Home

‘Ik gebruik horror om me van mijn eigen schaamte te bevrijden’

In horrorkomedie ‘Teenage Sex and Death at Camp Miasma’ komt veel aan bod. In elk geval wil filmmaker Jane Schoenbrun de toeschouwer iets vertellen over hoe in de filmgeschiedenis is omgegaan met trans personages en hoe dat mensen in de weg kan zitten.

schrijft voor de Volkskrant over film.

Filmen is voor Jane Schoenbrun een middel om episoden uit een turbulent leven vast te leggen. Een vorm van veredeld dagboekschrijven, zou je kunnen zeggen. In het nu nog beknopte oeuvre van drie wonderlijke, eigengereide films bestaan in ieder geval periodes voor én na de transitie van de 39-jarige Amerikaanse regisseur en scenarist.

De non-binaire Schoenbrun vergaarde sinds het begin van de jaren tien cultstatus in het internationale festivalcircuit door de verschillende perioden rond die levensveranderende ingreep te vatten in surrealistische, David Lynch-achtige schaduwwerelden.

Films van Schoenbrun laten zich kijken als fraaie, nooit concreet vast te pinnen interpretaties van een, in eigen woorden, ‘waanzinnige, realiteitsvervormende tijd’.

Met egodocumenten hebben ze niets te maken – en de liefhebbers van de betere eigenzinnige film weten Schoenbrun te vinden. ‘Zonder twijfel de origineelste stem in de filmwereld van dit decennium’, schreef Taxi Driver-scenarist Paul Schrader op filmplatform Letterboxd. Steractrice Emma Stone bood zich aan als producent. Martin Scorsese bleek fan van de ‘emotionele en psychologische kracht’ in Schoenbruns werk.

Seksistische horrorreeks

Afgelopen lente beleefde de filmmaker een nieuwe, grootschaligere doorbraak. Film nummer drie, het spraakmakend getitelde Teenage Sex and Death at Camp Miasma, opende op het filmfestival van Cannes het Un Certain Regard-programma, de festivaltak bedoeld voor de meer uitdagende cinema. In de recensies was er lof voor de ‘ziel’ en het ‘lef’ van Schoenbruns satire op de Amerikaanse filmwereld, op de heersende remakeverslaving en de fascinatie voor bloederige genrefilms.

De film begint simpel. Een feministische filmregisseur probeert een nieuwe versie te maken van een inmiddels als transfoob en seksistisch afgeserveerde fictieve horrorfilmreeks. Daarvoor hoopt deze Kris (gespeeld door Hannah Einbinder, winnaar van een Emmy Award en genomineerd voor een Golden Globe voor haar hoofdrol in de komische serie Hacks) de inmiddels geïsoleerd levende actrice uit de oorspronkelijke films te strikken.

Die actrice wordt vertolkt door Gillian Anderson, sinds de jaren negentig bekend als de sceptische FBI-agent Dana Scully in The X-Files. Er volgt een aftastend, intelligent, gaandeweg nauwelijks na te vertellen en uiteindelijk uitbundig bloederig acteerduet, waarin het hatelijke seksisme van vroeger transformeert tot een moderne, empathische zoektocht naar vrouwelijk genot.

Op de laatste dag van het festival in Cannes werd Camp Miasma bekroond met de Queer Palm.

Met dank aan Gillian Anderson

Mooi toeval: als 8-jarige schreef Schoenbrun op The X-Files gebaseerde fanfictie. ‘Mijn eerste ontmoeting met Gillian was surrealistisch’, zegt de filmmaker in Cannes. ‘Alsof ik iemand ontmoette van lang geleden, uit mijn kindertijd, wat in zekere zin ook zo was. Maar ik leerde haar snel kennen.’ Lachend: ‘Ze bleek een serieus acteur en niet Dana Scully.’

Schoenbrun stelt niet dat de film zonder Anderson niet gemaakt had kunnen worden, maar dacht tijdens het schrijven wel meermaals aan de actrice. ‘Ik heb veel lesbische vrienden die me vertelden dat ze ooit dankzij Gillian ontdekten dat ze op vrouwen vallen.’

Eerst nog even over het veredelde dagboekschrijven. In Schoenbruns speelfilmdebuut We’re All Going to the World’s Fair (2021) doet een eenzaam meisje van achter haar computer in haar slaapkamer mee aan een reeks onlinechallenges, in de veronderstelling dat ze hierdoor zichzelf van binnenuit kan veranderen.

Hoe griezelig en bevreemdend die eenzame, aan het scherm gekluisterde nachten ook zijn, Schoenbrun schetst het internet hier ook liefdevol als ogenschijnlijk veilige plek om te experimenteren met identiteit: ‘Ik was als tiener ook zo. Ik dwaalde op fora en vond daar nieuwe werelden. Het was de piek van mijn fanfictietijdperk.’

Liefde voor genrefilms

Schoenbruns tweede film, I Saw the TV Glow (2024), waarin twee tieners zich volledig verliezen in de bovennatuurlijke tv-serie waarvoor ze een obsessieve liefde koesteren, draaide de filmmaker ongeveer een jaar na het begin van hormoontherapie. ‘In TV Glow kon ik mijn nerd-achtige liefde voor genrefilms kwijt. Daarin is van oudsher altijd ruimte voor verhalen over buitenstaanders. Die voorliefde heeft altijd zij aan zij gestaan met mijn gevoel van anders zijn.’

In I Saw the TV Glow wordt verbeeld hoe je van je eigen anders-zijn kunt leren houden, hoe onmogelijk dat gedurende de eerste pogingen ook kan lijken. ‘Die film gaat over het overweldigende gevoel om op een plek te belanden waar je jezelf kunt worden. Dat was op dat moment niet per se een prettige plek. Die hormoontherapie voelde als hevig medicijngebruik waarbij eerst de nare bijwerkingen de kop op steken – de werkelijkheid voelde vreemd, onvast. De goede effecten kwamen later pas.’

Camp Miasma is zodoende de eerste film ná de transitie. ‘Een film die ontstond vanuit het gevoel dat het goede de overhand heeft gekregen. Een gevoel van bevrijding, vooral.’

Die bevrijding heeft alles te maken met een ambigue liefde voor het horrorgenre. Schoenbrun groeide als kind naar eigen zeggen op voor de tv en in de videotheek, waar de horrorafdeling de grootste aantrekkingskracht uitoefende. ‘Het voelde als verboden terrein. Dan hield je zo’n hoes van een video in je handen en wist je: ik ben hier te jong voor en ik kan hier beter niet naar kijken, maar ik ga het tóch lekker doen.’

Wat later, rond de brugklastijd, was Schoenbrun in het bezit van zo’n goedkope jarennegentigcamcorder waarmee met vrienden thuis slasherfilms werden nagespeeld. Eigen slashers dus, van het foutste soort. ‘Ik heb er eentje bewaard, maar die zal nóóit het daglicht zien.’

Onderdeel van een ritueel

Schoenbrun ontdekte in de loop der jaren dat het horrorgenre bestaat uit twee vrij ver van elkaar verwijderde zuilen. De ene bestaat uit gewichtige, serieuze films die je echt helemaal van je stuk brengen, denk aan The Exorcist.

In de andere zuil staat bloedvergieten gelijk aan opgetogen amusement, zie Friday the 13th en al die andere films uit het slasher-subgenre, waarin een gemaskerde maniak betrekkelijk onnozele tieners afslacht – behalve één: de maagdelijke final girl mag blijven leven. Seks wordt in deze films genadeloos afgestraft. Dit is het type film dat de filmmaker in Camp Miasma opnieuw probeert te maken.

Schoenbrun: ‘Die films hebben óók gevoel voor humor. Ze proberen je vaak niet eens écht bang te maken. Ze waren onderdeel van een ritueel dat ik met vrienden beleefde: samen op vrijdagavond voor de tv met een berg snoep en dan zo hard mogelijk joelen bij de meest uitzinnige sterfscènes.’

Later volgde een evaluatie van het kijkplezier. Een interessante casestudy werd Sleepaway Camp uit 1983, waarin de vrouwelijke dader een jongen blijkt te zijn, tot grote schrik van de overlevenden: ‘O God, ze is een jongen!’ Het enige trans personage in de film werd niet alleen neergezet als de ‘ander’, maar bleek ook nog een moordzuchtige gek.

Trans monster als genrecliché

‘Ik denk dat ik altijd wel voelde dat er iets naars en hatelijks onder het oppervlak van die films verborgen zat. Wat ik toen nog niet wist, was hoezeer die slashers zich lieten inspireren door de porno- en exploitatiefilms uit die tijd. Je kunt zien dat de makers ervan echt genieten van het geweld tegen vrouwenlichamen. Tegenwoordig heb ik na de aftiteling van zo’n film echt een douche nodig.’

In de loop der jaren ontdekte Schoenbrun hoe het trans monster in horrorfilms een genrecliché is. Zie hoe Norman Bates in de slotscène van Alfred Hitchcocks Psycho (1960) wordt ontmaskerd als psychopaat die zich tijdens het moorden verkleedt als zijn moeder. Zie hoe de maniakale seriemoordenaar Buffalo Bill in The Silence of the Lambs (1991) een van zijn slachtoffers uithongert in een put in de grond terwijl hij, zijn piemel weggestopt tussen zijn benen, een feminiene dans opvoert.

Vooral de invloed van Psycho was groot op ‘onze 20ste-eeuwse angst voor seks en gender’, stelt Schoenbrun. De scène waarin het personage van Janet Leigh onder de douche wordt doodgestoken door Bates, van wie alleen het silhouet op het douchegordijn zichtbaar is, geldt als klassiek, iconisch en inmiddels ook als problematisch. ‘We zien aan de ene kant van het gordijn een man met een mes, aan de andere kant een vrouw die naakt en weerloos onder de douche staat, duidelijk gefilmd als object van verlangen.’

Dit zijn archetypische personages die sindsdien ontzettend vaak zijn herschapen, wil Schoenbrun maar zeggen. Het discours over die scène keert niet voor niets op geestige wijze terug in Camp Miasma. Zonder de kwaliteiten van Hitchcock geweld aan te doen: ‘Hij mengde in die scène seks met de dood, verlangen met horror. Het was uniek – en niet voor niets onvergetelijk voor iedereen die ’m zag.

‘Toen ik opgroeide in de jaren negentig voelde ik mij vreemd en anders, maar ik zag mezelf niet als trans. Nu denk ik dat dit komt door die negatieve associaties in al die films. Het waren monsters, moordenaars.’

Het monster schaamte

Tijdens de herinterpretatie van de slasherfilm in Camp Miasma moest het grote kwaad dus elders worden gevonden. ‘De grote boosdoener is eigenlijk de schaamte die door onze mainstreamcultuur wordt opgelegd. Schaamte voor het anders zijn.’

En schaamte kan natuurlijk ook een monster zijn. ‘Zo gebruikte ik het genre uiteindelijk voor mijn eigen doeleinden, om me van mijn schaamte te bevrijden. Ik probeer het fundament van het genre opnieuw te leggen. Te bouwen aan iets waardoor ik me niet waardeloos hoef te voelen.’

Het resultaat omschrijft Schoenbrun als een film ‘over het vreemde, mooie en tedere proces’ van verlate lichamelijke volwassenwording: ‘Wat de meeste mensen in hun tienerjaren meemaken, ervoer ik pas als dertiger.’

Seks wordt in Schoenbruns universum niet afgestraft, maar als het even kan zelfs voorzien van een orgasme: de zoektocht naar seksueel genot loopt in ieder geval als een rode draad door de film. ‘Mijn seksualiteit en identiteit voelen nu als héél erg van mij, juist omdat ze in al die voorgaande jaren als het tegenovergestelde van mij voelden. Camp Miasma is een uiting van vreugde.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next