Muziekfestival Lowlands ging van hard en tegendraads naar soms wat te veilig en gemakzuchtig. Volgens popredacteuren Robert van Gijssel (58) en Els de Grefte (28) mag het weer wat avontuurlijker. De voortekenen voor de editie van 2026 zijn gunstig.
Eerste gedachte die door mijn hoofd schoot, toen ik in 1993 het Lowlandsterrein opliep? Alles wordt anders. En dat wist ik al bij een eerste aanblik. Op die eerste editie.
Er stond niet één reusachtig hoofdpodium, zoals we dat gewend waren op Pinkpop, Parkpop of het Belgische Torhout-Werchter – in die tijd de gangbare festivals. Nee, de eerste Lowlands bestond uit welgeteld twee tenten, met weinig fantasierijke namen: Grote Podiumtent en Kleine Podiumtent. Daar moesten we het mee doen.
Maar wat we ín die tenten aantroffen, ging alle festivalgrenzen te buiten. Niet de grootste namen uit de hitlijsten of het rijke rockverleden – zoals op die gangbare festivals – maar keiharde, dwarse muziek uit de onderbuik van de pop. Een gemene herrieband als The Jesus Lizard op het grootste podium, gevolgd door de punk en hardcore van Bad Brains: waar hadden we dit ineens aan verdiend?
Lowlands zat boven op de tijdgeest; dat werd in de jaren na die toch wel legendarische eerste editie nog duidelijker. De hardere, alternatieve noise, rock en vooral grunge waren ontploft in de vroege jaren negentig. Dus hoorden we Primus en Smashing Pumpkins, Tool, The Breeders en The Afghan Whigs. Maar ook de tegendraadse deathmetal van Gorefest en de punkmetal van Life of Agony.
Zag je op de grote festivals simpelweg de grootste artiesten uit het aanbod, aangevuld met wat kleinere namen, op Lowlands was het alsof het landelijke, kleinere poppodiumcircuit boven het festivalterrein bij Biddinghuizen werd leeggeschud.
En het publiek kon op onderzoek uit, op zoek naar kleine namen en ontdekkingen uit de underground, dingen die je niet eerder had gehoord. Eigenlijk wat je altijd zou willen op een festival.
Lowlands durfde het in die eerste jaren aan om naast al die grunge, noise en metal doodleuk dance te programmeren. ‘House’, zoals de grungers het destijds liefst wat laatdunkend noemden: een fenomeen dat zich ver buiten het zicht van de rockliefhebbers afspeelde. Lowlands voedde het publiek op, en bewees dat de dance van Quazar, Underworld, The Prodigy, Orbital en The Chemical Brothers live net zo’n klap kon uitdelen als Soundgarden of Mudhoney.
Misschien gingen we, poppers en publiek, Lowlands daarom zo belangrijk vinden. Al in dat eerste decennium werd het uitgeroepen tot het voornaamste festival van Nederland. Wilde je weten wat er gebeurde in de popmuziek, waar de trends te vinden waren, wat de pop te wachten stond? Dan moest je op Lowlands zijn.
In Biddinghuizen kon je betoverd worden door een totaal onbekende Jeff Buckley, die in de kleinste podiumtent (Charlie) zong voor een doodstil publiek van een man of driehonderd. Je ontdekte er de donkere triphop van Tricky en de zangerige kunstrock van Radiohead, nog vóór hun doorbraakalbum OK Computer.
En nog gewaagder: Lowlands liet klassieke grootheden als Philip Glass en Steve Reich spelen in de grotere festivaltenten, voor een tot tranen geroerd publiek.
Lowlands volgde daarna ook de maatschappelijke ontwikkelingen op de voet, vooral omdat de voormalige directeur Eric van Eerdenburg vond dat een festival meer mocht zijn dan muziek en entertainment. De wetenschap werd uitgenodigd voor sociale experimenten en lezingen, over duurzaamheid of filosofie. De politiek ging er in debat en trok vanaf de eerste praatsessies een publiek dat meer wilde dan feesten. Het festivalterrein bij Biddinghuizen leende zich ook voor al deze extra’s: tussen de wirwar van tenten kon je overal leuke debatplaatsen of laboratoria neerplanten, die de popfestivalsfeer toch niet te veel verziekten.
Het festival werd ook om die reden gezien als zeer uitdagend, voor een avontuurlijk en betrokken publiek en kreeg zo nóg meer gewicht. Lowlands werd een geliefd media-onderwerp, met onder meer live-uitzendingen op televisie.
Zelf ging ik, de jongste van ons tweeën, pas in 2017 voor het eerst naar Lowlands. Na jarenlang verhalen gehoord te hebben over het festival, had het een haast mythische status gekregen. Dit is het festival om nieuwe, spannende, originele muziek te horen. Veel bezoekers komen naar Lowlands om iets te leren: wat speelt er nu in de pop, welke ontwikkelingen zijn er, welke kant gaan we op?
Maar het publiek was veranderd, na die legendarische eerste edities. De verstokte puristen vonden het te commercieel geworden, terwijl een groep doorsneemuziekliefhebbers het festival inmiddels goed kon hebben.
Exemplarisch hiervoor: The Opposites, de rapformatie die in de jaren nul en tien hits scoorde met prima hiphop voor op een feestje. Zij werden tussen 2006 en 2013 zo’n beetje om het jaar geboekt.
Natuurlijk drukten The Opposites met Dom, lomp & famous, Slapeloze nachten en Sukkel voor de liefde een flinke stempel op het geluid van de Nederlandse pop in die periode. Maar dezelfde act zo vaak boeken voelde bijna gemakzuchtig. Het publiek kent het al, het is na de eerste keer niet echt meer baanbrekend, waar is het avontuur?
De tenten stonden vol als The Opposites speelden. Dit is wat (een deel van) het Lowlandspubliek wilde op dat moment. Bovendien zat er voldoende avontuur in de rest van de programmering. Van alle blokjes in het blokkenschema was het merendeel wel degelijk fris, spannend of baanbrekend.
Maar voor de alternatieve oude garde, die Lowlands kende als wars van dit soort hitboekingen, was ook deze minimale beweging naar ‘het grote publiek’ heiligschennis.
Dat is nu eenmaal wat er gebeurt als een festival groeit. Om groot te worden en te blijven (en om uiteindelijk droomheadliner Tyler, the Creator te kunnen boeken, die er dit jaar staat) zul je een groter publiek moeten aantrekken. Een lastige balans om te bewaken als festival, waarbij je hoe dan ook mensen voor het hoofd gaat stoten.
In de krappe tien jaar dat ik het festival heb meegemaakt, zag ik die verandering. Het publiek werd minder gretig en de boekers leken zich daaraan noodgedwongen aan te passen. Comfort en gemak werden belangrijker dan uitdaging en avontuur. Muziek waarvoor je even je best moet doen, belandde in halflege tenten (Boygenius in 2023), makkelijke muziek op uitpuilende hoofdpodia (Goldband in 2022 en 2024).
Niet alleen in de muziekprogrammering, maar ook in de praktische invulling van het festival kroop steeds meer gemakzucht. Zo’n tienduizend bezoekers (van de 65 duizend) stonden vorig jaar op de glamping. Voor wie minder geld heeft, maar niet z’n best wil doen voor een plekje, zijn er groepsplekken beschikbaar: van tevoren netjes met een meetlint afgekaderde campingplaatsen voor jou en je vriendengroep, inclusief picknicktafel en partytent.
Waarom voelt dat zo fout en oneerlijk? Waarom voelen Robert en ik ons gasten op het verkeerde feestje als we tussen de glampers lopen en een feestelijke headliner overslaan? Wat is er mis met een beetje comfort?
Het is pijnlijk dat het streven naar frictieloos leven zelfs muziekfestivals te pakken krijgt. Die hang naar efficiëntie staat haaks op ontdekkingsdrang en zin om je te laten verrassen. In het onverwachte schuilt juist de waarde van een muziekfestival, en zeker van Lowlands. Waarom zou je anders überhaupt nog naar een festival gaan?
Lowlands heeft altijd boven op de tijdgeest gezeten. Qua muziek en maatschappelijke discussies, en qua indeling van het festival. Feestacts en een grote glamping waren kennelijk waar het publiek de afgelopen jaren op zat te wachten, getuige de massa’s mensen. Iedere generatie krijgt het festival dat ze verdient.
Langzamerhand gold het festival voor veel bezoekers meer als een statussymbool dan als een ontdekkingsfestijn, omdat de sfeer in de maatschappij nou eenmaal richting zelfoptimalisatie en status etaleren ging.
Maar er is verandering op til, zien we aan de line-up van deze editie. Lowlands heeft een nieuwe directeur, en er staat een nieuwe generatie festivalgangers aan de poort te rammelen, met andere verlangens dan de millennials.
De nieuwe festivalgangers verlangen naar authenticiteit, rare subculturen en niches. De artiesten die populair zijn bij deze generatie zijn eerlijk en kwetsbaar, denk aan Billie Eilish, Lola Young en Olivia Rodrigo. Zware gitaarmuziek en krokante elektronische geluidsbommen (van artiesten als Natte Visstick) doen het ook goed bij deze nieuwe lichting.
Het mag dus gerust weer rommelig zijn, alternatief en uitdagend. En Lowlands zou Lowlands niet zijn als het festival dat niet haarfijn aanvoelde. Tyler, the Creator en Lorde als hoofdacts: artiesten die niet zomaar makkelijk mee te brullen zijn, maar wat meer aandacht en concentratie vereisen. Ingewikkeldere luistermuziek uit alle gelederen zien we ook onderaan het affiche: Dijon, Ninajirachi, Geese.
Ondertussen gaan de discussiepanels over de teloorgang van de rechtsstaat, de verschrikkelijke situaties in Gaza, Soedan en Iran en femicide. Oncomfortabele onderwerpen, maar het biedt hoop dat we het erover kunnen hebben op een festival.
Lowlands 2026, 21 t/m 23/8 in Biddinghuizen, met Turnstile, Parcels, Tyler, the Creator, Kneecap, Lorde, Jpegmafia, Blood Orange, Djrum, Clipse, Ninajirachi, Floating Points, Nia Archives, Voices From The Lake, Geese.
Meer lezen over Lowlands? U kunt al onze verhalen over Lowlands lezen op deze pagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant