien met wat mensen zeggen of schrijven (persvrijheid). Iedereen mag zeggen en schrijven wat hij wil. Zolang het niet in strijd is met de wet.’
Dat ‘zolang het niet in strijd is met de wet’ geldt echter niet alleen voor zaken als discriminatie of smaad, maar óók voor een verbod op reclame voor receptgeneesmiddelen. En dat telt zwaar, zegt Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit die op verzoek van de Volkskrant naar een aantal beboete casussen keek, waaronder de uitzending van Jinek en de artikelen in de wetenschapsbijlagen van NRC en de Volkskrant.
Stuk voor stuk een overtreding van de geneesmiddelenwet, aldus de hoogleraar. ‘De intentie van de journalisten doet er niet toe voor de Inspectie. Die let puur op hoe de publicatie kan overkomen bij mensen, of ze daardoor eerder geneigd kunnen zijn die middelen te gaan gebruiken.’
De geneesmiddelenwet waar media nu mee geconfronteerd worden bestaat al vele jaren, ook in Europees verband. Bij een rondgang langs hoofdredacties blijkt dat de krant Metro al in 2024 werd beboet voor een artikel uit 2022 over een middel tegen kaalheid. De kop: ‘Artsen vinden wondermiddel tegen kaalheid. En het kost niks’. Toch lijkt de handhaving nu plots flink opgeschroefd, signaleren redacties. Journalisten die al meer dan vijftien jaar over medische onderwerpen schrijven, zeggen tot voor kort nog nooit waarschuwingen of boetes te hebben gekregen voor hun werk.
De opmars van middelen zoals O., W., en M. speelt daarbij een hoofdrol, zegt hoogleraar Buijsen. ‘De druk om die middelen niet alleen voor medische maar ook voor cosmetische doeleinden te gebruiken is enorm toegenomen, net als het aantal dubieuze aanbieders, terwijl de langetermijneffecten nog onzeker zijn. Dus ik snap dat de Inspectie behalve op die aanbieders ook op uitingen in de media let. Vrijheid van meningsuiting kent grenzen, zeker wanneer de volksgezondheid in gevaar is.’
De Inspectie schrijft in een reactie de afgelopen jaren meerdere boetes opgelegd te hebben voor publieksreclame voor geneesmiddelen, onder andere aan media. 4 in 2023, 10 in 2024, 6 in 2025. De inspectie gaat daarbij aan de slag op basis van eigen waarneming en meldingen die iedereen kan doen als ze een overtreding menen te bespeuren.
De pers heeft volgens de Inspectie ‘een hogere graad van rechtsbescherming vanwege de persvrijheid, media mogen daarom over bepaalde onderwerpen onderzoek doen of publiceren. Maar nog steeds geldt dat er daarbij geen publieksreclame mag worden gemaakt voor medicijnen die alleen op recept verkrijgbaar zijn.’
De Inspectie wijst erop dat ze voorlichting hebben gegeven, bijvoorbeeld aan influencers. De woordvoerder wil niet zeggen of deze groep, die vaak een direct financieel belang heeft om een middel aan te prijzen, ook boetes heeft gekregen. Op de vraag hoe de Inspectie handhaaft bij buitenlandse influencers op socialemediaplatforms volgt alleen een algemeen: ‘Wij kunnen optreden tegen iedereen die in Nederland de geneesmiddelenwet overtreedt.’
Voor de Nederlandse pers gaf de Inspectie vorig jaar een presentatie aan omroepjuristen ‘om meer bekendheid te geven aan het verbod op publieksreclame voor geneesmiddelen’. Ook kwam er op verzoek van het Genootschap van Hoofdredacteuren een gesprek waarin de Inspectie hun zorgen kenbaar maakte over reclame-uitingen ‘die bewust of onbewust worden gedaan’.
Kamran Ullah, hoofdredacteur van de Telegraaf was daarbij aanwezig. Hij noemt het gesprek met de Inspectie achteraf ‘ontluisterend’. Ullah: ‘We kregen de ruimte om onze standpunten naar voren te brengen, maar er leek geen enkel begrip voor hoe journalistiek werkt. Wij hebben een andere taak dan een reclamebureau of een farmaceut. Wij moeten proberen mensen te informeren.’
Het Hoofd Bureau Opsporing & Boetes schrijft in een brief aan DPG Media bij de hoogte van de voorgenomen boete rekening te houden met het feit dat het hier om journalistieke producties gaat. Aan bedrijven met een vergelijkbaar aantal werknemers zou de inspectie een boete van 360 duizend euro geven, nu wordt dat ‘gematigd’ tot 72 duizend euro voor twee artikelen in het AD en één in de Volkskrant. Na bezwaar van DPG Media is de boete uiteindelijk vastgesteld op 51 duizend euro. De Inspectie waarschuwt ‘dat dit niet betekent dat in de toekomst boetebedragen op dezelfde manier worden gematigd’.
Het gaat om grote bedragen voor een krant als de Volkskrant, zegt hoofdredacteur Klok. ‘Voor dat geld kunnen we ook een onderzoeksjournalist in dienst nemen.’
De Inspectie schrijft in een schriftelijke reactie niet aan te kunnen geven waar de grens tussen een informatief artikel en reclame precies ligt, dat is volgens hen ‘maatwerk’. ‘Wij kijken onder andere naar context, het noemen van voor- en nadelen (zoals bijwerkingen) van een product en de combinatie van beeld en tekst. Voor het verschil tussen reclame en informatie is het aanprijzende karakter van een uiting doorslaggevend. Volgens de Geneesmiddelenwet maakt iemand bij het doen van uitingen over een geneesmiddel in de praktijk al snel reclame.’
Als lezers of kijkers bij een journalistieke productie kunnen denken ‘dit middel wil ik hebben’, dan lopen journalisten al risico op een bekeuring, blijkt ook uit een uitspraak van de rechter waarbij DPG Media bezwaar maakte tegen een boete voor publicaties in Flair en de Stentor. De rechter concludeert: ‘De vermelding in het artikel dat O. een ‘omstreden afvalmiddel’ is, dat het oorspronkelijk is ontwikkeld voor diabetes en dat één van de gebruikers last had van bijwerkingen, zoals misselijkheid, diarree en haaruitval, doen aan het lovende karakter van het artikel nauwelijks af en maakt in ieder geval niet dat sprake is van een zuiver informatief artikel.’
DPG Media gaat in hoger beroep bij de Raad van State, er is in de ogen van het mediabedrijf bij die interpretatie van de wet geen oog voor de persvrijheid.
Mediajurist en advocaat van DPG Media Jens van den Brink: ‘Doordat de rechter vindt dat zelfs sprake is van reclame als een artikel het effect kán hebben dat de lezer denkt: dat wil ik hebben, kunnen media eigenlijk niet meer over geneesmiddelenonderzoek berichten. Een nieuw kankermedicijn dat aanslaat volgens wetenschappers: daar kunnen journalisten nu niet meer vrij over publiceren. Dat is onacceptabel in een vrije samenleving.’
Ondertussen heerst op redacties grote onzekerheid over wat nu wel en niet mag bij het schrijven over geneesmiddelen. Is het sowieso verboden om merknamen te noemen? Als gebruikers, artsen of wetenschappers positief zijn over een bepaald nieuw medicijn, kunnen die dan nog wel geciteerd worden? Is het woord ‘afslankmedicatie’ al een bekeuring waard, omdat daarin de suggestie kan zitten dat het voor iedereen interessant is die wat kilo’s kwijt wil? Is twee zinnen met bijwerkingen uit een bijsluiter citeren voldoende? Drie?
Van den Brink: ‘Zoals de wet nu door de bestuursrechter is geïnterpreteerd, zouden we bij elk artikel alle bijwerkingen uit de samenvatting van de bijsluiter moeten afdrukken. Dat zijn vier A4-tjes vol tabellen en medisch jargon.’
Het genootschap van hoofdredacteuren verstuurde dinsdag een brief aan minister Sophie Hermans, met een verzoek voor spoedig overleg. ‘Wij zouden graag beter inzicht krijgen in de interpretatie en toepassing van de geldende regelgeving door de IGJ en bespreken welke andere mogelijkheden er zijn om boetes te voorkomen zonder dat de persvrijheid verder in het geding is. Er is een gedeeld maatschappelijk belang bij heldere kaders.’
Ook hoogleraar gezondheidsrecht Buijsen vindt dat journalisten nu van de Inspectie erg weinig houvast krijgen. ‘Ik kan me goed voorstellen dat journalisten zich afvragen: wat mag wel? Dat is vanuit het punt van rechtszekerheid en willekeur onwenselijk.’
Mediahistoricus Huub Wijfjes ziet deze kwestie als een heel concreet voorbeeld van een langlopend debat over de verschillende vormen van informatievoorziening. Wijfjes: ‘In de Geneesmiddelenwet maken ze onderscheid tussen reclame aan de ene kant en voorlichting of informatievoorziening aan de andere kant. De journalistiek valt daar buiten, die wordt niet eens genoemd. Dat vind ik onterecht en ook absurd, dat je geen onderscheid maakt tussen de verschillende vormen van informatievoorziening die een samenleving heeft.’
De journalistiek heeft een nadrukkelijke functie om dingen in de maatschappij kritisch te volgen, in het belang van het publiek, zegt Wijfjes. ‘Dat geldt ook voor dit geneesmiddel, artsen worden belaagd om het voor te schrijven, dus het is maatschappelijk relevant om het publiek eerlijk en betrouwbaar voor te lichten over wat er gaande is over zo’n geneesmiddel. Ook als je daarbij de positieve werking belicht. En dat is echt fundamenteel anders dan reclame maken.’
Het is daarom volgens Wijfjes van het grootste belang dat de journalistieke beroepsgroep probeert op het hoogste niveau een principiële uitspraak te krijgen in deze discussie. ‘Uiteindelijk zou de geneesmiddelenwet aangepast moeten worden, want dit heeft een verlammend effect op de journalistiek.’
Bovendien roept het de vraag op waar de nieuwsconsument zijn informatie over geneesmiddelen vandaan moet halen als journalisten hiervoor terugdeinzen uit angst voor hoge boetes. Kunnen die dan straks alleen terecht bij buitenlandse influencers en tiktokkers? Wijfjes: ‘Dan stuit je op het breukvlak van de gevestigde journalistiek en de nieuwe sociale media. Het verschil daartussen wordt voor veel mensen steeds kleiner of bestaat zelfs niet eens meer. En dan ben je, zogezegd, aan de honden overgeleverd.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant